Hoge Raad vernietigt veroordeling voor onjuiste belastingaangiften omdat dezelfde gelden niet tegelijk bij de vennootschappen en bij de verdachte kunnen zijn genoten
/Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1185
De Hoge Raad vernietigt op 7 juli 2026 gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een fiscale strafzaak over onjuiste aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Een consultant laat zich via een commanditaire vennootschap en een besloten vennootschap inhuren door een recruitmentbureau, dat in totaal ruim één miljoen euro aan die vennootschappen betaalt. Het hof rekent die betalingen zowel volledig toe aan de vennootschappen als winst voor de vennootschapsbelasting, als volledig aan de verdachte als inkomsten voor de inkomstenbelasting. Volgens de Hoge Raad getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat dezelfde gelden niet tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag door beide kunnen zijn genoten. De Hoge Raad merkt ambtshalve op dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt of de commanditaire vennootschap een open commanditaire vennootschap is en dus onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. De cassatiemiddelen slagen ten aanzien van de feiten 1, 4 en 5 en de strafoplegging, en de zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Read More