Artikel: OLAF and the Push and Pull Factors of a European Criminal Justice System

Toen OLAF in 1999 werd opgericht, koos men bewust voor een administratief instrument om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden ten nadele van de financiële belangen van de Gemeenschap te bestrijden. Tien jaar later blijkt die kwalificatie nauwelijks houdbaar. Het werk van OLAF vertoont een uitgesproken strafrechtelijk karakter: een groot deel van de zaken vraagt om justitiële opvolging, de bevoegdheden bij interne onderzoeken naderen die van opsporingsdiensten, en betrokkenen voelen zich onvoldoende beschermd. Deze spanningen vormen zowel een pull- als een pushfactor richting een Europees strafrechtelijk systeem, juist nu het Verdrag van Lissabon de strafrechtelijke profilering van de EU op scherp zet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Approximation of National Substantive Criminal Law on Fraud and the Limits of the Third Pillar

OLAF is het enige communautaire orgaan dat belast is met administratieve onderzoeken naar gedrag dat de financiële belangen van de EU schaadt en zowel strafrechtelijke als grensoverschrijdende aspecten kan hebben. De bescherming van die belangen via het strafrecht valt onder de derde pijler van de EU en steunt op de PFI-instrumenten: de PFI-Conventie van 1995 en de drie bijbehorende protocollen. Die verplichten lidstaten om fraude, corruptie en witwassen ten nadele van de EU-begroting strafbaar te stellen. Ruim tien jaar later is de ratificatie nog niet voltooid en schiet de nationale uitvoering tekort. Het Verdrag van Lissabon kan de weg vrijmaken voor sterkere handhaving, waarna OLAF moet bepalen welke hervorming het voorstelt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Difficulties of Joint Investigation Teams and the Possible Role of OLAF

Joint Investigation Teams (JIT's) maken het mogelijk dat onderzoekers uit verschillende EU-lidstaten informatie uitwisselen zonder rechtshulpverzoek. Toch worden ze in de praktijk weinig opgezet. Dat komt door onbekendheid met het instrument en door onduidelijke regels: het Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp uit 2000 laat veel over aan nationale wetgevers, wat tot uiteenlopende bepalingen leidt. OLAF kan zo'n team ondersteunen, maar niet als volwaardig lid, omdat alleen nationale autoriteiten partij kunnen zijn. De rol blijft adviserend en ondersteunend: juridisch advies, toegang tot databanken, informatie over EU-instellingen en coördinatie. Daarbij gelden grenzen rond onderzoeksgeheim, gegevensbescherming en doelbinding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Eurojust and its role in Joint Investigation Teams

Joint Investigation Teams kwamen binnen bereik met de Conventie van 29 mei 2000 over wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen EU-lidstaten. Wat begon als een idee waar praktijkmensen aanvankelijk sceptisch tegenover stonden, wordt nu vaker gebruikt voor snellere en bredere grensoverschrijdende onderzoeken. Eurojust behandelt jaarlijks meer dan 1000 zaken en houdt ruim 100 coördinatievergaderingen, waarin autoriteiten afspreken JITs op te zetten. Het nieuwe Raadsbesluit van 16 december 2008 maakt Eurojust tot centraal aanspreekpunt voor JITs in Europa. Eurojust adviseert wanneer een JIT meerwaarde heeft, helpt bij conceptovereenkomsten, ondersteunt operaties en begeleidt aanvragen voor financiering bij de Commissie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Collection of Evidence by OLAF and its Transmission to the National Judicial Authorities

OLAF, het Europees antifraudebureau, voert administratieve onderzoeken uit naar fraude, corruptie en onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU schaden. Het verzamelt bewijs via inspecties, controles ter plaatse, verhoren en forensisch onderzoek, maar is geen politie- of vervolgingsdienst. De eindrapporten bevatten alleen aanbevelingen en hebben geen bindend rechtsgevolg; de nationale autoriteiten beslissen zelf over strafvervolging. Bij interne onderzoeken is OLAF verplicht informatie door te geven aan de nationale justitie, bij externe onderzoeken is dat een bevoegdheid. De versnipperde uitvoering over de lidstaten leidt tot ongelijke uitkomsten en voedt het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Europees bewijsverkrijgingsbevel en de toekomst van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

De auteur betoogt dat het Europees bewijsverkrijgingsbevel nationale onderzoeken ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie kan versnellen, doordat de wetgever een ruime reeks samenhangende strafbare feiten heeft opgenomen die zijn vrijgesteld van de toets van dubbele strafbaarheid. Bewijs moet binnen zestig dagen na ontvangst worden geleverd. Het bevel bestrijkt echter een beperkt soort bewijs; voor ruimere en snellere uitwisseling zijn aanvullende instrumenten van wederzijdse erkenning nodig. OLAF zou gebaat zijn bij monitoring van het bevel en vergelijkbare instrumenten, om het gebruik, de knelpunten in de praktijk en de grenzen van wederzijdse erkenning in kaart te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Parijs veroordeelt zeven personen voor MaPrimeRénov'-fraude na onderzoek Europees Openbaar Ministerie

De rechtbank van Parijs heeft op 8 juni 2026 zeven personen veroordeeld voor oplichting in georganiseerd verband rond het Franse subsidieprogramma voor energierenovatie MaPrimeRénov', dat mede met EU-middelen uit de Recovery and Resilience Facility wordt gefinancierd. De zaak is onderzocht door het Europees Openbaar Ministerie in Parijs en betreft een benadeling van ongeveer € 1,13 miljoen. De veroordeelden kregen gevangenisstraffen tot drie jaar, waarvan in bepaalde gevallen twee jaar voorwaardelijk, en geldboetes tussen € 10.000 en € 400.000. Zij moeten het onrechtmatig verkregen bedrag hoofdelijk terugbetalen aan de Agence nationale de l'habitat. Tijdens het onderzoek werd voor ongeveer € 595.000 aan vermogensbestanddelen in beslag genomen en verbeurdverklaard. Tegen het vonnis staat hoger beroep open.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gerecht van de EU vernietigt weigering Europese Rekenkamer om functionarissen te laten getuigen in onderzoek van het Europees Openbaar Ministerie

Het Gerecht van de Europese Unie heeft op 10 juni 2026 in zaak T-99/25 de weigering van de Europese Rekenkamer vernietigd om twaalf functionarissen als getuige te laten horen in een onderzoek van het Europees Openbaar Ministerie. De Rekenkamer had op grond van artikel 19 van het Ambtenarenstatuut geweigerd de geheimhoudingsplicht van deze functionarissen op te heffen. Het Gerecht oordeelde dat de Rekenkamer het begrip belang van de Unie onjuist had uitgelegd en dit te ruim had toegepast. Ook scheidde het Gerecht de geheimhoudingsplicht van getuigen van de immuniteit van de onderzochte personen. De zaak vloeit voort uit een onderzoek dat het Europees Openbaar Ministerie eind 2022 opende na een melding van OLAF. Het Gerecht vernietigde het standpunt van de Rekenkamer van 9 december 2024 wegens schending van artikel 19 van het Ambtenarenstatuut.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Doorzoekingen in Ajaccio: het EOM en de fraude met Europese herstelfondsen

Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) deed op 27 en 28 mei 2026 doorzoekingen in en rond Ajaccio op Corsica, in een onderzoek naar vermeende fraude met Europese herstelmiddelen. Het draait om verdenkingen van aanbestedings- en subsidiefraude rond ongeveer 18 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het programma REACT-EU. Bij de doorzoekingen, bij zowel particulieren als publieke instanties en private ondernemingen, zijn documenten en digitaal bewijs in beslag genomen, met steun van de Franse OCLCIFF. Het onderzoek loopt nog en alle betrokkenen worden voor onschuldig gehouden zolang de Franse rechter niet anders heeft beslist. De zaak past in een bredere trend waarin het EOM een sterke toename ziet van fraudeonderzoeken rond post-pandemische herstelfondsen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Europees Parlement weigert opheffing immuniteit Duits europarlementslid

Op 19 mei 2026 weigerde het Europees Parlement de immuniteit op te heffen van een Duits europarlementslid tegen wie het EOM een fraudeonderzoek wil instellen. De Europese Hoofdaanklager had op 21 juli 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 29 EOM-Verordening, omdat naar Duits constitutioneel recht (artikel 46 Grundgesetz, via artikel 9 Protocol 7) opheffing nodig is voordat een vooronderzoek kan beginnen. Het plenum nam in geheime stemming de aanbeveling van JURI over om de immuniteit te handhaven (309-283-53). Daarmee ontstaat een Verfahrenshindernis: de gedelegeerd Europese aanklager kan geen onderzoekshandelingen verrichten zolang het mandaat duurt. Het EOM kondigt aan de beslissing voor de bevoegde rechter te willen aanvechten.

Read More
Print Friendly and PDF ^