Eerlijk proces en juiste maatstaf beoordeling getuigenverzoek

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1473

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een verdachte wegens het medeplegen van opzetheling van een Toyota RAV4 en kentekenplaten is veroordeeld. De verdediging verzoekt pas bij pleidooi in hoger beroep om twee verbalisanten als getuige te horen, nadat zij eerdere gelegenheden onbenut laat en niet reageert op een brief van de verkeerstoren van het hof met de vraag naar onderzoekswensen. Het hof wijst het verzoek af wegens misbruik van procesrecht en gebruikt het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten voor het bewijs. De Hoge Raad herhaalt de overwegingen uit zijn arrest van 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519, over getuigenverzoeken die pas bij de inhoudelijke behandeling worden gedaan. Omdat het arrest van het hof dateert van vóór dat arrest en de brief van het hof niets inhoudt over consequenties van het uitblijven van een reactie, is de afwijzing niet begrijpelijk. Ook het gebruik van het betwiste proces-verbaal voor het bewijs zonder toetsing aan artikel 6 EVRM houdt geen stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over de toetsbaarheid van deskundigenbewijs

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1195

De Hoge Raad vernietigt een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over de voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing. Het hof wijst een verzoek van de verdediging af om een NFI-rapport aan te vullen met de onderzoeksopzet en de resultaten van een eerder NFI-experiment. Dat experiment vormt de basis waarop de NFI-deskundige zijn hypothesen toetst. Het hof legt aan de afwijzing uitsluitend ten grondslag dat uit de onderbouwing van het verzoek niet blijkt dat de onderzoeksmethode of de resultaten worden betwist. Volgens de Hoge Raad is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk, gelet op het recht van de verdachte op grond van artikel 6 EVRM om de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te laten onderzoeken. De zaak wordt teruggewezen naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Amsterdam past HR-kader toe en wijst alle getuigenverzoeken af in ontnemingszaken Delos

Rechtbank Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 en ECLI:NL:RBAMS:2026:3800

De rechtbank Amsterdam wijst op 3 april 2026 in twee parallelle ontnemingsprocedures uit het onderzoek Delos alle getuigenverzoeken integraal af. Onder toepassing van het door de Hoge Raad ontwikkelde kader (HR:2010:BK3424, HR:2021:1749 en HR:2022:147) stelt de rechtbank vast dat de toewijzing van getuigen in het hoger beroep van de strafzaak niet zonder meer meebrengt dat dezelfde getuigen in de ontneming moeten worden gehoord. De verdediging moet concreet onderbouwen welke onderdelen van de ontnemingsrapportage de getuige kan raken en hoe diens verklaring de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan beïnvloeden. Bij gebreke van die specifieke onderbouwing worden zowel de drugs- als de witwasgerelateerde verzoeken afgewezen. Het voorwaardelijk aanhoudingsverzoek van de waarnemend raadsvrouw wijst de rechtbank eveneens af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Post-Jaddoe en artikel 81 RO: de AG spreekt, de Hoge Raad zwijgt

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:675

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een hoofdagent van de Politie Eenheid Rotterdam die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor computervredebreuk (artikel 138ab Sr), schending van ambtsgeheim (artikel 272 Sr) en het aanwezig hebben van cocaïne en fenacetine (artikel 2 onder C Opiumwet). De inhoudelijke meerwaarde zit in de conclusie van advocaat-generaal Van Kampen, die de afdoening op artikel 81, eerste lid, RO uitdrukkelijk positioneert ten opzichte van het post-Jaddoe-arrest (HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40) en HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1110: een vrijspraak in eerste aanleg staat volgens haar niet in de weg aan een afdoening op artikel 81 RO wanneer die vrijspraak louter berust op een aanvechtbare uitleg van de tenlastelegging en de feitelijke gedragingen wel zijn vastgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Te laat is niet te laat: Hoge Raad fluit hof terug bij afwijzing getuigenverzoek

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:502

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens een onbegrijpelijke afwijzing van een getuigenverzoek bij mishandeling. Het hof toetst het verzoek tot het horen van de aangeefster en een getuige aan het noodzakelijkheidscriterium en wijst het af, maar gaat daarbij voorbij aan het post-Keskin-kader uit HR:2021:576 en de voorwaarden uit HR:2025:1519. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de procedure als geheel voldoet aan artikel 6 EVRM, nu belastende verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt zonder dat de verdediging de getuigen heeft kunnen ondervragen. De zaak is teruggewezen voor een nieuwe behandeling van de mishandeling en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: instemming met niet-horen van demente getuige is geen afstand van ondervragingsrecht

A-G Aben concludeert dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte heeft aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven ten aanzien van een belastende getuige die aan dementie lijdt. De raadsman had laten weten dat de getuige vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer zinvol kon worden gehoord, maar dat is volgens de A-G geen vrijwillige en ondubbelzinnige waiver in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof had daarom de driestappentoets moeten doorlopen om te beoordelen of het proces als geheel eerlijk is verlopen. De A-G vergelijkt de situatie met het overlijden van een getuige: in beide gevallen kan van de verdediging niet worden verwacht dat zij een onmogelijk geworden verhoor nogmaals verzoekt. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, al merkt de A-G op dat de verklaring van de getuige binnen de bewijsconstructie weinig gewicht lijkt te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Getuigenverklaring zonder ondervraging toch bruikbaar: Hoge Raad bevestigt ruime compensatiemogelijkheden na Keskin

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:220

De verdachte is veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel van een minderjarige op grond van artikel 273f lid 1 onder 2°, 3°, 5° en 9° Sr en krijgt negentien maanden gevangenisstraf. De aangeefster kan door de verdediging niet worden ondervraagd omdat zij onvindbaar is, terwijl haar verklaring beslissend is voor het bewijs. Het hof oordeelt dat voldoende compenserende factoren bestaan, waaronder kritisch politieverhoor, steunbewijs uit telecomgegevens en het horen van ouders en voogd. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de betrouwbaarheid van haar verklaring zorgvuldig onderzocht in samenhang met het overige bewijs. Het oordeel dat het proces als geheel eerlijk is verlopen is juridisch juist en toereikend gemotiveerd. Wel wordt de straf verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Horen van getuigen door senior gerechtsjuristen

De afgelopen decennia heeft de Nederlandse rechterlijke organisatie een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt. Het streven naar een efficiënte en effectieve behandeling van zaken heeft geleid tot de introductie van nieuwe professionals, die rechters in hun rechterlijke werk ondersteunen. Het betreft de (senior) gerechtsjuristen. Zulke ondersteuners zijn, zo schreef bijvoorbeeld de European Commission for the Efficiency of Justice (CEPEJ), inmiddels in vrijwel alle landen essentieel voor het goed functioneren van de Rechtspraak. Ook op het terrein van het bijzonder strafrecht zijn gerechtsjuristen werkzaam.Gerechtsjuristen werken meestal in stilte achter de schermen. Veelzeggend over hoe er over de samenwerking tussen hen en rechters wordt gedacht, is de titel van het proefschrift van Holvast: In the shadow of the judge. Maar die beeldspraak doet aan de realiteit eigenlijk geen recht. Holvasts empirisch onderzoek over de betrokkenheid bij en invloed op de straf- en bestuursrechtspraak – en dat van anderen en mijzelf – laat namelijk zien dat gerechtsjuristen op allerlei manieren en in groten getale bij het rechterlijk proces betrokken zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Onleesbaar gemaakte getuigenverklaringen door OM niet zonder toetsing toegestaan

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:155

De Hoge Raad vernietigt een hofuitspraak omdat gebruik is gemaakt van getuigenverklaringen waarvan delen op verzoek van de officier van justitie zijn weggelakt. De officier heeft daartoe niet zelfstandig de bevoegdheid; alleen met machtiging van de rechter-commissaris mag informatie worden afgeschermd. Het hof oordeelde ten onrechte dat de weggelakte passages niet relevant waren, zonder zelf kennis daarvan te kunnen nemen. Het hof heeft daardoor het wettelijk systeem voor de omgang met processtukken miskend. De veroordeling voor het betreffende feit en de strafoplegging worden vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondervraging van belastende getuigen: van een 75-jarige EVRM-norm naar een piepjonge jurisprudentiële norm in het Unierecht

Het recht van de verdachte om belastende getuigen te ondervragen is expliciet neergelegd in artikel 6 lid 3 onder d Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en maakt tevens deel uit van het algemenere recht op een fair hearing zoals vervat in artikel 6 lid 1 EVRM. In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dit ondervragingsrecht verder ontwikkeld, in het bijzonder door de richtinggevende uitspraken van de Grote Kamer in de zaken Al-Khawaja en Tahery en Schatschaschwili. De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over dit thema verschillende keren aangepast naar aanleiding van de zich ontwikkelende rechtspraak van het EHRM, meest recent naar aanleiding van de Straatsburgse ‘veroordeling’ van Nederland in de zaak Keskin. Ook in aanhangige wetgeving is de Straatsburgse invloed op dit terrein waarneembaar. In artikel 4.3.11 lid 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een bewijsregel opgenomen die aansluit bij de uitgangspunten die het EHRM hanteert: het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan, kan niet in beslissende mate steunen op mededelingen van een persoon die de verdachte niet heeft kunnen ondervragen, tenzij het recht op een eerlijk proces daardoor niet wordt geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^