Ondervraging van belastende getuigen: van een 75-jarige EVRM-norm naar een piepjonge jurisprudentiële norm in het Unierecht

Het recht van de verdachte om belastende getuigen te ondervragen is expliciet neergelegd in artikel 6 lid 3 onder d Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en maakt tevens deel uit van het algemenere recht op een fair hearing zoals vervat in artikel 6 lid 1 EVRM. In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dit ondervragingsrecht verder ontwikkeld, in het bijzonder door de richtinggevende uitspraken van de Grote Kamer in de zaken Al-Khawaja en Tahery en Schatschaschwili. De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over dit thema verschillende keren aangepast naar aanleiding van de zich ontwikkelende rechtspraak van het EHRM, meest recent naar aanleiding van de Straatsburgse ‘veroordeling’ van Nederland in de zaak Keskin. Ook in aanhangige wetgeving is de Straatsburgse invloed op dit terrein waarneembaar. In artikel 4.3.11 lid 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een bewijsregel opgenomen die aansluit bij de uitgangspunten die het EHRM hanteert: het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan, kan niet in beslissende mate steunen op mededelingen van een persoon die de verdachte niet heeft kunnen ondervragen, tenzij het recht op een eerlijk proces daardoor niet wordt geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Getuigenverzoek ten onrechte afgewezen: cassatie mogelijk over beslissing op regiezitting, ook zonder herhaald verzoek na hervatting onderzoek

Hoge Raad 16 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1924

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een getuigenverzoek heeft afgewezen, terwijl de verdediging de belastende getuigen niet heeft kunnen ondervragen. Het hof heeft bovendien niet gemotiveerd waarom de procedure desondanks voldeed aan artikel 6 EVRM. De cassatieklacht slaagt daarom. Volgens de Hoge Raad kan op grond van artikel 322 lid 4 Sv in cassatie worden geklaagd over een afwijzing op een eerdere regiezitting, ook als het onderzoek later opnieuw is aangevangen en het verzoek niet is herhaald. In sommige gevallen ontbreekt het belang bij zo’n klacht, maar daarvan is hier geen sprake. Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak Hoge Raad over getuigenverzoeken van de verdediging die pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak worden gedaan terwijl dat eerder mogelijk was

In drie uitspraken van vandaag gaat de Hoge Raad in op gevallen waarin de verdediging pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op zitting verzoekt een getuige te horen, terwijl de verdediging al in een eerder stadium van de procedure de mogelijkheid heeft gehad zo’n verzoek te doen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het recht op getuigen in artikel 6 EVRM (opnieuw) beschouwd

Effectieve verwezenlijking van het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht op getuigen in strafzaken kan complex zijn, zo volgt uit belangrijke schendingen die in dit verband tegen Nederland zijn vastgesteld. Deze bijdrage gaat in op de door het EHRM (ook) bij dit recht gebruikte ‘algehele eerlijkheidstoetsing’, die door critici als hoofdoorzaak wordt aangewezen voor onduidelijkheid in het Straatsburgs getuigenregime. Betoogd wordt dat juist in de complexiteit van het algehele eerlijkheidsconcept een bepaalde ordening en daarmee handvatten te vinden zijn die benut kunnen worden voor meer geconcretiseerde en doeltreffende verwezenlijking van dit recht door de nationale rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof motiveert afwijzing getuigenverzoek ontoereikend: onvindbaarheid getuige onvoldoende onderbouwd

Hoge Raad 2 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1216

De Hoge Raad vernietigt een arrest van het hof ’s-Hertogenbosch wegens een ontoereikend gemotiveerde afwijzing van een getuigenverzoek. Het hof had geoordeeld dat een medeverdachte niet binnen aanvaardbare termijn kon worden gehoord. De Hoge Raad herhaalt zijn rechtspraak uit HR:2022:466 over artikel 288 lid 1 onder a Sv. Daarbij staat voorop of de getuige binnen afzienbare termijn kan worden gehoord. Het hof heeft ten onrechte niet vastgesteld of de politie bij de opsporing is betrokken. Ook ontbreekt inzicht in aanvullende inspanningen na april 2022. De zaak wordt teruggewezen voor nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^