Hoge Raad: leerplichtvrijstelling openbaar onderwijs alleen in uitzonderlijke gevallen

De Hoge Raad scherpt in zijn arresten van 21 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:658 en ECLI:NL:HR:2026:659) het toetsingskader voor de leerplichtvrijstelling van artikel 5, aanhef en onder b, Leerplichtwet 1969 aan. Voor openbaar onderwijs kan een beroep op de vrijstellingsgrond wegens overwegende bedenkingen nog slechts in uitzonderlijke gevallen slagen. Alleen wanneer concreet komt vast te staan dat het godsdienstige, levensbeschouwelijke of maatschappelijke onderwijs op alle openbare scholen binnen redelijke afstand niet plaatsvindt op een objectieve, kritische en pluralistische manier, kan vrijstelling worden verleend. Met dit arrest wordt de eerdere rechtspraak (HR:2017:3111) over bedenkingen tegen het ontbreken van een levensbeschouwelijke richting bijgesteld. De Hoge Raad benadrukt dat van de overheid actief optreden wordt verlangd om de Leerplichtwet te handhaven, zo nodig via het strafrecht, ter waarborging van het door artikel 2 Eerste Protocol EVRM beschermde recht op onderwijs van het kind.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen aftrek dividendbelasting bij ontneming winst uit illegale gewasbeschermingsmiddelen

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:505

De Hoge Raad bevestigt dat bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel geen dividendbelasting in mindering hoeft te worden gebracht wanneer feitelijk geen dividendbelasting is afgedragen. De zaak betreft een ontnemingsprocedure na veroordeling voor de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen (Bitoxybacillin en Lepidocide) door een B.V. waarvan de betrokkene feitelijk leidinggevende en uiteindelijk belanghebbende is. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op EUR 532.532 en volledig toegerekend aan de betrokkene als natuurlijk persoon. Het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel vereist dat wordt uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde voordeel, maar biedt in dit geval geen grond voor aftrek van hypothetische dividendbelasting. De betrokkene kan bij een latere dividenduitkering een verzoek tot vermindering indienen op grond van artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Te laat is niet te laat: Hoge Raad fluit hof terug bij afwijzing getuigenverzoek

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:502

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens een onbegrijpelijke afwijzing van een getuigenverzoek bij mishandeling. Het hof toetst het verzoek tot het horen van de aangeefster en een getuige aan het noodzakelijkheidscriterium en wijst het af, maar gaat daarbij voorbij aan het post-Keskin-kader uit HR:2021:576 en de voorwaarden uit HR:2025:1519. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de procedure als geheel voldoet aan artikel 6 EVRM, nu belastende verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt zonder dat de verdediging de getuigen heeft kunnen ondervragen. De zaak is teruggewezen voor een nieuwe behandeling van de mishandeling en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herziening na Maggiora: hersteld vormverzuim blokkeert niet-ontvankelijkheid

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:562

De Hoge Raad wijst een herzieningsverzoek af in het kader van het onderzoek Maggiora, waarin de aanvraagster onherroepelijk is veroordeeld voor opzetheling terwijl het hof in de zaken van medeverdachten het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. Centraal staat de vraag of bekend geworden vormverzuimen rond gunstbetoon en verklaringen van een medeverdachte een novum opleveren in de zin van artikel 457 lid 1 onder c van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim rond de verbaliseringsplicht van artikel 226g lid 4 van het Wetboek van Strafvordering door de woordelijke uitwerking van het gesprek in voldoende mate is hersteld. Ook de gang van zaken rond de verklaringen is in hoger beroep voldoende opgehelderd om het ernstige vermoeden van niet-ontvankelijkverklaring weg te nemen. De omstandigheid dat het hof in de zaak tegen de medeverdachte wel tot niet-ontvankelijkheid kwam, doet aan deze zelfstandige herzieningstoetsing niet af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: instemming met niet-horen van demente getuige is geen afstand van ondervragingsrecht

A-G Aben concludeert dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte heeft aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven ten aanzien van een belastende getuige die aan dementie lijdt. De raadsman had laten weten dat de getuige vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer zinvol kon worden gehoord, maar dat is volgens de A-G geen vrijwillige en ondubbelzinnige waiver in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof had daarom de driestappentoets moeten doorlopen om te beoordelen of het proces als geheel eerlijk is verlopen. De A-G vergelijkt de situatie met het overlijden van een getuige: in beide gevallen kan van de verdediging niet worden verwacht dat zij een onmogelijk geworden verhoor nogmaals verzoekt. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, al merkt de A-G op dat de verklaring van de getuige binnen de bewijsconstructie weinig gewicht lijkt te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^