Geldt uitgangspunt dat zaak binnen zestien maanden moet zijn afgedaan in geval van voorlopig gehechte ook voor ontnemingszaken?

Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:559

De stellers van het middel stellen zich in de toelichting daarop op het standpunt dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat het uitgangspunt van een eindvonnis binnen zestien maanden, zoals dat in strafzaken geldt voor verdachten die in verband met de bewezen verklaarde feiten in voorlopige hechtenis verkeren, niet van overeenkomstige toepassing is in ontnemingszaken. Daartoe verwijzen de stellers van het middel naar het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:BD2578, NJ 2008, 358, dat volgens hen ook geldt voor ontnemingszaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan de veroordeling in de proceskosten hoger zijn dan door de benadeelde partij wordt gevorderd?

Parket bij de Hoge Raad 3 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:853

Het middel bevat twee deelklachten. De eerste is dat het hof een hoger bedrag aan proceskosten heeft toegewezen (€4000) dan door de benadeelde partij is gevorderd (€2500). Dat zou onjuist dan wel onbegrijpelijk zijn. De tweede deelklacht is dat het hof bij het bepalen van de proceskosten heeft aangeknoopt bij het tarief dat geldt met betrekking tot zaken met een geldwaarde van €195.000 tot €390.000 terwijl de vordering slechts voor een bedrag van €3.753,39 is toegewezen, zodat de benadeelde partij is aan te merken als de voor het grootste deel in het ongelijk gestelde partij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Toezenden van op schrift gestelde vragen aan een verdachte geen verhoor in de zin van art. 29 Sv

Hoge Raad 1 oktober 1985, ECLI:NL:HR:1985:AB7744

Beschouwing leidt tot het oordeel, dat toezending van op schrift gestelde vragen niet kan worden aangemerkt als een verhoor in de zin van art. 29 Sv., aangezien een zodanige toezending valt buiten het kader van hetgeen de wetgever bij het begrip ''verhoor'' voor ogen heeft gestaan en aanleiding heeft gegeven tot invoeging van het huidige tweede lid van art. 29 Sv.. Immers, van een confrontatie van een ondervrager met een ondervraagde is geen sprake indien op schrift gestelde vragen worden toegezonden aan en ontvangen door een persoon aan wie wordt verzocht die vragen - eveneens schriftelijk - te beantwoorden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is de bij aanvang van de zitting nabij de zittingszaal aanwezige verbalisant een verschenen getuige?

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1143

Het middel berust op de opvatting dat een persoon die niet als getuige is opgeroepen, maar zich op het verzoek van het openbaar ministerie om praktische redenen bij aanvang van de terechtzitting nabij de zittingszaal beschikbaar heeft gehouden teneinde, indien nodig, een verklaring te kunnen afleggen, moet worden aangemerkt als een zogenoemde meegebrachte getuige en mitsdien als een "verschenen getuige" in de zin van art. 287, tweede lid, Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer sprake van leveren van zodanige intellectuele en/of materiële bijdrage aan oplichtingen dat deze zijn medegepleegd?

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1136

In de kern klaagt het middel dat geen sprake was van medeplegen, hoogstens van handelingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht. Uit de bewijsvoering van het hof kan immers niet méér worden afgeleid dan dat de verdachte verantwoordelijk was voor het vervoer naar en van de opgelichte huurbedrijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^