Veroordeling tot gevangenisstraf voor het feitelijk leidinggeven aan het voorhanden hebben van valse diploma's en Verklaringen Omtrent het Gedrag bij een zorguitzendbureau

Rechtbank Rotterdam 4 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7018

De rechtbank Rotterdam veroordeelt de middellijk bestuurder van een uitzendbureau voor zorgpersoneel tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor het feitelijk leidinggeven aan het voorhanden hebben van valse geschriften. In de administratie van het bedrijf worden in onderzoek Marlin veertig valse documenten aangetroffen, waaronder uittreksels uit het diplomaregister, diploma's en Verklaringen Omtrent het Gedrag van uitzendkrachten die in de zorg werden geplaatst. De rechtbank acht bewezen dat het bedrijf bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze valse stukken in de administratie aanwezig waren en bleven. De verdachte was aanwezig toen een zorgaanbieder de documenten controleerde en zag dat een deel zichtbaar vals was, onder meer door de verschrijving uitreksel in plaats van uittreksel. Hij heeft nagelaten nader onderzoek te doen, terwijl uit een tapgesprek blijkt dat hij wist dat ten minste een uitzendkracht zonder diploma werkte. De rechtbank houdt bij de straf rekening met een overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar en met een eerder betaalde strafbeschikking van € 775.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van bestuurder voor medeplegen van faillissementsfraude, met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 21 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5479

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een middellijk bestuurder voor faillissementsfraude bij een beveiligingsbedrijf dat in februari 2020 failliet ging. In het jaar voor het faillissement is ruim € 547.000 zonder geldige titel weggesluisd naar gelieerde vennootschappen en privérekeningen, werd een auto buiten de boedel verkocht en deed de bestuurder privé-uitgaven van de zakelijke rekening. Ook voldeed hij niet aan zijn inlichtingenplicht tegenover de curator en voerde hij geen deugdelijke administratie. De rechtbank rekent hem medeplegen toe samen met zijn ex-echtgenote en feitelijk bestuurder. Wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn wijkt de rechtbank af van de LOVS-oriëntatiepunten. Zij legt een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Wanneer ontbrekende veiligheidsstudies Seveso-veiligheid tot een directierisico maken

Een directeur is niet strafbaar omdat hij directeur is, maar bij een Seveso-inrichting kan niet ingrijpen strafrechtelijk persoonlijk worden. Een bedrijf én zijn directeur werden veroordeeld omdat voor ongeveer 75% van de 246 installaties geen of onvoldoende veiligheidsstudies waren uitgevoerd. Na een explosie en brand met ethyleenoxide bleek dat gevaren niet systematisch waren geïdentificeerd. De Hoge Raad oordeelde dat een veiligheidsstudie geen papieren bijlage is, maar de basis voor risicobeheersing. De directeur was bevoegd om in te grijpen, wist van de tekortkomingen en liet de inrichting doordraaien. Het bedrijf kreeg 180.000 euro boete, de directeur een taakstraf van 60 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Collection of Evidence by OLAF and its Transmission to the National Judicial Authorities

OLAF, het Europees antifraudebureau, voert administratieve onderzoeken uit naar fraude, corruptie en onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU schaden. Het verzamelt bewijs via inspecties, controles ter plaatse, verhoren en forensisch onderzoek, maar is geen politie- of vervolgingsdienst. De eindrapporten bevatten alleen aanbevelingen en hebben geen bindend rechtsgevolg; de nationale autoriteiten beslissen zelf over strafvervolging. Bij interne onderzoeken is OLAF verplicht informatie door te geven aan de nationale justitie, bij externe onderzoeken is dat een bevoegdheid. De versnipperde uitvoering over de lidstaten leidt tot ongelijke uitkomsten en voedt het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Europees bewijsverkrijgingsbevel en de toekomst van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

De auteur betoogt dat het Europees bewijsverkrijgingsbevel nationale onderzoeken ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie kan versnellen, doordat de wetgever een ruime reeks samenhangende strafbare feiten heeft opgenomen die zijn vrijgesteld van de toets van dubbele strafbaarheid. Bewijs moet binnen zestig dagen na ontvangst worden geleverd. Het bevel bestrijkt echter een beperkt soort bewijs; voor ruimere en snellere uitwisseling zijn aanvullende instrumenten van wederzijdse erkenning nodig. OLAF zou gebaat zijn bij monitoring van het bevel en vergelijkbare instrumenten, om het gebruik, de knelpunten in de praktijk en de grenzen van wederzijdse erkenning in kaart te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over integrale controles en redelijk vermoeden van schuld

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 30 juni 2026 geconcludeerd in een cassatiezaak over twee bestuurlijke controles, zogeheten integrale controles, bij een bedrijf dat kweekartikelen verkocht. De verdediging betoogde dat na de eerste controle een redelijk vermoeden van schuld bestond en dat de politie misbruik van bevoegdheid maakte door bij de tweede controle als sterke arm mee te gaan. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat van een redelijk vermoeden geen sprake was en volstond met de constatering van een vormverzuim. Volgens de advocaat-generaal stuit de motiveringsklacht af omdat het een verweer in de zin van artikel 359a Sv betreft. Voor het overige mist het middel volgens de conclusie feitelijke grondslag. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is verzoek verdediging om aanvulling deskundigenonderzoek terecht afgewezen? De Hoge Raad geeft beoordelingskader.

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1195

De Hoge Raad vernietigt de veroordeling van een verdachte wegens voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof acht bewezen dat de drie pakketten die in de auto van de verdachte zijn aangetroffen explosieve stoffen bevatten en steunt daarbij mede op een NFI-rapport van 14 november 2023. De raadsman verzoekt in hoger beroep om aanvulling van dat rapport met de onderzoeksopzet en de resultaten van een eerder NFI-experiment waaraan de deskundige zijn hypothesen heeft getoetst. Het hof wijst dat verzoek af omdat uit de onderbouwing niet blijkt dat de verdediging de onderzoeksmethode of de resultaten betwist. De Hoge Raad zet uiteen dat de verdachte op grond van artikel 6 EVRM het recht heeft de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te doen onderzoeken en dat van de verdediging in beginsel geen nadere onderbouwing van het belang mag worden verlangd. Omdat de verdediging heeft aangevoerd dat zij de gegevens nodig heeft om de betwiste resultaten te laten beoordelen door een eigen deskundige, is de afwijzing niet zonder meer begrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de inzet van bestuursrechtelijke toezichtsbevoegdheden bij een integrale controle

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1146

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor het aanwezig hebben van XTC-pillen, MDMA-olie en GHB en voor voorbereidingshandelingen gericht op de productie van MDMA. De zaak begint met een zogenoemde integrale controle op acht adressen in een straat, uitgevoerd nadat bij de gemeente ondermijnende signalen over die straat zijn binnengekomen. Bij die controle werken een ambtenaar van Bouwtoezicht, een medewerker van een energiebedrijf en de politie samen, en in een loods met kantoortje in de achtertuin van de woning van de verdachte worden grondstoffen voor drugs aangetroffen. De verdediging voert aan dat de gemeente bestuursrechtelijke controlebevoegdheden inzet voor strafvorderlijke doeleinden en dat het bewijs daarom moet worden uitgesloten. Het hof oordeelt dat het optreden van de gemeentelijke autoriteiten rechtmatig is, omdat de controle is gericht op gebruik overeenkomstig het bestemmingsplan en verband houdt met de bestrijding van illegale en brandgevaarlijke situaties. De Hoge Raad laat dat oordeel in stand en vermindert alleen de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eerste Kamer akkoord met Cyberbeveiligingswet (Cbw) en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke)

De Eerste Kamer heeft op 7 juli ingestemd met de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Hiermee zet Nederland een belangrijke stap in het versterken van de digitale en fysieke weerbaarheid van organisaties tegen toenemende dreigingen. De wetten treden op 15 augustus 2026 in werking. Vanaf dat moment gelden nieuwe verplichtingen voor ruim 8.000 organisaties in Nederland op het gebied van cyberbeveiliging. Daarnaast worden organisaties die onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen vanaf dat moment formeel aangewezen als kritieke entiteit. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens absolute verjaring en vrijspraak van witwassen omdat de verweten handelingen samenvallen met het gronddelict verduistering

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3973

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden buigt zich in hoger beroep over een zaak waarin de verdachte in eerste aanleg werd veroordeeld voor verduistering en witwassen rond een aanbetaling van € 400.000 voor de financiering van een scheepswerf. Sinds de pleegdata in maart 2013 zijn meer dan twaalf jaren verstreken, waardoor het recht tot strafvervolging voor de verduistering en het schuldwitwassen is verjaard. Het hof verklaart het Openbaar Ministerie voor die feiten niet-ontvankelijk. Voor het witwassen van het resterende geldbedrag van € 172.040 spreekt het hof de verdachte vrij. Het hof stelt vast dat wel sprake is geweest van verduistering, maar dat de verweten handelingen daarvan onderdeel uitmaken. Na de voltooiing van die verduistering blijkt niet dat de verdachte nog zelfstandige witwashandelingen heeft verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^