Vrijheid van dienstverrichting versus toezicht op trustdiensten: Hoge Raad bevestigt strafbaarheid bij ontbreken vergunning

Hoge Raad 16 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1877

De verdachte is veroordeeld wegens feitelijk leidinggeven aan trustdiensten zonder vergunning en het doen van onjuiste btw-aangiften. Hij werkte vanuit Nederland samen met een trustkantoor op Cyprus dat niet over een Nederlandse vergunning beschikte. De Hoge Raad oordeelt dat het vergunningvereiste in de Wtt (oud) een gerechtvaardigde beperking vormt van de vrijheid van dienstverrichting. Dat de minister geen staten had aangewezen met vergelijkbaar toezicht doet daar niet aan af. De taakstraf is verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies over initiatiefwetsvoorstel ‘Slimmer straffen’

De Afdeling advisering van de Raad van State stelde op 17 december 2025 advies vast over het initiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen, dat elektronische detentie en een ruimere inzet van taakstraffen mogelijk maakt. Het wetsvoorstel beoogt het aantal kortdurende gevangenisstraffen te verminderen omdat deze weinig effect hebben op recidive en maatschappelijke veiligheid.
Elektronische detentie wordt geïntroduceerd als nieuwe vrijheidsbenemende hoofdstraf, met als doel vergelding te combineren met minder detentieschade en lagere capaciteitsdruk.
De Afdeling wijst erop dat elektronische detentie ingrijpt in grondrechten en adviseert om de gevolgen voor privacy en persoonsgegevens van veroordeelden en hun omgeving beter te motiveren. Ook de bevoegdheid van de Dienst Justitiële Inrichtingen om zonder toestemming woningen te betreden vraagt volgens de Afdeling om een expliciete toets aan noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Daarnaast acht de Afdeling het onwenselijk dat een alcohol- en drugsverbod standaard geldt en pleit zij voor meer rechterlijk maatwerk. Tot slot adviseert de Afdeling om aandacht te besteden aan evaluatie, jeugdtaakstraffen en wijzigingen in de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen proces-verbaal raadkamer: Hoge Raad vernietigt beschikking rechtbank in beslagzaak eiwittenexport

Hoge Raad 6 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:16

In een beklagzaak over beslag op gegevensdragers, administratie en goederen vanwege verdenking van illegale export van dierlijke eiwitten buiten de EU, klaagt de klager dat er geen proces-verbaal is opgemaakt van het raadkameronderzoek. De Hoge Raad oordeelt dat artikel 25 lid 1 Sv voorschrijft dat zo’n proces-verbaal verplicht is en stelt vast dat dit stuk ontbreekt. Hierdoor is de beslissing van de rechtbank Overijssel ondeugdelijk gemotiveerd. De overige cassatiemiddelen worden onbesproken gelaten. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Foetsie BV: structureel misbruik bij turboliquidaties en gebrekkige handhaving

Onderzoek van Investico, het FD en De Groene laat zien dat turboliquidaties in Nederland structureel worden misbruikt om fraude en aansprakelijkheid te verhullen. Meer dan de helft van de tussen 2006 en 2023 geturboliquideerde bedrijven pleegde een economisch delict, terwijl bij duizenden bedrijven aanwijzingen bestaan voor zware fraude. De turboliquidatie fungeert daarbij als verdwijntruc: administraties verdwijnen, schuldeisers blijven met lege handen en strafrechtelijke handhaving blijft uit. Bestuurders en katvangers worden veelvuldig ingezet om verantwoordelijkheid af te schuiven, vaak na bestuurswissels vlak voor opheffing. De tijdelijke wet uit 2023 heeft de informatiepositie van schuldeisers nauwelijks verbeterd door gebrek aan controle en handhaving. Publieke schuldeisers lopen jaarlijks grote bedragen mis, terwijl toezicht en strafrecht onvoldoende grip krijgen op dit structurele misbruik.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondervraging van belastende getuigen: van een 75-jarige EVRM-norm naar een piepjonge jurisprudentiële norm in het Unierecht

Het recht van de verdachte om belastende getuigen te ondervragen is expliciet neergelegd in artikel 6 lid 3 onder d Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en maakt tevens deel uit van het algemenere recht op een fair hearing zoals vervat in artikel 6 lid 1 EVRM. In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dit ondervragingsrecht verder ontwikkeld, in het bijzonder door de richtinggevende uitspraken van de Grote Kamer in de zaken Al-Khawaja en Tahery en Schatschaschwili. De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over dit thema verschillende keren aangepast naar aanleiding van de zich ontwikkelende rechtspraak van het EHRM, meest recent naar aanleiding van de Straatsburgse ‘veroordeling’ van Nederland in de zaak Keskin. Ook in aanhangige wetgeving is de Straatsburgse invloed op dit terrein waarneembaar. In artikel 4.3.11 lid 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een bewijsregel opgenomen die aansluit bij de uitgangspunten die het EHRM hanteert: het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan, kan niet in beslissende mate steunen op mededelingen van een persoon die de verdachte niet heeft kunnen ondervragen, tenzij het recht op een eerlijk proces daardoor niet wordt geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^