EHRM over F.B. en Anderen t. Nederland: Nederlands herbeoordelingsstelsel voor levenslanggestraften voldoet aan artikel 3 EVRM

Het EHRM heeft op 21 april 2026 in F.B. en Anderen t. Nederland unaniem geoordeeld dat het Nederlandse herbeoordelingsstelsel voor levenslanggestraften niet in strijd is met artikel 3 EVRM. Het Hof acht het stelsel, zoals ingericht met het Besluit Adviescollege levenslanggestraften en aangepast per 1 juli 2023, voldoende duidelijk en omgeven met procedurele waarborgen. Beslissingen van de minister in de ambtshalve gratieprocedure en bij toelating tot de re-integratiefase moeten worden gemotiveerd en kunnen door de civiele rechter worden getoetst. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat drie levenslanggestraften zijn toegelaten tot de re-integratiefase en dat op 25 oktober 2023 één keer gratie is verleend, waardoor niet gezegd kan worden dat de straf in de praktijk nooit wordt verkort. Het Hof laat uitdrukkelijk ruimte voor verdere procedurele verfijning, onder meer via het aangekondigde wetsvoorstel voor rechterlijke voorwaardelijke invrijheidstelling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EncroChat-data uit een JIT: Hoge Raad scherpt toetsingskader aan na arrest Hof van Justitie

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:650

De Hoge Raad scherpt het toetsingskader voor EncroChat-bewijs aan in het licht van HvJ EU 30 april 2024, C-670/22. Artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU strekt niet alleen tot bescherming van staatssoevereiniteit, maar ook van de rechten van afgetapte gebruikers, waarmee rechtsoverweging 6.23.4 van ECLI:NL:HR:2023:913 wordt bijgesteld. De voorschriften over het Europees onderzoeksbevel zijn niet van toepassing op bewijsvergaring en uitwisseling binnen een gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT) tussen Nederland en Frankrijk. Omdat de Nederlandse rechter-commissaris vooraf een gecombineerde 126uba- en 126t-machtiging verleende en Nederland via de JIT op de hoogte was van de interceptie van EncroChat-toestellen op Nederlands grondgebied, is van onregelmatigheden geen sprake. De straf wordt wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie verminderd van zes jaren en negen maanden naar zes jaren en vijf maanden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zes verdachten gedagvaard voor Landgericht Berlijn in EPPO-onderzoek naar btw-fraude met designerbrandstoffen

Het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO) heeft op 27 maart 2026 vanuit het kantoor in Berlijn een tenlastelegging ingediend tegen zes verdachten bij het Landgericht Berlijn. De zaak maakt deel uit van het lopende onderzoek met de codenaam 'Water into Wine', dat zich richt op een omvangrijke btw-fraudeconstructie rondom de verkoop van diesel. Het betreft de tweede tenlastelegging in het onderzoek. Onder de verdachten bevinden zich twee directeuren van een oliehandel in Noord-Beieren, twee advocaten, een belastingadviseur en een kantoormanager. De tenlastegelegde feiten omvatten, afhankelijk van de individuele rol, belastingontduiking, deelname aan een criminele organisatie, verduistering (Untreue), faillissementsdelicten en belemmering van de rechtsgang.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The European Protection Order

In March 2010, the authors were both appointed as rapporteurs of the draft Directive of the Council and the European Parliament on the European Protection Order (hereinafter EPO). This initiative was led by the Spanish Presidency, which found enough support within the Member States to activate the new powers conferred by the Lisbon Treaty in criminal matters. This proposal legally emerged from the Stockholm Programme guidelines adopted by the European Council on December 2009, which is a 5-year plan for the EU to settle on a common policy for justice and home affairs, including fundamental rights and the protection of citizens. These guidelines indicate that the area of freedom, security and justice must, above all, be a single area where fundamental rights and freedoms are protected. Moreover, mutual trust between authorities and services in the different Member States is seen as the basis for efficient cooperation in this area and as one of the main challenges in the future. Judicial cooperation in general, especially in criminal matters, is one of the pillars enabling mutual trust and, according to Art. 82(1) of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU), shall be based on the principle of mutual recognition of judgements and judicial decisions.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Different Implementations of Mutual Recognition Framework Decisions

This article focuses on the different implementation solutions of mutual recognition framework decisions, based on a study of the first four framework decisions and their implementation in the Nordic Member States. The Lisbon Treaty changed the environment of EU criminal law and explicitly mentions mutual recognition in Art. 82(1) TFEU. This article also briefly analyses the change towards using either directives or regulations as mutual recognition instruments.Through transformation, the most commonly used form of implementation, the framework decisions are transformed into national legislation and into some of the rules on cooperation in criminal matters in the respective national legal systems. Transformation entails modifying other relevant national legislation to correspond with the implementing national legislation.

Read More
Print Friendly and PDF ^