De publicatie Online doorpakken of doormodderen? (Politiekunde 136, juli 2026) onderzoekt hoe politiebasisteams hun medewerkers kunnen voorbereiden op een grotere rol in de lokale aanpak van online criminaliteit. Het onderzoek combineert 33 interviews in twee basisteams, een landelijke vragenlijst onder 276 basisteammedewerkers, ontwerponderzoek naar lokale interventies en tien interviews met experts. Medewerkers vinden opsporing, nazorg, verstoring en preventie allemaal taken van het basisteam, terwijl in de praktijk vooral nazorg aan slachtoffers wordt verleend. Zij noemen capaciteitsproblemen, een lage motivatie en tekorten aan kennis, onder meer over bevoegdheden voor digitale opsporing, als knelpunten. In één basisteam is door weerstand op de werkvloer geen interventie van de grond gekomen. De onderzoekers bevelen aan de aanpak van eenvoudige online criminaliteit verplicht te stellen voor basisteams en in te zetten op praktijkgericht leren.
Europol heeft in oktober 2026 het rapport Digital forensics: gap analysis gepubliceerd, een analyse van de digitaal-forensische capaciteit van opsporingsdiensten in de EU-lidstaten. De analyse is gecoördineerd door de Europese Commissie in samenwerking met Europol en volgt uit de Roadmap for lawful and effective access to data for law enforcement van 24 juni 2025. Volgens het rapport hebben Europese bedrijven een klein aandeel in de markt voor commerciële forensische tools, ontbreekt een standaard dataformaat en verschillen validatiepraktijken per lidstaat. Het rapport beveelt onder meer aan dat de Europese Unie de oprichting van een onafhankelijke testinstantie voor forensische tools overweegt. Bij cryptovaluta wijst het rapport op afhankelijkheid van Amerikaanse leveranciers en op zaken waarin de rechter onvoldoende betrouwbaar bewijs aanwezig achtte, waarvan twee in Frankrijk. Voor de inzet van AI in forensisch onderzoek stelt het rapport eisen aan logging, reproduceerbaarheid en menselijke verificatie, met verwijzing naar de AI-verordening en de AVG.
Rechtbank Limburg 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:11142
De rechtbank Limburg veroordeelt een in 2000 geboren man tot een gevangenisstraf van 42 maanden voor zijn aandeel in bankhelpdeskfraude, die in 2022 onder meer werd gepleegd vanuit een vakantiehuis dat als callcenter was ingericht. Bewezen worden het meermaals medeplegen van computervredebreuk, oplichting en gekwalificeerde diefstal, een poging tot gekwalificeerde diefstal en het medeplegen van het voorhanden hebben van leadslijsten met persoonsgegevens. De verdediging betwist dat de verdachte medepleger is, maar de rechtbank leidt uit chatberichten, een door hem beheerd spoofaccount en afbeeldingen op zijn telefoons een aansturende en coördinerende rol af. Het onderzoek aan zijn telefoons zonder voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris levert achteraf bezien een vormverzuim op, waaraan de rechtbank geen rechtsgevolg verbindt. De officier van justitie eist zes jaar gevangenisstraf, maar de rechtbank blijft daaronder, onder meer vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met negentien maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen worden grotendeels toegewezen, waarbij de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ook oplegt ten behoeve van vier banken die hun klanten uit coulance schadeloos hebben gesteld.
De Universiteit Leiden kondigde voor 7 oktober 2026 de verdediging aan van het proefschrift van criminoloog Sifra Matthijsse over slachtofferschap van ransomware. Het onderzoek beschrijft hoe ransomware-aanvallen verlopen, hoe daders en slachtoffers met elkaar onderhandelen en hoe slachtoffers beslissen over betalen en melden. Volgens het onderzoek besteedt de kerngroep die de malware ontwikkelt de uitvoering steeds vaker uit aan affiliates, en wordt toegang tot systemen ingekocht bij gespecialiseerde partijen. In een fictief scenario zegt ongeveer 92 procent van de ondernemers contact op te nemen met de politie, terwijl ongeveer 18 procent van de ondernemers die daadwerkelijk slachtoffer werden dat deed. Het Jaarbeeld Ransomware 2025 telt 65 ransomware-incidenten waarvan in 2025 aangifte bij de politie is gedaan. Het universiteitsbericht verwijst ook naar de publiek-private samenwerking in Project Melissa en naar de actie van de politie tegen de ransomwaregroep DeadBolt in 2022.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6592
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden berecht na terugwijzing door de Hoge Raad opnieuw een drugszaak waarin de smartphones van de verdachte zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris zijn doorzocht. Het hof oordeelt dat het onderzoek aan de telefoons een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opleverde en dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Bewijsuitsluiting volgt niet, ook niet op grond van het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel, omdat de telefoongegevens volgens het hof niet van doorslaggevende betekenis zijn naast de tapgesprekken en de verklaringen van afnemers. Het hof verklaart deelneming aan een criminele organisatie gericht op handel in harddrugs, medeplegen van cocaïnehandel, het aanwezig hebben van ruim 109 gram cocaïne en eenvoudig witwassen van € 3.750 bewezen. Volgens het hof gaf de verdachte leiding aan de organisatie en liet hij tijdens zijn verblijven in Brazilië zijn zus voor hem waarnemen. Wegens het vormverzuim brengt het hof twee maanden in mindering op de als passend beschouwde straf en legt het een gevangenisstraf van 46 maanden op, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk.
Hoge Raad 6 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1615
De Hoge Raad behandelt prejudiciële vragen van de rechter-commissaris in de rechtbank Oost-Brabant over het maken van een kopie van de inhoud van een inbeslaggenomen smartphone zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris. Centraal staat het arrest van het Hof van Justitie in de zaak CG/Landeck, dat voorafgaande toetsing door een rechter of een onafhankelijk bestuursorgaan eist als toegang tot persoonsgegevens het risico van een ernstige of zeer ernstige inmenging in de grondrechten meebrengt. Volgens de Hoge Raad laat die rechtspraak twee lezingen toe over het moment waarop dat risico ontstaat, en daarom stelt hij zelf een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. In verband met lopende strafzaken geeft de Hoge Raad een voorlopig oordeel: een werkwijze waarbij politie en justitie bij wijze van bevriezingsmaatregel zonder voorafgaande machtiging een kopie van de inhoud maken, is niet onverenigbaar met het Unierecht.
Een reëel risico op een ernstige inmenging ontstaat naar dat voorlopige oordeel pas wanneer een opsporingsambtenaar daadwerkelijk inhoudelijk kennis kan nemen van de gegevens. De Hoge Raad gaat ook in op de verbalisering van de inrichting en omvang van het onderzoek en op een mogelijke aanwijzing van het Openbaar Ministerie, en houdt iedere verdere beslissing aan.
Tilburg University heeft eind september 2026 de Strategische Reflectie "Grip op digitale dreiging: De opsporing en vervolging van cybercrime" van onderzoeker Marc van der Ham gepubliceerd, de vierde uitgave in de reeks van het project CoSPIRIT. De reflectie richt zich op target-cybercrime, waarbij ICT-systemen zelf het doelwit zijn, en op de zwaarste verschijningsvorm daarvan, die de auteur ontwrichtende cybercrime noemt. Centraal staan drie beleidsontwikkelingen: de institutionalisering van publiek-private samenwerking, de aanpak van bad hosting en doorverkoopketens, en de grensoverschrijdende verkrijging van digitaal bewijs onder het e-evidence-pakket. De publicatie beschrijft dat de samenwerking binnen Project Melissa en het Programma Cyclotron op convenanten rust, waarbij publieke partijen verwerken op grond van een wettelijke taak en private partijen op grond van een gerechtvaardigd belang. Voor de hostingsector verkent de reflectie een sectorale identificatieplicht naar het model van het cliëntenonderzoek onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, met een bewaarplicht die beperkt blijft tot identificerende gegevens. De vijf strategische aandachtspunten betreffen melding van ransomware-incidenten richting de opsporing, wettelijke identificatie- en bewaarverplichtingen, Europese en mondiale samenwerking, een gedifferentieerde aanpak per type cybercrime en een normenkader voor kunstmatige intelligentie in de strafrechtketen.
Het rapport Van ‘brand meester’ naar ‘brandveilig’ van de Commissie evaluatie ICT-inbreuk Openbaar Ministerie is op 8 oktober 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. De commissie onder voorzitterschap van Jaap Smit onderzocht de inbreuk via een zero-day-kwetsbaarheid in de Citrix NetScaler-omgeving van het OM in de zomer van 2025. Zij concludeert dat het besluit van 17 juli 2025 om de interne systemen los te koppelen van het internet begrijpelijk en verstandig was. Volgens de commissie was de beveiliging van de ICT-systemen voorafgaand aan de inbreuk onvoldoende, onder meer doordat monitoring op de kantoorautomatisering ontbrak. Het College van procureurs-generaal onderschrijft dat die monitoring eerder op orde had moeten zijn en kondigt een onafhankelijke reviewboard met externe deskundigen aan. Het rapport sluit af met lessen voor het OM en de strafrechtketen, waaronder een gezamenlijk continuïteitsplan en meer afstemming tussen de IV-organisaties van ketenpartners.
