Artikel: Wanneer ontbrekende veiligheidsstudies Seveso-veiligheid tot een directierisico maken

Een directeur is niet strafbaar omdat hij directeur is, maar bij een Seveso-inrichting kan niet ingrijpen strafrechtelijk persoonlijk worden. Een bedrijf én zijn directeur werden veroordeeld omdat voor ongeveer 75% van de 246 installaties geen of onvoldoende veiligheidsstudies waren uitgevoerd. Na een explosie en brand met ethyleenoxide bleek dat gevaren niet systematisch waren geïdentificeerd. De Hoge Raad oordeelde dat een veiligheidsstudie geen papieren bijlage is, maar de basis voor risicobeheersing. De directeur was bevoegd om in te grijpen, wist van de tekortkomingen en liet de inrichting doordraaien. Het bedrijf kreeg 180.000 euro boete, de directeur een taakstraf van 60 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Collection of Evidence by OLAF and its Transmission to the National Judicial Authorities

OLAF, het Europees antifraudebureau, voert administratieve onderzoeken uit naar fraude, corruptie en onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU schaden. Het verzamelt bewijs via inspecties, controles ter plaatse, verhoren en forensisch onderzoek, maar is geen politie- of vervolgingsdienst. De eindrapporten bevatten alleen aanbevelingen en hebben geen bindend rechtsgevolg; de nationale autoriteiten beslissen zelf over strafvervolging. Bij interne onderzoeken is OLAF verplicht informatie door te geven aan de nationale justitie, bij externe onderzoeken is dat een bevoegdheid. De versnipperde uitvoering over de lidstaten leidt tot ongelijke uitkomsten en voedt het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Europees bewijsverkrijgingsbevel en de toekomst van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

De auteur betoogt dat het Europees bewijsverkrijgingsbevel nationale onderzoeken ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie kan versnellen, doordat de wetgever een ruime reeks samenhangende strafbare feiten heeft opgenomen die zijn vrijgesteld van de toets van dubbele strafbaarheid. Bewijs moet binnen zestig dagen na ontvangst worden geleverd. Het bevel bestrijkt echter een beperkt soort bewijs; voor ruimere en snellere uitwisseling zijn aanvullende instrumenten van wederzijdse erkenning nodig. OLAF zou gebaat zijn bij monitoring van het bevel en vergelijkbare instrumenten, om het gebruik, de knelpunten in de praktijk en de grenzen van wederzijdse erkenning in kaart te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De ontvankelijkheid van ngo's in artikel 12 Sv-klachten

Shell wordt ook in Nederland niet vervolgd voor strafbare feiten rond de aankoop van het olieblok OPL245 in Nigeria. Drie ngo's dienden tegen die sepotbeslissing een artikel 12 Sv-klacht in bij het hof Den Haag. Het hof verklaarde hen deels ontvankelijk, maar wees het beklag af wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel. Interessant is vooral de ontvankelijkheidsbeslissing: het hof merkte de ngo's aan als rechtstreeks belanghebbenden, ook voor algemenere feiten die niet uitdrukkelijk uit hun statuten volgen. Daarmee lijken de ontvankelijkheidseisen voor ngo's in dit soort procedures minder strikt dan voorheen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Elk voordeel heeft zijn nadeel: profijtontneming en het fiscale mechanisme

De Hoge Raad oordeelde op 31 maart 2026 dat bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening hoeft te worden gehouden met dividendbelasting wanneer vaststaat dat die belasting niet is afgedragen. In deze zaak werd het voordeel uit de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen volledig toegerekend aan de bestuurder en indirect aandeelhouder van de betrokken bv. A-G Aben ontwikkelde een driedeling voor de toerekening van corporatief voordeel aan een natuurlijke persoon, maar de Hoge Raad liet die dogmatische vragen onbeantwoord. De spanning tussen ontneming en fiscaliteit, eerder gesignaleerd in 2012, blijft daarmee onverminderd actueel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Over de grenzen van vergunde vervuiling

Wie handelt conform een vergunning, hoeft zich in beginsel geen zorgen te maken over strafrechtelijke aansprakelijkheid. Deze vrijwarende werking van de vergunning is echter niet absoluut. De herziene EU-richtlijn milieucriminaliteit verplicht lidstaten strafrechtelijke aansprakelijkheid mogelijk te maken indien de vergunning in strijd is met materiële wettelijke vereisten of op frauduleuze wijze is verkregen. Door de in het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn voorgestelde ruime interpretatie van het bestanddeel 'wederrechtelijk' zal strafrechtelijke aansprakelijkheid mogelijk vaker aan de orde zijn. Tegelijkertijd lijkt de Nederlandse wetgever met betrekking tot de frauduleus verkregen vergunning een te strenge maatstaf te hanteren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Sanctietoemeting in milieustrafzaken: van enkel een moreel verwijtbaarheidsoordeel naar meer rationele gedragssturing

Het streven om milieucriminaliteit, overeenkomstig de herziene EU-richtlijn, meer doeltreffend, meer evenredig en meer afschrikwekkend te sanctioneren, vraagt om een reflectie op het waarom en hoe van straffen. Welke preventieve, herstelgerichte en expressieve functies zouden bij de strafoplegging moeten worden nagestreefd? Een op preventie gericht milieustrafrecht lijkt te vragen om een rationeel, economisch onderbouwd en gedragsgericht systeem. Ervaringen in andere landen laten zien dat een dergelijk systeem juridisch en praktisch haalbaar is, terwijl ook de reparative en restorative justice praktijken die daar worden toegepast aanknopingspunten bieden voor een nieuwe benadering in het Nederlandse milieustrafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De bescherming van het klimaat door de richtlijn milieucriminaliteit

In mei 2024 trad de Environmental Crime Directive (ECD 2024) in werking. De richtlijn is het resultaat van de evaluatie en herziening van de Environmental Crime Directive van 2008 (ECD 2008). Deze bijdrage laat zien dat de ECD 2024 meer is dan een technische herziening van de ECD 2008 door de volgende hypothese te toetsen: de ECD 2024 kent een klimaatperspectief, in die zin dat deze vanwege haar beleidsmatige inbedding, doelstellingen en tekst ruimte biedt om klimaatschade veroorzakende gedragingen strafrechtelijk te adresseren. Deze hypothese wordt getoetst aan de hand van de beleidscontext en hoofddoelstelling van de ECD 2024, evenals het begrip ecosystemen en verschillende milieudelicten en strafverzwarende omstandigheden uit de richtlijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zonder duidelijk doel geen winst: de knelpunten van de nieuwe strafbaarstellingen in 173c en 173d Sr

Sinds 11 april 2024 geldt de herziene EU-Richtlijn Milieucriminaliteit, die lidstaten verplicht ernstige milieudelicten strafbaar te stellen. Nederland implementeert twee nieuwe delicten in de artikelen 173c (opzet) en 173d (culpa) Sr: het verkopen of te koop aanbieden van waren waarvan grootschalig gebruik leidt tot schadelijke emissies. De auteurs betwijfelen of deze strafbaarstellingen het beoogde doel halen of vooral een symbolische functie krijgen. Zij wijzen op een ontbrekende doelstelling, geobjectiveerde gevolgen die wringen met het legaliteitsbeginsel, een onduidelijke normadressaat, zware bewijsproblemen rond causaliteit en strafmaxima die buitengerechtelijke afdoening uitsluiten. Zij sluiten af met aanbevelingen voor een eventuele herziening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Green Deal voor de omnibus gegooid

De EU presenteerde de Green Deal in 2019 als vlaggenschip richting een klimaatneutrale toekomst. Inmiddels klinkt discussie over vermeende aantasting van het Europese concurrentievermogen door de regeldruk die de Green Deal teweegbrengt. Onderdelen van de Green Deal zijn nodeloos ingewikkeld. Een versimpeling ervan had het bedrijfsleven en de duurzaamheidstransitie ten goede kunnen komen. Inmiddels is echter sprake van een deregulering die de kern van het Europese duurzaamheidsbeleid aantast.

Read More
Print Friendly and PDF ^