Het FIOD-jaarverslag 2025 is op 20 mei 2026 gepubliceerd en beschrijft een organisatie die overstapt op thema- en fenomeengericht werken met landelijke sturing. In 2025 zijn 424 processen-verbaal ingeleverd bij het OM en is voor €152,53 miljoen aan beslag gelegd, met een berechtingsresultaat van 91 procent. Het verslag laat zien hoe de FIOD strafrechtelijke inzet steeds vaker afweegt tegen bestuursrechtelijke en preventieve interventies. Samenwerking met toezichthouders, ketenpartners en internationale diensten vormt de rode draad. Digitalisering, het verschoningsrecht en de implementatie van nieuwe wetgeving worden door de FIOD aangemerkt als de belangrijkste opgaven voor de komende jaren.
De Duitse ministerraad heeft een wetsontwerp aangenomen dat de maximumboete voor ondernemingen verviervoudigt: van tien naar veertig miljoen euro bij opzet, en van vijf naar twintig miljoen euro bij onachtzaamheid. Aanleiding is de implementatie van de Europese milieurichtlijn (EU) 2024/1203, maar Duitsland gaat verder dan de richtlijn vereist en past de verhoging toe op alle delicten, dus ook fraude, corruptie en witwassen. Daarnaast worden voor het eerst de criteria voor de straftoemeting van de ondernemingsboete wettelijk vastgelegd: de ernst van het feit, het verwijt aan de onderneming en haar economische omstandigheden. Het Duitse stelsel blijft formeel bestuursrechtelijk, want Duitsland kent geen volwaardig ondernemingsstrafrecht zoals Nederland dat heeft via artikel 51 Sr. Voor Nederlandse ondernemingen met activiteiten in Duitsland, en hun adviseurs, verschuift het sanctiekader hierdoor aanzienlijk.
Voormalig PNF-chef Jean-François Bohnert noemde in een GIR-interview van 8 mei 2026 de in maart 2025 opgerichte International Anti-Corruption Prosecutorial Taskforce een "indirect answer" op de Amerikaanse FCPA-pauze. Dat is een opvallende nuance, want bij de aankondiging stelde SFO-directeur Ephgrave nadrukkelijk dat het initiatief géén reactie op de FCPA-pauze was. De taskforce, een samenwerking tussen SFO, PNF en de Zwitserse OAG, ontstond ruim een maand na Trumps Executive Order 14209 die FCPA-handhaving voor 180 dagen opschortte. Onder de herziene FCPA-richtsnoeren van juni 2025 hanteert het DOJ duidelijk versmalde prioriteiten, gericht op Amerikaanse belangen en kartel-/TCO-gerelateerde zaken. Voor de Europese praktijk betekent dit dat ondernemingen met activiteiten in het VK, Frankrijk of Zwitserland zich niet langer uitsluitend op FCPA-normen kunnen verlaten, terwijl aansluiting van andere "like-minded agencies" zoals het Nederlandse OM of de FIOD nog openstaat.
Het OM Jaarbericht 2025 laat vier opvallende bewegingen zien: de FP-uitspraken in ondermijningszaken voor het aandachtsgebied fraude zijn in vijf jaar tijd meer dan gehalveerd (van 326 naar 132), terwijl milieu structureel doorgroeit naar 109 en voor het eerst een aparte categorie 'criminele geldstromen' verschijnt. Witwassen zit weer in beweging, vooral via de arrondissementsparketten (168 naar 186) en in mindere mate via het Landelijk Parket (26 naar 24). De grootste verschuiving zit echter in de afdoeningsmodaliteiten: nul hoge transacties via de Toetsingscommissie, de transactie als zelfstandige route gedaald tot een historisch dieptepunt van 700, terwijl het OM tegelijkertijd de zwaarste fraudezaak van het jaar (Morgan Stanley, 101 miljoen euro voor dividendstripping) via twee OM-strafbeschikkingen afdoet en sinds februari 2025 een tijdelijke instructie geldt om vermogensdelicten standaard via strafbeschikking af te handelen. Het ontnemen daalde verder in aantal vorderingen (van 990 naar 780) maar leverde fors meer op: de incasso steeg van 99 naar 170 miljoen euro en het beslag van 410 naar 443 miljoen euro. Per saldo tekent zich een stille verschuiving af van transactie naar strafbeschikking als modaliteit voor zware zaken, met andere waarborgen, andere transparantie en een uitgeschakelde rol voor de Toetsingscommissie Hoge Transacties.
Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2732 (de BOA) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (de opdrachtgever).
De rechtbank veroordeelt een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeenten Helmond en Meierijstad en zijn opdrachtgever voor omkoping rondom illegale kentekenbevragingen. De boa heeft tegen betaling van € 20 tot € 30 per kenteken vertrouwelijke gegevens in gemeentelijke applicaties geraadpleegd en deze aan zijn opdrachtgever verstrekt. De opdrachtgever heeft die gegevens via Telegramgroepen voor € 80 per kenteken aan derden aangeboden. De rechtbank kwalificeert ook de bevragingen tijdens werktijd als computervredebreuk, omdat de boa zijn autorisatie heeft misbruikt en zijn inloggegevens daarmee op die momenten als valse sleutel hebben te gelden. De boa krijgt vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk en een ambtsverbod van vijf jaren. De opdrachtgever krijgt twaalf maanden waarvan vier voorwaardelijk, mede vanwege het voorhanden hebben van een gasdrukpistool.
De rechtbank Rotterdam heeft een onderzoeksbureau veroordeeld tot € 29.302,09 schadevergoeding en intrekking van zijn klachtonderzoeksrapport, op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag (max. € 100.000). Het bureau handelde onrechtmatig door klager en aangeklaagde niet in elkaars aanwezigheid te horen en door conclusies te baseren op niet-onderbouwde persoonsbeelden. De vermogensschade is begroot via de leer van de kansschade (Deloitte/Hassink): een geschatte kans van 15% dat een rechtmatig onderzoek het ontbindingsverzoek had voorkomen. Daarnaast is € 2.500 immateriële schade toegekend wegens aantasting in de persoon (art. 6:106 BW). Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk bevestigt het vonnis dat onderzoeksbureaus civielrechtelijk aansprakelijk zijn als hun klachten- of integriteitsonderzoek de zorgvuldigheidsnorm schendt.
Op 29 april 2026 heeft de Crime and Policing Act 2026 in het Verenigd Koninkrijk Royal Assent ontvangen, waarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen aanzienlijk wordt verbreed. De wet vervangt de regeling uit de Economic Crime and Corporate Transparency Act 2023, die senior manager-aansprakelijkheid beperkte tot een limitatieve lijst economische delicten, en past die toerekeningsroute voortaan toe op élk strafbaar feit. Een onderneming kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden zodra een senior manager, zoals gedefinieerd in de Corporate Manslaughter and Corporate Homicide Act 2007, binnen de actuele of schijnbare reikwijdte van zijn bevoegdheid een delict pleegt. Anders dan bij de "failure to prevent"-delicten in de Bribery Act 2010 en Criminal Finances Act 2017 kent de regeling geen wettelijk adequate procedures-verweer, al kan de effectiviteit van compliance-programma's wel meewegen bij het public interest-criterium en de straftoemeting. De relevante bepaling treedt naar verwachting op 29 juni 2026 in werking en raakt onder meer milieudelicten, computermisbruik, datamisbruik en mensenhandel.
De tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering, op 7 mei 2026 in consultatie gegaan, herziet de regeling van het functioneel verschoningsrecht in Boek 2, Hoofdstukken 7 en 8, Boek 4, Hoofdstuk 3 en Boek 6, Hoofdstuk 4. Aanleiding zijn de prejudiciële beslissing HR 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:375), het WODC-rapport van december 2025 en een klemmend beroep van ketenorganisaties op de wetgever om de praktijkproblemen rond filtering en beklag aan te pakken. Centraal staat een andere benadering van het redelijk vermoeden: dat wordt niet langer betrokken op de bulk als geheel, maar op specifieke gegevens, zodat behoedzame kennisneming van de bulk in beginsel mogelijk blijft. De filtering komt primair onder leiding van de officier van justitie (artikel 2.7.61b); de rechter-commissaris beslist alleen over kennisneming wanneer ten aanzien van specifieke gegevens een redelijk vermoeden bestaat (artikelen 2.7.61a en 2.7.62), waarbij vermoedelijk geprivilegieerde gegevens niet automatisch worden vernietigd maar bewaard (artikel 2.7.62b). Daarnaast voorziet het voorstel in specifieke waarborgen voor heimelijke bevoegdheden (artikelen 2.8.3a tot en met 2.8.3c) en in een nieuwe beklagprocedure in Boek 6 (artikelen 6.4.11a tot en met 6.4.11f).
