Rechtbank Oost-Brabant 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4374
De rechtbank veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van valsheid in geschrift en spreekt hem vrij van passieve niet-ambtelijke omkoping. De verdachte laat vanuit zijn persoonlijke holding twee valse facturen sturen aan de onderneming van zijn medeverdachte, voor in totaal ruim € 100.000, zonder dat daar werkzaamheden tegenover staan. Het geld is afkomstig van de onderneming waarvan de verdachte zelf mede-eigenaar is, vlak voordat deze wordt verkocht. De rechtbank oordeelt dat de betalingen geen giften of beloften in de zin van artikel 328ter Sr zijn, maar zelfverrijking ten koste van de eigen onderneming. De facturen zijn valselijk opgemaakt omdat de vermelde werkzaamheden en specificatie ontbreken. De rechtbank legt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis, mede wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Rechtbank Amsterdam (rechter-commissaris) 1 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6056
De rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam wijst de verzoeken van de verdediging om toegang op afstand tot een FIOD-dataroom af. In een strafzaak tegen een in het buitenland wonende verdachte vraagt de verdediging digitale toegang tot alle in het onderzoek vergaarde data die geen deel uitmaken van het procesdossier. De rechter-commissaris neemt op grond van de onderbouwde stelling van de officieren van justitie aan dat toegang op afstand tot de applicatie FTK/AdLab niet mogelijk is zonder serieuze risico's voor de veiligheid en vertrouwelijkheid van de gegevens. Daarnaast miskent het verzoek het systeem van artikel 34 Sv, dat een getrapte volgorde voorschrijft van eerst inzien en dan verstrekken. Digitale toegang op afstand komt neer op het in een klap verstrekken van alle data zonder onderbouwing, wat op gespannen voet staat met de wettelijke regeling. Ook de verzoeken over het fiscale dossier en de vaststellingsovereenkomst wijst de rechter-commissaris af of acht zij zonder belang.
Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1007 en ECLI:NL:HR:2026:1008
De Hoge Raad verklaart in twee samenhangende beschikkingen de cassatieberoepen van een verdachte en zijn bedrijf niet-ontvankelijk in een beklagzaak over de inbeslagneming van een samenwerkingsovereenkomst. Het beslag vindt plaats in het strafrechtelijk onderzoek Charlton naar niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen rond de bemiddeling in tijdelijke opvanglocaties voor asielzoekers voor het COA. De rechter-commissaris geeft de overeenkomst vrij aan het onderzoeksteam, waarna de rechtbank Amsterdam de klagers niet-ontvankelijk verklaart omdat zij geen verschoningsgerechtigden zijn. Op grond van art. 98 lid 4 Sv staat het beklag tegen de beschikking van de rechter-commissaris uitsluitend open voor de verschoningsgerechtigde zelf. Het advocatenkantoor dat de overeenkomst opstelde heeft geen klaagschrift ingediend en heeft zich niet op zijn verschoningsrecht beroepen, zodat ook het beklag tegen de inbeslagneming niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat het aan de geheimhouder zelf is om zich op zijn verschoningsrecht te beroepen en dat de rechtbank de uitkomst van de tuchtprocedure tegen het kantoor niet hoefde af te wachten.
De Britse Serious Fraud Office heeft op 22 juni 2026 bekendgemaakt dat zij een strafrechtelijk onderzoek voert naar Internet Mobile Communications Limited, een in 2024 ingestort telecombedrijf uit Chelmsford. Het onderzoek richt zich op verdenkingen van fraude, valsheid in geschrifte en witwassen rond een platform dat ruim twaalf jaar lang internationaal telecomdiensten verhandelde. De SFO werkt samen met het parket van de District Attorney van New York County, dat een parallel onderzoek uitvoert onder leiding van Alvin Bragg. Eerder deze maand hoorde de SFO een man van in de zestig als verdachte. De zaak draait om grensoverschrijdende handhaving van financieel-economische criminaliteit door Britse en Amerikaanse autoriteiten. Beide onderzoeken bevinden zich in het opsporingsstadium en er zijn nog geen vervolgingsbeslissingen bekendgemaakt.
Een jury van het Southwark Crown Court in Londen heeft op 17 juni 2026 voormalig Nigeriaans minister van Petroleumzaken Diezani Alison-Madueke vrijgesproken van alle zes aanklachten van omkoping. Het ging om vijf tenlasteleggingen van het aannemen van steekpenningen en een van samenspanning tot omkoping, na een onderzoek van de National Crime Agency dat ruim tien jaar eerder was begonnen. De jury kwam na meer dan 46 uur beraad tot unanieme vrijspraken. Ook de medeverdachten, olie-executive Olatimbo Ayinde en haar broer Doye Agama, werden van alle aanklachten vrijgesproken. De aanklager stelde dat Alison-Madueke tussen 2010 en 2015 luxe voordelen ontving van figuren uit de olie- en gassector, terwijl de verdediging aanvoerde dat betalingen werden terugbetaald of door de Nigeriaanse staat werden gedragen. Met de vrijspraak eindigt de Britse strafzaak, terwijl civielrechtelijke ontnemingsprocedures in andere jurisdicties doorlopen.
Uit de analyses van Stibbe blijkt dat de werkwijzen van ACM en AP voor de omgang met het verschoningsrecht in strijd zijn met wet en rechtspraak. De maatstaf komt uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 maart 2024 in de Box-zaak: de overheid moet inbreuken voorkomen en de rechter-commissaris filtert wanneer dat niet zonder kennisneming kan. Beide toezichthouders laten de beoordeling over aan een eigen functionaris verschoningsrecht, met een gefaseerde claimprocedure en een afgeschermde omgeving. Uit de analyses blijkt onder meer dat rechterlijke betrokkenheid ontbreekt, dat een werknemer van de toezichthouder niet onafhankelijk is, en dat onmiddellijke vernietiging niet is geregeld.
De Italiaanse Corte di Cassazione heeft op 18 juni 2026 de Milanese officieren van justitie Fabio De Pasquale en Sergio Spadaro vrijgesproken in de zaak rond Eni en Nigeria. Beiden waren in eerste aanleg en in hoger beroep in Brescia veroordeeld tot acht maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens rifiuto di atti d'ufficio. De aanklacht hield in dat zij stukken die gunstig konden zijn voor de verdediging niet hadden ingebracht in het corruptieproces tegen Eni en Shell. De hoogste Italiaanse rechter vernietigde de veroordeling zonder terugwijzing met de formule perché il fatto non sussiste. Het onderliggende proces over de verwerving van het olieveld OPL 245 eindigde in maart 2021 met vrijspraak van alle verdachten. De procureur-generaal bij de Corte di Cassazione had eveneens om volledige vrijspraak gevraagd.
While the new reality in America is that people are no longer surprised to see their President return from a government trip to Qatar with a Boeing worth millions for his personal use, is there hope that Europe could become the next leader in the global fight against corruption? Europe has previously championed European values, like privacy, through the GDPR and is also taking on the American tech giants with the Digital Services Act and the AI Act. On March 26, the European Parliament adopted the EU anti-corruption directive, the first EU-wide law to protect our continent against corruption. What does the new directive mean for Europe and the Netherlands?
