Fraud in the Digital Age: aanbevelingen over opsporing, vervolging en bestraffing van fraude in Engeland en Wales

Op 14 juli 2026 heeft het Britse Home Office het rapport Fraud in the Digital Age aan het parlement aangeboden als Command Paper CP 1600. Het gaat om het tweede rapport uit de Independent Review of Disclosure and Fraud Offences, uitgevoerd onder voorzitterschap van Jonathan Fisher KC. Het rapport is gedateerd december 2025, telt 280 pagina's en bevat 47 aanbevelingen. Het onderzoek richt zich op de vraag waarom de strafrechtsketen geen gelijke tred heeft gehouden met frauduleus handelen, en beslaat de gehele keten van melding en detectie tot bestraffing en resocialisatie. Twee aanbevelingen kregen in de Britse vakpers bijzondere aandacht: de openstelling van deferred prosecution agreements voor natuurlijke personen en de invoering van een strafrechtelijke aansprakelijkheid voor aanbieders van gereguleerde user-to-user diensten. Global Investigations Review berichtte dat Londense advocaten verrast reageerden op het voorstel over deferred prosecution agreements en het rapport aanmerkten als een signaal voor ondernemingen en bestuurders. Het is het eerste onafhankelijke onderzoek naar het Britse frauderecht sinds de Fraud Trials Committee onder voorzitterschap van Lord Roskill, die in 1986 rapporteerde.

Opzet en verloop van het onderzoek

Het Home Office stelde de review in oktober 2023 in, als uitvloeisel van de Fraud Strategy van mei 2023. Het onderzoek is in twee delen uitgevoerd. Het eerste deel betrof het openbaarmakingsregime van de Criminal Procedure and Investigations Act 1996 en resulteerde in het rapport Disclosure in the Digital Age, dat in maart 2025 aan het parlement werd aangeboden als CP 1285 en 45 aanbevelingen bevatte.

De terms of reference voor het tweede deel verschenen op 22 april 2025. Fisher begon dit deel in maart 2025 met als opdracht de belemmeringen te onderzoeken bij de detectie, het onderzoek en de vervolging van fraude gepleegd tegen particulieren en ondernemingen; fraude tegen de overheid viel buiten het bereik. In een voortgangsbericht van 26 januari 2026 bevestigde Fisher dat hij het tweede en laatste rapport in december 2025 aan de Home Secretary had aangeboden. Publicatie liet daarna ruim zes maanden op zich wachten; de Financial Times berichtte in februari 2026 dat bewindslieden ervan werden beschuldigd het rapport op de plank te laten liggen.

De cijfermatige onderbouwing

Het rapport gaat uit van 4,1 miljoen fraudedelicten in het jaar tot juni 2025 en stelt dat fraude in Engeland en Wales op korte termijn de helft van alle criminaliteit kan uitmaken. Eén op de veertien volwassenen is slachtoffer, en één op de vier ondernemingen wordt jaarlijks met fraude geconfronteerd. De jaarlijkse schade wordt geraamd op £ 2,3 miljard, waarbij fraude 44% van de door de Crime Survey for England and Wales gemeten criminaliteit beslaat en 80% daarvan digitaal of via internet wordt gefaciliteerd.

De doorlooptijden vormen een tweede pijler onder de bevindingen. Slachtoffers wachten gemiddeld achttien maanden op een vervolgingsbeslissing, bijna acht keer zo lang als in een gemiddelde strafzaak, en een ernstige fraudezaak neemt gemiddeld 442 dagen in beslag vanaf binnenkomst bij de Crown Court tot afronding. Van de gemelde fraudezaken leidt 1% tot een strafrechtelijke afdoening. In het jaar tot maart 2025 werd 13% van de fraudedelicten gemeld; van de circa 299.000 meldingen bij Action Fraud werden er ruim 42.000 doorgezet naar politiekorpsen. Van die doorgezette zaken eindigde 80% zonder verdere actie, waarbij bewijsproblemen en het niet kunnen identificeren van verdachten als voornaamste redenen werden genoemd.

Deferred prosecution agreements voor natuurlijke personen

De aanbeveling die in de Britse berichtgeving het meest werd besproken betreft de uitbreiding van het regime van deferred prosecution agreements. Het rapport beveelt aan het kader voor vroege schuldigverklaringen in complexe fraudezaken te herzien, met versterkte rechterlijke indicaties, hogere strafkortingen bij zeer vroege bekentenissen en prikkels voor snelle betaling van ontnemingsvorderingen. In dat verband stelt Fisher voor deferred prosecution agreements ook voor natuurlijke personen open te stellen, waarbij de opbrengsten terugvloeien naar de strafrechtsketen en een deel wordt geoormerkt voor de handhaving van financieel-economische criminaliteit.

De regeling is nu beperkt tot rechtspersonen. Onder Schedule 17 van de Crime and Courts Act 2013 is een deferred prosecution agreement een overeenkomst tussen een aangewezen aanklager en een rechtspersoon, waarbij de vervolging wordt opgeschort zolang de organisatie voldoet aan afgesproken voorwaarden zoals betaling van een geldboete, kosten of schadevergoeding binnen een bepaalde termijn. De Serious Fraud Office sloot op 1 mei 2026 haar dertiende deferred prosecution agreement, met Ultra Electronics Holdings Ltd; tussen 2014 en juli 2021 werden twaalf overeenkomsten gesloten, goed voor £ 1,7 miljard aan boetes en winstontneming. De Crown Prosecution Service sloot in december 2023 haar eerste en tot dusver enige overeenkomst, met Entain plc.

Uit de vakpers blijkt terughoudendheid over de uitvoerbaarheid. Lloyd Firth, partner bij WilmerHale, liet aan de Law Society Gazette weten dat invoering van deferred prosecution agreements voor natuurlijke personen juridisch, praktisch en politiek moeilijk te realiseren zou zijn. The Law Society Gazette

Aansprakelijkheid van online platforms

Een tweede reeks aanbevelingen betreft de verantwoordelijkheid van digitale dienstverleners. Het rapport stelt vast dat online platforms in aanzienlijke mate frauduleuze inhoud herbergen terwijl zij beperkt aansprakelijk zijn, en dat banken de kosten van schadeloosstelling van slachtoffers dragen. Fisher beveelt aan de bestaande wetgeving uit te breiden naar online platforms wier infrastructuur fraude faciliteert, en een nieuw strafbaar feit voor rechtspersonen in te voeren voor aanbieders van gereguleerde user-to-user services, oftewel diensten waarbij gebruikers onderling inhoud delen zoals gedefinieerd in de Online Safety Act 2023, die nalaten fraude op hun platform te voorkomen.

Daarnaast bepleit het rapport een antifraudeheffing voor aanbieders van digitale en communicatie-infrastructuur, waaronder socialemediaplatforms en online dienstverleners, met opbrengsten die worden geoormerkt voor opsporingscapaciteit, publiekscampagnes en technologische innovatie in fraudedetectie.

Deze voorstellen bouwen voort op een bestaand kader. De invoering van het delict failure to prevent fraud voor grote organisaties onder de Economic Crime and Corporate Transparency Act 2023 wordt in het rapport aangemerkt als een welkome stap die niet ver genoeg gaat. Die strafbaarstelling is neergelegd in section 199 van die wet en trad op 1 september 2025 in werking voor grote organisaties die profiteren of beogen te profiteren van frauduleus handelen. De basisdelicten waarop de strafbaarstelling ziet zijn opgesomd in Schedule 13; de handleiding van het Home Office beschrijft de procedures die organisaties kunnen treffen.

Strafmaxima, satellietdelicten en civielrechtelijke boetes

Fisher acht het wettelijk kader op hoofdlijnen deugdelijk. De Fraud Act 2006 wordt aangemerkt als een robuust en flexibel instrument, en het common law-delict conspiracy to defraud behoudt volgens het rapport zijn betekenis in complexe zaken; beide zouden behouden moeten blijven. Op onderdelen constateert het rapport lacunes en beveelt het gerichte satellietdelicten aan voor faciliterend handelen dat de drempel van volwaardige fraude niet haalt, waaronder summary-only delicten voor identiteitsdiefstal en misbruik van naamswijziging via deed poll.

Voor lichte vormen van witwassen bepleit het rapport een gelaagd handhavingsmodel waarin opsporingsdiensten kunnen kiezen tussen een waarschuwing, een bestuurlijke boete of vervolging op grond van een nieuw summary-only delict, met richtsnoeren voor het herkennen van kwetsbare personen die onder dwang tot het delict zijn gebracht. Kopers van fraudefaciliterende producten zouden een civielrechtelijke boete moeten kunnen krijgen, naar het model van de Public Authorities (Fraud, Error and Recovery) Act 2025. De Regulation of Investigatory Powers Act 2000 zou moeten worden aangepast, onder meer door verduidelijking van het begrip bezit van beschermde informatie en verhoging van het strafmaximum voor bepaalde fraudegerelateerde openbaarmakingsdelicten.

Het strafmaximum voor de ernstigste fraudedelicten en voor witwassen zou volgens het rapport moeten worden verhoogd naar twintig jaar gevangenisstraf. Louise Hodges, partner bij Kingsley Napley, merkte tegenover de Law Society Gazette op dat dit een aanzienlijke wijziging zou betekenen en dat het huidige maximum van tien jaar voor fraude ongemakkelijk verhoudt tot het maximum van veertien jaar voor witwassen, al is volgens haar moeilijk vast te stellen of dat het afschrikwekkend effect heeft ondermijnd. Verder beveelt het rapport aan de extraterritoriale reikwijdte van section 2(3) van de Criminal Justice Act 1987 te herzien, zodat de Serious Fraud Office vorderingen kan uitbrengen aan Britse bestuurders in het buitenland en aan buitenlandse rechtspersonen met voldoende aanknopingspunten met het Verenigd Koninkrijk.

Klokkenluiders, gegevensdeling en bevoegdheden

Het rapport beveelt aan de Serious Fraud Office de bevoegdheid te geven klokkenluiders financieel te belonen, en daarvoor een consultatie te starten over de inrichting van een regeling. Als waarborgen noemt het rapport nieuwe strafbaarstellingen voor het bewust doen van valse meldingen binnen zo'n regeling en voor het lastigvallen of intimideren van klokkenluiders, alsmede de instelling van een onafhankelijk arbitragepanel voor klachten. De Serious Fraud Office verwelkomde de aanbevelingen over klokkenluidersbeloningen.

Gegevensdeling vormt een tweede thema. Fisher bepleit een wettelijk kader voor het delen van inlichtingen binnen publiek-private samenwerkingsverbanden op het terrein van financieel-economische criminaliteit, en in afwachting daarvan één memorandum of understanding tussen overheidsorganen. De regering zou samen met de National Crime Agency en de Information Commissioner's Office richtsnoeren moeten uitbrengen over vrijwillige en gevorderde gegevensdeling, met de bevestiging dat rechtmatige deling geen tipping off oplevert. De Serious Fraud Office zou dezelfde bevoegdheden tot informatiedeling moeten krijgen als de National Crime Agency op grond van section 7 van de Crime and Courts Act 2013. Het rapport stelt daarnaast vast dat de regering geen betrouwbare gegevens bijhoudt over het aantal lopende fraudeonderzoeken bij de opsporingsdiensten en beveelt aan daarvoor een consistente registratiemethode te ontwikkelen.

Juryrechtspraak en de inrichting van fraudezittingen

Fisher pleit voor behoud van juryrechtspraak in complexe zaken en stelt dat jury's het aankunnen wanneer zaken goed worden gemanaged en gepresenteerd. Onder het wetsvoorstel Courts and Tribunals Bill zouden technische en langdurige fraudezaken door een alleensprekende rechter kunnen worden behandeld.

Voor de organisatie van zittingen beveelt het rapport aan het Southwark Protocol uit te breiden naar alle Crown Courts die ernstige fraude en financieel-economische criminaliteit behandelen, en dat protocol vast te leggen in een Judicial Practice Direction met beschermde voorbereidingsdagen voor de zittingsrechter. De rechterlijke opleiding zou moeten worden versterkt met het oog op zaken met grote hoeveelheden digitaal materiaal en op fraude waarbij kunstmatige intelligentie wordt ingezet, en rechters zouden vermogensbestanddelen in fraudezaken in beginsel moeten bevriezen tenzij daar zwaarwegende redenen tegen bestaan. Daarnaast bepleit het rapport pilots met diversieprogramma's en herstelrecht in lichte zaken, en bezinning op civielrechtelijke bevoegdheden van de Crown Court om vennootschappen te ontbinden die voor fraude zijn gebruikt.

Reactie van de regering

In een schriftelijke verklaring van 14 juli 2026 kondigde Lord Hanson of Flint, Minister of State bij het Home Office, de publicatie aan; dezelfde verklaring werd in het Lagerhuis afgelegd door Dame Angela Eagle, Minister of State for Security. De verklaring beschrijft de aanbevelingen als een pleidooi voor een verschuiving van een overwegend reactief en op schadeherstel gericht systeem naar een proactieve, verstorende en preventieve benadering, gegroepeerd rond versterking van vroegtijdige verstoring, publiek-private samenwerking en gegevensdeling, verhoging van corporate accountability, reactie op nieuwe technologieën en snellere en zichtbaarder consequenties voor fraude en fraudefaciliterend handelen.

De verklaring wijst op maatregelen die al lopen, waaronder de Fraud Strategy 2026-2029, de verkenning van civielrechtelijke boetes en internationale sancties tegen buitenlandse actoren, de Global Fraud Summit 2026, de verplichtingen voor technologiebedrijven onder de Online Safety Act 2023 en de oprichting van een Online Crime Centre. Over de aanbevelingen zelf meldt de verklaring dat deze de verantwoordelijkheden van meerdere departementen, diensten en sectoren raken en dat de regering ze zorgvuldig zal bestuderen en op een later moment zal reageren. Op dezelfde dag publiceerde het Home Office de beleidsreactie op het eerste deel van de review, onder de titel Modernising the Criminal Disclosure Regime.

Afsluiting

Het rapport Fraud in the Digital Age ligt bij de Britse regering, die heeft aangegeven de 47 aanbevelingen te bestuderen en daarop later te reageren. De voorstellen over deferred prosecution agreements voor natuurlijke personen, over strafrechtelijke aansprakelijkheid van aanbieders van user-to-user diensten en over verhoging van de strafmaxima vergen wetswijziging en zijn nog niet in een wetsvoorstel neergelegd. De aanbeveling over klokkenluidersbeloningen vraagt volgens het rapport eerst om een consultatie over de inrichting van de regeling, en de regering heeft aangegeven de effectiviteit daarvan te bezien binnen haar bredere aanpak van financieel-economische criminaliteit. De reactie op het eerste deel van de review, over het openbaarmakingsregime, is op 14 juli 2026 verschenen. De parlementaire behandeling van de aanbevelingen uit het tweede deel moet nog plaatsvinden.

Klik hier voor het volledige rapport Fraud in the Digital Age.

Print Friendly and PDF ^