Artikel: Financieel- en strafrechtelijke aspecten van de AMLR voor professionele voetbalclubs

Met de nieuwe anti-witwasverordening (AMLR) en de zesde anti-witwasrichtlijn (AMLD6) worden professionele voetbalclubs en voetbalmakelaars aangemerkt als meldingsplichtige entiteiten. De voetbalsector kent inherente witwasrisico's door grensoverschrijdende geldstromen, subjectieve spelerswaarderingen en de rol van vermogende investeerders. Clubs moeten voortaan cliëntenonderzoek doen, transacties monitoren en ongebruikelijke transacties melden. De toepassing roept vragen op: bij spelerstransfers is niet steeds duidelijk welke club als cliënt geldt en op wie de onderzoeksplicht rust. Een functionele uitleg van het cliëntbegrip ligt voor de hand. Schending van de verplichtingen kan naast bestuursrechtelijke ook strafrechtelijke gevolgen hebben, mede voor feitelijk leidinggevenden. De AMLR sorteert pas vanaf juli 2029 effect.

Read More
Print Friendly and PDF ^

ING/Gazprom: opzegging zakelijke betaalrekening in kort geding getoetst aan het aanstaande recht op een zakelijke basisbetaalrekening

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft ING Bank N.V. op 19 oktober 2026 verboden de bankrelatie met Gazprom International Projects B.V. te beëindigen zolang Gazprom geen andere bankrelatie heeft kunnen aangaan. ING had de relatie op 29 december 2023 opgezegd op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden en wees op sanctie-, witwas- en reputatierisico’s vanwege de band met de Russische Gazprom-groep. Gazprom staat niet op een EU-sanctielijst en volgens de voorzieningenrechter is van Wwft-risico’s niet gebleken. De voorzieningenrechter acht de belangen van beide partijen zwaarwegend en laat de toets aan artikel 6:248 lid 2 BW in het midden. Doorslaggevend is het nieuwe artikel 4:71k Wft, dat ondernemingen, verenigingen en stichtingen een recht op een zakelijke basisbetaalrekening geeft en naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treedt. Gazprom blijft verplicht te zoeken naar een andere bank.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD houdt twee verdachten aan in onderzoek naar witwassen van miljoenen en hypotheekfraude

De FIOD heeft dinsdag 20 oktober een 45-jarige man en een 43-jarige vrouw uit Almere aangehouden op verdenking van witwassen en hypotheekfraude. Ook zijn twee woningen in Almere doorzocht. Daarbij is onder andere beslag gelegd op de woning van de vrouw.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De beëindiging van een bankrelatie en de EVR-registratie onder de loep

Als (rechts)persoon kun je in de huidige maatschappij niet zonder toegang tot het bancaire systeem, maar een absoluut recht daarop bestaat niet. Banken vervullen onder de Wwft een poortwachtersfunctie en kunnen een bankrelatie beëindigen of een klant opnemen in het Externe Verwijzingsregister (EVR), met verstrekkende gevolgen. Deze bijdrage onderzoekt of banken deze bevoegdheden in de praktijk uitoefenen overeenkomstig de eisen uit de Wwft, het PIFI, de Algemene Bankvoorwaarden en de rechtspraak. Uit de analyse blijkt dat civiele rechters de opzegging steeds vaker terugdraaien en dat banken bij EVR-registraties de strenge bewijsmaatstaf van de Hoge Raad lang niet altijd halen. De auteur bepleit een gestructureerde toets in zes stappen om de besluitvorming transparanter en toetsbaar te maken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD houdt negen verdachten aan in onderzoek naar grootschalig witwassen

De FIOD heeft op 12 oktober drie vrouwen en zes mannen uit Barendrecht, Den Haag en de gemeente Lansingerland aangehouden. Zij worden verdacht van witwassen van uit misdrijf afkomstig geld en deelname aan een criminele organisatie. Ook zijn daarnaast elf woningen en vijf bedrijfspanden doorzocht. Daarbij is beslag gelegd op negentien panden, fysieke en digitale administratie en andere gegevensdragers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van gewoontewitwassen van contant ontvangen huurpenningen omdat een voorafgaand gronddelict ontbreekt

Gerechtshof Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2977 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2975

Het gerechtshof Den Haag spreekt op 30 september 2026 een verhuurster van woningen en haar partner vrij van medeplegen van gewoontewitwassen van ongeveer € 106.080 aan contant ontvangen huur en borg. In de vijf woningen uit de tenlastelegging worden bij doorzoekingen drugs, vuurwapens, munitie, kogelwerende vesten, grote contante geldbedragen en versnijdingsattributen aangetroffen. Volgens het hof kan een voorwerp alleen afkomstig zijn uit enig misdrijf in de zin van de artikelen 420bis en 420ter Sr als dat misdrijf voorafgaat aan de witwasgedragingen, en die vondsten doen zich telkens pas voor nadat de woningen zijn verhuurd en de huurpenningen zijn ontvangen. Onvolledige huurdersgegevens en het aannemen van contante huur zijn op zichzelf of in onderling verband onvoldoende voor een witwasvermoeden, ook niet samen met een waarschuwingsbrief van de bank over anti-witwasrisico's. Het hof spreekt beiden daarnaast vrij van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij illegaal verblijf en van het voorhanden hebben van een vervalste Griekse identiteitskaart, omdat wetenschap of ernstige reden tot vermoeden niet kan worden vastgesteld. Beide vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2020, met voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en geldboete, worden vernietigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van een gemeenteambtenaar voor verduistering van € 640.970,12 in haar bediening en van haar toenmalige vriend voor medeplegen van gewoontewitwassen

Gerechtshof Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2972 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2973

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 30 september 2026 een ambtenaar van de gemeente Den Haag voor verduistering van € 640.970,12 dat zij in haar bediening onder zich heeft, en haar toenmalige vriend voor medeplegen van gewoontewitwassen en voor bijstandsfraude. Na de plaatsing van een betaalzuil op het stadsdeelkantoor Escamp op 1 juli 2019 neemt de ambtenaar anderhalf jaar lang meermalen contant geld uit de kluis mee, waarbij zij telkens extra wisselgeld bestelt zodat er steeds grotere bedragen in de kluis liggen. Het geld wordt gestort op bankrekeningen en besteed aan schoenen, kleding, horloges, elektronica en voertuigen. Het hof stelt het samen met haar vriend witgewassen bedrag vast op € 373.999,50 en baseert diens wetenschap op de verklaring van de medeverdachte, het financieel onderzoek en de chatgesprekken. De ambtenaar krijgt twaalf maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk en een taakstraf van 160 uur, haar vriend elf maanden gevangenisstraf, in beide gevallen verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De gemeente Den Haag krijgt € 640.970,12 toegewezen bij de ambtenaar en € 373.999,50 bij haar vriend, met hoofdelijkheid tot dat laatste bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete van € 2.000.000 na procesafspraken voor medeplegen van gewoontewitwassen en valsheid in geschrift met valse facturen

Rechtbank Noord-Holland 28 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13104

De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1956 geboren man tot een geldboete van € 2.000.000. Hij laat 70 facturen opmaken door vennootschappen in Hong Kong en Londen voor diensten die nooit zijn geleverd. Werkmaatschappijen uit zijn concern betalen de facturen en trekken de bedragen af als kosten in de vennootschapsbelasting. Het geld komt via die vennootschappen terecht op een Zwitserse bankrekening van een vennootschap waarvan hij de UBO is. De zaak wordt afgedaan op basis van procesafspraken; het Openbaar Ministerie ziet af van ontneming. De rechtbank vergelijkt de straf met de fiscale boete die bij bestuursrechtelijke afdoening zou zijn opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete van € 2.000.000 na procesafspraken voor medeplegen van gewoontewitwassen en valsheid in geschrift met gefingeerde facturen van buitenlandse vennootschappen

Rechtbank Noord-Holland 28 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13104

De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1956 geboren verdachte tot een geldboete van € 2.000.000 voor medeplegen van gewoontewitwassen en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. In opdracht van de verdachte maken vennootschappen in Hong Kong en Londen in totaal 70 facturen op voor diensten die niet zijn geleverd, waarna twee werkmaatschappijen uit zijn concern de factuurbedragen betalen en als kosten aftrekken in de vennootschapsbelasting. De bedragen komen na aftrek van commissie en kosten terecht op de Zwitserse bankrekening van een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden waarvan de verdachte de Ultimate Beneficial Owner is. Het Openbaar Ministerie en de verdachte maken procesafspraken, waarbij de verdediging afziet van verweren over de inkeermelding bij de Belastingdienst en over documenten die mogelijk onder het verschoningsrecht van de advocaat vallen. De rechtbank ziet ambtshalve geen tijdige en rechtsgeldige inkeer die aan vervolging voor gewoontewitwassen in de weg staat en betrekt bij de strafmotivering de bestuurlijke vergrijpboete die bij een fiscale afdoening aannemelijk zou zijn opgelegd. De redelijke termijn is met twee jaar en vijf maanden overschreden en de rechtbank acht de overeengekomen geldboete passend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht en AI: hoe vertrouwelijk blijft een strafdossier in een taalmodel

Bij het filteren van inbeslaggenomen telefoons en een laptop stuitte de rechter-commissaris in Rotterdam op ChatGPT-gesprekken. De beslagene had het programma een reactie laten opstellen die kennelijk bestemd was voor een verschoningsgerechtigde. In het proces-verbaal van 12 juni 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:9319) overweegt de rechter-commissaris dat een extern AI-systeem de ingevoerde en de gegenereerde informatie opslaat en die kan gebruiken, bijvoorbeeld om het model te trainen. Het invoeren van mogelijk verschoningsgerechtigde informatie kan daarom worden aangemerkt als openbaar maken, waardoor de informatie haar vertrouwelijke karakter verliest. De gesprekken zijn als niet-verschoningsgerechtigd gemarkeerd en maakten zo deel uit van de dataset die aan het onderzoeksteam is vrijgegeven.

Het gaat om één beslissing van één rechter-commissaris, in een zaak waarin het de cliënt was die de chatbot gebruikte. De redenering reikt verder dan die ene zaak. Zij raakt de advocaat die een dossier wil laten samenvatten en de cliënt die een gesprek met zijn raadsman voorbereidt. Ook de opsporing krijgt ermee te maken, omdat chatgeschiedenissen deel uitmaken van wat er op een inbeslaggenomen telefoon staat.

Op 8 december komen dit soort onderwerpen aan bod tijdens het congres Wat AI vraagt van de juridische praktijk in Den Haag.

Opslag en hergebruik als kern van de redenering

De rechter-commissaris verbindt het verlies van vertrouwelijkheid aan twee eigenschappen van de dienst: de aanbieder slaat invoer en uitvoer op, en kan die gebruiken om het model te trainen. Daarmee is nog niet gezegd wat geldt wanneer die eigenschappen ontbreken. Denk aan een dienst waarbij de aanbieder contractueel heeft toegezegd de invoer niet voor training te gebruiken en na verwerking te verwijderen, of aan een model dat op eigen hardware draait. De beslissing hoefde die varianten niet te beoordelen en doet dat ook niet. Voor de praktijk zijn het wel de varianten waar het om gaat, omdat de keuze voor een tool juist op die punten wordt gemaakt.

De geheimhoudingsplicht van de advocaat

Voor de advocaat zelf komt daar de geheimhoudingsplicht bij. Artikel 11a Advocatenwet verplicht de advocaat tot geheimhouding van alles waarvan hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening kennisneemt. Dezelfde plicht geldt voor zijn medewerkers en personeel en voor andere personen die bij de beroepsuitoefening zijn betrokken. Wie een dossier in een AI-dienst laadt, betrekt een aanbieder bij dat werk. Of die aanbieder dan te vergelijken is met de leverancier die de dossiers en de e-mail van de praktijk host, of met een buitenstaander aan wie iets wordt verteld, beantwoordt de Rotterdamse beslissing niet. Het ligt voor de hand dat daarbij meeweegt wat de aanbieder technisch met de invoer doet en wat daarover contractueel is vastgelegd. Die twee dingen verschillen per dienst en per abonnement.

De cliënt en de opsporing

De Rotterdamse zaak laat zien dat het risico ook buiten de eigen praktijk ligt. Een cliënt die zijn verhaal eerst aan een chatbot voorlegt en daarna aan zijn advocaat, heeft de vertrouwelijkheid in de redenering van de rechter-commissaris zelf prijsgegeven. Dat is een onderwerp voor het eerste gesprek met een cliënt, naast de bekende waarschuwing om niet met anderen over de zaak te praten.

Voor het Openbaar Ministerie, de FIOD en toezichthouders speelt de vraag van de andere kant. Bij het filteren van digitaal beslag moet worden bepaald hoe gesprekken met AI-diensten worden behandeld. Daarnaast verwerken zij zelf gegevens waarvoor dezelfde afweging tussen een externe dienst en een eigen omgeving geldt.

Cloud of eigen server

Een model dat lokaal draait, neemt het bezwaar weg dat de invoer bij een derde wordt opgeslagen. Er komen andere vragen voor terug. De beveiliging en het beheer liggen dan bij de organisatie zelf, en het is de vraag of een lokaal model goed genoeg is voor het werk dat ervan wordt gevraagd. Voor een kleine strafrechtpraktijk is dat een andere afweging dan voor een parket met een eigen ICT-afdeling.

Op 8 december: hoe je dit in de praktijk regelt

De Rotterdamse beslissing laat zien wat er misgaat bij een publieke chatbot. Hoe het wel kan, staat er niet in. Die vraag komt aan bod in twee plenaire sessies van het congres Wat AI vraagt van de juridische praktijk, op dinsdag 8 december 2026 in Den Haag.

De sessie over dataveiligheid en AI wordt gegeven door twee sprekers die het strafdossier van binnenuit kennen. Sander Denneman verdedigde ondernemingen in fraude-, witwas- en corruptiezaken en is medeoprichter van Lexboost, een AI-toepassing die rechtspraak doorzoekt en analyseert. Kerem Canatan staat sinds 2008 cliënten bij in fraudezaken en economisch strafrecht en is daarnaast CEO van CaseLynx. Zij brengen de ervaring mee van wie zelf met zulke dossiers heeft gewerkt en weet welke stukken een praktijk nooit uit handen wil geven.

Later op de dag behandelt Ot van Daalen de vraag of lokale AI een alternatief is voor de cloud. Hij is advocaat bij Root Legal en onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op onder meer informatiebeveiliging en encryptie en werkte eerder bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Wie overweegt gevoelige dossiers buiten de cloud te houden, hoort hier wat die keuze inhoudt.

De rest van het programma gaat over wat AI van een praktijk als geheel vraagt. Eva Bosma opent met een keynote over AI-transformatie, en in de workshops komen onder meer het opleiden van nieuwe medewerkers en de rechtsbescherming bij algoritmische selectie aan bod. Je kunt de dag in Den Haag bijwonen, live online volgen of achteraf terugkijken. Deelname kost € 599 exclusief btw en levert 6 PO/PE-punten op, waarvan 3 juridisch.

Bekijk het programma en schrijf je in.

Print Friendly and PDF ^