Veroordeling tot gevangenisstraf voor het in voorraad hebben van valse merkkleding na verwerping van betrouwbaarheidsverweer en afwijzing getuigenverzoek

Gerechtshof Amsterdam 2 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2507

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het opzettelijk in voorraad hebben van een partij valse merkkleding, tassen, schoenen en een zonnebril van merken als Gucci, Dior, Prada en Louis Vuitton. De verdediging voert aan dat de bevindingen onbetrouwbaar zijn omdat de aantallen in het proces-verbaal en de kennisgevingen van inbeslagname niet overeenkomen en de aangifte een verkeerd proces-verbaalnummer draagt. Het hof oordeelt dat de verschillen kennelijke telfouten zijn die de betrouwbaarheid van het onderzoek niet raken en dat de aan de merkhouder getoonde monsters uit de onder de verdachte inbeslaggenomen partij afkomstig zijn. Het voorwaardelijke verzoek om beide verbalisanten als getuigen te horen wijst het hof af als onmiskenbaar irrelevant, mede omdat op verzoek van de verdediging drie aanvullende processen-verbaal zijn opgemaakt. Vanwege een eerdere veroordeling voor een soortgelijk feit, het taakstrafverbod en het plegen tijdens een proeftijd acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden. Het hof gelast de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 117 dagen en beveelt de onttrekking aan het verkeer van de valse merkgoederen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van zes slachtoffers, proceshouding in strafverzwarende zin meegewogen

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2320

De verdachte licht in de periode 2019 tot en met 2022 zes personen op tot afgifte van geldbedragen. Bij het eerste slachtoffer speelt de verdachte in op medeleven met verzonnen verhalen over blokkade van zijn rekening, ziekte, overlijden en dreigende zelfdoding en verkrijgt zo ongeveer 230.000 euro. Bij de vijf overige slachtoffers doet hij zich voor als bonafide investeerder in een niet-bestaande handel in elektrische apparatuur. Het gerechtshof acht alle zes feiten wettig en overtuigend bewezen en verwerpt het beroep op mislukte investeringen als ongeloofwaardig. In strafverzwarende zin weegt het gerechtshof mee dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep in zijn leugens volhardt en eerder onherroepelijk voor oplichting is veroordeeld. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 595 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 105 uren, met toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot taakstraf voor witwassen van € 20.000 in een meegevoerd tasje; geen vormverzuim bij het overhandigen van het tasje aan de politie

Gerechtshof Den Haag 4 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2799

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een man voor het witwassen van € 20.000 aan contant geld. De verdachte draagt het geld in een boxershort in een doosje in een papieren tasje bij zich, kort nadat hij uit een portiek is gekomen bij een woning die de politie observeert na een drugsaanhouding. De verdediging betoogt dat de verdachte het tasje niet vrijwillig heeft afgegeven en dat sprake is van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting moet leiden. Het hof verwerpt dit verweer: de verdachte geeft vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming voor het afgeven van het tasje en na constatering van het afwijkende gewicht ontstaat een redelijk vermoeden van schuld dat inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv rechtvaardigt. Het hof acht bewezen dat de verdachte van het geld en van de criminele herkomst daarvan heeft geweten, nu hij over de herkomst niet wil verklaren. Het hof legt een taakstraf van 90 uur op en verklaart het geldbedrag verbeurd; een bedrag van € 2.700 gaat terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevestiging na procesafspraken van een veroordeling voor gewoontewitwassen via ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie

Gerechtshof Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2529

Het gerechtshof Amsterdam bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2022 in onderzoek Manvel, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissingen over het beslag. Het Openbaar Ministerie en de verdachte hebben in juni 2026 procesafspraken gemaakt. De verdachte trekt zijn onderzoekswensen in en betwist de bewezenverklaring niet. Het Openbaar Ministerie vordert daartegenover een gevangenisstraf van 56 maanden, een korting van 15 procent ten opzichte van het vonnis. Het hof toetst de afspraken aan de artikelen 348 en 350 Sv en aan de redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Het hof neemt de afspraken over en legt 56 maanden gevangenisstraf op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van reizigers via een reisorganisatie, vrijspraak van medeplegen en taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4862

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een man voor oplichting, meermalen gepleegd, omdat hij via de website van een reisorganisatie klanten vliegtickets liet betalen zonder die reizen daadwerkelijk te boeken. De verdachte had zijn bedrijf op papier verkocht aan een ander, maar het hof stelt vast dat die verkoop een schijnconstructie was en dat de verdachte zelf de bedrijfsvoering bleef uitvoeren. Onderzoek naar de bij het internetbankieren gebruikte IP-adressen koppelt de verdachte aan de zakelijke rekening tot ver na de gestelde overdracht. Boekingen van voor 1 maart 2015 blijven buiten de bewezenverklaring omdat niet vaststaat dat de verdachte toen al opzet op oplichting had. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. Anders dan de rechtbank legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op maar een taakstraf van 240 uren, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van melkveehouder voor opzettelijke overschrijding van het fosfaatrecht door het onjuist omboeken van melkkoeien naar weide- en zoogkoeien

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1977

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een melkveehouder wegens overtreding van artikel 21b van de Meststoffenwet omdat hij in 2018 opzettelijk meer fosfaat met melkvee produceert dan zijn fosfaatrecht toelaat. De verdachte boekt melk- en kalfkoeien onterecht om naar de categorie weide- en zoogkoeien, waarvoor geen fosfaatrechten nodig zijn, deels met terugwerkende kracht. Het hof stelt vast dat een gemiddelde melkproductie van 11.670 kilogram per koe niet realistisch is en verwerpt het beroep op ander voer en selectie van beter producerende koeien. Op basis van de geleverde melk berekent het hof een fosfaattekort van ongeveer 265 kilogram, waar de tenlastelegging uitging van 312,6 kilogram. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en komt tot een gewijzigde bewezenverklaring. De opgelegde geldboete bedraagt € 3.500, waarvan de helft voorwaardelijk, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens bespaarde lease- en legeskosten bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveehouder

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1978

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch ontneemt aan een melkveehouder het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij heeft behaald door in 2018 meer fosfaat met melkvee te produceren dan zijn fosfaatrecht toeliet. De betrokkene bespaart kosten door voor de overschrijding geen fosfaatrechten te leasen en de daarvoor verschuldigde leges niet te betalen. Het hof gaat uit van een leaseprijs van € 39,50 per kilogram fosfaat en een overschrijding van ongeveer 265 kilogram, wat neerkomt op € 10.467,50 aan bespaarde leasekosten. Daarbij komt € 100 aan bespaarde legeskosten voor de melding bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het hof stelt het voordeel in het voordeel van de betrokkene afgerond vast op € 10.500 en legt een betalingsverplichting van dat bedrag op. De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bedraagt 105 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangiften omzetbelasting en vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk wegens ontbrekend opzet op benadeling van schuldeisers

Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2188

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet doen van aangiften omzetbelasting door een besloten vennootschap over vijf kwartalen in 2011 en 2012, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven. Volgens de Belastingdienst leidt dit tot een belastingnadeel van in totaal € 680.612, waarop het hof geen voorbelasting in mindering brengt omdat de administratie onvolledig is. Het hof spreekt de verdachte vrij van het feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk, omdat niet bewezen is dat het niet voeren van de administratie plaatsvond ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers. Ook verwerpt het hof het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens strijd met het Protocol AAFD. Wegens overschrijding van de redelijke termijn legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast legt het hof een taakstraf van 240 uren op, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit valsheid in geschrift met vervalste testamenten en verzekeringsstukken; vorderingen benadeelde partijen niet in mindering gebracht

Gerechtshof Amsterdam 27 augustus 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2440

De rechtbank Noord-Holland legt op 21 maart 2023 een betalingsverplichting van € 305.312,09 op na een veroordeling wegens valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. In hoger beroep schat het gerechtshof Amsterdam het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 405.871,29, opgebouwd uit € 343.683,58 die de betrokkene met een vervalst testament en een verklaring van erfrecht van een bank in Luxemburg ontvangt en € 62.187,71 die twee verzekeringsmaatschappijen uitkeren op valse facturen, offertes en schadetaxaties. Het hof brengt de aan ASR en Nationale Nederlanden toegewezen schadevergoedingen niet in mindering, omdat het arrest niet onherroepelijk is en de vorderingen niet zijn voldaan. Het draagkrachtverweer wordt verworpen, omdat niet aanstonds duidelijk is dat de betrokkene nu en in de toekomst geen draagkracht heeft. De overschrijding van de redelijke termijn is verdisconteerd in de straf in de gelijktijdig behandelde strafzaak, zodat het hof in de ontnemingszaak volstaat met de constatering daarvan. Het hof stelt de betalingsverplichting vast op € 405.871,29.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveebedrijf, geen uitzondering voor Jersey-koeien

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4923

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in een ontnemingszaak tegen een biologisch melkveebedrijf dat Jersey-koeien houdt en dat onherroepelijk is veroordeeld voor het produceren van meer dierlijke mest dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht toestond. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de economische politierechter en de advocaat-generaal vordert een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 19.334. Dat voordeel bestaat uit de kosten die het bedrijf heeft bespaard door over 2020 geen extra fosfaatrechten te leasen. De verdediging voert aan dat de forfaitaire berekening voor Jersey-koeien een te hoge fosfaatproductie oplevert en dat ontneming onrechtvaardig en disproportioneel is. Het hof stelt vast dat de wetgever sinds de invoering van het fosfaatrechtenstelsel geen uitzondering meer maakt voor biologische melkveehouders of Jersey-koeien en ziet geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg stelt het hof het geschatte voordeel vast op € 19.334 en de betalingsverplichting aan de Staat op € 17.500.

Read More
Print Friendly and PDF ^