Geldboete voor hypotheekadviseur wegens medeplegen van opzettelijk gebruik van een valse arbeidsovereenkomst; vrijspraak voor de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6562

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een hypotheekadviseur voor het medeplegen van opzettelijk gebruik van een valse arbeidsovereenkomst bij een hypotheekaanvraag in 2018. De arbeidsovereenkomst vermeldt een fictief dienstverband van veertig uur per week bij een camping, terwijl de hypotheekaanvrager daar nooit heeft gewerkt. Uit WhatsApp-berichten van de verdachte leidt het hof af dat zij wist dat de vermelde contracturen niet juist waren en dat het ging om een papieren constructie om de hypotheek te verkrijgen. Van het gebruik van een valse werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie spreekt het hof de verdachte vrij, omdat niet blijkt dat zij van die valsheid wist. Dat een medewerker van de bank mogelijk zelf aanstuurde op aanpassing van de uren, doet volgens het hof niet af aan de bewezenverklaring. Het hof legt een geldboete van € 5.000 op en kiest uitdrukkelijk voor een strafmodaliteit die de voortzetting van de onderneming en een AFM-vergunning niet in de weg hoeft te staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Optillen van een kleed in een woning valt onder de onderzoeksbevoegdheid van artikel 21 WED: veroordeling voor opslag en online aanbod van professioneel vuurwerk

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 2 oktober 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2696

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch veroordeelt een man, geboren in 1997, voor het opzettelijk opslaan en voorhanden hebben van 437 stuks professioneel vuurwerk in zijn woning en voor het via Telegram te koop aanbieden van professioneel vuurwerk. De politie treft het vuurwerk aan nadat een verbalisant in de woonkamer een kleed optilt dat over gestapelde dozen ligt. De verdediging voert aan dat dit een doorzoeking zonder machtiging is en bepleit bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv. Het hof verwerpt dat verweer en oordeelt, in lijn met een arrest van de Hoge Raad over artikel 23 WED, dat de onderzoeksbevoegdheid van artikel 21 WED zich niet beperkt tot zoekend rondkijken. Het optillen van het kleed valt volgens het hof binnen die bevoegdheid, mede omdat de verdachte op de vordering tot uitlevering heeft gezegd dat de verbalisanten zelf moesten kijken. Het hof legt een gevangenisstraf op van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, zwaarder dan de advocaat-generaal vordert, en beveelt de onttrekking aan het verkeer van het vuurwerk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete voor gebruik van een vals Oekraïens rijbewijs bij een grenscontrole; verweer van reguliere afgifte in Donetsk verworpen

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2154

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch veroordeelt een in 1968 geboren man voor het opzettelijk gebruik maken van een vals Oekraïens rijbewijs. De verdachte overhandigt het rijbewijs op 27 april 2025 bij een controle door de Koninklijke Marechaussee net na de grensovergang Duitsland-Nederland in Roermond. Uit documentonderzoek blijkt dat de ondergrond is geprint in plaats van gedrukt en dat de UV-beveiliging afwijkt. Het hof verwerpt het verweer dat de verdachte het rijbewijs op reguliere wijze van de autoriteiten in Donetsk heeft verkregen en neemt ten minste voorwaardelijk opzet aan. Het voorwaardelijke verzoek om nader onderzoek naar de authenticiteit wijst het hof af op grond van het noodzaakcriterium. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken en een geldboete van € 2.000 op en onttrekt het rijbewijs aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twee maanden strafvermindering wegens onderzoek aan smartphones zonder machtiging van de rechter-commissaris

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6592

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden berecht na terugwijzing door de Hoge Raad opnieuw een drugszaak waarin de smartphones van de verdachte zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris zijn doorzocht. Het hof oordeelt dat het onderzoek aan de telefoons een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opleverde en dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Bewijsuitsluiting volgt niet, ook niet op grond van het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel, omdat de telefoongegevens volgens het hof niet van doorslaggevende betekenis zijn naast de tapgesprekken en de verklaringen van afnemers. Het hof verklaart deelneming aan een criminele organisatie gericht op handel in harddrugs, medeplegen van cocaïnehandel, het aanwezig hebben van ruim 109 gram cocaïne en eenvoudig witwassen van € 3.750 bewezen. Volgens het hof gaf de verdachte leiding aan de organisatie en liet hij tijdens zijn verblijven in Brazilië zijn zus voor hem waarnemen. Wegens het vormverzuim brengt het hof twee maanden in mindering op de als passend beschouwde straf en legt het een gevangenisstraf van 46 maanden op, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing beklag over niet-vervolging van verbalisanten en officieren van justitie voor valsheid in geschrift bij gebrek aan aan specifieke personen te koppelen aanwijzingen

Gerechtshof Amsterdam 15 oktober 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2945

Het Gerechtshof Amsterdam wijst het beklag af van een veroordeelde die vervolging wil van de verbalisanten en officieren van justitie uit het politieonderzoek dat tot zijn veroordeling leidde. Hij verwijt hen valsheid in geschrift en het valselijk opmaken van ambtsedige processen-verbaal, onder meer door het doelbewust weglaten van ontlastend materiaal. Ter onderbouwing legt hij twee anonieme verklaringen over, een verklaring van een getuige en een rapport van een adviesbureau. Het hof oordeelt dat vervolging een redelijk vermoeden van schuld vereist dat aan specifieke personen kan worden gekoppeld, terwijl het verwijt tegen het gehele onderzoeksteam is gericht. De anonieme verklaringen zijn onvoldoende specifiek en kunnen niet nader worden geconcretiseerd, omdat de betrokkenen niet willen worden gehoord. Het hof ziet ook onvoldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek en verklaart het beklag ongegrond.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van verkoop van schadelijke waren, oplichting en valsheid in geschrift bij ondermaatse FFP2-mondmaskers; minder bescherming is geen schadelijkheid in de zin van artikel 174 Sr

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6364

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt een verdachte vrij die in maart en april 2020, tijdens de COVID-19-pandemie, als FFP2 aangeduide mondmaskers heeft verkocht die minder bescherming boden dan die aanduiding deed verwachten. Volgens het hof ziet artikel 174 Sr, gelet op de wetsgeschiedenis, uitsluitend op waren die op zichzelf schadelijk zijn voor het leven of de gezondheid. Waren die minder bescherming bieden tegen van buiten komende risico’s dan zij doen voorkomen, vallen daar niet onder; persoonlijke beschermingsmiddelen zijn geregeld in de Warenwet in verbinding met de Wet op de economische delicten. Ook van poging tot het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, oplichting en valsheid in geschrift volgt vrijspraak. Bij oplichting ontbreken aangiften of verklaringen van de afnemers, en bij valsheid in geschrift is opzet op een onware vermelding op de facturen niet bewezen. Het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens willekeur verwerpt het hof, en de in beslag genomen mondmaskers gaan terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van gewoontewitwassen van contant ontvangen huurpenningen omdat een voorafgaand gronddelict ontbreekt

Gerechtshof Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2977 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2975

Het gerechtshof Den Haag spreekt op 30 september 2026 een verhuurster van woningen en haar partner vrij van medeplegen van gewoontewitwassen van ongeveer € 106.080 aan contant ontvangen huur en borg. In de vijf woningen uit de tenlastelegging worden bij doorzoekingen drugs, vuurwapens, munitie, kogelwerende vesten, grote contante geldbedragen en versnijdingsattributen aangetroffen. Volgens het hof kan een voorwerp alleen afkomstig zijn uit enig misdrijf in de zin van de artikelen 420bis en 420ter Sr als dat misdrijf voorafgaat aan de witwasgedragingen, en die vondsten doen zich telkens pas voor nadat de woningen zijn verhuurd en de huurpenningen zijn ontvangen. Onvolledige huurdersgegevens en het aannemen van contante huur zijn op zichzelf of in onderling verband onvoldoende voor een witwasvermoeden, ook niet samen met een waarschuwingsbrief van de bank over anti-witwasrisico's. Het hof spreekt beiden daarnaast vrij van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij illegaal verblijf en van het voorhanden hebben van een vervalste Griekse identiteitskaart, omdat wetenschap of ernstige reden tot vermoeden niet kan worden vastgesteld. Beide vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2020, met voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en geldboete, worden vernietigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van een gemeenteambtenaar voor verduistering van € 640.970,12 in haar bediening en van haar toenmalige vriend voor medeplegen van gewoontewitwassen

Gerechtshof Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2972 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2973

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 30 september 2026 een ambtenaar van de gemeente Den Haag voor verduistering van € 640.970,12 dat zij in haar bediening onder zich heeft, en haar toenmalige vriend voor medeplegen van gewoontewitwassen en voor bijstandsfraude. Na de plaatsing van een betaalzuil op het stadsdeelkantoor Escamp op 1 juli 2019 neemt de ambtenaar anderhalf jaar lang meermalen contant geld uit de kluis mee, waarbij zij telkens extra wisselgeld bestelt zodat er steeds grotere bedragen in de kluis liggen. Het geld wordt gestort op bankrekeningen en besteed aan schoenen, kleding, horloges, elektronica en voertuigen. Het hof stelt het samen met haar vriend witgewassen bedrag vast op € 373.999,50 en baseert diens wetenschap op de verklaring van de medeverdachte, het financieel onderzoek en de chatgesprekken. De ambtenaar krijgt twaalf maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk en een taakstraf van 160 uur, haar vriend elf maanden gevangenisstraf, in beide gevallen verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De gemeente Den Haag krijgt € 640.970,12 toegewezen bij de ambtenaar en € 373.999,50 bij haar vriend, met hoofdelijkheid tot dat laatste bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van een rechtspersoon van het lozen van drijfmest in oppervlaktewater omdat is voldaan aan de zorgplicht van artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving

Gerechtshof Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2974

Het gerechtshof Den Haag spreekt een besloten vennootschap vrij van het lozen van drijfmest in een oppervlaktewaterlichaam. Op 26 januari 2024 komt in Nieuw-Beijerland drijfmest in het oppervlaktewater terecht, afkomstig uit een mestopslag die bij de onderneming in gebruik is. De economische politierechter in de rechtbank Rotterdam legt daarvoor in eerste aanleg een voorwaardelijke geldboete van € 2.000 op. In hoger beroep vordert de advocaat-generaal vernietiging van dat vonnis en vrijspraak. Het hof stelt vast dat de onderneming het verontreinigde water kort na de constatering wegzuigt en afvoert en dat zij werkt met een gekeurde mestzak, een controle-instructie voor chauffeurs in het handboek en een eigen buitendienst. Daarmee voldoet zij aan de zorgplicht van artikel 2.11 lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving, zodat vrijspraak volgt zonder dat het hof toekomt aan de vraag of sprake is van een lozingsactiviteit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in hoger beroep: voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen

Gerechtshof Den Haag 28 augustus 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2939

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 28 augustus 2026 een verdachte voor feitelijk leidinggeven aan het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door twee rechtspersonen, feitelijk leidinggeven aan het verstrekken van valse facturen aan de Belastingdienst en medeplegen van gewoontewitwassen. De zaak wordt in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte, neergelegd in een overeenkomst van 4 maart 2026. Het hof toetst de afspraken aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022 en stelt vast dat de verdachte vrijwillig en adequaat voorgelicht met de afspraken instemt. Bij feit 4 komt het hof op een gering onderdeel tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank: de verdachte wast middellijk uit misdrijf verkregen geldbedragen wit door de uitbetaalde voorbelasting door te sluizen naar andere bankrekeningen. De redelijke termijn in hoger beroep is met ruim zes jaren overschreden, wat volgens het hof voldoende is verdisconteerd in de overeengekomen afdoening. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaren op en een geldboete van € 5.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^