Hof: Voorhanden hebben van valse geschriften valt buiten vervolgingsuitsluitingsgrond artikel 69 lid 4 AWR

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3362

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het enkel voorhanden hebben van valse of vervalste geschriften niet binnen de reikwijdte van de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid AWR valt. Anders dan de rechtbank Overijssel acht het hof het Openbaar Ministerie daarom ontvankelijk in de vervolging van het onder 1 primair tenlastegelegde. De verdachte heeft 26 deels valse facturen voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze waren bestemd om als echt en onvervalst te gebruiken. Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep ten aanzien van feit 2 wegens het ontbreken van bezwaren. Met toepassing van artikel 423, vierde lid Sv bepaalt het hof voor het onder 2 bewezenverklaarde feit een taakstraf van 80 uren. Mede vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn legt het hof voor feit 1 een taakstraf van 20 uren op, te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in hoger beroep: Gemeenschappelijk Hof bevestigt veroordeling voor belastingfraude en witwassen en verlaagt straf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelt op 6 maart 2026 een verdachte wegens belastingfraude en witwassen en neemt daarbij de in hoger beroep gemaakte procesafspraken over. De verdachte geeft samen met een ander feitelijk leiding aan het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting en aan het niet of niet tijdig doen van andere belastingaangiften, waardoor Sint Maarten ruim ANG 700.000 aan belastinginkomsten misloopt. Daarnaast wordt het witwassen van twee voertuigen met een gezamenlijke waarde van USD 119.000 bewezen verklaard. Het Hof toetst de procesafspraken aan de ernst van de zaak en aan de in artikel 392 en 394 Sv genoemde vraagpunten en acht het afdoeningsvoorstel proportioneel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep verlaagt het Hof de gevangenisstraf met één maand tot 21 maanden onvoorwaardelijk. Het Hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 74 AWR geen belemmering voor ontneming van vervolgprofijt uit aan belastingheffing onttrokken vermogen: hof rekent voordeel toe aan ultimate beneficial owners

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch legt op 16 april 2026 aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel op van € 5.157.336 wegens vervolgprofijt uit witwassen van aan de belastingheffing onttrokken vermogen. Het hof oordeelt dat artikel 74 AWR niet in de weg staat aan ontneming van voordeel dat op andere wijze samenhangt met fiscale fraude, zoals rendement op aan de belastingheffing onttrokken gelden. De betalingsverplichting wordt hoofdelijk opgelegd aan de betrokkene en haar medeverdachte als ultimate beneficial owners. De gelijktijdig gewezen vordering tegen de betrokken rechtspersoon wordt afgewezen omdat het voordeel feitelijk uitsluitend bij de natuurlijke personen is terechtgekomen. De rechtspersoon is volgens het hof slechts als instrument en tussenschakel gebruikt. De gijzeling wordt vastgesteld op de wettelijke maximumduur van 1080 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

BPM-fraude als nieuw fenomeen in het Handhavingsarrangement

In 2025 is BPM-fraude opgenomen als fenomeen in het Handhavingsarrangement en is het eerste fenomeenbehandelplan voor dit type fraude opgesteld. De FIOD werkte aan vijf strafrechtelijke onderzoeken naar BPM-fraude, in samenwerking met het Functioneel Parket en de Belastingdienst. Het fenomeenbehandelplan richt zich niet alleen op individuele handelaren, maar ook op de bredere werkwijze en facilitators. Inzichten uit de FIOD-onderzoeken zijn binnen geldende regels gedeeld met de Belastingdienst voor gerichter toezicht. De voortgang van het plan en de strafrechtelijke onderzoeken zullen mede bepalen hoe de aanpak zich in 2026 verder ontwikkelt.

Read More
Print Friendly and PDF ^