Overzicht Uitvoerbaarheid Belastingdienst 2026: sanctiewet, anti-witwaspakket en confiscatie vragen capaciteit van de FIOD

De Belastingdienst schrijft in het Overzicht Uitvoerbaarheid 2026 bij het pakket Belastingplan dat steeds meer wetgeving, waaronder het Europese anti-witwaspakket, sanctiewetgeving en de Confiscatierichtlijn, een beroep doet op de capaciteit van de FIOD, en dat de inzet van het strafrechtelijk instrumentarium afhankelijk is van de extra capaciteit die daarvoor beschikbaar komt. De modernisering van de sanctiewet leidt tot 40 fte extra bij de FIOD; de Wet internationale sanctiemaatregelen staat voor 66 fte per jaar tot en met 2030. Het IV-landschap van de FIOD is volgens de dienst onvoldoende meegegroeid en biedt pas vanaf medio 2029 ruimte voor nieuwe wensen, waarbij het nieuwe Wetboek van Strafvordering en het verschoningsrecht de beleidsopgave vormen. De uitgaven op het begrotingsartikel Belastingen dalen de komende jaren met € 689 miljoen door de apparaatstaakstellingen van het kabinet Jetten. De Belastingdienst noemt het wetsvoorstel start-ups en scale-ups niet handhaafbaar en niet fraudebestendig. De toenemende bezwarenstroom dwingt tot een herontwerp van het bezwaarproces.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Franse en Belgische parketten melden conservatoir beslag van € 65,2 miljoen in belastingfraudeonderzoek McKinsey

Het Belgische parket van Brussel heeft op 19 augustus 2026 op verzoek van het Franse Parquet national financier (PNF) € 65.244.757,07 in conservatoir beslag genomen in het onderzoek naar het adviesbureau McKinsey. De beide parketten maakten dit op 4 september 2026 bekend in een gezamenlijk persbericht. Het beslag vindt plaats in het Franse vooronderzoek wegens witwassen van de opbrengst van verzwaarde belastingfraude, dat het PNF op 31 maart 2022 opende na een onderzoekscommissie van de Franse Senaat. Volgens het PNF dekt het beslag 96 procent van het door het parket geschatte fiscale nadeel. McKinsey betwist iedere fout en wijst erop dat het beslag een procedurele maatregel is en geen rechterlijke beslissing. Het vooronderzoek in Frankrijk loopt door.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van medeplegen bij de belastingfraude, veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan valse vleesfacturen en vrachtbrieven ten behoeve van factoring en aan onjuiste aangiften omzetbelasting

Rechtbank Oost-Brabant 14 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6600

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een verdachte in het onderzoek Illminster voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en aan het opzettelijk doen van onjuiste kwartaalaangiften omzetbelasting door een rechtspersoon. Het bedrijf factureert in 2019 grote partijen vlees aan twee tussenschakels, die het vlees op papier doorverkopen aan een vierde onderneming, waarna het bedrijf het tegen een hogere prijs terugkoopt. In werkelijkheid wordt geen vlees geleverd; de facturen dienen om via factormaatschappijen betaald te krijgen. De onjuiste facturen zijn ook verwerkt in de aangiften omzetbelasting, waardoor de Belastingdienst € 237.904,54 misloopt. De rechtbank stelt vast dat de verdachte feitelijk de leiding had, ook al treedt hij pas in 2020 formeel als directeur aan. Wegens overschrijding van de redelijke termijn en de ouderdom van de feiten volgt een taakstraf van 180 uur in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangiften vennootschapsbelasting en het onjuist doen van aangiften omzetbelasting; gedeeltelijke vrijspraak

Rechtbank Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8778

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een bestuurder tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens feitelijk leidinggeven aan belastingfraude door zijn besloten vennootschap. De vennootschap doet over de jaren 2017, 2018 en 2019 geen aangifte vennootschapsbelasting en doet over vier kwartalen in 2018 en 2019 onjuiste aangiften omzetbelasting door een te hoog bedrag aan aftrekbare voorbelasting op te geven. Voor de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 volgt vrijspraak, omdat de termijn van de aanmaning pas na het einde van de tenlastegelegde periode verstrijkt. Het verweer dat het niet doen van aangifte over 2018 wegens een negatief fiscaal resultaat niet strekt tot een te lage heffing, verwerpt de rechtbank onder verwijzing naar het objectieve karakter van het strekkingsvereiste. Het belastingnadeel bedraagt bijna € 30.000 en is inmiddels door de verdachte voldaan. De rechtbank wijkt af van de gevorderde taakstraf van 80 uren en kiest voor een geldboete, mede gelet op het herstel van het nadeel en het grote tijdsverloop.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kort geding over de reikwijdte van het fiscale derdenonderzoek naar ledengegevens van een business club; verstrekking bevolen behoudens de opgave van aanwezigen bij evenementen

Rechtbank Noord-Holland 2 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11306

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland veroordeelt een keten van luxe herenmodezaken om op grond van de artikelen 47, 49 en 53 AWR ledengegevens van haar business club aan de Belastingdienst te verstrekken over de jaren 2019 tot en met 2025. De Belastingdienst wil met die gegevens onderzoeken of het lidmaatschapsgeld ten onrechte als zakelijke kostenpost wordt opgevoerd en of loon-, dividend-, omzet-, vennootschaps- of inkomstenbelasting is verschuldigd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voor deze tijdvakken voldoende is en dat het geschil zich leent voor afdoening in kort geding, zodat er geen aanleiding is voor prejudiciële vragen. Van een fishing expedition is geen sprake, want de uitvraag betreft een afgebakende groep leden en blijft binnen de grenzen van de bevoegdheid tot derdenonderzoek, waarbij de dienst handelt volgens de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De gevorderde opgave van de aanwezigen bij de door de business club georganiseerde evenementen gaat te ver vanwege het hoge privacykarakter van die gegevens, en ook de naam op de winkelpas hoeft niet te worden verstrekt. De voorzieningenrechter legt een dwangsom op in beperktere omvang en in een gematigder traject dan gevorderd en oordeelt dat de onderneming geen zelfstandig beroep op de AVG en artikel 8 EVRM toekomt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twee verdachten aangehouden in onderzoek naar omzetbelasting bij handel in jukeboxen

Op 1 september 2026 heeft de FIOD een 60-jarige man en een 74-jarige vrouw uit Friesland aangehouden. Ze worden ervan verdacht leiding te hebben gegeven aan fraude met omzetbelasting. Daarnaast worden het betrokken accountantskantoor en een accountant uit Friesland ook als verdachten aangemerkt. Tijdens de doorzoeking in het accountantskantoor is beslag gelegd op fysieke en digitale administratie. Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst. De onderneming van de verdachten houdt zich onder meer bezig met de handel in jukeboxen. Het onderzoek richt zich op de aangiften omzetbelasting over de periode januari 2020 tot en met december 2024.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraffen voor twee medeverdachten wegens fiscale fraude bij verhuur van vakantieparken buiten de administratie, afgedaan met procesafspraken in hoger beroep

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt op 4 augustus 2026 twee medeverdachten uit hetzelfde onderzoek Rabarber wegens fiscale fraude bij een onderneming die vakantieparken exploiteert. Binnen de onderneming is jarenlang een specifieke verhuur aan zogenoemde rangers buiten de administratie gehouden en contant afgerekend, waardoor te weinig belasting is geheven. De zaken worden in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid uit de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant blijven in stand. Het hof vernietigt uitsluitend de strafoplegging en legt in beide zaken een deels voorwaardelijke taakstraf op, zonder de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De ene verdachte krijgt een taakstraf van 240 uren en de andere een taakstraf van 180 uren, telkens met 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van één jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie advocaat-generaal over samenloop van verzuimboete en strafvervolging voor het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting en over de strafuitsluitingsgrond van artikel 69a lid 3 AWR

Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:PHR:2026:845

De advocaat-generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep van een boekhouder die is veroordeeld wegens het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting over drie kwartalen (artikel 69a lid 1 AWR), zonder oplegging van straf of maatregel. Het eerste middel betoogt dat de eerder opgelegde verzuimboetes van artikel 67c AWR hetzelfde feit betreffen en dat het feitsbegrip van artikel 50 Handvest had moeten worden toegepast. De advocaat-generaal stelt vast dat artikel 50 Handvest in deze zaak van toepassing is, maar dat het Handvest niet dwingt tot eenzelfde uitleg van het feitsbegrip in artikel 68 Sr en artikel 255 Sv, omdat het Nederlandse stelsel een tweede vervolging categorisch blokkeert waar het Unierecht cumulatie onder voorwaarden toestaat. Het tweede middel richt zich tegen de verwerping van het beroep op de strafuitsluitingsgrond van artikel 69a lid 3 AWR. De advocaat-generaal meent dat een natuurlijk persoon per tijdvak uitstel van betaling moet verzoeken en dat mededelingen aan een belastingambtenaar over betalingsproblemen geen verzoek om uitstel inhouden. Ambtshalve merkt hij op dat de redelijke termijn in cassatie wordt overschreden, wat gelet op de toepassing van artikel 9a Sr geen gevolgen behoeft te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van feitelijk leidinggever tot gevangenisstraf voor het niet voeren en niet beschikbaar stellen van de administratie van vijf vennootschappen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4943

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bestuurder als feitelijk leidinggever van vijf besloten vennootschappen voor het opzettelijk niet voeren van een administratie en het niet beschikbaar stellen van de boeken aan de Belastingdienst. Bij twee vennootschappen is daarnaast de bewaarplicht geschonden. De bestuurder biedt de belastinginspecteur inlogcodes van zijn boekhoudprogramma aan, maar het hof oordeelt dat dit geen aanvaardbare wijze van inzage is en dat aangeboden ruwe data geen administratie in de zin van artikel 52 AWR vormt. Het verweer dat een van de vennootschappen nooit activiteiten ontplooit, treft geen doel omdat ook dan de vermogenspositie kenbaar moet zijn. Medeplegen acht het hof niet bewezen, omdat de bestuurder zelf de kwaliteit van belastingplichtige bezit en de rechtspersoon geen eigen bijdrage levert die zich daarvan onderscheidt. Het hof legt een gevangenisstraf van twaalf maanden op en ontzet de bestuurder voor drie jaren uit het beroep van bestuurder van een rechtspersoon.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over daderschap rechtspersonen

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 1 september 2026 een conclusie genomen in een cassatiezaak over bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte veroordeelde tot zestien maanden gevangenisstraf en een ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn. Op de dag dat artikel 51 Sr vijftig jaar bestaat, wijdt de advocaat-generaal een uitvoerige beschouwing aan het daderschap van de rechtspersoon en het Drijfmest-kader van de Hoge Raad uit 2003. Aanleiding is de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 31 mei 2023, die voor het overtrederschap aansluit bij de strafrechtelijke criteria maar beschikkingsmacht volgens de conclusie soms te formeel invult. De advocaat-generaal bepleit materiële beschikkingsmacht als centraal vereiste, formuleert contra-indicaties voor toerekening bij louter nalaten en doet suggesties om het Drijfmest-kader te versterken. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met uitsluitend een strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 15 december 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^