Niet-ontvankelijkheid OM wegens dagvaarding in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde door het ontzeggen van de regiefase bij de rechter-commissaris

Rechtbank Amsterdam 9 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6995

De rechtbank Amsterdam verklaart in een fiscale strafzaak over dividendstripping het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. De rechtbank oordeelt dat het Openbaar Ministerie in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft gedagvaard door de verdachte de regiefase bij de rechter-commissaris te ontzeggen en de zaak op publicitaire gronden naar de openbare zitting te brengen. Uit een interne e-mail leidt de rechtbank af dat vooral de wens om de zaak snel publiek te presenteren de beslissing tot dagvaarding heeft bepaald, zonder dat het belang van de verdediging bij die regiefase is meegewogen. Dat weegt te zwaarder omdat nog een cassatieprocedure loopt over stukken waarop volgens de verdediging verschoningsrecht rust. De rechtbank merkt het verzuim aan als herstelbaar en stelt de verdachte niet buiten vervolging. Het Openbaar Ministerie kan pas opnieuw dagvaarden wanneer de regiefase alsnog heeft plaatsgevonden en met de lopende procedures rekening is gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cel voor jarenlange uitbuiting van jonge vrouw op stoeterij

Een 56-jarige vrouw uit de gemeente Woerden is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Ze buitte meer dan elf jaar lang een kwetsbare jonge vrouw uit door haar lange dagen te laten werken zonder haar daarvoor te betalen, terwijl zij onder erbarmelijke omstandigheden op het terrein van de vrouw woonde. De vrouw moet het slachtoffer een schadevergoeding betalen van ruim 200.000 euro én ze moet bijna 250.000 euro aan illegale inkomsten aan de Staat afstaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontslag van alle rechtsvervolging bij verdenking onjuiste aangifte omzetbelasting

Gerechtshof Den Haag 9 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1909

Het gerechtshof oordeelt in hoger beroep over een natuurlijke persoon die als feitelijke leidinggever wordt vervolgd voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting door zijn vennootschap (feit 1) en voor faillissementsfraude (feit 2). Het hof verwerpt de verweren dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens vereenzelviging van de verdachte met de vennootschap en wegens schending van het Protocol AAFD. Voor feit 2 volgt vrijspraak, omdat niet bewezen is dat de verdachte omstreeks mei 2017 al wist dat het faillissement voorzienbaar was en dat de schuldeisers benadeeld zouden worden. Feit 1 acht het hof wettig en overtuigend bewezen. De tenlastelegging is echter gebaseerd op de tekst van artikel 68, eerste lid (oud) AWR zoals die gold tot 1 januari 1998, met het inmiddels vervangen gevolgbestanddeel. Omdat die delictsomschrijving ten tijde van het bewezenverklaarde niet meer geldt, kan het feit niet worden gekwalificeerd en wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor oplichten van sneakerbedrijf in Veldhoven

Een 35-jarige man uit de gemeente ’s-Hertogenbosch is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij haalde met een geleende vrachtwagen sneakers ter waarde van ruim 200.000 euro weg bij een bedrijf. Een 41-jarige man uit de gemeente Heusden, die de vrachtwagen bestuurde, krijgt geen straf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor meineed en valsheid in geschrift bij valse fee-facturen, met vrijspraak van niet-ambtelijke omkoping

Rechtbank Oost-Brabant 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4372

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder voor meineed, valsheid in geschrift en medeplegen van valsheid in geschrift. De verdachte werkt mee aan twee valse fee-facturen waarmee zijn medeverdachte ruim € 100.000 onttrekt aan het bedrijf waarvan deze zelf mede-eigenaar is. De facturen vermelden werkzaamheden die nooit zijn verricht en worden opgenomen in de bedrijfsadministratie van het bedrijf van verdachte. Als beëdigde getuige bij de rechter-commissaris legt de verdachte over deze constructie een op meerdere punten valse verklaring onder ede af. Van actieve niet-ambtelijke omkoping spreekt de rechtbank vrij, omdat de betalingen niet zijn gedaan ter beïnvloeding van het handelen van de medeverdachte in zijn hoedanigheid van directeur. De rechtbank legt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis van het Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling feitelijk leidinggever restaurant voor NOW-subsidiefraude en faillissementsfraude, OVAR voor gebruik van valse geschriften

Rechtbank Overijssel 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3455

De rechtbank Overijssel veroordeelt een feitelijk leidinggever en bestuurder van een Amsterdamse restaurant voor subsidiefraude en faillissementsfraude. De verdachte wendt uitgekeerde NOW-subsidies van in totaal € 214.616 aan voor andere doeleinden dan de loonkosten waarvoor zij zijn verstrekt en boekt in de maanden voor het faillissement samen met een medeverdachte subsidiegelden door naar privérekeningen, waarmee hij deze aan de boedel onttrekt. Daarnaast voldoet hij als bestuurder niet aan de administratie- en bewaarplicht, waardoor de afhandeling van het faillissement wordt bemoeilijkt. Voor het feitelijke leidinggeven aan het gebruik van vervalste bankafschriften door een tweede vennootschap volgt ontslag van alle rechtsvervolging, omdat een bestanddeel van artikel 225 lid 2 Sr in de tenlastelegging en bewezenverklaring ontbreekt. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren op. Daarmee volgt zij de eis van het Openbaar Ministerie en hanteert zij als uitgangspunt gelijke monniken, gelijke kappen ten opzichte van de medeverdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van zwembadexploitant voor dood door schuld na verdrinking van niet-zwemvaardige volwassen bezoeker

Gerechtshof Amsterdam 2 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1762

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt de exploitant van een Amsterdams zwembad, een besloten vennootschap, voor dood door schuld na de verdrinking van een volwassen man in het 25-meterbad op 25 november 2018. De man, deelnemer aan een zwemproject voor vluchtelingen, meldt zich met een lesbrief bij de receptie, koopt een toegangskaartje en wordt kort daarna bewusteloos uit het diepe deel van het bad gehaald, waarna hij een dag later in het ziekenhuis overlijdt. Het hof oordeelt dat op de exploitant een bijzondere zorgplicht rust voor bezoekers die niet of onvoldoende zwemvaardig zijn, ook buiten de zwemlessen. De exploitant schiet op meerdere essentiële punten tekort: het Toezichtplan is onvoldoende bekend bij het personeel, bij het 25-meterbad staan onvoldoende gekwalificeerde toezichthouders, medewerkers zijn onvoldoende geïnstrueerd over niet-zwemvaardige volwassenen en het vluchtelingenprogramma, en de portofoons functioneren niet. Van de deelverwijten over de huisregels in andere talen, de defecte lamellen en de ontbrekende drijflijn, en van medeplegen, wordt vrijgesproken. Het hof legt een geldboete van € 20.000 op en beslist niet meer op de vorderingen van de nabestaanden, omdat die na een vaststellingsovereenkomst zijn ingetrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling voor schuldheling van drie fietsen wegens schending van het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv

Hoge Raad 30 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1002

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over schuldheling van drie fietsen. De fietsen zijn aangetroffen in een garagebox van een ander, die verklaart dat hij ze van de verdachte heeft gekocht. Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring in strijd met art. 342 lid 2 Sv uitsluitend steunt op de verklaringen van deze ene getuige. De Hoge Raad herhaalt het beoordelingskader over het bewijsminimum uit zijn arrest van 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452. Het oordeel van het hof dat de getuigenverklaringen voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal is niet toereikend gemotiveerd: de aangiftes tonen alleen dat de fietsen gestolen waren en het beroep van de verdachte op zijn zwijgrecht biedt geen steun voor diens daderschap. De zaak is teruggewezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling van dit feit en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens medeplegen oplichting van bank op grond van ontoereikende motivering over de woonintentie

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:950

De Hoge Raad vernietigt een veroordeling van het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens medeplegen van oplichting van de SNS-Bank. De verdachte zou samen met een tussenpersoon door een vals taxatierapport en een vals ingevuld aanvraagformulier een hypothecaire geldlening van 91.000 euro hebben verkregen. De kern van de zaak is of de verdachte ten tijde van de aanvraag de intentie had het pand niet als primaire woning te gebruiken. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet zonder meer uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid. Mede in het licht van het in hoger beroep gevoerde verweer is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. De zaak wordt teruggewezen naar het hof voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van rechtspersoon tot geldboete voor opzettelijke overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet na dodelijk bedrijfsongeval met betonstortmachine en stapelaar

Rechtbank Overijssel 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3460

De rechtbank Overijssel veroordeelt een producent van kanaalplaatvloeren tot een geldboete van € 72.500, waarvan € 27.500 voorwaardelijk, wegens opzettelijke overtreding van artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon. Op 18 april 2023 raakt een operator van een betonstortmachine bekneld tussen die machine en een stapelaar op een direct naastgelegen productiebaan en overlijdt. De rechtbank acht vijf deelverwijten bewezen: het ontbreken van doeltreffende maatregelen bij werk aan een in bedrijf zijnd arbeidsmiddel, ontoereikend zicht van de bestuurder van de stapelaar, een gebrekkige risico-inventarisatie, onvoldoende voorlichting en onvoldoende toezicht. Het opzet wordt uitgelegd als kleurloos opzet, gericht op de feitelijke gedragingen en niet op het niet naleven van de wettelijke verplichtingen. De rechtbank kort de geldboete met € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en wijkt af van de eis van het Openbaar Ministerie van € 75.000. Daarnaast wijst zij de vordering van de benadeelde partij toe tot € 23.141,56 en legt zij de schadevergoedingsmaatregel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^