Niet deugdelijk afgedekte losse lading: hof oordeelt dat gevaar voor afvallen of wegwaaien van maiskolven voldoende is onderbouwd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1055

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt een Wahv-sanctie van € 307,50 voor het rijden met niet deugdelijk afgedekte losse lading maiskolven op een aanhangwagen. De betrokkene betwist dat gevaar bestond voor afvallen of wegwaaien van de lading en beroept zich op een eerdere uitspraak van het hof over het vervoer van bieten. Het hof oordeelt dat uit de verklaring van de verbalisant, het aanvullend proces-verbaal en de foto's in het dossier voldoende blijkt dat gevaar kon ontstaan. De lading kwam boven de schotten uit, was niet afgedekt met een net en stukken maiskolven lagen reeds verspreid op het wegdek. Het beroep op het eerdere arrest slaagt niet, omdat die zaak betrekking heeft op een andere lading en een andere beladingssituatie. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vader en zoon veroordeeld voor gewoontewitwassen en valsheid in geschrift vanuit boekhoudbedrijf na procesafspraken

Rechtbank Overijssel 24 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:953 en ECLI:NL:RBOVE:2026:954

De rechtbank Overijssel veroordeelt een vader (78) en zoon (42) voor het medeplegen van valsheid in geschrift en gewoontewitwassen in de uitoefening van hun beroep als boekhouder. Gedurende bijna negen jaar maken zij valse facturen op via een eenmanszaak en witwassen daarmee ruim 365.000 euro aan van misdrijf afkomstig geld. Beide zaken zijn afgedaan op basis van procesafspraken met het Openbaar Ministerie, getoetst aan het kader van de Hoge Raad uit 2022. De vader krijgt een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 35.000 euro opgelegd. De zoon krijgt een taakstraf van 200 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en dezelfde geldboete van 35.000 euro. De rechtbank matigt de straf in beide zaken vanwege de proceseconomische voordelen van de afdoeningsvoorstellen en ziet af van een ontnemingsvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor niet doen van belastingaangiften: verdachte geeft fiscale verplichtingen volstrekt onvoldoende prioriteit

Rechtbank Amsterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2274

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een ondernemer voor het feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting over de jaren 2018, 2020 en 2021, en voor het niet tijdig doen van aangifte inkomstenbelasting over 2019. De verdachte is enig aandeelhouder van een vennootschap die een fiscale eenheid vormt met elf dochterondernemingen. De rechtbank oordeelt dat de uitnodigingen tot het doen van aangifte naar het juiste adres zijn verzonden en dat sprake is van voorwaardelijk opzet. De verdachte heeft zijn fiscale verplichtingen volstrekt onvoldoende prioriteit gegeven en verantwoordelijkheid afgeschoven op zijn accountants en CFO. De Belastingdienst heeft aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd voor in totaal € 561.732 en een aanslag inkomstenbelasting van € 294.383. De rechtbank legt een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis van het Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Visfraude: maatschap veroordeeld voor valsheid in geschrift door visreizen te registreren op naam van kapot vaartuig

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1812

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een maatschap tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 25.000 euro voor valsheid in geschrift in de visserijsector. De maatschap registreert tussen 2021 en 2023 fictieve visreizen in het digitale vangstregistratiesysteem E-Lite op naam van een vaartuig dat al jaren niet meer vaart. De zeebaarsvangsten die op dit vaartuig worden weggeschreven, zijn in werkelijkheid gevangen met een ander vaartuig dat over een beperktere vismachtiging beschikt. De rechtbank verwerpt het verweer dat de Uitvoeringsregeling Zeevisserij als specialis aan vervolging op grond van artikel 225 Sr in de weg staat. Het verweer dat pas sprake is van een geschrift na verzending van de gegevens wordt eveneens verworpen: de rechtbank oordeelt dat het geschrift al bestaat op het moment van invoer in het systeem. Bij de strafmaat weegt de rechtbank mee dat ook een ontnemingsvordering van ruim 83.000 euro loopt, waardoor een geheel voorwaardelijke geldboete volstaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift ten behoeve van belastingfraude: rechtbank wijkt af van eis en legt taakstraf op wegens oude feiten en overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2117

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, in de periode 2015 tot en met 2018. De verdachte maakte vanuit aan hem gelieerde ondernemingen valse facturen op voor een schoonmaakbedrijf, waarmee belastingfraude werd gefaciliteerd en werknemers zwart werden betaald. Het totaal gefactureerde bedrag bedraagt ruim € 2,4 miljoen, waarvan bijna € 775.000 aan de gelieerde ondernemingen is uitbetaald. Het Openbaar Ministerie eist zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank wijkt hiervan af. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de ouderdom van de feiten, de instrumentele rol van de verdachte en de toepassing van artikel 63 Sr legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^