Veroordeling voor oplichting van reizigers via een reisorganisatie, vrijspraak van medeplegen en taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4862

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een man voor oplichting, meermalen gepleegd, omdat hij via de website van een reisorganisatie klanten vliegtickets liet betalen zonder die reizen daadwerkelijk te boeken. De verdachte had zijn bedrijf op papier verkocht aan een ander, maar het hof stelt vast dat die verkoop een schijnconstructie was en dat de verdachte zelf de bedrijfsvoering bleef uitvoeren. Onderzoek naar de bij het internetbankieren gebruikte IP-adressen koppelt de verdachte aan de zakelijke rekening tot ver na de gestelde overdracht. Boekingen van voor 1 maart 2015 blijven buiten de bewezenverklaring omdat niet vaststaat dat de verdachte toen al opzet op oplichting had. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. Anders dan de rechtbank legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op maar een taakstraf van 240 uren, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van melkveehouder voor opzettelijke overschrijding van het fosfaatrecht door het onjuist omboeken van melkkoeien naar weide- en zoogkoeien

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1977

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een melkveehouder wegens overtreding van artikel 21b van de Meststoffenwet omdat hij in 2018 opzettelijk meer fosfaat met melkvee produceert dan zijn fosfaatrecht toelaat. De verdachte boekt melk- en kalfkoeien onterecht om naar de categorie weide- en zoogkoeien, waarvoor geen fosfaatrechten nodig zijn, deels met terugwerkende kracht. Het hof stelt vast dat een gemiddelde melkproductie van 11.670 kilogram per koe niet realistisch is en verwerpt het beroep op ander voer en selectie van beter producerende koeien. Op basis van de geleverde melk berekent het hof een fosfaattekort van ongeveer 265 kilogram, waar de tenlastelegging uitging van 312,6 kilogram. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en komt tot een gewijzigde bewezenverklaring. De opgelegde geldboete bedraagt € 3.500, waarvan de helft voorwaardelijk, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens bespaarde lease- en legeskosten bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveehouder

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1978

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch ontneemt aan een melkveehouder het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij heeft behaald door in 2018 meer fosfaat met melkvee te produceren dan zijn fosfaatrecht toeliet. De betrokkene bespaart kosten door voor de overschrijding geen fosfaatrechten te leasen en de daarvoor verschuldigde leges niet te betalen. Het hof gaat uit van een leaseprijs van € 39,50 per kilogram fosfaat en een overschrijding van ongeveer 265 kilogram, wat neerkomt op € 10.467,50 aan bespaarde leasekosten. Daarbij komt € 100 aan bespaarde legeskosten voor de melding bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het hof stelt het voordeel in het voordeel van de betrokkene afgerond vast op € 10.500 en legt een betalingsverplichting van dat bedrag op. De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bedraagt 105 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van twee echtgenoten voor het opzettelijk medeplegen van de invoer van 232 beschermde papegaaieneieren, zonder aansluiting bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude

De rechtbank Amsterdam veroordeelt twee echtgenoten die op 24 maart 2026 op Schiphol 232 papegaaieneieren van beschermde soorten uit Nicaragua binnenbrengen zonder invoervergunning en zonder de zending aan te bieden voor officiële controle. De eieren, waaronder die van de Buffons ara en de geelnekamazone, vallen onder het Cites-verdrag en de bijlagen A en B van Basisverordening (EG) nr. 338/97. De rechtbank acht bij beide verdachten medeplegen van overtreding van de Omgevingswet en de Wet Dieren bewezen, telkens opzettelijk begaan. Anders dan de officier van justitie sluit de rechtbank niet aan bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude, omdat de waarde van de zending onbekend is. De officier van justitie eist tegen de man achttien maanden en tegen de vrouw vierentwintig maanden gevangenisstraf. De rechtbank legt beiden een gevangenisstraf van 270 dagen op, waarvan 170 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en verklaart de in beslag genomen telefoons verbeurd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de vraag of een verpleegkundige in een Wvggz-zorginstelling ambtenaar is in de zin van artikel 304 Sr

Hoge Raad 25 augustus 2026, ECLI:NL:HR:2026:1362

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld wegens onder meer twee mishandelingen, waaronder de mishandeling van een verpleegkundige, en aan wie terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd. Het slachtoffer is een verpleegkundige die werkzaam is in een zorginstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar de verdachte op grond van een zorgmachtiging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is opgenomen. Het vierde cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat deze verpleegkundige een ambtenaar is in de zin van artikel 304 lid 1, aanhef en onder 3, Sr. De Hoge Raad herhaalt dat onder ambtenaar ook valt degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd. Het oordeel van het hof dat de verplichte en gedwongen zorg een overheidstaak is en dat de verpleegkundige daarom als ambtenaar kan worden aangemerkt, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangiften omzetbelasting en vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk wegens ontbrekend opzet op benadeling van schuldeisers

Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2188

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet doen van aangiften omzetbelasting door een besloten vennootschap over vijf kwartalen in 2011 en 2012, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven. Volgens de Belastingdienst leidt dit tot een belastingnadeel van in totaal € 680.612, waarop het hof geen voorbelasting in mindering brengt omdat de administratie onvolledig is. Het hof spreekt de verdachte vrij van het feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk, omdat niet bewezen is dat het niet voeren van de administratie plaatsvond ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers. Ook verwerpt het hof het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens strijd met het Protocol AAFD. Wegens overschrijding van de redelijke termijn legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast legt het hof een taakstraf van 240 uren op, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit valsheid in geschrift met vervalste testamenten en verzekeringsstukken; vorderingen benadeelde partijen niet in mindering gebracht

Gerechtshof Amsterdam 27 augustus 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2440

De rechtbank Noord-Holland legt op 21 maart 2023 een betalingsverplichting van € 305.312,09 op na een veroordeling wegens valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. In hoger beroep schat het gerechtshof Amsterdam het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 405.871,29, opgebouwd uit € 343.683,58 die de betrokkene met een vervalst testament en een verklaring van erfrecht van een bank in Luxemburg ontvangt en € 62.187,71 die twee verzekeringsmaatschappijen uitkeren op valse facturen, offertes en schadetaxaties. Het hof brengt de aan ASR en Nationale Nederlanden toegewezen schadevergoedingen niet in mindering, omdat het arrest niet onherroepelijk is en de vorderingen niet zijn voldaan. Het draagkrachtverweer wordt verworpen, omdat niet aanstonds duidelijk is dat de betrokkene nu en in de toekomst geen draagkracht heeft. De overschrijding van de redelijke termijn is verdisconteerd in de straf in de gelijktijdig behandelde strafzaak, zodat het hof in de ontnemingszaak volstaat met de constatering daarvan. Het hof stelt de betalingsverplichting vast op € 405.871,29.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveebedrijf, geen uitzondering voor Jersey-koeien

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4923

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in een ontnemingszaak tegen een biologisch melkveebedrijf dat Jersey-koeien houdt en dat onherroepelijk is veroordeeld voor het produceren van meer dierlijke mest dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht toestond. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de economische politierechter en de advocaat-generaal vordert een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 19.334. Dat voordeel bestaat uit de kosten die het bedrijf heeft bespaard door over 2020 geen extra fosfaatrechten te leasen. De verdediging voert aan dat de forfaitaire berekening voor Jersey-koeien een te hoge fosfaatproductie oplevert en dat ontneming onrechtvaardig en disproportioneel is. Het hof stelt vast dat de wetgever sinds de invoering van het fosfaatrechtenstelsel geen uitzondering meer maakt voor biologische melkveehouders of Jersey-koeien en ziet geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg stelt het hof het geschatte voordeel vast op € 19.334 en de betalingsverplichting aan de Staat op € 17.500.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoger beroep niet-ontvankelijk in handhavingszaak over uitbesteding van transactiemonitoring onder artikel 10 Wwft

College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2026, ECLI:NL:CBB:2026:408

Een stichting verzoekt De Nederlandsche Bank om handhavend op te treden tegen vijf banken die hun transactiemonitoring hebben uitbesteed aan Transactie Monitoring Nederland, wat volgens de stichting in strijd is met het uitbestedingsverbod van artikel 10 Wwft. DNB neemt het verzoek niet in behandeling en verklaart het bezwaar later niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat TMNL haar activiteiten heeft gestaakt. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaart het beroep ongegrond. In hoger beroep beoordeelt het College ambtshalve of de stichting nog belang heeft bij een uitspraak. Omdat de uitbesteding waartegen het handhavingsverzoek was gericht al is beëindigd, kan de stichting niet meer bereiken wat zij beoogde en verklaart het College het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van feitelijk leidinggeven aan niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift omdat aan de facturen werkelijke werkzaamheden ten grondslag liggen

Rechtbank Rotterdam 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10768

De rechtbank Rotterdam spreekt een bestuurder vrij van feitelijk leidinggeven aan niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift. De verdachte en zijn medeverdachte zetten via hun logistieke onderneming een bestaande constructie voort waarbij opslagkosten aan een opdrachtgever worden gefactureerd en één op één worden doorbetaald aan de privéondernemingen van een leidinggevende van die opdrachtgever. Volgens het Openbaar Ministerie vloeien deze bedragen terug als gift, omdat daar geen werkzaamheden tegenover staan. De rechtbank stelt vast dat de leidinggevende wel degelijk werkzaamheden verricht, dat bemiddeling en het doorfactureren daarvan in de logistieke sector niet ongebruikelijk zijn, en dat niet blijkt dat de verdachte opzet heeft op een gift of dat de leidinggevende in strijd met zijn plicht handelt. Omdat aan de facturen daadwerkelijk diensten ten grondslag liggen, kan evenmin worden vastgesteld dat de facturen vals zijn. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging, omdat de rechtbank de aangevoerde vormverzuimen verwerpt.

Read More
Print Friendly and PDF ^