Conclusie AG over daderschap rechtspersonen

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 1 september 2026 een conclusie genomen in een cassatiezaak over bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte veroordeelde tot zestien maanden gevangenisstraf en een ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn. Op de dag dat artikel 51 Sr vijftig jaar bestaat, wijdt de advocaat-generaal een uitvoerige beschouwing aan het daderschap van de rechtspersoon en het Drijfmest-kader van de Hoge Raad uit 2003. Aanleiding is de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 31 mei 2023, die voor het overtrederschap aansluit bij de strafrechtelijke criteria maar beschikkingsmacht volgens de conclusie soms te formeel invult. De advocaat-generaal bepleit materiële beschikkingsmacht als centraal vereiste, formuleert contra-indicaties voor toerekening bij louter nalaten en doet suggesties om het Drijfmest-kader te versterken. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met uitsluitend een strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 15 december 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in cassatieberoep in beklagprocedure over verschoningsrecht bij een Europees onderzoeksbevel

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1231

De Hoge Raad verklaart een Duitse advocaat niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg over de inbeslagneming van stukken onder zijn cliënt. De stukken, handgeschreven notities en artikelen met aantekeningen, zijn in beslag genomen naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van de Duitse autoriteiten. De klager dient zowel een klaagschrift op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a Sv als een klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv in, beide met de strekking dat de stukken onder zijn verschoningsrecht vallen. De rechtbank verklaart het eerste klaagschrift niet-ontvankelijk en het tweede ongegrond. De Hoge Raad verwerpt bij afzonderlijke beschikking van dezelfde dag het cassatieberoep tegen de beslissing op het klaagschrift ex artikel 98 lid 4 Sv, waardoor onherroepelijk vaststaat dat de stukken niet onder het verschoningsrecht vallen. Daardoor heeft de klager in de beklagprocedure geen belang meer en volgt niet-ontvankelijkverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verklaart cliënt niet-ontvankelijk in cassatieberoep over beslag op geschriften nu verschoningsrecht van advocaat onherroepelijk is afgewezen

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1232

De Hoge Raad verklaart de cliënt van een Duitse advocaat niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg over de inbeslagneming van geschriften onder de klager naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van de Duitse autoriteiten. Het gaat om handgeschreven notities en artikelen met aantekeningen die in beslag zijn genomen bij een doorzoeking op 28 februari 2023. De klager legt aan zijn beklag ten grondslag dat de stukken onder het verschoningsrecht van zijn Duitse advocaat vallen. De Hoge Raad verwerpt bij beschikking van dezelfde dag het cassatieberoep van de advocaat in diens eigen beklagzaak, ECLI:NL:HR:2026:1230, waardoor onherroepelijk vaststaat dat de stukken niet onder het verschoningsrecht vallen. Omdat in de beklagzaak van de beslagene het onherroepelijke oordeel in de beklagprocedure van de verschoningsgerechtigde tot uitgangspunt moet worden genomen, heeft de klager geen belang meer bij zijn cassatieberoep en volgt niet-ontvankelijkverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt strafoplegging bij valsheid in geschrift omdat de rol van de verdachte als gemeenteraadslid en journalist niet uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1189

De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging in een zaak over valsheid in geschrift en wijst de zaak op dat punt terug naar het gerechtshof Den Haag. De verdachte is door het hof veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk, omdat hij een formulier over de vermissing van zijn rijbewijs valselijk heeft opgemaakt en bij de gemeente heeft gebruikt om snel een nieuw rijbewijs te verkrijgen. Het eerste cassatiemiddel klaagt dat het opzet op het valselijk opmaken niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, maar dat middel leidt niet tot cassatie. Het tweede middel klaagt met succes over de strafmotivering. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte betrokken dat hij ten tijde van het feit was verkozen als gemeenteraadslid en als journalist kritisch over overheidshandelen schrijft. Het proces-verbaal van de terechtzitting en de meegedeelde stukken bieden voor die vaststellingen onvoldoende aanknopingspunten, zodat de strafoplegging ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf voor oplichting van een bank en valsheid in geschrift met valselijk opgemaakte facturen uit een bouwdepot

Rechtbank Den Haag 3 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19750

De rechtbank Den Haag veroordeelt een man voor oplichting van ING Bank en voor valsheid in geschrift, beide meermalen gepleegd. Hij gebruikte zonder toestemming het briefpapier van twee bedrijven voor facturen waarop werkzaamheden en kosten stonden vermeld die nooit zijn verricht. Met die facturen bewoog hij de bank tussen 24 mei 2023 en 12 maart 2024 tot uitbetaling van in totaal € 668.702,03 uit een bouwdepot. De verdachte heeft de feiten bekend, volledig meegewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek en spijt betuigd. De rechtbank rekent hem aan dat aan zijn handelen pas een einde kwam door ontdekking door ING. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vernietiging en terugwijzing van de strafoplegging bij een veroordeling voor valsheid in geschrift wegens ontoereikende motivering

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1189

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een verdachte is veroordeeld voor valsheid in geschrift. De verdachte maakt een formulier over de vermissing van zijn rijbewijs bij de gemeente valselijk op om snel en eenvoudig een nieuw rijbewijs te verkrijgen. Het eerste cassatiemiddel over het bewijs van het opzet faalt, omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Het tweede cassatiemiddel over de strafmotivering slaagt. Het hof betrekt bij de straf ten nadele van de verdachte dat hij gemeenteraadslid is en als journalist kritisch schrijft over de overheid, terwijl het procesdossier voor die vaststellingen onvoldoende aanknopingspunten biedt. De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging en wijst de zaak in zoverre terug naar het gerechtshof Den Haag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling vrouw voor mensenhandel, vrijspraak overtreding Arbeidsomstandighedenwet en toewijzing van de vordering benadeelde partij wegens gemist nettoloon, vakantiegeld en immateriële schade

Rechtbank Oost-Brabant 13 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4876

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een vrouw tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor mensenhandel en dwang. Zij huisvest en neemt een kwetsbare vrouw op met het oogmerk van uitbuiting en laat haar ruim elf jaar dagelijks zwaar fysiek werk verrichten op haar paardenbedrijf zonder haar daarvoor te betalen. Het slachtoffer woont in die periode onder erbarmelijke omstandigheden in een chalet op het erf en ondergaat verbaal en fysiek geweld. Van het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet volgt vrijspraak, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat daardoor levensgevaar of ernstig gevaar voor de gezondheid ontstaat of te verwachten is. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot € 201.523,71 aan gemist nettoloon, vakantiegeld en immateriële schade. Over het gestelde overbeslag laat de rechtbank zich niet uit, omdat de actieve onderzoeksplicht uit het arrest van de Hoge Raad van 10 maart 2026 volgens haar alleen geldt voor de beklagrechter in procedures op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veertig maanden gevangenisstraf voor woonbemiddelaar die op naam van woningzoekenden kredieten en leaseauto's aanvraagt

Rechtbank Den Haag 6 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19093

De rechtbank Den Haag veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van veertig maanden voor oplichting van kredietverstrekkers, een creditcardmaatschappij en een leasemaatschappij. Hij benadert particulieren als woonbemiddelaar en gebruikt de persoonsgegevens en financiële stukken die zij hem verstrekken zonder hun toestemming voor kredieten, creditcards en leaseauto's. Bij die aanvragen maakt hij gebruik van vervalste loonspecificaties, bankafschriften, jaarrekeningen en identiteitsbewijzen. Twaalf particulieren blijven achter met schulden, aanmaningen en BKR-registraties, terwijl de rechtspersonen voor ruim € 125.000 zijn benadeeld. De rechtbank acht daarnaast het voorhanden hebben van een gaspistool met munitie bewezen en spreekt vrij van medeplegen. Bij de straftoemeting houdt zij rekening met artikel 63 Sr en met een eerdere onherroepelijke veroordeling tot 52 maanden gevangenisstraf voor soortgelijke feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in een nieuwe ontnemingsvordering na onherroepelijke niet-ontvankelijkverklaring

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1827

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch buigt zich in hoger beroep over de vraag of het Openbaar Ministerie een nieuwe ontnemingsvordering mag aanbrengen nadat de officier van justitie eerder onherroepelijk niet-ontvankelijk is verklaard in een ontnemingsvordering. Het hof oordeelt dat artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht daaraan niet in de weg staat zolang de onderliggende strafzaak nog niet onherroepelijk is afgedaan. De enige voorwaarde is dat de nieuwe vordering binnen de tweejaarstermijn van artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering wordt ingediend, en daaraan is voldaan. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat de veroordeelde aan de uitlatingen van de toenmalige advocaat-generaal geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Het hof vernietigt het vonnis en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 65.948,67, na aftrek van een bedrag waarvoor in de strafzaak vrijspraak volgt en van een reeds terugbetaald bedrag. Aan de veroordeelde wordt de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzeling van ten hoogste 659 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen terugwijzing onder de kernroljurisprudentie en veroordeling van een bewindvoerder voor diefstal en verduistering, met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1826

De verdachte is jarenlang bewindvoerder en budgetbeheerder van tientallen kwetsbare, veelal oudere mensen en maakt in die hoedanigheid geld van hen weg. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch wijst het verzoek tot terugwijzing naar de rechtbank af en doet de zaak onder de kernroljurisprudentie zelf af. Het verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en acht diefstal en verduistering in dienstbetrekking bewezen ten nadele van 34 slachtoffers. Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Reden is dat schadeloosstelling van de benadeelden bij vrijheidsbeneming illusoir zou worden. Het hof wijst de materiële vorderingen van de benadeelde partijen toe en legt de schadevergoedingsmaatregel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^