Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens bespaarde lease- en legeskosten bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveehouder

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1978

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch ontneemt aan een melkveehouder het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij heeft behaald door in 2018 meer fosfaat met melkvee te produceren dan zijn fosfaatrecht toeliet. De betrokkene bespaart kosten door voor de overschrijding geen fosfaatrechten te leasen en de daarvoor verschuldigde leges niet te betalen. Het hof gaat uit van een leaseprijs van € 39,50 per kilogram fosfaat en een overschrijding van ongeveer 265 kilogram, wat neerkomt op € 10.467,50 aan bespaarde leasekosten. Daarbij komt € 100 aan bespaarde legeskosten voor de melding bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het hof stelt het voordeel in het voordeel van de betrokkene afgerond vast op € 10.500 en legt een betalingsverplichting van dat bedrag op. De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bedraagt 105 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveebedrijf, geen uitzondering voor Jersey-koeien

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4923

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in een ontnemingszaak tegen een biologisch melkveebedrijf dat Jersey-koeien houdt en dat onherroepelijk is veroordeeld voor het produceren van meer dierlijke mest dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht toestond. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de economische politierechter en de advocaat-generaal vordert een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 19.334. Dat voordeel bestaat uit de kosten die het bedrijf heeft bespaard door over 2020 geen extra fosfaatrechten te leasen. De verdediging voert aan dat de forfaitaire berekening voor Jersey-koeien een te hoge fosfaatproductie oplevert en dat ontneming onrechtvaardig en disproportioneel is. Het hof stelt vast dat de wetgever sinds de invoering van het fosfaatrechtenstelsel geen uitzondering meer maakt voor biologische melkveehouders of Jersey-koeien en ziet geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg stelt het hof het geschatte voordeel vast op € 19.334 en de betalingsverplichting aan de Staat op € 17.500.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad herhaalt overwegingen over hoofdelijke aansprakelijkheid van art. 36e lid 7 Sr bij gemeenschappelijk voordeel

Hoge Raad 1 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1405

De Hoge Raad vernietigt een ontnemingsuitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin aan de betrokkene een hoofdelijke betalingsverplichting van € 19.258 is opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het voordeel is verkregen uit medeplegen van mensenhandel, doordat twee slachtoffers in de prostitutie moesten werken en hun verdiensten moesten afstaan. Het tweede cassatiemiddel klaagt over de oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting aan de betrokkene voor het gehele bedrag. De Hoge Raad herhaalt zijn overwegingen uit HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:878 over de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 36e lid 7 Sr bij gemeenschappelijk voordeel. Het oordeel van het hof is niet toereikend gemotiveerd, omdat uit de bewijsvoering volgt dat een deel van de opbrengst is overgeboekt naar rekeningen van de medebetrokkene zonder dat het hof heeft vastgesteld dat beiden gezamenlijk over de gehele opbrengst konden beschikken. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies over de implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 19 augustus 2026 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel om het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering te wijzigen in verband met de implementatie van de Confiscatierichtlijn. Het advies is op 24 augustus 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in een nieuwe ontnemingsvordering na onherroepelijke niet-ontvankelijkverklaring

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1827

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch buigt zich in hoger beroep over de vraag of het Openbaar Ministerie een nieuwe ontnemingsvordering mag aanbrengen nadat de officier van justitie eerder onherroepelijk niet-ontvankelijk is verklaard in een ontnemingsvordering. Het hof oordeelt dat artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht daaraan niet in de weg staat zolang de onderliggende strafzaak nog niet onherroepelijk is afgedaan. De enige voorwaarde is dat de nieuwe vordering binnen de tweejaarstermijn van artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering wordt ingediend, en daaraan is voldaan. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat de veroordeelde aan de uitlatingen van de toenmalige advocaat-generaal geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Het hof vernietigt het vonnis en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 65.948,67, na aftrek van een bedrag waarvoor in de strafzaak vrijspraak volgt en van een reeds terugbetaald bedrag. Aan de veroordeelde wordt de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzeling van ten hoogste 659 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven bij profijtontneming

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:790

Dit arrest betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het medeplegen van het (voorbereiden van het) invoeren van cocaïne, waarbij het gerechtshof Den Haag de betrokkene de verplichting oplegt tot betaling van € 45.000 aan de Staat. Het tweede en het derde cassatiemiddel klagen over het oordeel van het hof dat het geld voor de aankoop van een BMW en een Audi A3 aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven zijn. Het hof neemt uitgaven van € 17.000 en € 8.000 in aanmerking en baseert zich op de kentekenregistratie als voor tegenspraak vatbare aanwijzing en op het ontbreken van enige administratie van de gestelde autohandel. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel toereikend is gemotiveerd, verklaart de overige middelen af op grond van artikel 81 lid 1 RO en stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn is overschreden zonder daaraan gevolg te verbinden. De Hoge Raad verwerpt het beroep, anders dan de advocaat-generaal die tot vernietiging en terugwijzing concludeert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming na structurele onderbetaling van uitzendkrachten: hof betrekt schaduwadministratie en soortgelijke feiten bij schatting van het voordeel

Gerechtshof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2943

Het gerechtshof Den Haag stelt op 11 juni 2024 in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel van een betrokkene vast op € 258.710,95 na een veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift door een rechtspersoon. De betrokkene drijft een uitzendbureau dat aan werknemers met Oost-Europese namen een nettoloon betaalt dat lager is dan het wettelijk minimumloon, waarbij het verschil via de onderneming aan hemzelf toekomt. Het hof baseert de schatting op het verschil tussen het uitbetaalde nettoloon en het wettelijk minimumloon in de periode van 2014 tot en met oktober 2016. Naast de bewezen verklaarde feiten betrekt het hof ook andere soortgelijke feiten in de schatting waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan, mede op grond van een professioneel opgezette schaduwadministratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 74 AWR geen belemmering voor ontneming van vervolgprofijt uit aan belastingheffing onttrokken vermogen: hof rekent voordeel toe aan ultimate beneficial owners

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch legt op 16 april 2026 aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel op van € 5.157.336 wegens vervolgprofijt uit witwassen van aan de belastingheffing onttrokken vermogen. Het hof oordeelt dat artikel 74 AWR niet in de weg staat aan ontneming van voordeel dat op andere wijze samenhangt met fiscale fraude, zoals rendement op aan de belastingheffing onttrokken gelden. De betalingsverplichting wordt hoofdelijk opgelegd aan de betrokkene en haar medeverdachte als ultimate beneficial owners. De gelijktijdig gewezen vordering tegen de betrokken rechtspersoon wordt afgewezen omdat het voordeel feitelijk uitsluitend bij de natuurlijke personen is terechtgekomen. De rechtspersoon is volgens het hof slechts als instrument en tussenschakel gebruikt. De gijzeling wordt vastgesteld op de wettelijke maximumduur van 1080 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Haag wijzigt ambtshalve grondslag ontnemingsvordering: witwashandelingen leiden niet zelfstandig tot wederrechtelijk verkregen voordeel

Gerechtshof Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1285

Het Gerechtshof Den Haag oordeelt op 21 april 2026 in een ontnemingszaak dat het enkele verrichten van witwashandelingen op zichzelf niet leidt tot wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van artikel 36e lid 2 Sr. Het hof verlaat ambtshalve de door het Openbaar Ministerie aangevoerde grondslag en past artikel 36e lid 3 Sr toe op de zaak van een betrokkene die is veroordeeld voor medeplegen van witwassen van € 410.000. Dat bedrag is via een schijnconstructie aangewend voor de aankoop van een woning, terwijl tegenover de ontvangst geen schuld of tegenprestatie heeft gestaan. De waardestijging van de woning kwalificeert als vervolgprofijt van € 65.000, zodat het totale voordeel op € 475.000 wordt geschat. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep matigt het hof de betalingsverplichting met € 10.000. Aan de betrokkene wordt de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van € 465.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toerekening van wederrechtelijk voordeel uit rechtspersonen aan de feitelijk leider: materiële zeggenschap is niet genoeg

Hoge Raad 19 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:691

In dit arrest verduidelijkt de Hoge Raad de motiveringseisen bij toerekening van wederrechtelijk verkregen voordeel uit rechtspersonen aan de feitelijk leidinggevende natuurlijke persoon in de trustsector. Het hof Amsterdam had EUR 1.688.200 aan voordeel uit inhousevennootschappen aan de betrokkene toegerekend op grond van diens materiële zeggenschap, maar de Hoge Raad oordeelt dat die motivering ontoereikend is. Mede gelet op het reparatoire karakter van artikel 36e Sr moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene daadwerkelijk heeft behaald. De enkele vaststelling dat hij over het vennootschapsvermogen kon beschikken volstaat niet; vereist is dat hij daarover vrijelijk en te eigen bate heeft beschikt of heeft kunnen beschikken.

Read More
Print Friendly and PDF ^