Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven bij profijtontneming
/Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:790
Dit arrest betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het medeplegen van het (voorbereiden van het) invoeren van cocaïne, waarbij het gerechtshof Den Haag de betrokkene de verplichting oplegt tot betaling van € 45.000 aan de Staat. Het tweede en het derde cassatiemiddel klagen over het oordeel van het hof dat het geld voor de aankoop van een BMW en een Audi A3 aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven zijn. Het hof neemt uitgaven van € 17.000 en € 8.000 in aanmerking en baseert zich op de kentekenregistratie als voor tegenspraak vatbare aanwijzing en op het ontbreken van enige administratie van de gestelde autohandel. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel toereikend is gemotiveerd, verklaart de overige middelen af op grond van artikel 81 lid 1 RO en stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn is overschreden zonder daaraan gevolg te verbinden. De Hoge Raad verwerpt het beroep, anders dan de advocaat-generaal die tot vernietiging en terugwijzing concludeert.
Read More