Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Delos: rechtbank Amsterdam scherpt beoordelingskader voor getuigenverzoeken in ontnemingsprocedure aan en wijst alle verzoeken af

Rechtbank Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 en ECLI:NL:RBAMS:2026:3800

De rechtbank Amsterdam wijst op 3 april 2026 alle getuigenverzoeken af in twee parallelle ontnemingszaken die voortvloeien uit het onderzoek Delos. Beide veroordeelden zijn in de hoofdzaak veroordeeld voor het medeplegen van grootschalige cocaïne-invoer, terwijl een onherroepelijke veroordeling nog ontbreekt. De rechtbank formuleert een eigen beoordelingskader voor getuigenverzoeken in ontnemingsprocedures, waarbij het verschil met de strafzaak centraal staat. Toewijzing van getuigen in het hoger beroep van de strafzaak betekent niet zonder meer dat dezelfde getuigen in de ontneming gehoord moeten worden. De verdediging dient concreet te onderbouwen welke aspecten van de ontnemingsrapportage de getuige kan raken en hoe diens verklaring de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan beïnvloeden. Bij gebreke van die specifieke onderbouwing wijst de rechtbank zowel de drugs- als de witwasgerelateerde getuigenverzoeken integraal af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Chauffeur bij bankhelpdeskfraude: rechtbank Limburg ziet medeplichtigheid waar OM medeplegen vorderde

De rechtbank Limburg veroordeelde op 28 april 2026 een vader die zijn zoon naar slachtoffers van bankhelpdeskfraude reed wegens medeplichtigheid, niet medeplegen. Hoewel de verdachte via een Snapchatgroep aantoonbaar wetenschap had van de fraude, achtte de rechtbank zijn bijdrage als chauffeur onvoldoende zwaarwegend voor medeplegen, mede omdat hij niet meedeelde in de buit. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur, lager dan de geëiste negen maanden gevangenisstraf, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees de gevorderde schadevergoedingsmaatregelen af, omdat onduidelijk was of de slachtoffers of hun banken de feitelijke schade droegen. Het vonnis illustreert de casuïstische afgrenzing tussen artikel 47 en 48 Sr en contrasteert met een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin een vergelijkbare chauffeursrol wel als medeplegen werd gekwalificeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Oost-Brabant: omkoping boa voor raadplegen kentekenregister rechtvaardigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf ondanks first offender en kostwinnerschap

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (hoofdzaak) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2740 (ontneming)

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor omkoping van een bijzonder opsporingsambtenaar en voor het voorhanden hebben van een gasdrukpistool. De verdachte plaatst gedurende ruim een jaar advertenties in Telegramgroepen waarin hij tegen betaling kentekengegevens aanbiedt, die hij verkrijgt via een boa met toegang tot gemeentelijke systemen. De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In de gelijktijdig behandelde ontnemingsprocedure stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 2.559,50 en wijst zij de vordering integraal toe. De rechtbank weegt mee dat de verdachte first offender is, openheid van zaken geeft en kostwinner is, maar acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar gelet op de schending van het publieke vertrouwen en de potentiële gevaarzetting bij het verstrekken van persoonsgegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

"Veilig stellen" van geld is al toe-eigenen

Op 29 april 2026 veroordeelde de rechtbank Midden-Nederland een boekhouder voor verduistering in dienstbetrekking van € 72.500 en drie bedrijfsauto's tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank oordeelt dat het door de verdachte gestelde "veilig stellen" van het geld op zichzelf al wederrechtelijke toe-eigening oplevert, omdat hij vanaf het moment van overboeking als heer en meester over het geld kon beschikken. Ondanks een forse overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank een zwaardere modaliteit op dan de officier van justitie eiste, met als motivering dat de ernst van de feiten en de proceshouding van de verdachte een stok achter de deur rechtvaardigen. Bij de vordering benadeelde partij merkt de rechtbank de advocaatkosten gemoeid met de artikel 12 Sv-procedure aan als rechtstreekse schade, omdat zonder die procedure de strafzaak geen doorgang zou hebben gevonden. De toegewezen materiële schade bedraagt € 80.510,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2016.

Read More
Print Friendly and PDF ^