Gevangenisstraf van 42 maanden voor hypotheekfraude en gewoontewitwassen en betalingsverplichting onder het geschatte voordeel, conform procesafspraken in straf- en ontnemingszaak

Rechtbank Amsterdam 29 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:10559 en ECLI:NL:RBAMS:2026:10560

De rechtbank Amsterdam doet op 29 september 2026 in twee vonnissen uitspraak in de strafzaak en de ontnemingszaak tegen één verdachte, geboren in 1994, overeenkomstig procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen valse werkgeversverklaringen, salarisspecificaties en een arbeidsovereenkomst heeft gebruikt om bij twee banken hypotheken van € 371.990 en € 250.000 te verkrijgen, en dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van in totaal bijna vijf miljoen euro. In de procesafspraken ziet de verdediging af van onderzoekswensen en verweren, en vordert het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van 42 maanden en een geldboete van € 50.000. De rechtbank toetst de afspraken aan artikel 6 EVRM en aan het kader dat de Hoge Raad op 27 september 2022 heeft geformuleerd, en acht de gevorderde straf in redelijke verhouding tot de ernst van de feiten. Zij verklaart de drie feiten bewezen en legt de straf conform de procesafspraken op, met aftrek van de detentie in de Verenigde Arabische Emiraten in het kader van de uitlevering. In de ontnemingszaak schat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 242.420 en stelt zij de betalingsverplichting conform de afspraken vast op € 193.600.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Werkgever en feitelijk leidinggevende veroordeeld voor opzettelijke overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet na dodelijke val door dak, verweer over eigen initiatief slachtoffer verworpen

Rechtbank Overijssel 31 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5266 en ECLI:NL:RBOVE:2026:5267

De rechtbank Overijssel veroordeelt een schoonmaakbedrijf en zijn indirect bestuurder voor opzettelijke overtreding van artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet na een dodelijk arbeidsongeval op 13 maart 2025. Een ingeleende werknemer valt bij het schoonmaken van zonnepanelen door een lichtdoorlatende plaat in het golfplatendak van een ligboxenstal en komt 6,8 meter lager op beton terecht. Het bedrijf had geen risico-inventarisatie en -evaluatie, heeft de werknemers niet ingelicht en geen toezicht gehouden, en stelde een te korte telescoopborstel ter beschikking, terwijl vanaf een kamersteiger en het dak van een aanhanger werd gewerkt. De verdediging voert aan dat het slachtoffer op eigen initiatief en buiten zijn normale werkzaamheden het dak opging, maar de rechtbank acht zulk initiatief niet atypisch binnen een bedrijf zonder risicoanalyse, instructies en geschikte arbeidsmiddelen. Het bedrijf krijgt conform de eis een geldboete van € 40.000, waarvan € 20.000 voorwaardelijk. De bestuurder, die volgens de rechtbank het beleid bepaalde, krijgt een taakstraf van 200 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk, hoger dan de geëiste 180 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris geeft in beslag genomen envelop met opschrift testament vrij: inhoud valt niet onder het verschoningsrecht en beslissing wordt niet betekend

Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14472

De rechter-commissaris in de rechtbank Rotterdam beslist op 2 oktober 2026 dat de inhoud van een bij een doorzoeking in beslag genomen envelop kan worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie. De envelop droeg twee sticky notes met de teksten “testament + tevoeging” en “verklaring broertje NL” en is daarom ongeopend in beslag genomen. In de envelop treft de rechter-commissaris een Engelstalige verklaring over een erfenis en een reeks Afghaanse documenten aan, die met hulp van een beëdigd vertaler voor het Dari worden beoordeeld. Het gaat grotendeels om Tazkera’s, Afghaanse uittreksels uit het bevolkingsregister, en stukken rond de aanvraag daarvan. Geen van de stukken is opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of betreft communicatie van, met of bestemd voor een verschoningsgerechtigde. Omdat geen verschoningsgerechtigde bekend is, wordt de beslissing niet betekend en worden de stukken direct vrijgegeven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank volgt procesafspraken in grootschalige belastingfraudezaak: achttien maanden gevangenisstraf, afstand van beslag en geen ontneming bij een nadeel van ruim € 1,65 miljoen

Rechtbank Overijssel 19 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6248

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 26-jarige man tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden voor het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting ten name van anderen. De verdachte biedt via sociale media boekhouddiensten aan met een geld-terug-garantie en dient voor honderden belastingplichtigen aangiften in die tot onterechte teruggaven leiden. De zaak wordt afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. Daarin ziet de verdachte af van onderzoekswensen en bewijsverweren en doet hij afstand van inbeslaggenomen goederen met een waarde van € 156.127,40, terwijl het Openbaar Ministerie geen ontnemingsvordering indient. De rechtbank toetst de afspraken aan artikel 6 EVRM en verklaart het medeplegen en het doen plegen van het opzettelijk onjuist doen van aangiften bewezen. Zij gaat uit van een door de FIOD berekend belastingnadeel van € 1.653.332 en legt de overeengekomen straf op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van onjuiste aangiften omzetbelasting en schuldigverklaring zonder straf voor valse facturen en verpandingsborderellen bij factoring door een opgeheven rechtspersoon

Rechtbank Oost-Brabant 14 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7335

De rechtbank Oost-Brabant oordeelt over een rechtspersoon die met een factoringmaatschappij bevoorschotting verkrijgt op basis van valse verkoopfacturen, verpandingsborderellen en incassospecificaties. De rechtspersoon is kort na de betekening van de dagvaarding opgeheven bij gebrek aan baten. De rechtbank verwerpt het verweer dat het Openbaar Ministerie daardoor niet-ontvankelijk is, omdat de dagvaarding vóór de inschrijving van de opheffing in het handelsregister is betekend en de vervolging een signaalfunctie heeft. Van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting spreekt de rechtbank vrij, omdat niet vast te stellen is dat de aangiften ten tijde van het indienen onjuist waren. De valsheid in geschrift en het gebruik van de valse stukken acht de rechtbank bewezen en toerekenbaar aan de rechtspersoon. Conform de eis verklaart de rechtbank de rechtspersoon schuldig zonder oplegging van straf of maatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen van onjuiste en niet tijdige aangiften omzetbelasting door eigenaar eenmanszaak en niet-aangifteplichtige echtgenote, en geldboete voor rechtspersoon

Rechtbank Oost-Brabant 13 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7292, ECLI:NL:RBOBR:2026:7291 en ECLI:NL:RBOBR:2026:7290

De rechtbank Oost-Brabant doet op 13 oktober 2026 uitspraak in drie fiscale strafzaken die gelijktijdig zijn behandeld en die gaan over het opzettelijk onjuist en niet of niet tijdig doen van aangiften omzetbelasting. De eigenaar van een eenmanszaak en zijn toenmalige echtgenote, die de administratie voerde, worden veroordeeld voor het medeplegen van onjuiste aangiften over twee kwartalen en het niet of niet tijdig doen van aangiften over vijf kwartalen, met een benadeling van ruim € 220.000. De rechtbank verwerpt het verweer van de echtgenote dat zij als niet-aangifteplichtige buiten het bereik van artikel 69 AWR valt, omdat dat aan medeplegen met de aangifteplichtige niet in de weg staat. Bij de eigenaar leidt de rechtbank voorwaardelijk opzet af uit het nalaten van toezicht op de aangiften, terwijl hij wist dat de Belastingdienst beslag had gelegd. Beiden krijgen een taakstraf van 60 en 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden, lager dan geëist vanwege hun persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn. Een rechtspersoon, waarvan de vertegenwoordiger in het vonnis als medeverdachte wordt aangeduid, krijgt een geldboete van € 10.000 voor twee nihilaangiften en negen niet of niet tijdig gedane aangiften.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor valsheid in geschrift en het in valse vorm beschikbaar stellen van inkoopfacturen aan de Belastingdienst in de handel in katalysatoren

Rechtbank Oost-Brabant 14 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7300

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een handelaar in katalysatoren voor het meermalen valselijk opmaken van inkoopfacturen en het opzettelijk in valse vorm beschikbaar laten stellen van twee van die facturen aan de Belastingdienst. Op de facturen staan onjuiste of niet bestaande leveranciersgegevens, of inkopen die in werkelijkheid niet zijn overeengekomen. De verdachte erkent dat hij de facturen heeft opgemaakt en dat zijn boekhouder ze aan de Belastingdienst heeft overhandigd, maar betwist opzet op benadeling van de Belastingdienst. De rechtbank leidt het opzet af uit de werkwijze en de schaal: in het dossier zitten 108 facturen met niet bestaande leveranciers, onjuiste adressen of getuigen die verklaren niet aan de verdachte te hebben verkocht. Van medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wat zij zelf aanmerkt als zwaarder dan de eis van 14 maanden, en houdt geen rekening met de lopende fiscale procedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor bestuurder die na een ongeval geen toezicht houdt op niet gedane en onjuiste aangiften omzetbelasting

Rechtbank Oost-Brabant 13 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7289

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt de enig bestuurder van een vennootschap voor feitelijk leidinggeven aan belastingfraude met omzetbelasting. De vennootschap doet over negen kwartalen in de periode 2019 tot en met 2021 niet of niet tijdig aangifte en dient over twee kwartalen nihilaangiften in, terwijl zij wel omzet behaalt. De aangiften worden na een auto-ongeluk van de bestuurder eind 2018 door anderen ingediend met zijn inloggegevens. Volgens de rechtbank ontslaat dat hem niet van zijn verantwoordelijkheid: hij had toezicht moeten (laten) houden of zich als bestuurder moeten uitschrijven. Het Openbaar Ministerie eist negen maanden gevangenisstraf. De rechtbank legt wegens de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Inbeslagneming van verschoningsgerechtigd concept-testament toegestaan als instrumentum delicti in onderzoek naar verduistering en oplichting van kwetsbare oudere

Rechtbank Rotterdam 2 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14302

De rechter-commissaris in de rechtbank Rotterdam beslist op 2 juli 2026 dat de inbeslagneming van een concept-testament is toegestaan in een onderzoek naar verduistering en oplichting van een kwetsbare oudere. Het concept zat met een begeleidende brief en een aangehecht stuk van een notaris in een envelop die bij een doorzoeking op 8 april 2026 in beslag is genomen. De rechter-commissaris merkt alle drie de stukken aan als verschoningsgerechtigd. De brief en het aangehechte stuk vallen niet onder de uitzondering van artikel 98 lid 5 Sv en gaan terug naar de beslagene. Het concept-testament heeft volgens de rechter-commissaris wel tot het begaan van het strafbare feit gediend, omdat een conceptversie een essentiële voorwaarde is voor het definitieve testament, waarin de oudere de verdachte en haar man als begunstigden kan aanwijzen. Het concept wordt aan het Openbaar Ministerie vrijgegeven zodra de beslissing onherroepelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vijf maanden gevangenisstraf voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting, gebruik van valse NOW- en TVL-aanvragen en witwassen; dagvaarding geldig

Rechtbank Amsterdam 17 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9789

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een in 1990 geboren verdachte bij verstek tot een gevangenisstraf van vijf maanden. Hij geeft feitelijk leiding aan het opzettelijk onjuist doen van vier kwartaalaangiften omzetbelasting over 2020 door zijn vennootschap. Ook maakt hij gebruik van vijf valse TVL-aanvragen en drie valse NOW-aanvragen met onjuiste omzetgegevens. Een bedrag van € 91.471 wast hij wit. De rechtbank acht de dagvaarding geldig, hoewel niet is verfeitelijkt op welke wijze van de valse geschriften gebruik is gemaakt, en spreekt de verdachte vrij van medeplegen. De straf is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie en ligt aan de onderkant van de LOVS-oriëntatiepunten.

Read More
Print Friendly and PDF ^