ING/Gazprom: opzegging zakelijke betaalrekening in kort geding getoetst aan het aanstaande recht op een zakelijke basisbetaalrekening

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft ING Bank N.V. op 19 oktober 2026 verboden de bankrelatie met Gazprom International Projects B.V. te beëindigen zolang Gazprom geen andere bankrelatie heeft kunnen aangaan. ING had de relatie op 29 december 2023 opgezegd op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden en wees op sanctie-, witwas- en reputatierisico’s vanwege de band met de Russische Gazprom-groep. Gazprom staat niet op een EU-sanctielijst en volgens de voorzieningenrechter is van Wwft-risico’s niet gebleken. De voorzieningenrechter acht de belangen van beide partijen zwaarwegend en laat de toets aan artikel 6:248 lid 2 BW in het midden. Doorslaggevend is het nieuwe artikel 4:71k Wft, dat ondernemingen, verenigingen en stichtingen een recht op een zakelijke basisbetaalrekening geeft en naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treedt. Gazprom blijft verplicht te zoeken naar een andere bank.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof van Justitie in DNO Yemen: wanneer betaling van een arbitraal vonnis neerkomt op het indirect ter beschikking stellen van tegoeden aan gesanctioneerden

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 15 oktober 2026 arrest gewezen in zaak C‑842/24 (DNO Yemen), op prejudiciële vragen van de Franse Cour de cassation over de Jemen-sanctieverordening. De zaak gaat over een arbitraal vonnis waarin DNO is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan het Jemenitische ministerie van Olie en Mineralen en aan de staatsonderneming YOGC. Over YOGC claimen zowel de legitieme Jemenitische regering als de Houthi-beweging zeggenschap, en personen uit die beweging staan op de sanctielijst. Het Hof oordeelt dat betaling aan een niet-gesanctioneerde publieke entiteit kan neerkomen op het indirect ter beschikking stellen van tegoeden aan gesanctioneerde personen, mits die personen daadwerkelijk in staat zijn de tegoeden te verkrijgen. Een louter hypothetisch risico is onvoldoende; het risico moet blijken uit objectieve, materiële aanwijzingen en voldoende waarschijnlijk zijn. Zeggenschap van gesanctioneerde personen wordt niet vermoed, en de nationale rechter moet aan de hand van specifieke, precieze en samenhangende aanwijzingen het risico beoordelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EU-sancties tegen Rusland: grootste aantal plaatsingen op één dag en 77 plaatsingen rond de Doema-verkiezingen

De Raad van de Europese Unie heeft op 12 oktober 2026 826 Russische ondernemingen en 743 bestuursvoorzitters van die ondernemingen op de sanctielijst geplaatst. Volgens de Raad is dit het grootste aantal personen en entiteiten dat de EU ooit in één keer heeft toegevoegd. De plaatsingen vallen onder het sanctieregime voor acties die de territoriale integriteit van Oekraïne ondermijnen, dat daarmee bijna 4.600 namen telt. Voor alle geplaatste personen en entiteiten geldt een bevriezing van tegoeden en een verbod om hun middelen ter beschikking te stellen; natuurlijke personen krijgen ook een inreisverbod. Dezelfde dag plaatste de Raad 77 personen op de lijst in verband met de Doema-verkiezingen in bezette delen van Oekraïne. In Nederland is overtreding van deze maatregelen strafbaar via de Sanctiewet 1977 en de Wet op de economische delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Slachtofferschap en het misdrijf agressie: erkenning, participatie en compensatie na de Russische agressie tegen Oekraïne

Dit artikel onderzoekt hoe het recent opgerichte Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne en de internationale Schadevergoedingscommissie voor Oekraïne omgaan met slachtofferschap als gevolg van agressie. Daarbij staat de vraag centraal in hoeverre deze instellingen ruimte bieden voor de individuele en collectieve erkenning van slachtoffers, hun participatie in procedures en hun aanspraken op herstel en compensatie. Aan de hand van een analyse van de oprichtingsinstrumenten van beide instellingen, relevante internationale jurisprudentie en literatuur over slachtofferschap en internationale jurisprudentie wordt betoogd dat deze mechanismen een verschuiving laten zien van een overwegend staatsgerichte naar een meer mensgerichte benadering van agressie. Tegelijkertijd blijven erkenning, participatie en herstel begrensd door institutionele, procedurele en politieke beperkingen. Het artikel laat zien dat de nieuwe mechanismen de spanning tussen juridische ambitie en politieke realiteit niet oplossen, maar wel bijdragen aan een herdefiniëring van slachtofferschap binnen het internationaal recht inzake agressie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG HvJ-EU in de zaak over uitvoer van opleidingsvliegtuigen naar Myanmar

Advocaat-generaal Tamara Ćapeta heeft op 24 september 2026 conclusie genomen in zaak C-538/25 (Flugzeugherstellerin, ECLI:EU:C:2026:790) over het begrip producten voor tweeërlei gebruik in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2021/821. De zaak komt van het Oostenrijkse Bundesverwaltungsgericht en betreft een verbod op de uitvoer van opleidingsvliegtuigen, een vluchtsimulator, technologie en onderdelen naar Myanmar, met de luchtmacht van dat land als eindgebruiker. De advocaat-generaal stelt het Hof voor dat begrip ruim uit te leggen en daarbij uitsluitend te kijken naar de objectieve, fysieke en technische kenmerken van het product op het moment van uitvoer. Een aanzienlijke bijdrage aan de capaciteiten van de strijdkrachten is volgens haar niet vereist; gebruik voor de basisopleiding van militaire piloten kan volstaan. De militaire capaciteiten van de eindgebruiker, de situatie in het land van bestemming, de mogelijkheid van aanpassing en het onttrekkingsgevaar horen volgens de conclusie pas thuis bij de vraag of een uitvoervergunning vereist is. Het Hof is niet aan de conclusie gebonden en beraadslaagt nog; een datum voor het arrest is niet vastgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanhoudingen en doorzoekingen vanwege sanctieomzeiling en levering diensten aan Rusland

De FIOD heeft dinsdag 15 september 2026 onder gezag van het Functioneel Parket aanhoudingen en doorzoekingen verricht in een strafrechtelijk onderzoek naar sanctieomzeiling en het leveren van verboden IT-diensten. Het vermoeden is dat  gesanctioneerde hoogwaardige technologische goederen en diensten vanuit Nederland, via een omzeilingsland, aan Rusland zijn geleverd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nexperia: waar juridische en geopolitieke vraagstukken samenkomen

Op 1 oktober 2025 diende Nexperia bij de Ondernemingskamer een enquêteverzoek tegen zichzelf in. In zeven beschikkingen liepen vennootschapsrechtelijke en geopolitieke vragen door elkaar. De OK trof binnen enkele uren ex parte ingrijpende voorzieningen, schorste de CEO en droeg de aandelen over aan een beheerder. Aan het oordeel lagen een tegenstrijdig belang van de CEO rond bestellingen bij WSS en het niet nakomen van governanceafspraken met EZK ten grondslag. Opvallend zijn de ruime uitleg van staatsveiligheid in art. 27 Rv en het betrekken van duurzame lange termijn waardecreatie bij het vennootschappelijk belang. Advocaat-Generaal Assink concludeerde in juni 2026 tot verwerping van de cassatieberoepen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing kort geding tegen opzegging bankrelatie wegens onbeheersbare risico's op omzeiling van Ruslandsancties bij handel in chemicaliën

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen af van twee vennootschappen en hun bestuurders tot voortzetting van de bankrelatie met ABN AMRO. De bank heeft de relaties opgezegd op grond van artikel 5 lid 3 Wwft wegens aanhoudende integriteitsrisico's rond mogelijke omzeiling van sancties tegen Rusland. De onderneming handelt in de chemische stoffen TDI en pMDI, die ook als bestanddeel voor raketbrandstof kunnen dienen en waarvan de levering aan Rusland sinds 20 juli 2025 is gesanctioneerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de onderneming zich onvoldoende bewust is van het risico dat zij onbedoeld meewerkt aan sanctieomzeiling en dat controleerbaar beleid ontbreekt. Door het fundamentele verschil in risicoperceptie kan de bank de sanctierisico's niet beheersen, zodat voorshands aannemelijk is dat zij verplicht is de relaties te beëindigen. Ook de registratie op de interne CAAML-lijst blijft in stand en eisers worden veroordeeld in de proceskosten van € 2.101.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AFM: Groei van beheerders van beleggingsinstellingen vraagt om extra aandacht voor de naleving van de anti-witwas- en sanctieregels

De Autoriteit Financiële Markten heeft in september 2026 een analyserapport gepubliceerd over de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Sanctiewet 1977 door beheerders van beleggingsinstellingen. Volgens de AFM is de naleving op onderdelen als risicobeoordeling en beleid verbeterd, maar blijven de light-beheerders daarbij achter. Het aantal light-beheerders groeide van 504 in 2019 naar 773 in 2024. Uit de vragenlijst met peildatum 31 december 2024 blijkt dat 66 procent een transactieprofiel opstelt en 55 procent is geregistreerd bij FIU-Nederland. Circa 45 procent van de dagelijks beleidsbepalers volgde de afgelopen twee jaar een Wwft-opleiding en circa 40 procent een training over sanctieregelgeving. De AFM wijst op de Antiwitwasverordening (AMLR), die op 10 juli 2027 in werking treedt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk de vrijspraak van het opzettelijk overtreden van de Sanctiewet 1977 bij geldovermakingen aan een naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1477

De Hoge Raad oordeelt in een OM-cassatie over de vrijspraak van een man die tussen 2014 en 2017 via tussenpersonen in Turkije en Libanon geld overmaakt aan zijn naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot. Het gerechtshof Den Haag spreekt hem vrij van het financieren van terrorisme, artikel 421 Sr, en van de opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 2 Sanctiewet 1977, en veroordeelt hem alleen voor de overtredingsvariant van de Sanctiewet. De klacht over de vrijspraak van het financieren van terrorisme faalt, omdat het hof het juiste toetsingskader hanteert en zijn oordeel over het ontbreken van voorwaardelijk opzet niet onbegrijpelijk is. De klachten over de Sanctiewet slagen. Voor het opzettelijk overtreden van artikel 2 Sanctiewet 1977 is vereist dat de verdachte opzet heeft op het ter beschikking stellen van tegoeden of economische middelen aan de in de tenlastelegging geconcretiseerde personen of organisaties, zonder dat hij hoeft te weten dat het om terroristische organisaties gaat of dat zij op een sanctielijst staan. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft de feiten 2 en 3 en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag.

Read More
Print Friendly and PDF ^