Profijtontneming na structurele onderbetaling van uitzendkrachten: hof betrekt schaduwadministratie en soortgelijke feiten bij schatting van het voordeel

Gerechtshof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2943

Het gerechtshof Den Haag stelt op 11 juni 2024 in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel van een betrokkene vast op € 258.710,95 na een veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift door een rechtspersoon. De betrokkene drijft een uitzendbureau dat aan werknemers met Oost-Europese namen een nettoloon betaalt dat lager is dan het wettelijk minimumloon, waarbij het verschil via de onderneming aan hemzelf toekomt. Het hof baseert de schatting op het verschil tussen het uitbetaalde nettoloon en het wettelijk minimumloon in de periode van 2014 tot en met oktober 2016. Naast de bewezen verklaarde feiten betrekt het hof ook andere soortgelijke feiten in de schatting waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan, mede op grond van een professioneel opgezette schaduwadministratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in hoger beroep: Gemeenschappelijk Hof bevestigt veroordeling voor belastingfraude en witwassen en verlaagt straf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelt op 6 maart 2026 een verdachte wegens belastingfraude en witwassen en neemt daarbij de in hoger beroep gemaakte procesafspraken over. De verdachte geeft samen met een ander feitelijk leiding aan het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting en aan het niet of niet tijdig doen van andere belastingaangiften, waardoor Sint Maarten ruim ANG 700.000 aan belastinginkomsten misloopt. Daarnaast wordt het witwassen van twee voertuigen met een gezamenlijke waarde van USD 119.000 bewezen verklaard. Het Hof toetst de procesafspraken aan de ernst van de zaak en aan de in artikel 392 en 394 Sv genoemde vraagpunten en acht het afdoeningsvoorstel proportioneel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep verlaagt het Hof de gevangenisstraf met één maand tot 21 maanden onvoorwaardelijk. Het Hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

e-Evidence richting 18 augustus 2026: minister over de gemiste richtlijndeadline, de reference implementation software en handhaving

Op 26 mei 2026 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de nota naar aanleiding van het verslag bij de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan de Europese Verordening 2023/1543 en Richtlijn 2023/1544 over het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel. De minister meldt dat de implementatiedeadline van 18 februari 2026 niet is gehaald en dat de Verordening op 18 augustus 2026 rechtstreeks van toepassing wordt. Door het ontbreken van een werkend IT-systeem en van de Europese reference implementation software kunnen dienstaanbieders hun processen nog niet volledig inrichten. De minister heeft de Autoriteit Consument en Markt meegegeven dat omstandigheden die niet aan de bedrijven zijn toe te rekenen niet tot handhavingsboetes zouden moeten leiden. De nota gaat verder in op de rol van de officier van justitie en de rechter-commissaris, de weigeringsgronden en de geraamde kosten voor de uitvoeringsorganisaties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Integrale vrijspraak van valsheid in geschrifte: opzet en oogmerk bij onjuist ingevulde Bibob-formulieren niet bewezen

Rechtbank Oost-Brabant 7 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2867

De rechtbank Oost-Brabant spreekt een bestuurder integraal vrij van valsheid in geschrifte ten aanzien van twee Bibob-formulieren. De formulieren zijn ingediend bij de gemeente in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning. Op beide formulieren ontbreekt informatie over een eerdere onherroepelijke veroordeling van de bestuurder wegens overtreding van de Wet wapens en munitie. De rechtbank oordeelt dat hiermee weliswaar sprake is van valsheid, maar dat opzet op het valselijk opmaken van de formulieren ontbreekt. Ook het oogmerk tot doelbewuste misleiding van de gemeente is niet uit het dossier af te leiden. De enkele verantwoordelijkheid van de ondertekenaar voor de inhoud van de stukken levert volgens de rechtbank onvoldoende bewijs op voor een bewezenverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke straf voor feitelijke leidinggever bij ontduiking van sanctiemaatregelen en voortzetting van de verboden Stichting Al Aqsa; vrijspraak voor financiering van Hamas

Rechtbank Rotterdam 27 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6051

De rechtbank Rotterdam veroordeelt in het onderzoek Rainworth een feitelijke leidinggever van een Nederlands steunfonds voor het ontduiken van sanctiemaatregelen krachtens de Sanctiewet 1977 en voor het voortzetten van de van rechtswege verboden Stichting Al Aqsa. De rechtbank acht bewezen dat het steunfonds de inkomende en uitgaande geldstromen van de in 2003 op de EU-sanctielijst geplaatste Stichting Al Aqsa heeft overgenomen en voortgezet, en dat de verdachte daaraan vanaf 2003 feitelijke leiding heeft gegeven. Omdat Stichting Al Aqsa op 11 februari 2014 van de EU-sanctielijst is verwijderd, levert voortzetting na die datum geen strafbare ontduiking meer op. De verdachte wordt vrijgesproken van het ter beschikking stellen van gelden aan Hamas, omdat de rechtbank de deskundigenverslagen over de banden tussen Hamas en de begunstigde liefdadigheidsorganisaties onvoldoende betrouwbaar acht en het overige bewijs tekortschiet. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van één jaar op en wijkt daarmee fors af van de geëiste vier jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onjuist gebruik elektrische veeprikker bij varkenstransport: rechtbank Oost-Brabant veroordeelt vervoerders en werkgevers, partiële vrijspraak ten aanzien van niet-volwassen varkens

De Rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in vier samenhangende vonnissen twee veetransporteurs en hun werkgevers wegens het opzettelijk overtreden van de Europese transportverordening 1/2005 bij het laden van varkens. De medewerkers gebruiken de elektrische veeprikker herhaaldelijk en op andere lichaamsdelen dan de achterpoten van varkens die geen ruimte hebben of al in beweging zijn. De rechtbank verwerpt het ontvankelijkheidsverweer van de natuurlijke personen omdat de strafvorderingsrichtlijn dierenmishandeling ziet op particulieren en niet op bedrijfsmatig handelen. Op het verwijt dat de schokken zijn toegediend op niet-volwassen varkens volgt partiële vrijspraak omdat voor vrouwelijke varkens van zes maanden oud geen wettelijke leeftijdsgrens is vastgelegd. Beide natuurlijke personen krijgen een taakstraf van 60 uur waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan beide rechtspersonen legt de rechtbank een geldboete op van € 30.000 waarvan € 10.000 voorwaardelijk wegens het opzettelijk overtreden van de transportverordening in de uitoefening van het bedrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in tweede Wallenpanden-vervolging: ne bis in idem en beginselen van een behoorlijke procesorde

Het hof Amsterdam verklaarde het OM op 1 mei 2026 niet-ontvankelijk in de tweede witwasvervolging van een man en zijn vennootschap rond de Wallenpanden. In het eerdere onderzoek Kolbak was de man in 2009 vrijgesproken omdat de criminele herkomst van de panden niet bewezen kon worden; in Terrel probeerde het OM het opnieuw met een latere pleegperiode en de a-variant van artikel 420bis Sr. Het hof oordeelt dat sprake is van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr: zelfde panden, gelijke juridische aard en geen relevante verschillen in gedragingen. Voor de rechtspersoon ontbreekt formele ne bis in idem-bescherming, maar via vereenzelviging met de verdachte loopt de vervolging stuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Aangevoerde nova kunnen de toets van artikel 68 Sr niet anders maken, aldus het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Doorzoekingen in Ajaccio: het EOM en de fraude met Europese herstelfondsen

Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) deed op 27 en 28 mei 2026 doorzoekingen in en rond Ajaccio op Corsica, in een onderzoek naar vermeende fraude met Europese herstelmiddelen. Het draait om verdenkingen van aanbestedings- en subsidiefraude rond ongeveer 18 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het programma REACT-EU. Bij de doorzoekingen, bij zowel particulieren als publieke instanties en private ondernemingen, zijn documenten en digitaal bewijs in beslag genomen, met steun van de Franse OCLCIFF. Het onderzoek loopt nog en alle betrokkenen worden voor onschuldig gehouden zolang de Franse rechter niet anders heeft beslist. De zaak past in een bredere trend waarin het EOM een sterke toename ziet van fraudeonderzoeken rond post-pandemische herstelfondsen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Arnhem-Leeuwarden: vrijspraak van oplichting en witwassen tractor wegens ontbreken oplichtingsmiddelen en objectief steunbewijs

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2733

Het gerechtshof spreekt een verdachte vrij van oplichting bij de verkoop van een iPhone aan een telefoonzaak. Daarnaast volgt vrijspraak van verduistering, diefstal en witwassen van een tractor van het merk Fiat. Het hof oordeelt dat de gedragingen rond de iPhone-verkoop niet kwalificeren als oplichtingsmiddelen in de zin van artikel 326 Sr. Voor de tenlastegelegde verduistering ontbreekt het vereiste dienstverband, terwijl voor diefstal en witwassen onvoldoende duidelijk is hoe de verdachte de tractor voorhanden kreeg. Het belastende bewijs herleidt zich tot één bron zonder objectief steunbewijs. Beide benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De uitvoerbaarheid van regelgeving: de complexiteit van de anti-witwaswetgeving

Bespreking van het preadvies voor de NJV-jaarvergadering 2026 van prof. mr. D.R. Doorenbos, ‘De complexiteit van de anti-witwaswetgeving’ in: De uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving onder druk, Preadviezen (Handelingen Nederlandse Juristen-Vereniging, 155e jaargang), Deventer: Wolters Kluwer 2026, p. 105-183).

Read More
Print Friendly and PDF ^