Doorzoekingen in Ajaccio: het EOM en de fraude met Europese herstelfondsen
/Op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO; in het Nederlands het Europees Openbaar Ministerie, EOM) zijn op 27 en 28 mei 2026 doorzoekingen verricht in en rond Ajaccio op Corsica, in een onderzoek naar vermeende fraude met Europese herstelmiddelen. Het onderzoek draait om verdenkingen van fraude bij overheidsopdrachten en subsidiefraude rond ongeveer 18 miljoen euro aan steun, afkomstig uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het programma REACT-EU. Deze middelen waren bestemd om lokale ondernemingen na de coronacrisis economisch te helpen herstellen. Volgens het persbericht van het EOM van 28 mei 2026 zijn bij de doorzoekingen, zowel op woningen van betrokkenen als in panden van publieke instanties en private ondernemingen, documenten en digitaal bewijsmateriaal in beslag genomen. De zaak illustreert een bredere ontwikkeling waarin het EOM een sterke toename ziet van onderzoeken naar misbruik van post-pandemische herstelfondsen, een terrein dat ook voor de Nederlandse bijzonder-strafrechtpraktijk relevant is omdat Nederland eveneens aan het EOM deelneemt.
Wat het EOM onderzoekt
Het onderzoek richt zich op vermeende onregelmatigheden bij overheidsopdrachten die werden gefinancierd met Europese herstelmiddelen. Het gaat om twee verdenkingen die het EOM in zijn bericht nadrukkelijk naast elkaar noemt: fraude bij aanbestedingen en subsidiefraude. Het betrokken bedrag bedraagt volgens het EOM ongeveer 18 miljoen euro. De doorzoekingen vonden plaats op 27 en 28 mei 2026 en strekten zich uit tot Ajaccio en de omliggende regio op Corsica.
Het onderzoek wordt geleid door het EOM en uitgevoerd met ondersteuning van de Franse Office central de lutte contre la corruption et les infractions financières et fiscales (OCLCIFF), het centrale Franse bureau voor de bestrijding van corruptie en financiële en fiscale delicten, dat valt onder de Direction nationale de la police judiciaire (DNPJ). Het EOM benadrukt dat het onderzoek nog loopt en dat alle betrokkenen voor onschuldig worden gehouden totdat hun schuld door de bevoegde Franse rechter is vastgesteld. In het persbericht worden geen namen van verdachten genoemd.
De rol en bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie
Het EOM is het onafhankelijke vervolgingsorgaan van de Europese Unie dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/1939 en sinds 1 juni 2021 operationeel is. Het is belast met het onderzoeken, vervolgen en voor de nationale rechter brengen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, zoals fraude met EU-gelden, corruptie, witwassen en grootschalige grensoverschrijdende btw-fraude. Inmiddels nemen meer dan twintig EU-lidstaten deel aan het EOM, waaronder zowel Frankrijk als Nederland.
Kenmerkend voor het EOM is de gedecentraliseerde structuur. Naast het centrale niveau in Luxemburg opereren in de deelnemende lidstaten zogeheten gedelegeerde Europese aanklagers, die dezelfde opsporings- en vervolgingsbevoegdheden hebben als nationale officieren van justitie. Het EOM beschikt niet over een eigen rechtbank: zaken worden uiteindelijk aangebracht bij de bevoegde nationale rechter, in dit geval de Franse strafrechter. De materiële bevoegdheid van het EOM kent een ondergrens. Bij fraude met EU-uitgaven kan het EOM optreden vanaf een nadeel van meer dan 10.000 euro, terwijl voor grensoverschrijdende btw-fraude een drempel van 10 miljoen euro geldt. Met een geclaimd nadeel van ongeveer 18 miljoen euro valt de Corsicaanse zaak ruim binnen het mandaat.
De fondsen: EFRO en REACT-EU
De zaak draait om twee instrumenten van het Europese cohesiebeleid. Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is een van de structuurfondsen waarmee de EU regionale economische verschillen probeert te verkleinen. REACT-EU, voluit Recovery Assistance for Cohesion and the Territories of Europe (Herstelbijstand voor Cohesie en de Regio's van Europa), is een tijdelijk programma dat de maatschappelijke en economische schade van de COVID-19-pandemie moest helpen herstellen.
Volgens de toelichting van het Europees Parlement stelde REACT-EU in 2021 en 2022 tientallen miljarden euro aan extra middelen beschikbaar als aanvulling op bestaande cohesieprogramma's, met name het EFRO en het Europees Sociaal Fonds. De middelen werden gefinancierd via het tijdelijke herstelinstrument NextGenerationEU en kenden een aanzienlijke mate van flexibiliteit in de besteding. Juist die combinatie van grote bedragen, snelle uitkering en ruime besteedbaarheid maakt dit type fondsen vatbaar voor onregelmatigheden, een risico waar het EOM in zijn berichtgeving herhaaldelijk op heeft gewezen.
Fraude met herstelmiddelen in breder perspectief
De Corsicaanse zaak staat niet op zichzelf. Uit het jaarverslag 2025 van het EOM, gepubliceerd op 2 maart 2026, blijkt dat het EOM eind 2025 in totaal 3.602 lopende onderzoeken had, met een geschat totaal nadeel van 67,27 miljard euro voor de Europese en nationale begrotingen. Onderzoeken naar uitgavenfraude, dat wil zeggen fraude met EU-fondsen, subsidies of steun, vormden met 2.450 zaken ongeveer 68 procent van alle lopende onderzoeken en waren goed voor circa 27 procent van het geschatte nadeel, ofwel 18,67 miljard euro.
Daarbij past een precisering. De veelbesproken stijging van fraudeonderzoeken rond de post-pandemische steun betreft voor een belangrijk deel de Recovery and Resilience Facility (RRF), het centrale instrument van NextGenerationEU. Volgens het jaarverslag had het EOM eind 2025 ruim vijfhonderd lopende zaken die met de RRF samenhingen, met een geschat nadeel van iets meer dan 5 miljard euro. De Corsicaanse zaak betreft echter EFRO- en REACT-EU-middelen en valt daarmee onder het cohesiebeleid, een verwant maar juridisch te onderscheiden onderdeel van de bredere Europese herstelarchitectuur. Het EOM heeft aangegeven dat het frauderisico bij herstelmiddelen voorlopig hoog blijft, mede vanwege het grote volume aan uitbetalingen dat tot eind 2026 wordt verwacht.
Afsluiting
De zaak op Corsica laat zien hoe het toezicht op Europese herstelmiddelen in de praktijk vorm krijgt: een onderzoek naar aanbestedings- en subsidiefraude rond 18 miljoen euro, met doorzoekingen bij zowel particulieren als publieke en private organisaties, uitgevoerd door het EOM in samenwerking met de Franse opsporingsdiensten. Het onderzoek bevindt zich in een vroeg stadium en alle betrokkenen worden voor onschuldig gehouden zolang de Franse rechter niet anders heeft beslist. Of de verdenkingen tot vervolging en uiteindelijk tot een veroordeling leiden, zal de verdere behandeling van de zaak moeten uitwijzen.
