Beroep op overmacht verworpen bij niet-deponeren jaarrekening: FIOD-beslag ontslaat niet van plicht tot aanvragen ontheffing

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:877

Hof Amsterdam verwerpt beroep op overmacht bij niet-deponeren jaarrekening: inbeslagname administratie ontslaat niet van verplichting tot aanvragen ontheffing. Het gerechtshof Amsterdam vernietigt in hoger beroep de beslissing van de economische politierechter, die de verdachte rechtspersoon had ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht. De administratie van het bedrijf was in 2018 door de FIOD in beslag genomen en pas in 2022 teruggegeven, waardoor de jaarrekening over 2020 niet tijdig kon worden gedeponeerd. Het hof oordeelt echter dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de deponeringsplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en dat zij een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had moeten aanvragen. Door dit na te laten komt de verdachte geen geslaagd beroep op overmacht toe. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren en legt als maatregel de verplichting op om de jaarrekening alsnog binnen negen maanden te deponeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voormalig gemeentelijk directeur en echtgenoot veroordeeld voor passieve omkoping: schijnprocedures en verborgen commissiegelden bij inhuur IT-personeel

Rechtbank Oost-Brabant 13 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2310 (de ambtenaar) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2309 (de echtgenoot)

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een voormalig gemeentelijk directeur en haar echtgenoot voor het medeplegen van passieve ambtelijke omkoping. Het echtpaar zet een constructie op waarbij externe IT-medewerkers via een specifiek detacheringsbureau bij de gemeente worden ingehuurd, terwijl hun gezamenlijke bedrijf hiervoor commissiegelden ontvangt. De interne procedures van de gemeente worden stelselmatig omzeild door middel van schijnprocedures, buiten medeweten van zowel de gemeente als de ingehuurde externen. In totaal wordt voor ruim € 116.000 aan commissies gedeclareerd, waarvan ruim € 54.000 daadwerkelijk wordt uitbetaald. Ondanks een overschrijding van de redelijke termijn met bijna vijf jaar legt de rechtbank aan beide verdachten een taakstraf op van 240 uur en wijst zij de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 27.500.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ongeopende blauwe enveloppen: jarenlang geen aangifte vennootschapsbelasting leidt tot veroordeling ondanks alsnog ingediende aangiften

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:425

De Hoge Raad oordeelt op 24 maart 2026 in een strafzaak over het opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting door een B.V. over meerdere jaren (artikel 69 lid 1 AWR). De bewezenverklaring ten aanzien van de aangiften over 2015 en 2016 is niet begrijpelijk, omdat deze aangiften alsnog zijn ingediend voordat ambtshalve aanslagen waren opgelegd, maar dit leidt niet tot cassatie omdat de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel niet worden aangetast. De klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase (artikel 6 lid 1 EVRM) slaagt, waarna de geldboete wordt verminderd van EUR 10.000 naar EUR 9.000. De overige vijf cassatiemiddelen, waaronder klachten over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, het bewijs van opzet en de draagkracht, worden afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet RO. Het arrest heeft samenhang met de zaken 23/00758 en 23/00760.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verminderde toerekenbaarheid en de motiveringsplicht: de Hoge Raad houdt vast aan de ruime straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:477

De Hoge Raad bevestigt in zijn arrest de veroordeling van een man tot veertien jaren en zes maanden gevangenisstraf wegens doodslag op zijn echtgenote en het doden van hun hond. Centraal staat de vraag of het hof voldoende heeft gemotiveerd hoe de verminderde toerekeningsvatbaarheid is verdisconteerd in de strafmaat. De Hoge Raad herhaalt de ruime straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter en verwijst naar zijn arresten uit 1985 en 2022. De rechter hoeft de invloed van verminderde toerekenbaarheid op de straf in beginsel niet te motiveren, tenzij de verdediging of het OM een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inneemt. In deze zaak is de strafoplegging toereikend gemotiveerd en wordt het cassatieberoep verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuurder is geen pleger: aangifteplicht vennootschapsbelasting rust op de vennootschap, niet op haar directeur

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:424

De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat de wettelijke aangifteplicht voor de vennootschapsbelasting uitsluitend rust op de vennootschap die tot het doen van aangifte is uitgenodigd, en niet op de bestuurder die het aangiftebiljet feitelijk in ontvangst neemt. Een natuurlijk persoon die als directeur-grootaandeelhouder de administratie verzorgt, kan daarom niet als pleger worden veroordeeld voor het niet indienen van de aangifte vennootschapsbelasting van zijn vennootschappen. De Hoge Raad wijst er wel op dat de deelnemingsvormen van de artikelen 47 tot en met 51 Sr mogelijkheden bieden voor strafrechtelijke aansprakelijkstelling langs een andere weg. Het arrest is relevant voor de fiscale strafpraktijk en verduidelijkt de grenzen van het plegerschap bij belastingverzuimen door rechtspersonen.

Read More
Print Friendly and PDF ^