Raad stelt eenentwintigste sanctiepakket tegen Rusland vast: 218 plaatsingen, maatregelen tegen banken en cryptodienstverleners

De Raad van de Europese Unie heeft op 23 juli 2026 het eenentwintigste sanctiepakket tegen Rusland vastgesteld. Het pakket bevat 218 individuele plaatsingen, verdeeld over 48 natuurlijke personen en 170 entiteiten, volgens de Raad het grootste aantal plaatsingen in vier jaar. De maatregelen richten zich op de financiële sector, cryptodienstverlening, de olie- en raffinagesector, de schaduwvloot, het militair-industriële complex en de handel in goederen die inkomsten voor Rusland genereren. Juridisch bestaat het pakket uit wijzigingen van Verordening (EU) nr. 833/2014 en Verordening (EU) nr. 269/2014 en van de bijbehorende GBVB-besluiten, met spiegelmaatregelen in Verordening (EG) nr. 765/2006 voor Belarus. De verordeningen zijn verbindend in al hun onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat, zodat de verbodsbepalingen zonder omzetting gelden voor marktdeelnemers in Nederland. Hieronder worden de onderdelen van het pakket langsgelopen die raken aan het financieel-economisch strafrecht.

Financiële instellingen en het transactieverbod

De Raad legt bevriezingsmaatregelen op aan 94 banken en financiële instellingen en verbiedt het ter beschikking stellen van tegoeden aan deze entiteiten. Daarnaast is één persoon uit het Russische bankwezen geplaatst. Het transactieverbod is uitgebreid tot 33 aanvullende Russische krediet- en financiële instellingen. Buiten Rusland treft het verbod een Kirgizische bank die verbonden is met het Russische berichtenverkeersysteem SPFS, het System for Transfer of Financial Messages, en drie andere niet-Russische banken wegens omzeiling van sancties. Vier plaatsingen houden verband met het grensoverschrijdende A7-netwerk, waaronder vertakkingen naar Afrika.

Cryptodienstverlening en een verbod per derde land

Veertien cryptodienstverleners vallen onder het transactieverbod. Zij zijn gevestigd in Georgië, Panama, de Verenigde Arabische Emiraten, de Marshalleilanden, Kirgizië en Belarus. Naast deze individuele plaatsingen creëert de Raad een nieuw instrument: de mogelijkheid om cryptodienstverlening uit een volledig derde land te verbieden. Volgens het persbericht kan de Unie daarmee elke transactie verbieden tussen een EU-marktdeelnemer en een cryptoaanbieder waarvan Rusland gebruikmaakt. De Raad omschrijft het instrument als een afschrikmiddel richting landen die platforms huisvesten die betrokken zijn bij het ontwijken van sancties. Analyses van gespecialiseerde aanbieders, waaronder TRM Labs, wijzen erop dat het instrument werkt per jurisdictie en niet uitsluitend per aangewezen platform.

Olieprijsplafond, schaduwvloot en raffinaderijen

De automatische aanpassing van het olieprijsplafondmechanisme wordt opgeschort tot 15 juli 2027. De Raad noemt als reden de marktsituatie die is ontstaan door de sluiting van de Straat van Hormuz en voorziet in een tussentijdse toetsing van de opschorting. Volgens de circulaire van UK P&I Club blijft het plafond voor Russische ruwe olie daarmee staan op USD 44,10 per vat.

De reikwijdte van de schaduwvlootregels is uitgebreid tot vaartuigen die ondersteunende diensten leveren, zoals bunkeren. Er zijn 41 schepen bij geplaatst, boven op de 632 al gesanctioneerde vaartuigen. In het ecosysteem rond de schaduwvloot zijn acht entiteiten en één persoon aangewezen, waaronder ondernemingen die handelen namens Russische oliemaatschappijen en een bemanningsbureau.

In de oliesector zijn achttien entiteiten en één persoon geplaatst, waaronder drie raffinaderijen in Rusland, een Belarussische raffinaderij en een onderneming die is opgericht om Belarussische aardolieproducten binnen Rusland te verkopen. Het pakket maakt het mogelijk transacties te verbieden met geplaatste raffinaderijen in Rusland en in derde landen die Russische ruwe olie of aardolieproducten verwerken. In dat kader geldt een transactieverbod voor een raffinaderij in Kulevi in Georgië, dat na zes maanden in werking treedt. Vijf oliehandelaren zijn toegevoegd aan de entiteiten waarvoor een transactieverbod geldt.

Verder zijn een grensoverschrijdende energieleverancier en een functionaris van de Russische spoorwegen geplaatst en is het transactieverbod uitgebreid tot twee Russische havens en vier Russische luchthavens. Voor de verkoop van LNG-tankers geldt een meldplicht bij de lidstaat van vestiging, met de mogelijkheid van nadere beperkingen op verkoop aan Russische burgers en ondernemingen. In de goud-, diamant-, mijnbouw- en metallurgiesector zijn eveneens entiteiten aangewezen.

Militair-industrieel complex en exportcontrole

Het pakket bevat 56 plaatsingen van personen en ondernemingen die betrokken zijn bij het Russische militair-industriële complex, waarvan 37 rechtstreeks verband houden met de productie en toelevering van drones met een groot bereik. Daarnaast zijn 51 entiteiten toegevoegd aan de lijst van entiteiten waarvoor verscherpte exportbeperkingen gelden voor producten en technologie voor tweeërlei gebruik. Een deel van die entiteiten is gevestigd in derde landen: China, met inbegrip van Hongkong, India, Kazachstan, Kirgizië, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. De Raad noemt daarbij omzeiling van exportbeperkingen op micro-elektronica, computergestuurde gereedschapswerktuigen en apparatuur voor halfgeleiderproductie.

Het uitvoerverbod is uitgebreid met onder meer nikkelpoeders, berylliumpoeders, zelfklevende folie en luchtvaartitems die specifiek zijn voor onbemande luchtvaartuigen, waaronder grondapparatuur, lanceersystemen, servomotoren en vluchtbeëindigingssystemen. Aan de invoerzijde gelden nieuwe beperkingen voor goederen met een waarde van meer dan € 60 miljoen aan Russische inkomsten, zoals kopererts, nikkelerts, looderts, edelmetaalerts, onbewerkt zink, aardalkalimetalen, zinkoxiden, chroomoxiden, glaswerk, imitatieparels en auto-onderdelen.

Belarus, visumverbod en propaganda

De maatregelen tegen Belarus spiegelen die tegen Rusland, in het bijzonder op het gebied van handel en rechtsbescherming. Het pakket bevat verder de grondslag voor een visumverbod voor strijders en oud-strijders van de Russische strijdkrachten en van proxygroepen die deelnemen aan de oorlog in Oekraïne. De Raad beslist afzonderlijk over het moment van inwerkingtreding daarvan. Acht personen zijn geplaatst wegens het verspreiden van oorlogspropaganda. Eén generaal-majoor is geplaatst wegens betrokkenheid bij marteling, executies en het schenden van lichamen van Oekraïens militair personeel, in aanvulling op plaatsingen die op 13 juli 2026 zijn vastgesteld onder het mensenrechtenregime.

Rechtsbescherming van EU-marktdeelnemers

Het pakket bevat een bepaling die EU-rechters en lidstaten toestaat rechterlijke beslissingen niet te erkennen of ten uitvoer te leggen wanneer die zijn verkregen in procedures bij Russische gerechten die voortvloeien uit beperkende maatregelen van de Unie. De Raad plaatst deze bepaling onder de noemer versterking van de rechtsbescherming van EU-marktdeelnemers in dergelijke procedures.

Handhaving in Nederland

De sanctieverordeningen werken rechtstreeks door, maar de handhaving is een aangelegenheid van de lidstaten. In Nederland loopt de strafrechtelijke handhaving van overtreding van sanctiemaatregelen via de Sanctiewet 1977 en de Wet op de economische delicten. Het wetsvoorstel voor de Wet internationale sanctiemaatregelen, dat de Sanctiewet 1977 grotendeels vervangt, is op 17 februari 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking bracht op 21 april 2026 verslag uit; op 17 juni 2026 volgden de nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging. Het voorstel voegt bestuursrechtelijke handhaving toe naast de strafrechtelijke route, met onder meer een bestuurlijke boete. In het verslag stelden fracties vragen over de verhouding tussen beide handhavingssporen en het ne bis in idem-beginsel, over de hoogte van de bestuurlijke boete en over de geheimhoudingsplicht van advocaten en notarissen bij melding aan het centraal meldpunt sancties.

Op Europees niveau geldt daarnaast Richtlijn (EU) 2024/1226 betreffende de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie. Die richtlijn verplicht lidstaten tot strafbaarstelling van onder meer handel in gesanctioneerde goederen, het verrichten van verboden financiële activiteiten en het omzeilen van maatregelen, en moest uiterlijk op 20 mei 2025 zijn omgezet.

Afsluiting

Het eenentwintigste sanctiepakket is op 23 juli 2026 vastgesteld en gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. De kern bestaat uit Verordening (EU) 2026/1848 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014, Verordening (EU) 2026/1844 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 269/2014 met de bijbehorende uitvoeringsverordening, en Verordening (EU) 2026/1846 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 765/2006 voor Belarus, telkens met de corresponderende GBVB-besluiten. Verordening (EU) 2026/1848 is op 24 juli 2026 in werking getreden. Het transactieverbod voor de raffinaderij in Kulevi treedt na zes maanden in werking, de opschorting van de automatische aanpassing van het olieprijsplafond loopt tot 15 juli 2027 met een tussentijdse toetsing, en de Raad beslist afzonderlijk over de inwerkingtreding van het visumverbod voor strijders. De Europese Raad had in zijn conclusies van 18 juni 2026 opgeroepen tot spoedige vaststelling van het pakket.

Klik hier voor het volledige persbericht van de Raad.

Print Friendly and PDF ^