EHRM schrapt zaak Koopmans tegen Nederland van de rol na schikking over onschuldpresumptie bij afgewezen schadevergoeding

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 3 september 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (appl. 32183/24) van de rol geschrapt nadat partijen een schikking hadden bereikt. De klacht betrof een schending van de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Verzoeker was onherroepelijk vrijgesproken en verzocht om schadevergoeding voor ondergane voorlopige hechtenis, maar het gerechtshof Den Haag wees dat verzoek af met een verwijzing naar laakbaar handelen en naar de wijze van tenlasteleggen. De Nederlandse regering betaalt op grond van de schikking € 3.000 aan immateriële schade en € 1.571 aan kosten. Het Hof toetste de schikking aan de mensenrechten en zag geen reden het onderzoek voort te zetten. De beslissing is op 24 september 2026 schriftelijk bekendgemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Grote Kamer EHRM verklaart klacht over reservistenpraktijk bij de Hoge Raad niet-ontvankelijk

De Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 23 september 2026 de klacht in de zaak Kuijt tegen Nederland (nr. 19365/19) bij meerderheid niet-ontvankelijk verklaard. De zaak betrof de praktijk bij de strafkamer van de Hoge Raad waarbij raadsheren die geen deel uitmaken van de zetel, de zogeheten reservisten, kunnen deelnemen aan de beraadslaging zonder mee te stemmen. Verzoekster klaagde dat deze praktijk in strijd is met artikel 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Het EHRM oordeelt dat op nationaal niveau een rechtsgang beschikbaar was, het aanvoeren van de bezwaren in de cassatieprocedure zelf, maar dat verzoekster die niet heeft benut. De Hoge Raad had volgens het EHRM eerst de gelegenheid moeten krijgen om op de kritiek op deze bekende en langlopende praktijk te reageren, in lijn met het subsidiariteitsbeginsel. Over de verenigbaarheid van de reservistenpraktijk met artikel 6 EVRM spreekt het EHRM zich daarmee niet inhoudelijk uit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strengthening the Protection of EU's Financial Interests via Criminal Law

Een onderzoeksproject onder leiding van prof. Anna Maria Maugeri (Universiteit van Catania) analyseert systematisch de EU-wetgeving over fraude, corruptie, witwassen en de aansprakelijkheid van rechtspersonen, met als doel de bescherming van de financiële belangen van de Unie te versterken. Doordat de EU-instrumenten ongelijk worden geïmplementeerd, ontstaat een wisselend beschermingsniveau dat de EU-begroting en de geloofwaardigheid van de instellingen onder druk zet. Het onderzoek beoordeelt de effectiviteit en implementatie van onder meer de PIF-richtlijn (2017/1371), Verordening 2988/95, de anticorruptierichtlijn (2026/1021), de antiwitwaswetgeving en de confiscatierichtlijn (2024/1260), en bekijkt de rol van het EOM bij PIF-delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Judgment of the Court of First Instance in the Case Franchet and Byk v European Commission

In zaak T-48/05 kende het Gerecht van eerste aanleg Yves Franchet en Daniel Byk 56.000 euro schadevergoeding toe wegens fouten van de Europese Commissie en OLAF tijdens het Eurostat-onderzoek. De uitspraak raakt drie punten. De onschuldpresumptie werd geschonden door een persbericht van 9 juli 2003, terwijl het informeren van een parlementaire commissie geen schending opleverde. OLAF verzuimde de betrokkenen tijdig te informeren en te horen voordat conclusies met naam en toenaam aan de justitiële autoriteiten werden doorgegeven. Ten slotte had OLAF het Comité van toezicht moeten raadplegen vóór doorzending aan de nationale gerechtelijke autoriteiten, niet pas op het moment daarvan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: OLAF and the Push and Pull Factors of a European Criminal Justice System

Toen OLAF in 1999 werd opgericht, koos men bewust voor een administratief instrument om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden ten nadele van de financiële belangen van de Gemeenschap te bestrijden. Tien jaar later blijkt die kwalificatie nauwelijks houdbaar. Het werk van OLAF vertoont een uitgesproken strafrechtelijk karakter: een groot deel van de zaken vraagt om justitiële opvolging, de bevoegdheden bij interne onderzoeken naderen die van opsporingsdiensten, en betrokkenen voelen zich onvoldoende beschermd. Deze spanningen vormen zowel een pull- als een pushfactor richting een Europees strafrechtelijk systeem, juist nu het Verdrag van Lissabon de strafrechtelijke profilering van de EU op scherp zet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Brunell en McArdle tegen Nederland: EHRM stelt schending van het onmiddellijkheidsbeginsel vast

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 1 september 2026 in de zaak Brunell en McArdle tegen Nederland unaniem een schending van artikel 6 lid 1 EVRM vastgesteld. Het gerechtshof Amsterdam had twee verdachten in 2018 veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf wegens doodslag, nadat de rechtbank hen van dat feit had vrijgesproken omdat zij de verklaringen van getuige X niet betrouwbaar achtte. Het hof gebruikte die verklaringen wel voor het bewijs, maar hoorde de getuige niet zelf en wees een verzoek daartoe af. Het EHRM oordeelt dat de verklaringen van X beslissend waren, dat de betrouwbaarheid ervan uitdrukkelijk was betwist en dat het onmiddellijkheidsbeginsel in die situatie vereiste dat het hof de getuige in persoon hoorde. De Hoge Raad had de veroordeling in 2020 in stand gelaten; volgens het EHRM kon een cassatieberoep dit gebrek niet herstellen. Het EHRM wijst op de herzieningsgrond van artikel 457 lid 1 onder b Sv en noemt heropening van de procedure de meest passende vorm van herstel.

Read More
, , ,
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Protection of the euro against Counterfeiting

De euro is een unieke munt waarvan de definitie onder de bevoegdheid van de Europese Unie valt. Tegen valsemunterij bestaat een uitgebreid juridisch kader. Het Kaderbesluit van 29 mei 2000 verplicht lidstaten valsemunterij strafbaar te stellen en vult de Overeenkomst van Genève van 1929 aan. Verordening 1338/2001 regelt de samenwerking tussen nationale en Europese autoriteiten en verplicht kredietinstellingen valse biljetten en munten uit omloop te nemen. Het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum analyseert nieuwe vervalste euromunten. Aparte regelgeving beschermt tegen medailles en penningen die op euromunten lijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over daderschap rechtspersonen

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 1 september 2026 een conclusie genomen in een cassatiezaak over bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte veroordeelde tot zestien maanden gevangenisstraf en een ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn. Op de dag dat artikel 51 Sr vijftig jaar bestaat, wijdt de advocaat-generaal een uitvoerige beschouwing aan het daderschap van de rechtspersoon en het Drijfmest-kader van de Hoge Raad uit 2003. Aanleiding is de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 31 mei 2023, die voor het overtrederschap aansluit bij de strafrechtelijke criteria maar beschikkingsmacht volgens de conclusie soms te formeel invult. De advocaat-generaal bepleit materiële beschikkingsmacht als centraal vereiste, formuleert contra-indicaties voor toerekening bij louter nalaten en doet suggesties om het Drijfmest-kader te versterken. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met uitsluitend een strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 15 december 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in cassatieberoep in beklagprocedure over verschoningsrecht bij een Europees onderzoeksbevel

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1231

De Hoge Raad verklaart een Duitse advocaat niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg over de inbeslagneming van stukken onder zijn cliënt. De stukken, handgeschreven notities en artikelen met aantekeningen, zijn in beslag genomen naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van de Duitse autoriteiten. De klager dient zowel een klaagschrift op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a Sv als een klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv in, beide met de strekking dat de stukken onder zijn verschoningsrecht vallen. De rechtbank verklaart het eerste klaagschrift niet-ontvankelijk en het tweede ongegrond. De Hoge Raad verwerpt bij afzonderlijke beschikking van dezelfde dag het cassatieberoep tegen de beslissing op het klaagschrift ex artikel 98 lid 4 Sv, waardoor onherroepelijk vaststaat dat de stukken niet onder het verschoningsrecht vallen. Daardoor heeft de klager in de beklagprocedure geen belang meer en volgt niet-ontvankelijkverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Communicating OLAF: A Major Legal Challenge

OLAF, het Europese antifraudebureau, is een administratieve onderzoeksdienst, maar zijn werk raakt aan strafrechtspleging. Daardoor moet zijn communicatie met pers en publiek de rechtsstaat, de vertrouwelijkheid van onderzoeken en individuele rechten respecteren, waaronder het vermoeden van onschuld. Tegelijk moet OLAF burgers informeren over de besteding van publieke middelen. Het evenwicht tussen het recht van het publiek om te weten en de juridische grenzen daaraan is het centrale vraagstuk voor de communicatiestrategie, en wordt bemoeilijkt door de grensoverschrijdende context waarin OLAF werkt. Aan de hand van Europese rechtspraak brengen de auteurs dit kader in kaart.

Read More
Print Friendly and PDF ^