EHRM over F.B. en Anderen t. Nederland: Nederlands herbeoordelingsstelsel voor levenslanggestraften voldoet aan artikel 3 EVRM

Het EHRM heeft op 21 april 2026 in F.B. en Anderen t. Nederland unaniem geoordeeld dat het Nederlandse herbeoordelingsstelsel voor levenslanggestraften niet in strijd is met artikel 3 EVRM. Het Hof acht het stelsel, zoals ingericht met het Besluit Adviescollege levenslanggestraften en aangepast per 1 juli 2023, voldoende duidelijk en omgeven met procedurele waarborgen. Beslissingen van de minister in de ambtshalve gratieprocedure en bij toelating tot de re-integratiefase moeten worden gemotiveerd en kunnen door de civiele rechter worden getoetst. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat drie levenslanggestraften zijn toegelaten tot de re-integratiefase en dat op 25 oktober 2023 één keer gratie is verleend, waardoor niet gezegd kan worden dat de straf in de praktijk nooit wordt verkort. Het Hof laat uitdrukkelijk ruimte voor verdere procedurele verfijning, onder meer via het aangekondigde wetsvoorstel voor rechterlijke voorwaardelijke invrijheidstelling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM stelt vragen aan Nederland over schadevergoeding na vrijspraak: is het oordeel 'laakbaar handelen' verenigbaar met de onschuldpresumptie?

Het EHRM heeft op 30 maart 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (no. 32183/24) gepubliceerd, nadat deze op 12 maart was gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een man die in 2023 integraal werd vrijgesproken van wapendelicten, maar wiens verzoeken om schadevergoeding voor voorarrest en advocaatkosten door het gerechtshof Den Haag werden afgewezen. Het hof motiveerde die afwijzing met de overweging dat het handelen van de verzoeker "laakbaar" was en dat alleen de wijze van tenlasteleggen een veroordeling had verhinderd. Bij het EHRM is geklaagd dat deze motivering in strijd is met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM, omdat zij impliceert dat de vrijgesprokene eigenlijk toch schuldig was. Het EHRM toetst de zaak aan zijn recente Grote Kamer-rechtspraak uit Nealon en Hallam (2024) en heeft de regering gevraagd of de motivering blijk geeft van een schuldoordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM: opvragen van bankafschriften door fiscus vormt schending van artikel 8 EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt dat het opvragen van bankafschriften door de Italiaanse fiscus een inmenging vormt in het privéleven ex artikel 8 EVRM. De Italiaanse wetgeving geeft de belastingdienst een te ruime en onvoldoende begrensde discretionaire bevoegdheid om bankgegevens op te vragen. Een loutere verwijzing naar fiscale controledoeleinden is volgens het Hof onvoldoende om deze bevoegdheid te legitimeren. Daarnaast ontbreken effectieve procedurele waarborgen tegen willekeur en misbruik, zoals een motiveringsplicht of onafhankelijke toetsing. De fiscale rechter biedt geen effectieve rechtsbescherming, omdat onregelmatigheden in de bewijsgaring geen gevolgen hebben voor de aanslag. Het Hof concludeert dat de inmenging niet “in accordance with the law” is en stelt een schending van artikel 8 EVRM vast.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 6 EVRM voor de overheid?

Kan de overheid zich beroepen op bescherming van in het EVRM neergelegde mensenrechten? Voor velen is de vraag stellen haar beantwoorden. Neen, is de communis opinio. De Centrale Raad van Beroep beantwoordt de opgeworpen vraag echter bevestigend. ‘De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de Hoge Raad dat artikel 6, eerste lid, van het EVRM het in die bepaling neergelegde recht toekent aan eenieder, derhalve ook aan publiekrechtelijke lichamen.’2 Dat is vanuit verschillende perspectieven een hoogst opmerkelijke overweging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM doet opnieuw baanbrekende klimaatuitspraak

EHRM 28 oktober 2025, ECLI:CE:ECHR:2025:1028JUD003406821 (Greenpeace Nordic / Noorwegen)

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaalde in Greenpeace Nordic and Others v. Norway dat staten bij vergunningen voor olie- en gaswinning verplicht zijn om ook de klimaateffecten van buitenlandse verbranding mee te wegen. Artikel 8 EVRM omvat volgens het Hof een procedurele plicht tot een tijdige, volledige en wetenschappelijk onderbouwde milieueffectbeoordeling. Hoewel Noorwegen tekortschietende klimaatbeoordelingen had uitgevoerd, vond het Hof dat de latere besluitfase voldoende waarborgen bood. De zes individuele klagers waren niet-ontvankelijk, maar Greenpeace Nordic en Natur og Ungdom mochten wel procederen. Het Hof stelde geen schending vast, maar legde een nieuw minimumniveau vast voor klimaatrechtelijke zorgvuldigheid. Voortaan moeten staten vooraf aantonen dat fossiele projecten verenigbaar zijn met hun nationale en internationale klimaatverplichtingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^