Veroordeling tot taakstraf voor witwassen van € 20.000 in een meegevoerd tasje; geen vormverzuim bij het overhandigen van het tasje aan de politie

Gerechtshof Den Haag 4 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2799

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een man voor het witwassen van € 20.000 aan contant geld. De verdachte draagt het geld in een boxershort in een doosje in een papieren tasje bij zich, kort nadat hij uit een portiek is gekomen bij een woning die de politie observeert na een drugsaanhouding. De verdediging betoogt dat de verdachte het tasje niet vrijwillig heeft afgegeven en dat sprake is van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting moet leiden. Het hof verwerpt dit verweer: de verdachte geeft vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming voor het afgeven van het tasje en na constatering van het afwijkende gewicht ontstaat een redelijk vermoeden van schuld dat inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv rechtvaardigt. Het hof acht bewezen dat de verdachte van het geld en van de criminele herkomst daarvan heeft geweten, nu hij over de herkomst niet wil verklaren. Het hof legt een taakstraf van 90 uur op en verklaart het geldbedrag verbeurd; een bedrag van € 2.700 gaat terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Anti-witwaspakket, Confiscatierichtlijn en FIU-Nederland in de justitiebegroting 2027

Het Europese pakket ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering treedt op 10 juli 2027 in werking; de verordeningen AMLR en AMLAR werken rechtstreeks, de zesde anti-witwasrichtlijn wordt geïmplementeerd door de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering en de Wwft wordt op die datum ingetrokken. De implementatiewetten voor het anti-witwaspakket en voor de richtlijn bevriezing en confiscatie liggen bij de Raad van State, en de justitiebegroting reserveert € 7 miljoen voor beleid en wetgeving naast kasschuiven voor de incidentele IT-kosten. De ontvangsten uit strafrechtelijk afpakken zijn geraamd op € 100 miljoen per jaar, tegen een realisatie van € 184,9 miljoen in 2025. FIU-Nederland begroot 860 verzoeken en 2.994 eigen onderzoeksdossiers in 2027, oplopend naar 1.200 verzoeken in 2029. De Belastingdienst waarschuwt dat de inzet van de FIOD op het anti-witwaspakket en confiscatie afhangt van extra capaciteit. Het Beslag Informatie Systeem van het OM schuift naar latere jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overzicht Uitvoerbaarheid Belastingdienst 2026: sanctiewet, anti-witwaspakket en confiscatie vragen capaciteit van de FIOD

De Belastingdienst schrijft in het Overzicht Uitvoerbaarheid 2026 bij het pakket Belastingplan dat steeds meer wetgeving, waaronder het Europese anti-witwaspakket, sanctiewetgeving en de Confiscatierichtlijn, een beroep doet op de capaciteit van de FIOD, en dat de inzet van het strafrechtelijk instrumentarium afhankelijk is van de extra capaciteit die daarvoor beschikbaar komt. De modernisering van de sanctiewet leidt tot 40 fte extra bij de FIOD; de Wet internationale sanctiemaatregelen staat voor 66 fte per jaar tot en met 2030. Het IV-landschap van de FIOD is volgens de dienst onvoldoende meegegroeid en biedt pas vanaf medio 2029 ruimte voor nieuwe wensen, waarbij het nieuwe Wetboek van Strafvordering en het verschoningsrecht de beleidsopgave vormen. De uitgaven op het begrotingsartikel Belastingen dalen de komende jaren met € 689 miljoen door de apparaatstaakstellingen van het kabinet Jetten. De Belastingdienst noemt het wetsvoorstel start-ups en scale-ups niet handhaafbaar en niet fraudebestendig. De toenemende bezwarenstroom dwingt tot een herontwerp van het bezwaarproces.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevestiging na procesafspraken van een veroordeling voor gewoontewitwassen via ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie

Gerechtshof Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2529

Het gerechtshof Amsterdam bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2022 in onderzoek Manvel, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissingen over het beslag. Het Openbaar Ministerie en de verdachte hebben in juni 2026 procesafspraken gemaakt. De verdachte trekt zijn onderzoekswensen in en betwist de bewezenverklaring niet. Het Openbaar Ministerie vordert daartegenover een gevangenisstraf van 56 maanden, een korting van 15 procent ten opzichte van het vonnis. Het hof toetst de afspraken aan de artikelen 348 en 350 Sv en aan de redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Het hof neemt de afspraken over en legt 56 maanden gevangenisstraf op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van een rechtspersoon voor medeplegen van witwassen van vastgoed via een loan-back-constructie met buitenlandse vennootschappen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6492

De rechtbank veroordeelt een Bosnische vennootschap voor het medeplegen van witwassen van vijf panden in Nederland en de daarvoor gebruikte bedragen van in totaal € 1.640.000. De aankopen worden gefinancierd door een Belgische en een Sloveense onderneming, waarbij de rechtbank een loan-back-constructie aanneemt met de vertegenwoordiger als spil. Omdat een concreet gronddelict ontbreekt, past de rechtbank het in de jurisprudentie ontwikkelde zes-stappenplan voor witwassen toe. De rechtbank oordeelt dat de geldleningsovereenkomsten en een minnelijke overeenkomst valselijk zijn opgemaakt en dat WhatsApp-gesprekken op een geldstroom vanuit de vertegenwoordiger wijzen. De gedragingen worden op grond van artikel 51 Sr en het Drijfmest-arrest aan de rechtspersoon toegerekend. De rechtbank legt een geldboete van € 36.000 op, verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn, en verklaart de drie registergoederen verbeurd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoger beroep niet-ontvankelijk in handhavingszaak over uitbesteding van transactiemonitoring onder artikel 10 Wwft

College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2026, ECLI:NL:CBB:2026:408

Een stichting verzoekt De Nederlandsche Bank om handhavend op te treden tegen vijf banken die hun transactiemonitoring hebben uitbesteed aan Transactie Monitoring Nederland, wat volgens de stichting in strijd is met het uitbestedingsverbod van artikel 10 Wwft. DNB neemt het verzoek niet in behandeling en verklaart het bezwaar later niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat TMNL haar activiteiten heeft gestaakt. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaart het beroep ongegrond. In hoger beroep beoordeelt het College ambtshalve of de stichting nog belang heeft bij een uitspraak. Omdat de uitbesteding waartegen het handhavingsverzoek was gericht al is beëindigd, kan de stichting niet meer bereiken wat zij beoogde en verklaart het College het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over het oordeel dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geldbedrag bij witwassen op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is

Hoge Raad 1 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1406

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die door het gerechtshof Amsterdam is veroordeeld wegens witwassen van een geldbedrag van € 12.950 tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. In eerste aanleg volgt vrijspraak. Het eerste cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, en in het bijzonder over het oordeel van het hof dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. De Hoge Raad oordeelt dat dit middel om de in de conclusie van de advocaat-generaal genoemde redenen niet tot cassatie leidt. Het tweede middel klaagt met succes over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Gelet op de opgelegde straf volstaat de Hoge Raad met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden en verbindt daaraan geen ander rechtsgevolg.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schorsing van de vervolging omdat verdachte door de gevolgen van ALS niet effectief aan het strafproces kan deelnemen

Rechtbank Oost-Brabant 23 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4630

De rechtbank Oost-Brabant schorst de vervolging van een verdachte die wordt aangemerkt als hoofdverdachte in een omvangrijke strafzaak over hennepteelt, voorbereiding van cocaïnetransporten, gewoontewitwassen en leiding geven aan twee criminele organisaties. De verdachte lijdt aan de ziekte ALS, ligt continu aan de beademing en is volledig afhankelijk van anderen. De rechtbank stelt vast dat op basis van de stukken niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de strekking van de vervolging niet begrijpt, zodat de letterlijke tekst van artikel 16 Sv niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat de reikwijdte van artikel 16 Sv, bezien tegen de achtergrond van artikel 6 EVRM, verder strekt dan de letterlijke tekst suggereert. Ook wanneer een verdachte door medische beperkingen niet effectief aan de strafprocedure kan deelnemen, bestaat aanleiding de vervolging te schorsen. Omdat de verdachte geen verklaring kan afleggen, niet ter zitting kan verschijnen en geen zinvol overleg met zijn raadsman kan voeren, schorst de rechtbank de vervolging in de stand waarin deze zich bevindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zakelijk gedrag en ondergronds bankieren in Nederlandse witwasnetwerken onderzocht

Een nieuw open access artikel in het tijdschrift Crime, Law and Social Change onderzoekt hoe samenwerkingsrelaties ontstaan binnen Nederlandse witwasnetwerken van professionele witwassers. De studie van Jo-Anne Kramer, Ieke de Vries en Arjan Blokland is op 14 juli 2026 online verschenen en gebaseerd op politieregistraties over 117 financiële facilitators die actief waren in de periode 2016 tot en met 2020. Met behulp van exponential random graph models brengen de auteurs in kaart welke individuele, relationele en structurele kenmerken de vorming van onderlinge contacten verklaren. Facilitators die zich zakelijker gedragen blijken een grotere kans te hebben op samenwerkingsrelaties, vooral wanneer zij geen ondergronds bankier zijn. Ondergrondse bankiers werken vaker samen met andere ondergrondse bankiers dan met facilitators uit andere expertisegroepen, en binnen die groep is een neiging tot driehoeksrelaties zichtbaar. De auteurs wijzen op mogelijke vertekening door selectieve opsporing en presenteren het onderzoek als een eerste stap in het begrijpen van de mechanismen achter witwasnetwerken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over daderschap rechtspersonen

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 1 september 2026 een conclusie genomen in een cassatiezaak over bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte veroordeelde tot zestien maanden gevangenisstraf en een ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn. Op de dag dat artikel 51 Sr vijftig jaar bestaat, wijdt de advocaat-generaal een uitvoerige beschouwing aan het daderschap van de rechtspersoon en het Drijfmest-kader van de Hoge Raad uit 2003. Aanleiding is de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 31 mei 2023, die voor het overtrederschap aansluit bij de strafrechtelijke criteria maar beschikkingsmacht volgens de conclusie soms te formeel invult. De advocaat-generaal bepleit materiële beschikkingsmacht als centraal vereiste, formuleert contra-indicaties voor toerekening bij louter nalaten en doet suggesties om het Drijfmest-kader te versterken. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met uitsluitend een strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 15 december 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^