Bevestiging na procesafspraken van een veroordeling voor gewoontewitwassen via ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie

Gerechtshof Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2529

Het gerechtshof Amsterdam bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2022 in onderzoek Manvel, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissingen over het beslag. De rechtbank veroordeelde de verdachte voor gewoontewitwassen van miljoenen euro's via ondergronds bankieren en voor deelneming aan een criminele organisatie tot 66 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep maken het Openbaar Ministerie en de verdachte procesafspraken: de verdachte trekt zijn onderzoekswensen in en betwist de bewezenverklaring niet, het Openbaar Ministerie vordert 56 maanden. Het hof toetst de afspraken aan de artikelen 348 en 350 Sv en aan de ernst van de zaak. Het hof neemt de afspraken over en legt 56 maanden gevangenisstraf op.

Inleiding en context

De verdachte, een natuurlijk persoon geboren in 1986, is in eerste aanleg door de rechtbank Amsterdam veroordeeld in de gevoegde strafzaken met parketnummers 13-997030-20 en 13-997062-21 (onderzoek Manvel). Blijkens het vonnis is dat onderzoek in januari 2020 gestart na informatie van het Team Criminele Inlichtingen dat de verdachte zich op wereldwijde schaal met ondergronds bankieren bezighield, en is het gebaseerd op ontsleutelde PGP-berichten uit de onderzoeken naar PGP-safe en Encrochat. De verdachte stelt op 25 juli 2022 hoger beroep in tegen de bewezenverklaring en de strafhoogte en dient onderzoekswensen in. Op de regiezitting van 27 juni 2023 wijst het hof het verzoek toe om de tegencontacten van het PGP-account van de verdachte te horen, mits zij geïdentificeerd zijn; op 28 juni 2024 wijst het hof twee getuigenverzoeken toe. Eén tegencontact is geïdentificeerd, maar het is onduidelijk wanneer hij aan Nederland wordt uitgeleverd. Een andere getuige kan per videoverbinding vanuit de Verenigde Arabische Emiraten worden gehoord. Op 11 december 2025 doet de verdediging een eerste voorstel voor procesafspraken. De verdachte wil daarbij ook de ontnemingszaak in eerste aanleg betrekken en niet vervolgd worden in onderzoek Matlock (Openbaar Ministerie Rotterdam), dat overlap heeft met deze zaak en zich mede richt op zijn broer. Omdat de ontnemingszaak zich in de conclusiefase bevindt, kan die niet in de afspraken worden meegenomen. De ondertekende procesafspraken worden op 10 juni 2026 aan het hof verstrekt.

Tenlastelegging en wettelijk kader

Het arrest bevat geen weergave van de tenlastelegging. Blijkens het bevestigde vonnis wordt de verdachte verweten dat hij in 2016 en in 2020 samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van grote contante geldbedragen via ondergronds bankieren, dat hij tussen juni 2018 en september 2020 geld heeft witgewassen door contante uitgaven aan onder meer huur, luxe horloges en een auto, en dat hij in 2020 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met het oogmerk van gewoontewitwassen (artikelen 47, 140 en 420ter Sr).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Conform de procesafspraken requireert de advocaat-generaal tot bewezenverklaring overeenkomstig het vonnis en vordert een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 56 maanden met aftrek van voorarrest, een strafkorting van 15 procent ten opzichte van de door de rechtbank opgelegde 66 maanden. Voor het beslag neemt het Openbaar Ministerie de beslissingen van de rechtbank over.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert overeenkomstig de afspraken geen bewijs- of kwalificatieverweren. De verdachte trekt alle onderzoekswensen in, is niet verplicht een bekennende verklaring af te leggen, dient geen aanhoudingsverzoeken in behoudens een acute persoonlijke situatie, zal zich niet aan de tenuitvoerlegging onttrekken en zal in beginsel geen cassatie instellen. Ter zitting voegen partijen toe dat de verdachte afstand doet van de goederen waarvan de rechtbank de teruggave heeft gelast.

Oordeel gerecht

Het hof stelt vast dat de verdachte ter zitting verklaart de afspraken te begrijpen, erachter te staan, geen bezwaar te hebben tegen de bewezenverklaringen en akkoord te gaan met de eis. Hij is voldoende voorgelicht en bewust van de afstand van verdedigingsrechten. Het hof oordeelt dat de instemming vrijwillig, geïnformeerd en ondubbelzinnig is, zodat de afspraken voor beoordeling in aanmerking komen. Bij die beoordeling beziet het hof of de afspraken bijdragen aan een efficiëntere afdoening, of aan de vereisten van de artikelen 348 en 350 Sv is voldaan en of de afspraken in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak. Het hof weegt mee dat de feiten uit 2016, 2018, 2019 en 2020 dateren, dat de redelijke termijn in hoger beroep met ongeveer twee jaar en anderhalve maand is overschreden en dat de verdachte blijkens de justitiële documentatie eerder is veroordeeld. Het hof neemt de afspraken over, met de kanttekening dat met de afspraak over afstand van rechtsmiddelen nog geen rechtsgeldige afstand van cassatieberoep is gedaan. Over de goederen waarvan de verdachte afstand doet, neemt het hof geen beslissing.

Bewezenverklaring

Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de rechtbank. Blijkens het vonnis is bewezen:

  • Medeplegen van gewoontewitwassen van in totaal € 8.608.250 en € 9.310.155 via ondergronds bankieren in de periode van 22 februari 2016 tot en met 26 mei 2016

  • Medeplegen van gewoontewitwassen van geld in de periode van 19 juni 2018 tot en met 15 september 2020

  • Medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen in Nederland, Dubai, Zuid-Afrika en Turkije in de periode van 28 maart 2020 tot en met 12 juni 2020

  • Deelneming aan een criminele organisatie met het oogmerk van gewoontewitwassen in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 september 2020

Strafoplegging en maatregelen

Het hof vernietigt het vonnis ten aanzien van de gevangenisstraf en de teruggavebeslissingen voor de goederen waarvan afstand is gedaan, en bevestigt het vonnis voor het overige. Het hof legt een gevangenisstraf van 56 maanden op met aftrek van voorarrest, conform de vordering en de procesafspraken, tegenover 66 maanden in eerste aanleg. De door de rechtbank uitgesproken verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer blijven in stand.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^