Vrijspraak van verduistering en veroordeling voor feitelijke leiding aan gebruik van valse voorraadlijsten en voor faillissementsfraude door een bestuurder

Rechtbank Overijssel 9 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3946

De rechtbank Overijssel spreekt een bestuurder vrij van verduistering in dienstbetrekking van 769 bundels hout, omdat de fysieke goederenstroom en de beschikkingsmacht over het hout niet zijn komen vast te staan. Wel acht de rechtbank bewezen dat de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het gebruik van valse voorraadlijsten die het bedrijf aan ING heeft verstrekt om krediet te verkrijgen. De voorraadlijsten vermelden slechts één financierbare voorraadlocatie, terwijl de onderliggende bestanden meerdere locaties en een fictieve voorraadpost bevatten. Na het faillissement weigert de verdachte inlichtingen aan de curator te geven en voert en bewaart hij de administratie niet volgens de wettelijke verplichtingen, waardoor de afwikkeling van het faillissement wordt bemoeilijkt. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden en ontzet hem voor vijf jaren uit het recht om het beroep van bestuurder van een rechtspersoon uit te oefenen. De vordering van ING als benadeelde partij van € 675.004,54 verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk omdat de rechtstreekse schade niet is komen vast te staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen van motorschepen via een buitenlandse vennootschap in Mega Ridderkerk: veroordeling via procesafspraken, en veroordeling en gedeeltelijke vrijspraak van de medeverdachte en zijn vennootschap

Rechtbank Rotterdam 14 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10424, ECLI:NL:RBROT:2026:10426 en ECLI:NL:RBROT:2026:10423

De rechtbank Rotterdam deed in het onderzoek Mega Ridderkerk drie samenhangende uitspraken over het witwassen van geld en motorschepen. De verdachte in de eerste zaak wordt via procesafspraken veroordeeld voor het medeplegen van witwassen en het feitelijk leidinggeven aan witwassen door een commanditaire vennootschap. Een medeverdachte, tevens uiteindelijk belanghebbende van een in een belastingparadijs gevestigde vennootschap, en die vennootschap zelf worden voor één zaaksdossier veroordeeld en voor het andere vrijgesproken. Die vrijspraak volgt omdat het Openbaar Ministerie de concrete en verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld niet heeft onderzocht, zodat een legale herkomst niet is uit te sluiten. De rechtbank legt de eerste verdachte een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op en verklaart een motorschip verbeurd. De medeverdachte krijgt vijf maanden gevangenisstraf en de vennootschap een geldboete van € 50.000, beide lager dan geëist wegens de overschrijding van de redelijke termijn en de doorwerking van artikel 63 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 36 Wmg en medeplegen van gewoontewitwassen, met vrijspraak van valsheid in geschrift, valse geschriften en oplichting

De rechtbank Rotterdam doet in het onderzoek Hoxie uitspraak in vier samenhangende strafzaken over fraude met zorggelden bij twee ongecontracteerde thuiszorgondernemingen in Utrecht en Amsterdam. Bewezen is dat elk van de verdachten feitelijk leiding heeft gegeven aan het overtreden van de administratieplicht van artikel 36 Wmg. Drie verdachten worden daarnaast veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van € 4.539.378 en voor deelname aan een criminele organisatie, waarvan één verdachte als leider. Alle verdachten worden vrijgesproken van valsheid in geschrift, het gebruik van valse geschriften en oplichting van zorgverzekeraars, en de bestuurster van de Amsterdamse onderneming wordt ook van de criminele organisatie vrijgesproken. De opgelegde straffen lopen uiteen van een gevangenisstraf van zestien dagen tot negen maanden, waarbij de rechtbank rekening houdt met een forse overschrijding van de redelijke termijn en met een strafbeschikking tegen een medeverdachte. De zorgverzekeraars worden als benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen van oplichting bij de afgifte van twaalf pallets sneakers en schuldheling door de ingeschakelde chauffeur

Rechtbank Oost-Brabant 6 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4752 en ECLI:NL:RBOBR:2026:4753

De rechtbank Oost-Brabant deed uitspraak in twee samenhangende strafzaken over het weghalen van twaalf pallets sneakers bij een bedrijf in Veldhoven op 1 oktober 2021. De eerste verdachte regelt onder het voorwendsel van een verhuizing een vrachtwagen met chauffeur en laat de lading, met een waarde van ongeveer € 200.000, door medewerkers van het bedrijf inladen. De rechtbank acht medeplegen van oplichting bewezen en legt een taakstraf van 160 uren op naast een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. De tweede verdachte, de chauffeur van de vrachtwagen, wordt vrijgesproken van medeplegen van oplichting, van diefstal en van opzetheling. Schuldheling acht de rechtbank wel bewezen, omdat de chauffeur bij het voorhanden krijgen van de lading redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Gelet op zijn persoon, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de overschrijding van de redelijke termijn volstaat de rechtbank in zijn zaak met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling voor onjuiste belastingaangiften omdat dezelfde gelden niet tegelijk bij de vennootschappen en bij de verdachte kunnen zijn genoten

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1185

De Hoge Raad vernietigt op 7 juli 2026 gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een fiscale strafzaak over onjuiste aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Een consultant laat zich via een commanditaire vennootschap en een besloten vennootschap inhuren door een recruitmentbureau, dat in totaal ruim één miljoen euro aan die vennootschappen betaalt. Het hof rekent die betalingen zowel volledig toe aan de vennootschappen als winst voor de vennootschapsbelasting, als volledig aan de verdachte als inkomsten voor de inkomstenbelasting. Volgens de Hoge Raad getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat dezelfde gelden niet tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag door beide kunnen zijn genoten. De Hoge Raad merkt ambtshalve op dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt of de commanditaire vennootschap een open commanditaire vennootschap is en dus onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. De cassatiemiddelen slagen ten aanzien van de feiten 1, 4 en 5 en de strafoplegging, en de zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onrechtmatige verstrekking van politiegegevens aan de ANWB in strijd met artikel 19 Wet politiegegevens

Rechtbank Den Haag 29 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 (civiel)

De rechtbank Den Haag oordeelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door in februari 2022 politiegegevens over een ondernemer te delen met de ANWB. De politie meldt de ANWB dat de man verdachte is in een onderzoek naar een criminele organisatie die zich bezighoudt met grootschalige hennepteelt en zet de conclusies uit een proces-verbaal restinformatie uiteen. Volgens de rechtbank is die verstrekking gedaan op grond van de Wet politiegegevens en niet op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, zodat de politie terecht is gedagvaard. Het door de politie gestelde zwaarwegende algemene belang bij de bestrijding van drugscriminaliteit weegt niet op tegen het belang van de betrokkene bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. De politie vraagt de ANWB daarnaast om de aan de ondernemer verstrekte licentie te heroverwegen en informeert welke gegevens de ANWB nodig heeft om de procedure tegen hem te bespoedigen. De rechtbank verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure en wijst de vorderingen van de vennootschap van de ondernemer af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over de toetsbaarheid van deskundigenbewijs

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1195

De Hoge Raad vernietigt een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over de voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing. Het hof wijst een verzoek van de verdediging af om een NFI-rapport aan te vullen met de onderzoeksopzet en de resultaten van een eerder NFI-experiment. Dat experiment vormt de basis waarop de NFI-deskundige zijn hypothesen toetst. Het hof legt aan de afwijzing uitsluitend ten grondslag dat uit de onderbouwing van het verzoek niet blijkt dat de onderzoeksmethode of de resultaten worden betwist. Volgens de Hoge Raad is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk, gelet op het recht van de verdachte op grond van artikel 6 EVRM om de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te laten onderzoeken. De zaak wordt teruggewezen naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging bij verwijdering van asbest zonder nieuwe sloopmelding

Rechtbank Noord-Nederland 13 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2765

De economische politierechter van de rechtbank Noord-Nederland beoordeelt twee gevoegde zaken tegen een rechtspersoon die asbest heeft verwijderd zonder een nieuwe sloopmelding te doen bij het bevoegd gezag. In de eerste zaak gaat het om twee losse asbesthoudende buizen die tijdens sloopwerkzaamheden in De Westereen worden aangetroffen. De rechter kan niet vaststellen dat deze buizen deel hebben uitgemaakt van een bouwwerk en spreekt de verdachte daarom vrij. In de tweede zaak, over een asbesthoudende buis in panden in Grou, staat wel vast dat de buis uit een bouwwerk is verwijderd. De verdachte doet daarover een aanvullende melding onder verwijzing naar een eerdere sloopmelding, wat de rechter aanmerkt als een melding in de zin van art. 7.11 lid 3 Bbl. Omdat die bepaling een exceptie op de hoofdregel van art. 7.10 Bbl vormt, volgt voor dat feit ontslag van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof van Justitie stelt voorwaarden aan inbeslagneming van e-mails en persoonlijke gegevensdragers door een mededingingsautoriteit

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 16 juli 2026 arrest gewezen in de gevoegde zaken C-258/23, C-259/23 en C-260/23 over inspecties door de Portugese mededingingsautoriteit. De zaken betreffen de inbeslagneming van zakelijke e-mails tussen werknemers en bestuurders van ondernemingen tijdens onderzoeken naar overtredingen van de artikelen 101 en 102 VWEU. Het Hof oordeelt dat zulke e-mails onder het begrip communicatie in de zin van artikel 7 van het Handvest van de grondrechten vallen. Het Unierecht verzet zich er niet tegen dat een nationale mededingingsautoriteit deze e-mails in bedrijfsruimten in beslag neemt zonder voorafgaande toestemming van een rechter, mits het nationale recht voorziet in een strikt wettelijk kader en in passende waarborgen tegen misbruik en willekeur, waaronder een effectieve rechterlijke toetsing achteraf. Voor de toegang tot mobiele telefoons, computers of andere gegevensdragers die aan natuurlijke personen toebehoren, verlangt het Hof wel een voorafgaande toetsing door een rechter of een onafhankelijke bestuurlijke instantie. De verwijzende Portugese rechter moet met inachtneming van deze uitleg beoordelen of de betrokken inbeslagnemingen rechtmatig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusies over verschoningsrecht niet-verdachte notarissen bij beslag onder voormalig notarieel medewerker

Advocaat-generaal Van Kampen heeft op 7 juli 2026 in twee samenhangende zaken geconcludeerd over beslag op digitale gegevensdragers waarop notariële geheimhouderinformatie staat. Het gaat om cassatieberoepen van het openbaar ministerie tegen twee beschikkingen van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2025, gewezen na terugwijzing door de Hoge Raad op 24 september 2024. De rechtbank oordeelde dat zich ten aanzien van twee niet-verdachte notarissen geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die doorbreking van hun verschoningsrecht rechtvaardigen, en verklaarde het beklag voor een groot deel gegrond. Volgens de advocaat-generaal falen de middelen die tegen dat oordeel zijn gericht, omdat de rechtbank onder meer mocht meewegen dat de klagers geen verdachte zijn en dat veel stukken dateren van buiten de periode waarop de verdenking ziet. In een van beide zaken slaagt een tweede middel wel: het oordeel dat ook op stukken die via openbare registers opvraagbaar zijn verschoningsrecht rust, getuigt volgens de advocaat-generaal van een onjuiste rechtsopvatting, maar hoeft niet tot cassatie te leiden. Beide conclusies strekken tot verwerping van het beroep van het openbaar ministerie; de Hoge Raad moet nog arrest wijzen.

Read More
Print Friendly and PDF ^