Begrip 'toekomen' in beslagkwestie opnieuw uitgelegd

Hoge Raad 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:651

De rechtbank Den Haag had het beklag van klaagster over de verbeurdverklaring van 100.000 euro ten onrechte gegrond verklaard. Volgens de Hoge Raad is voor ontvankelijkheid vereist dat sprake is van een goederenrechtelijke aanspraak op het verbeurdverklaarde voorwerp. Een enkele betaling en het ontbreken van toegang tot het geld vormen slechts een verbintenisrechtelijke vordering, geen eigendomsrecht. Klaagster kon daardoor niet als belanghebbende worden aangemerkt. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank wijst slachtofferstatus toe en staat volledige inzage strafdossier toe ondanks verzet OM en verdediging

Rechtbank Den Haag 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6481

De rechtbank Den Haag behandelt een strafzaak tegen een natuurlijk persoon, geboren in 1966 te een onbekende plaats, met een woonadres geregistreerd in Nederland. De verdachte wordt verweten dat hij vertrouwelijke informatie heeft gelekt naar de pers, hetgeen heeft geleid tot reputatieschade voor een vrouw, wier naam in de stukken bekend is. Mr. C.J. Knoops-Hamburger, optredend als gemachtigde van de vrouw, dient een verzoek in om haar als slachtoffer aan te merken in de strafzaak tegen de verdachte en verzoekt om inzage in en een afschrift van het volledige strafdossier. Eerdere verzoeken daartoe bij het Openbaar Ministerie zijn telkens afgewezen. De zaak heeft een bijzonder karakter omdat zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging zich tegen het verzoek verzetten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling Schiedams bedrijf, bestuurder en administratief medewerkster in onderzoek Chula Vista

Rechtbank Rotterdam 9 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4725 en ECLI:NL:RBROT:2025:4750

In het onderzoek Chula Vista veroordeelt de rechtbank Rotterdam een rechtspersoon en een administratief medewerkster wegens structurele valsheid in geschrift. De rechtspersoon heeft in de periode 2016-2018 kasboeken en Z-afslagen valselijk opgemaakt om omzet te verzwijgen en kasgelden buiten de administratie te houden. De medewerkster werkte bewust mee door vervalste urenlijsten, salarisspecificaties en jaaropgaven te verwerken. De rechtspersoon krijgt een geldboete van 10.000 opgelegd en het in beslag genomen contante geld en de bedrijfsadministratie worden verbeurd verklaard. De medewerkster krijgt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid

Hoge Raad 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:640

De Hoge Raad overweegt dat voor medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist is, waarbij de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht moet zijn. Indien geen sprake is van gezamenlijke uitvoering, moet de rechter nauwkeurig motiveren waarom toch van medeplegen wordt uitgegaan. Daarbij kan worden gekeken naar onder meer de intensiteit van samenwerking, rolverdeling, aanwezigheid op cruciale momenten en het belang van de rol van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: enkele vordering uit ‘unjust enrichment’ betekent niet dat verbeurdverklaard saldo aan klaagster ‘toekomt’ a.b.i. art. 552b lid 1 Sv; geen belanghebbende, geen recht op afgifte

Hoge Raad 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:653

Wanneer een klager op grond van een civielrechtelijke verbintenis, zoals een overeenkomst, een onrechtmatige daad, een onverschuldigde betaling of een ongerechtvaardigde verrijking, jegens een bepaalde (rechts)persoon een vordering heeft tot betaling van een geldbedrag van zekere omvang, brengt dit niet mee dat zich in het vermogen van die persoon een bepaald geldbedrag bevindt dat kan worden aangemerkt als een ‘voorwerp’ dat aan die klager toekomt in de zin van artikel 552b lid 1 Sv. De klager beschikt in dat geval immers slechts over een vordering tot betaling van het verschuldigde geldbedrag, zodat niet kan worden gezegd dat hij aanspraak kan maken op de afgifte van een bepaald, in de strafzaak van zijn schuldenaar verbeurd verklaard geldbedrag. Dit is in lijn met de rechtspraak met betrekking tot vorderingen uit een leenovereenkomst. In een dergelijk geval kan de klager dan ook niet als ‘belanghebbende’ worden aangemerkt in de zin van artikel 552b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof veroordeelt bestuurder Centurion Vastgoed tot jarenlange gevangenisstraf wegens grootschalige beleggingsfraude

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2436

De verdachte gaf samen met twee andere natuurlijke personen feitelijke leiding aan Centurion Vastgoed B.V., een vennootschap die zich in de periode van 2008 tot 2014 presenteert als een professionele aanbieder van beleggingsproducten in vastgoedprojecten, waaronder grondaankopen in Costa Rica. In werkelijkheid blijkt dat Centurion Vastgoed B.V. ruim 600 particuliere beleggers heeft opgelicht voor een totaalbedrag van circa 26 miljoen euro. De verdachte is eerder veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten en verkeert in een kwetsbare financiële en persoonlijke situatie. De oplichting leidde tot aanzienlijke financiële schade voor de beleggers en uiteindelijk tot het faillissement van Centurion Vastgoed B.V. op 31 juli 2014.

De tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat hij:

  • Feitelijke leiding heeft gegeven aan grootschalige oplichting, gepleegd door Centurion Vastgoed B.V.;

  • Feitelijke leiding heeft gegeven aan bedrieglijke bankbreuk, gepleegd door Centurion Vastgoed B.V.;

  • Feitelijke leiding heeft gegeven aan valsheid in geschrift, gepleegd door Centurion Vastgoed B.V.;

  • Samen met anderen van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het bewijs voor alle vier de tenlastegelegde feiten geleverd is. Hij vordert een gevangenisstraf van vijf jaar en negen maanden, de ontzetting van het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn voor de duur van vijf jaar en de openbaarmaking van het arrest op rechtspraak.nl.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert primair aan dat vrijspraak moet volgen omdat geen sprake zou zijn van oplichting, verduistering, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrift of witwassen.

Subsidiair wordt verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de geboorte van een dochter, en het aanzienlijke tijdsverloop sinds het aanvankelijke vonnis in eerste aanleg. De verdediging pleit voorts voor het niet opleggen van een beroepsverbod en openbaarmaking van het arrest.

Het oordeel van het hof

Het hof verwerpt alle verweren van de verdediging. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachten een geraffineerd systeem hebben opgezet waarbij beleggers op misleidende gronden werden bewogen aanzienlijke bedragen te investeren. De verdachte heeft als feitelijke leidinggevende bewust en actief meegewerkt aan dit systeem van misleiding en wederrechtelijke bevoordeling. Bovendien is komen vast te staan dat gelden structureel aan de boedel van Centurion Vastgoed B.V. zijn onttrokken in het zicht van het faillissement en dat valse documenten zijn vervaardigd om loonbeslagen te ontwijken.

De bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

  • De verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de grootschalige oplichting van beleggers;

  • De verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de bedrieglijke bankbreuk door structurele onttrekkingen aan de boedel;

  • De verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het valselijk opstellen van arbeidsovereenkomsten, beëindigingsovereenkomsten en loonspecificaties;

  • De verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen van ruim 21 miljoen euro aan beleggersgelden.

De strafoplegging

Het hof legt de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van vijf jaar, met aftrek van het voorarrest. Hierbij wordt rekening gehouden met de ernst van de feiten, het zeer grote aantal slachtoffers, het benadelingsbedrag van meer dan 26 miljoen euro, het gebrek aan inzicht en spijt van de verdachte, en het feit dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Verder ontzet het hof de verdachte voor de duur van vijf jaar van het recht om bestuurder of feitelijk leidinggevende van een rechtspersoon te zijn.

De bijkomende straf van openbaarmaking van het arrest op rechtspraak.nl wordt niet opgelegd, aangezien verdachte reeds langdurig negatieve publiciteit ondervindt.

De beslissing omtrent de voorlopige hechtenis

Het hof laat de schorsing van de voorlopige hechtenis voortduren onder de eerder gestelde voorwaarden, totdat het arrest onherroepelijk is geworden.

De vordering van de benadeelde partijen

De vorderingen van de benadeelde partijen, vertegenwoordigd door de Stichting benadeelde 1, worden toegewezen tot een totaalbedrag van 17.616.010,60 euro, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 juli 2014.

Tevens wordt de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, met oplegging van vervangende hechtenis van maximaal 360 dagen indien betaling uitblijft.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Hof bevestigt ontnemingsvordering van ruim zes ton bij beleggingsfraude Centurion Vastgoed

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2435

De zaak betreft een ontnemingsprocedure tegen een natuurlijk persoon, geboren in 1983, die betrokken is bij grootschalige beleggingsfraude via Centurion Vastgoed B.V. De verdachte wordt veroordeeld wegens feitelijke leidinggeving aan oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. Het strafbare handelen vindt plaats in de periode van 20 oktober 2011 tot en met 31 juli 2014.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twee keer een beroep op het vertrouwensbeginsel bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb)

In twee recente uitspraken (ECLI:NL:CBB:2025:272 en ECLI:NL:CBB:2025:265) heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zich uitgesproken over het beroep op het vertrouwensbeginsel door ondernemingen. Deze zaken benadrukken de strikte voorwaarden waaronder dit beginsel kan worden ingeroepen, vooral wanneer het Unierecht van toepassing is of wanneer er geen duidelijke toezeggingen zijn gedaan door de overheid.​

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan een contactverbod worden opgelegd als de naleving daarvan niet onder alle omstandigheden afhankelijk is van het gedrag van de verdachte?

Hoge Raad 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:629

De verdachte klaagt dat de vrijheidsbeperkende maatregel, in het bijzonder het gebod om geen enkel contact “te hebben” met het slachtoffer, niet volledig afhankelijk is van zijn eigen gedragingen. Volgens de verdachte kan immers het slachtoffer zelf contact leggen, waarmee de verdachte mogelijk in strijd met de maatregel zou handelen zonder eigen initiatief.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kunnen vorderingen BP ter zake van kosten voor geestelijke gezondheidszorg als vergoeding voor materiële schade toewijzen, terwijl hof vorderingen immateriële schade heeft afgewezen?

Hoge Raad 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:629

Het hof mocht de vorderingen van benadeelde partijen A en B voor kosten van geestelijke gezondheidszorg en eigen risico toewijzen als materiële schade. Voor toewijzing is vereist dat er voldoende verband bestaat tussen de schade en het bewezenverklaarde handelen van de verdachte, waarbij de concrete omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de beoordeling van dit verband. Het hof heeft geoordeeld dat deze kosten directe vermogensschade vormen in de zin van artikel 6:95 en 6:96 BW. Dat het hof daarnaast de vorderingen ter zake van immateriële schade heeft afgewezen op grond van artikel 6:106 BW, doet aan de toewijsbaarheid van de materiële schade niet af.

Read More
Print Friendly and PDF ^