Veroordeling voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging

Rechtbank Amsterdam 21 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5480

De rechtbank Amsterdam veroordeelt op 21 mei 2026 een feitelijk bestuurder voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging. In het jaar voorafgaand aan het faillissement is voor ruim € 547.000 zonder geldige titel van de bankrekening van de vennootschap overgeboekt naar gelieerde ondernemingen en privérekeningen, en is een auto onttrokken aan de boedel. De verdachte doet daarnaast uitgaven met een privékarakter en laat na een volledige administratie te voeren en de curator de gevraagde inlichtingen te verschaffen. De rechtbank merkt de verdachte aan als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 348a van het Wetboek van Strafrecht en verwerpt het verweer dat zij die rol niet vervulde. Wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn wijkt de rechtbank af van de LOVS-oriëntatiepunten, die bij een benadelingsbedrag van € 300.000 uitgaan van twaalf tot achttien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraf van 60 uur voor faillissementsfraude: rechtbank houdt sterk rekening met persoonlijke omstandigheden bestuurder wiens partner financiele problemen verborg

Rechtbank Oost-Brabant 7 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2080

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder van twee failliete vennootschappen voor faillissementsfraude. De verdachte liet zijn toenmalige partner de administratie en financien van de ondernemingen beheren. Zij boekte zonder zakelijke grondslag aanzienlijke geldbedragen over van de zakelijke rekening naar haar priverekening en hield de financiele problemen voor de verdachte verborgen. De rechtbank oordeelt dat de verdachte vanaf het eerste faillissement van de beheervennootschap op 8 april 2021 de aanmerkelijke kans op benadeling van schuldeisers bewust heeft aanvaard door geen enkel onderzoek te doen naar de financiele situatie. De verdachte wordt veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk, het niet verstrekken van administratie aan de curator en het weigeren van inlichtingen. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uur op en wijst het door het Openbaar Ministerie gevorderde beroepsverbod af, gelet op het tijdsverloop en de zware persoonlijke gevolgen die de verdachte reeds heeft ondervonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Toezicht in beweging

Op basis van het Landelijk Mediationprotocol Insolventieprocedures kunnen rechter-commissarissen curatoren vragen om mediation te overwegen, voordat zij een procesmachtiging verlenen. Dit Mediationprotocol past in een bredere trend. De rechter-commissaris houdt indringender toezicht op de doelmatigheid van de procedure en betrekt in toenemende mate de standpunten van betrokken schuldeisers bij zijn beslissingen. Dit artikel bespreekt deze ontwikkelende rol van de rechter-commissaris.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De stand van zaken rond het nieuwe Wetboek van Strafvordering

De herziening van het Wetboek van Strafvordering behoort tot de grootste wetgevingsoperaties binnen het Nederlandse strafrecht van de afgelopen decennia. Het huidige wetboek dateert in de kern uit 1926 en is sindsdien vele malen gewijzigd, aangevuld en uitgebreid. Die gelaagde ontwikkeling heeft geleid tot een complex en gefragmenteerd geheel. Met het nieuwe Wetboek van Strafvordering beoogt de wetgever te komen tot een systematisch, toekomstbestendig en beter toegankelijk strafprocesrecht. Eind 2025 en begin 2026 zijn daarin opnieuw belangrijke stappen gezet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor schending administratie: vrijspraak voor witwassen en benadeling schuldeisers, dagvaarding valsheid nietig

Rechtbank Overijssel 15 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:146

De rechtbank Overijssel veroordeelt een bestuurder tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 180 uur wegens schending van de administratieplicht bij faillissementen. De verdachte verstrekt opzettelijk geen volledige administratie aan de curator, waardoor de afhandeling wordt bemoeilijkt. Feit 3 (valsheid in geschrift) wordt nietig verklaard wegens onvoldoende specificatie. Hierdoor volgt ook vrijspraak voor witwassen (feit 4). De verdachte wordt tevens drie jaar uitgesloten van het uitoefenen van bestuursfuncties. Vorderingen van benadeelden zijn niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^