Kunnen door beleggers ingelegde gelden als rechtstreekse schade worden aangemerkt?

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:78

De verdachte wordt veroordeeld voor het witwassen van haar salaris, dat afkomstig is uit oplichting door ondernemingen waarvoor zij werkte. Het gerechtshof achtte haar mede aansprakelijk voor de schade van drie beleggers en kende ruim €59.000 aan vorderingen toe. De Hoge Raad oordeelt echter dat niet is vastgesteld dat het door haar witgewassen bedrag samenhangt met de ingelegde gelden van deze beleggers. De enkele bekendheid met de herkomst van het geld en haar werkzaamheden voor de bedrijven is daarvoor onvoldoende. Daardoor ontbreekt civielrechtelijke aansprakelijkheid en kan de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest op dit punt en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fraude met taxi-bv’s leidt tot zware straffen voor twee feitelijke bestuurders

Rechtbank Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10661 en ECLI:NL:RBAMS:2025:10663

Twee feitelijke bestuurders van taxibedrijven zijn door de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor grootschalige fraude. Zij trokken tussen 2016 en 2019 via katvanger-bv’s geld en voertuigen weg uit de vennootschappen zonder zakelijke tegenprestatie. De vennootschappen raakten hierdoor leeg en gingen failliet. In één zaak is daarnaast sprake van faillissementsfraude en het structureel onjuist opgeven van loonheffingen. De rechtbank acht beide verdachten strafbaar en legt gevangenisstraffen op van respectievelijk 18 en 24 maanden. De benadeling van de fiscus bedraagt ruim 1,3 miljoen euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beleggingsfraudeur veroordeeld: miljoenenoplichting via nep-investeringsplatform bestraft

Rechtbank Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10281

Verdachte misleidt tussen 2020 en 2023 tientallen beleggers door hen geld en bitcoins te laten investeren in fictieve aandelen. Hij presenteert zich als professioneel investeerder, maar beschikt niet over de vereiste vergunningen en belegt het geld niet.
De ingezamelde middelen gebruikt hij voor privédoeleinden, wat leidt tot een benadelingsbedrag van ruim 2,5 miljoen euro. Daarnaast voert verdachte geen administratie, wat de afwikkeling van zijn faillissement ernstig belemmert. De rechtbank acht oplichting, verduistering, gewoontewitwassen en onvergund financieel dienstverlenen wettig en overtuigend bewezen. Verdachte krijgt 22 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk; schadeclaims worden afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Administratie vernietigd: OM niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering

Rechtbank Den Haag 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25059, 24960 en 24961

De rechtbank Den Haag verklaart in drie samenhangende zaken het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvorderingen tegen een natuurlijk persoon en twee vennootschappen. In alle gevallen is de originele papieren bedrijfsadministratie vernietigd terwijl deze onder beslag stond, wat leidt tot een onherstelbaar vormverzuim. Hierdoor is het voor de verdediging onmogelijk om onderscheid te maken tussen legaal en illegaal verkregen inkomsten. De verstrekte digitale of gekopieerde administratie blijkt onvolledig en deels onleesbaar, waardoor de berekeningen van het OM niet verifieerbaar zijn. De rechtbank acht het recht op een eerlijk proces in ernstige mate geschonden. Dit leidt tot de zwaarste sanctie: niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijheid van dienstverrichting versus toezicht op trustdiensten: Hoge Raad bevestigt strafbaarheid bij ontbreken vergunning

Hoge Raad 16 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1877

De verdachte is veroordeeld wegens feitelijk leidinggeven aan trustdiensten zonder vergunning en het doen van onjuiste btw-aangiften. Hij werkte vanuit Nederland samen met een trustkantoor op Cyprus dat niet over een Nederlandse vergunning beschikte. De Hoge Raad oordeelt dat het vergunningvereiste in de Wtt (oud) een gerechtvaardigde beperking vormt van de vrijheid van dienstverrichting. Dat de minister geen staten had aangewezen met vergelijkbaar toezicht doet daar niet aan af. De taakstraf is verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Foetsie BV: structureel misbruik bij turboliquidaties en gebrekkige handhaving

Onderzoek van Investico, het FD en De Groene laat zien dat turboliquidaties in Nederland structureel worden misbruikt om fraude en aansprakelijkheid te verhullen. Meer dan de helft van de tussen 2006 en 2023 geturboliquideerde bedrijven pleegde een economisch delict, terwijl bij duizenden bedrijven aanwijzingen bestaan voor zware fraude. De turboliquidatie fungeert daarbij als verdwijntruc: administraties verdwijnen, schuldeisers blijven met lege handen en strafrechtelijke handhaving blijft uit. Bestuurders en katvangers worden veelvuldig ingezet om verantwoordelijkheid af te schuiven, vaak na bestuurswissels vlak voor opheffing. De tijdelijke wet uit 2023 heeft de informatiepositie van schuldeisers nauwelijks verbeterd door gebrek aan controle en handhaving. Publieke schuldeisers lopen jaarlijks grote bedragen mis, terwijl toezicht en strafrecht onvoldoende grip krijgen op dit structurele misbruik.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Autohandelaar verduistert ruim 370.000 euro en frustreert faillissementsafwikkeling

Rechtbank Noord-Holland 4 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14163

Een autohandelaar wordt veroordeeld voor verduistering van ruim 370.000 euro van drie klanten. Hij gebruikt aankoopbedragen voor luxe auto’s voor eigen doeleinden en levert de voertuigen niet. Tijdens zijn faillissement voldoet hij niet aan zijn administratie- en inlichtingenplicht. De rechtbank acht alle feiten bewezen en rekent het de verdachte zwaar aan. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn krijgt hij geen celstraf. Hij krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 240 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude door bestuurder van Invicta B.V. en Invicta Holding B.V.: veroordeling blijft in stand bij de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft de veroordeling van de bestuurder van Invicta B.V. en Invicta Holding B.V. wegens faillissementsfraude in stand gelaten. Bewezen is dat de bestuurder voorafgaand aan het faillissement aanzienlijke geldbedragen aan de boedel heeft onttrokken terwijl hij wist dat schuldeisers daardoor werden benadeeld. Daarnaast heeft hij niet voldaan aan de wettelijke administratie- en bewaarplicht, waardoor de afwikkeling van de faillissementen werd bemoeilijkt. Ook heeft de bestuurder tijdens het faillissement desgevraagd geen volledige en ongeschonden administratie aan de curator verstrekt. De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten met toepassing van art. 81 lid 1 RO. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt uitsluitend de opgelegde gevangenisstraf verminderd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Internationale valutafraudezaak beslecht na procesafspraken: verdachte krijgt deels voorwaardelijke gevangenisstraf en beroepsverbod

Gerechtshof Amsterdam 5 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3250

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een man wegens grootschalige internationale beleggingsfraude en witwassen. De verdachte werkt mee aan schadevergoeding via een Amerikaans receivership, waarbij slachtoffers voor 95% zijn gecompenseerd. Door procesafspraken krijgt hij 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 24 maanden voorwaardelijk. Ook krijgt hij een beroepsverbod van drie jaar in de financiële sector. Het hof acht de procesafspraken passend gelet op de ernst van de feiten en het herstel. Alle schadeclaims zijn niet-ontvankelijk verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Proefschrift: De fraudebestrijdende faillissementscurator

Het proefschrift van R.E. de Vries onderzoekt de rol van de faillissementscurator bij de bestrijding van faillissementsfraude. Centraal staat hoe deze fraudebestrijdende taak zich verhoudt tot de traditionele kerntaak van boedelbeheer en vereffening. De auteur analyseert de fraudepijler en de uitbreiding van het wettelijke instrumentarium van de curator. Bijzondere aandacht gaat uit naar de begrippen faillissementsfraude, malafide en bonafide bestuurders en het vereiste van (voorwaardelijk) opzet. Daarnaast wordt de spanning onderzocht tussen de informatiebevoegdheden van de curator en het nemo-teneturbeginsel. Het proefschrift laat zien dat de versterkte rol van de curator juridische en praktische knelpunten oproept voor zowel faillissementsafwikkeling als fraudebestrijding.

Read More
Print Friendly and PDF ^