Van "geen reactie" naar "indirect antwoord": de positionering van de Europese anti-corruptietaskforce na de FCPA-pauze

Voormalig PNF-chef Jean-François Bohnert noemde in een GIR-interview van 8 mei 2026 de in maart 2025 opgerichte International Anti-Corruption Prosecutorial Taskforce een "indirect answer" op de Amerikaanse FCPA-pauze. Dat is een opvallende nuance, want bij de aankondiging stelde SFO-directeur Ephgrave nadrukkelijk dat het initiatief géén reactie op de FCPA-pauze was. De taskforce, een samenwerking tussen SFO, PNF en de Zwitserse OAG, ontstond ruim een maand na Trumps Executive Order 14209 die FCPA-handhaving voor 180 dagen opschortte. Onder de herziene FCPA-richtsnoeren van juni 2025 hanteert het DOJ duidelijk versmalde prioriteiten, gericht op Amerikaanse belangen en kartel-/TCO-gerelateerde zaken. Voor de Europese praktijk betekent dit dat ondernemingen met activiteiten in het VK, Frankrijk of Zwitserland zich niet langer uitsluitend op FCPA-normen kunnen verlaten, terwijl aansluiting van andere "like-minded agencies" zoals het Nederlandse OM of de FIOD nog openstaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Jaarbericht Openbaar Ministerie 2025: milieu boven fraude en de strafbeschikking verdringt de transactie

Het OM Jaarbericht 2025 laat vier opvallende bewegingen zien: de FP-uitspraken in ondermijningszaken voor het aandachtsgebied fraude zijn in vijf jaar tijd meer dan gehalveerd (van 326 naar 132), terwijl milieu structureel doorgroeit naar 109 en voor het eerst een aparte categorie 'criminele geldstromen' verschijnt. Witwassen zit weer in beweging, vooral via de arrondissementsparketten (168 naar 186) en in mindere mate via het Landelijk Parket (26 naar 24). De grootste verschuiving zit echter in de afdoeningsmodaliteiten: nul hoge transacties via de Toetsingscommissie, de transactie als zelfstandige route gedaald tot een historisch dieptepunt van 700, terwijl het OM tegelijkertijd de zwaarste fraudezaak van het jaar (Morgan Stanley, 101 miljoen euro voor dividendstripping) via twee OM-strafbeschikkingen afdoet en sinds februari 2025 een tijdelijke instructie geldt om vermogensdelicten standaard via strafbeschikking af te handelen. Het ontnemen daalde verder in aantal vorderingen (van 990 naar 780) maar leverde fors meer op: de incasso steeg van 99 naar 170 miljoen euro en het beslag van 410 naar 443 miljoen euro. Per saldo tekent zich een stille verschuiving af van transactie naar strafbeschikking als modaliteit voor zware zaken, met andere waarborgen, andere transparantie en een uitgeschakelde rol voor de Toetsingscommissie Hoge Transacties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank veroordeelt BOA en zijn opdrachtgever voor omkoping en computervredebreuk rond illegale kentekenbevragingen: ook bevragingen tijdens werktijd kwalificeren als binnendringen met valse sleutel

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2732 (de BOA) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (de opdrachtgever).

De rechtbank veroordeelt een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeenten Helmond en Meierijstad en zijn opdrachtgever voor omkoping rondom illegale kentekenbevragingen. De boa heeft tegen betaling van € 20 tot € 30 per kenteken vertrouwelijke gegevens in gemeentelijke applicaties geraadpleegd en deze aan zijn opdrachtgever verstrekt. De opdrachtgever heeft die gegevens via Telegramgroepen voor € 80 per kenteken aan derden aangeboden. De rechtbank kwalificeert ook de bevragingen tijdens werktijd als computervredebreuk, omdat de boa zijn autorisatie heeft misbruikt en zijn inloggegevens daarmee op die momenten als valse sleutel hebben te gelden. De boa krijgt vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk en een ambtsverbod van vijf jaren. De opdrachtgever krijgt twaalf maanden waarvan vier voorwaardelijk, mede vanwege het voorhanden hebben van een gasdrukpistool.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Rotterdam: onderzoeksbureau aansprakelijk voor onzorgvuldig klachtonderzoek

De rechtbank Rotterdam heeft een onderzoeksbureau veroordeeld tot € 29.302,09 schadevergoeding en intrekking van zijn klachtonderzoeksrapport, op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag (max. € 100.000). Het bureau handelde onrechtmatig door klager en aangeklaagde niet in elkaars aanwezigheid te horen en door conclusies te baseren op niet-onderbouwde persoonsbeelden. De vermogensschade is begroot via de leer van de kansschade (Deloitte/Hassink): een geschatte kans van 15% dat een rechtmatig onderzoek het ontbindingsverzoek had voorkomen. Daarnaast is € 2.500 immateriële schade toegekend wegens aantasting in de persoon (art. 6:106 BW). Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk bevestigt het vonnis dat onderzoeksbureaus civielrechtelijk aansprakelijk zijn als hun klachten- of integriteitsonderzoek de zorgvuldigheidsnorm schendt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Crime and Policing Act 2026: senior manager-aansprakelijkheid uitgebreid naar alle delicten

Op 29 april 2026 heeft de Crime and Policing Act 2026 in het Verenigd Koninkrijk Royal Assent ontvangen, waarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen aanzienlijk wordt verbreed. De wet vervangt de regeling uit de Economic Crime and Corporate Transparency Act 2023, die senior manager-aansprakelijkheid beperkte tot een limitatieve lijst economische delicten, en past die toerekeningsroute voortaan toe op élk strafbaar feit. Een onderneming kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden zodra een senior manager, zoals gedefinieerd in de Corporate Manslaughter and Corporate Homicide Act 2007, binnen de actuele of schijnbare reikwijdte van zijn bevoegdheid een delict pleegt. Anders dan bij de "failure to prevent"-delicten in de Bribery Act 2010 en Criminal Finances Act 2017 kent de regeling geen wettelijk adequate procedures-verweer, al kan de effectiviteit van compliance-programma's wel meewegen bij het public interest-criterium en de straftoemeting. De relevante bepaling treedt naar verwachting op 29 juni 2026 in werking en raakt onder meer milieudelicten, computermisbruik, datamisbruik en mensenhandel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Functioneel verschoningsrecht herzien: nieuwe filterprocedure, bewaarplicht en beklagprocedure in tweede aanvullingswet

De tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering, op 7 mei 2026 in consultatie gegaan, herziet de regeling van het functioneel verschoningsrecht in Boek 2, Hoofdstukken 7 en 8, Boek 4, Hoofdstuk 3 en Boek 6, Hoofdstuk 4. Aanleiding zijn de prejudiciële beslissing HR 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:375), het WODC-rapport van december 2025 en een klemmend beroep van ketenorganisaties op de wetgever om de praktijkproblemen rond filtering en beklag aan te pakken. Centraal staat een andere benadering van het redelijk vermoeden: dat wordt niet langer betrokken op de bulk als geheel, maar op specifieke gegevens, zodat behoedzame kennisneming van de bulk in beginsel mogelijk blijft. De filtering komt primair onder leiding van de officier van justitie (artikel 2.7.61b); de rechter-commissaris beslist alleen over kennisneming wanneer ten aanzien van specifieke gegevens een redelijk vermoeden bestaat (artikelen 2.7.61a en 2.7.62), waarbij vermoedelijk geprivilegieerde gegevens niet automatisch worden vernietigd maar bewaard (artikel 2.7.62b). Daarnaast voorziet het voorstel in specifieke waarborgen voor heimelijke bevoegdheden (artikelen 2.8.3a tot en met 2.8.3c) en in een nieuwe beklagprocedure in Boek 6 (artikelen 6.4.11a tot en met 6.4.11f).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Frankrijk behoudt de CJIP: amendement tot afschaffing sneuvelt in commission mixte paritaire

Op 28 april 2026 heeft de Franse commission mixte paritaire het amendement geschrapt dat de convention judiciaire d'intérêt public (CJIP) volledig wilde afschaffen, waarmee de Franse pendant van de deferred prosecution agreement behouden blijft. De Assemblée nationale had het amendement, ingediend door écologiste-député Sophie Taillé-Polian, begin april nog aangenomen; directe aanleiding was de HSBC-CJIP van januari 2026 voor 267 miljoen euro in het CumCum-dossier, die als te mild werd beoordeeld. De CJIP, ingevoerd door de Loi Sapin II in 2016, maakt afdoening van zaken tegen rechtspersonen mogelijk zonder strafproces, tegen een boete van maximaal 30% van de jaaromzet, een nalevingsprogramma onder toezicht van de Agence française anticorruption en eventuele schadevergoeding. In bijna tien jaar tijd zijn circa 70 conventions getekend en bijna vier miljard euro aan boetes geïnd, met Airbus (2,1 miljard euro, 2020) als omvangrijkste zaak. De uitkomst van de CMP is relevant voor de bijzonder-strafrechtpraktijk omdat de CJIP geldt als invloedrijk Europees voorbeeld van onderhandelde afdoening voor ondernemingen, juist nu ook de eerste EU-anticorruptierichtlijn van 26 maart 2026 die richting opbeweegt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijgesproken van contante giften, toch ontneming via kasopstelling

Het gerechtshof Amsterdam stelde op 23 april 2026 in een ontnemingszaak na een veroordeling wegens passieve ambtelijke omkoping het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 144.858 en legde een betalingsverplichting op van € 135.426. De betrokkene was in de strafzaak vrijgesproken van het aannemen van twee contante betalingen van € 100.000 en € 14.000, maar het hof nam toch een bedrag van bijna € 79.000 uit een eenvoudige kasopstelling mee. Volgens het hof legt een kasopstelling geen rechtstreeks verband met specifieke strafbare feiten en wordt daarmee de schuld aan vrijgesproken feiten niet alsnog aangenomen, zodat geen strijd bestaat met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Het hof baseert de ontneming op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e Sr en sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De betalingsverplichting is verminderd met € 4.431,50 wegens verbeurdverklaring en met € 5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Oost-Brabant: omkoping boa voor raadplegen kentekenregister rechtvaardigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf ondanks first offender en kostwinnerschap

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (hoofdzaak) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2740 (ontneming)

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor omkoping van een bijzonder opsporingsambtenaar en voor het voorhanden hebben van een gasdrukpistool. De verdachte plaatst gedurende ruim een jaar advertenties in Telegramgroepen waarin hij tegen betaling kentekengegevens aanbiedt, die hij verkrijgt via een boa met toegang tot gemeentelijke systemen. De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In de gelijktijdig behandelde ontnemingsprocedure stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 2.559,50 en wijst zij de vordering integraal toe. De rechtbank weegt mee dat de verdachte first offender is, openheid van zaken geeft en kostwinner is, maar acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar gelet op de schending van het publieke vertrouwen en de potentiële gevaarzetting bij het verstrekken van persoonsgegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafbaarstelling van ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in Nederland: (niet langer) klem tussen Europese verplichting en nationale aarzeling

Toen in februari 2025 een artikel verscheen in NRC waarin werd gesteld dat het openbaar ministerie en de Rijksrecherche het Ministerie van Justitie en Veiligheid zouden hebben verzocht om de Nederlandse corruptiewetgeving aan te scherpen, herleefde het debat over een vorm van corruptie genaamd ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ (ook wel: ‘handel in invloed’ of ‘influence peddling’). Dat ongeoorloofde beïnvloeding niet strafbaar is gesteld in Nederland zou er namelijk voor zorgen dat de huidige corruptiewetgeving ontoereikend is om corruptie te vervolgen. De (ambtelijke) corruptiewetgeving in Nederland bestaat uitsluitend uit de actieve en passieve ambtelijke omkopingsbepalingen van, respectievelijk, artikel 177 en 363 Sr. Bij ongeoorloofde beïnvloeding gaat het – kort gezegd – om een vorm van corruptie waarbij iemand uit de nabije kring van een ambtenaar zijn of haar invloed op die ambtenaar verhandelt aan een derde, in ruil voor een onverschuldigd voordeel. Een dergelijke strafbaarstelling zou een breder scala aan gedragingen criminaliseren dan de huidige Nederlandse omkopingsbepalingen. Naar aanleiding van het artikel in NRC werden Kamervragen gesteld. Het antwoord van de Minister van Justitie en Veiligheid kwam er, kort gezegd, op neer dat hij wat betreft het ontbreken van een strafbaarstelling van ongeoorloofde beïnvloeding niet direct een lacune ziet, gelet op de reikwijdte van de huidige omkopingsbepalingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^