Jaarbericht Openbaar Ministerie 2025: milieu boven fraude en de strafbeschikking verdringt de transactie

Op 11 mei 2026 is het OM Jaarbericht 2025 gepubliceerd. Wij hebben een blik geworpen op de cijfers met betrekking tot het financieel-economisch strafrecht. Wat laten die zien?

  • Het aantal strafrechtelijke onderzoeken onder leiding van het Functioneel Parket is in 2025 gedaald van 285 naar 251. Daarmee zet de lichte stijging van vorig jaar zich niet door.

  • Op milieugebied zet de trendbreuk van 2024 zich door: het aantal milieuonderzoeken steeg verder van 101 naar 109, het hoogste niveau in zes jaar.

  • Het aantal fraudeonderzoeken bij het Functioneel Parket daalde opnieuw, van 184 naar 132. In vijf jaar tijd is het aantal daarmee meer dan gehalveerd (was 326 in 2021).

  • Voor het eerst rapporteert het OM een aparte categorie 'criminele geldstromen' in de FP-uitspraken in ondermijningszaken: 10 zaken in 2025.

  • Het aantal csv-onderzoeken naar witwassen onder leiding van de arrondissementsparketten steeg in 2025 fors van 168 naar 186, terwijl het onder leiding van het Landelijk Parket verder daalde van 26 naar 24. In 2025 werden 43 verdachten in een witwaszaak veroordeeld tot een vrijheidsstraf.

  • Het aantal strafzaken tegen rechtspersonen is licht gedaald van 3.900 in 2024 naar 3.800 in 2025.

  • Het aantal ingestelde ontnemingsvorderingen daalde opnieuw, van 990 naar 780. Tegelijkertijd steeg de gerealiseerde incasso aan afpakgelden fors van 99 naar 170 miljoen euro, en groeide de gerealiseerde waarde van het beslag van 410 naar 443 miljoen euro.

  • Het aantal opgelegde OM-strafbeschikkingen daalde van 52.900 naar 45.500.

  • Het aantal opgelegde transacties daalde verder tot een historisch dieptepunt van 700. Het aantal hoge transacties via de Toetsingscommissie Hoge Transacties stond in 2025 op nul.

  • De ICT-inbreuk waarmee het OM in de zomer van 2025 te maken kreeg, kleurt deze cijfers en moet als asterisk bij vrijwel elke trend worden meegenomen.

FP-zaken

De cijfers voor het Functioneel Parket laten in 2025 weer een daling zien, na de voorzichtige stijging in 2024. Het aantal strafrechtelijke onderzoeken onder verantwoordelijkheid van het FP daalt van 285 naar 251. Deze cijfers betreffen het FP-aandeel in de csv-onderzoeken, oftewel de ondermijningstak van het parket. De gehele FP-zaakstroom (waaronder ook kleinere milieu-, arbeidsomstandigheden- en fiscale zaken) wordt in het jaarbericht 2025 niet als afzonderlijk totaal gerapporteerd.

Hieronder een jaar-op-jaar analyse:

  • 2020-2021: lichte stijging van bijna 2,3 procent.

  • 2021-2023: forse daling van in totaal 118 zaken (bijna 30 procent), gerelateerd aan afgenomen capaciteit en gewijzigde prioriteiten.

  • 2023-2024: een lichte stijging van 1,1 procent, die destijds als mogelijke kentering werd geduid.

  • 2024-2025: een hernieuwde daling van bijna 12 procent.

Het OM geeft in het jaarbericht zelf een interessante verklaring voor de neerwaartse beweging bij het FP. Bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit is de laatste jaren steeds meer sprake van parket-overstijgende samenwerking, waarbij het FP bijdraagt aan csv-onderzoeken die formeel onder verantwoordelijkheid van een arrondissementsparket vallen. Die uren tellen mee in de cijfers van de arrondissementsparketten, maar niet in die van het FP. Vanuit dat perspectief is het OM-totaal aan csv-onderzoeken zelfs gegroeid naar 2.504 (van 2.410 in 2024). Voor wie de FP-statistieken jaar op jaar volgt, is dat een belangrijke nuance. De achterliggende inzet op de financieel-economische rechtshandhaving is mogelijk groter dan deze cijfers suggereren.

Strafzaken tegen rechtspersonen

In 2025 registreerde het OM 3.800 strafzaken tegen rechtspersonen. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2024 (3.900) en nog altijd duidelijk lager dan het piekjaar 2021 (4.700 zaken).

Het OM benadrukt in het jaarbericht 2025 wederom dat strafzaken tegen rechtspersonen, hoewel beperkt in omvang ten opzichte van het totale zaaksaanbod, van groot belang zijn voor de normbevestiging op systeemniveau, met name in sectoren als milieu, voedselveiligheid, arbeidsomstandigheden en financiele integriteit. Deze zaken kenmerken zich door complexiteit en langdurigheid en vragen om gespecialiseerde inzet, vaak door het FP of het Landelijk Parket. Daarbij wordt steeds vaker naar alternatieve interventies gekeken, zoals bestuurlijke handhaving of toezichtmaatregelen.

In het jaarbericht 2025 wordt een zaak uitgelicht die wat ons betreft het verhaal van 2025 voor rechtspersonen kenmerkt: de dividendstripping-zaak rond zakenbank Morgan Stanley. Het Functioneel Parket legde zonder tussenkomst van de rechter een boete van 101 miljoen euro op via twee OM-strafbeschikkingen aan twee vennootschappen in Amsterdam en Londen, voor dividendbelastingontduiking in de periode 2009 tot 2013. De bank had eind 2024 al 200 miljoen euro met rente aan de Belastingdienst voldaan. Het FP kondigde in het voorjaar van 2025 aan te zullen dagvaarden, maar in november 2025, vlak voor het begin van het strafproces, stemde de bank in met de strafbeschikkingen. Bijzonder noemenswaardig in de motivering van het OM is de overweging dat de strafbeschikkingen passend zijn, omdat de strafrechter aan rechtspersonen (bij schuldigverklaring) toch alleen een geldboete kan opleggen. Daarmee positioneert het OM de strafbeschikking als functioneel equivalent van een strafrechtelijke veroordeling van een rechtspersoon. Wij komen op dit punt hieronder in de paragrafen over strafbeschikking en transactie terug.

Fraude

In 2025 zijn 132 fraudeonderzoeken behandeld. Dat is opnieuw een forse daling ten opzichte van voorgaande jaren (184 in 2024, 227 in 2023, 272 in 2022, 326 in 2021).

In vijf jaar tijd is het aantal fraudeonderzoeken bij het FP daarmee meer dan gehalveerd. Vanuit ons perspectief is dat geen rimpeling, dat is een patroon. Wij vinden de gestage afkalving van de klassieke fraudeonderzoekspijplijn een bijzondere ontwikkeling, zeker tegen de achtergrond van de bestuurlijke retoriek over fraudebestrijding en de eerder genoemde uitschieter van de dividendstripping-zaak.

Aantallen veroordelingen voor fraude

  • In 2025 zijn 71 verdachten veroordeeld tot een vrijheidsstraf wegens fraude. Dat is een stijging ten opzichte van 2024, toen er 59 verdachten werden veroordeeld.

  • De rechter legde in 2025 in 111 ondermijningszaken een geldboete op voor een totaalbedrag van ruim 5,9 miljoen euro.

Opvallend is de verschuiving in de strafmaat. Waar in 2024 nog 39 verdachten een vrijheidsstraf onder een jaar kregen, ligt dat in 2025 op 42. In de middencategorie (1 tot 2 jaar) is een forse stijging te zien van 7 in 2024 naar 19 in 2025. Voor het eerst sinds 2022 zijn er ook weer vrijheidsstraffen boven de vijf jaar opgelegd in fraudezaken: vier in 2025, ten opzichte van nul in 2024 en 2023. Hieruit blijkt dat de zaken die wel voor de rechter komen, een hogere zaakszwaarte hebben dan voorheen.

Fiscale fraude en procesafspraken

Een andere uitgelichte zaak die in 2025 voor de adviespraktijk relevant is, betreft de fiscale fraude van de zogeheten 'lachgaskoning' Deniz Ü. Hij wordt verdacht jarenlang geen of te laat aangifte te hebben gedaan voor de vennootschaps- en omzetbelasting. Ü. werd internationaal gesignaleerd, meldde zich vervolgens telefonisch zelf bij justitie en maakte met het OM procesafspraken die door de Rechtbank Amsterdam zijn bekrachtigd: een werkstraf van 240 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, en een driejarig bestuursverbod. De zaak laat zien dat procesafspraken zich inmiddels stevig in het fiscaal-strafrechtelijke landschap hebben genesteld en als alternatief voor langlopende strafprocedures een vaste rol vervullen.

Gedigitaliseerde fraude

Het OM benoemt nadrukkelijk de spanning tussen het criminaliteitsbeeld en het zaaksaanbod. Het aandeel online fraude en cybercrimezaken bedraagt slechts 1,3 procent van het totale zaaksaanbod van het OM, terwijl bijna de helft van alle slachtoffers volgens de Veiligheidsmonitor 2025 van het CBS met een online delict te maken heeft gehad. Tegelijk werd in 2025 191 procent van de norm voor gedigitaliseerde criminaliteit regulier gerealiseerd (5.144 zaken op een norm van 2.700). De alternatieve of aanvullende interventies binnen die zaakstroom zijn gestegen tot 3.328. Dat is in de praktijk een omvangrijke verschuiving van klassieke fraude-opsporing naar een buitenstrafrechtelijke of voorportaal-aanpak van veelvoorkomende online fraude.

Beleidsmatige prioriteiten en capaciteit

Het OM kondigt in lijn met het coalitieakkoord aan dat wordt onderzocht of voor zaken met grote aantallen slachtoffers naast het strafrecht een aparte, eenvoudige civiele procedure moet worden ingericht. Een vervolging in een strafzaak met honderden of duizenden slachtoffers zou de strafrechtketen anders verstoppen. Voor de financieel-economische strafrechtpraktijk is dit een ontwikkeling die wij goed zullen blijven volgen: het werkterrein van het bijzonder strafrecht overlapt steeds vaker met grootschalige online fraude, terwijl het instrumentarium nog op de individuele zaak is geijkt.

Milieu

Terwijl fraudeonderzoeken in 2025 verder afnamen, noteert het Functioneel Parket de doorzettende trendbreuk: het aantal milieustrafzaken blijft groeien.

Forse groei in milieuonderzoeken, nu structureel

Het aantal strafrechtelijke onderzoeken naar milieuovertredingen onder verantwoordelijkheid van het FP is in 2025 verder gestegen van 101 naar 109. Daarmee is de stijging die in 2024 al opvallend was, geen incident gebleken. Het OM bevestigt dat deze toename met name kleinschalige en kortlopende onderzoeken betreft, vaak uitgevoerd in samenwerking met de FIOD, de NVWA-IOD, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-IOD) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).

Voor het eerst in zes jaar ligt het aantal milieuonderzoeken bij het FP daarmee structureel boven het niveau van 2020. Dat is, vanuit de bredere financieel-economische strafrechtpraktijk gezien, een bijzondere verschuiving van handhavingsfocus die in de adviespraktijk verder navolging verdient.

Vrijheidsstraffen

In 2025 zijn 28 verdachten veroordeeld tot een vrijheidsstraf wegens een milieudelict, ten opzichte van 17 in 2024.

Het beeld van 2024 herhaalt zich in versterkte vorm: de stijging zit vrijwel volledig in de korte vrijheidsstraffen tot een jaar (23 in 2025 tegenover 15 in 2024). In de middencategorieen (1 tot 2 jaar en 2 tot 5 jaar) blijven de aantallen klein. Boven de vijf jaar zijn er ook in 2025 nul veroordelingen geregistreerd voor milieudelicten. Dat suggereert dat de verhoogde handhavingsinzet zich blijft richten op de relatief lichtere milieuzaken, terwijl zware milieustrafzaken nog steeds schaars zijn.

Witwassen

Witwassen is in 2025 voor het eerst sinds jaren weer in beweging, met een opvallende verschuiving tussen de parketten.

Bij de arrondissementsparketten steeg het aantal csv-onderzoeken naar witwassen fors van 168 naar 186. Dat is het hoogste niveau in vijf jaar, en doorbreekt een langere trend van stabilisatie rond 165 onderzoeken. Bij het Landelijk Parket zien wij precies de tegenovergestelde beweging: een verdere daling van 26 naar 24. Het totaal aantal csv-onderzoeken naar witwassen ligt daarmee in 2025 op 210, gelijk aan het niveau van 2022. Bij het Functioneel Parket worden witwasonderzoeken in het jaarbericht 2025 niet meer als zelfstandige categorie gerapporteerd, maar geintegreerd in het bredere aandachtsgebied 'criminele geldstromen' dat voor het eerst apart verschijnt in de FP-uitspraken in ondermijningszaken.

Wij vinden de verschuiving tussen arrondissementsparketten en Landelijk Parket noemenswaardig. Klassiek werd het Landelijk Parket gezien als het parket dat zich richt op de zware georganiseerde witwasonderzoeken, vaak in samenhang met drugs- of wapenhandel. De groei bij de arrondissementsparketten weerspiegelt dat witwassen steeds vaker als tweede aandachtsgebied in lokale csv-onderzoeken voorkomt, met name in combinatie met de productie en handel van drugs. Dat het tegelijk bij het LP licht afneemt, sluit aan bij wat het OM zelf signaleert: het LP concentreert zich op grote onderzoeken met langere looptijd en grotere complexiteit en levert daarnaast steeds vaker bijstand aan andere parketten. Voor de finec-praktijk is dat een verschuiving die de aandacht verdient, omdat de complexere witwasconstructies (corporate witwassen, hawala, virtuele activa, dienstverleners) zich in beginsel beter lenen voor een specialistische aanpak op landelijk dan op arrondissementsniveau.

In 2025 werden 43 verdachten veroordeeld tot een vrijheidsstraf wegens witwassen. Daarvan kregen 20 verdachten een straf tot een jaar, 6 een straf van een tot twee jaar, 16 een straf van twee tot vijf jaar en 1 verdachte een straf boven de vijf jaar. Het aandeel langere vrijheidsstraffen (2 tot 5 jaar) is met 16 op 43 (37 procent) substantieel hoger dan bij fraude. Dat past bij het beeld dat witwaszaken in toenemende mate gekoppeld zijn aan zware ondermijningsonderzoeken.

Ambtsmisdrijven

De instroom van ambtsmisdrijven daalt in 2025 fors, na een lichte stijging in 2024. Waar het totaal in 2024 nog op 88 zaken lag, daalt dit in 2025 naar 58.

Bij de afzonderlijke delictgroepen is sprake van een dubbel beeld:

  • Corruptiezaken (ambtelijke omkoping) stijgen van 20 naar 25.

  • Lekzaken (schending ambtsgeheim) stijgen van 15 naar 20.

  • De grote categorie 'overig' daalt fors van 53 naar 13.

De totale daling wordt dus volledig gedragen door de restcategorie. De Rijksrecherche benoemt in het jaarbericht 2025 nadrukkelijk de groeiende rol van informatiemakelaars: criminele tussenpersonen die zich hebben toegelegd op het verkrijgen van overheidsinformatie en daarmee een schakel vormen tussen criminele organisaties en corrupte ambtenaren. Onderzoeken wijzen op een directe link tussen het lekken en het voorbereiden en plegen van geweldsmisdrijven, waaronder poging tot moord, ontvoering, aanslagen met explosieven en afpersing. Met de uitbreiding van het Wetboek van Strafrecht in mei 2025 zijn meerdere vormen van spionage strafbaar geworden. Wanneer Nederlandse ambtenaren daarbij betrokken zijn, raakt dit eveneens het werkterrein van de Rijksrecherche. Dat is een uitbreiding van het werkpakket die zich nog niet vertaalt naar een hoger zaaksaantal.

Strafbeschikking

In 2025 zijn 45.500 strafzaken afgedaan met een OM-strafbeschikking. Dat is een daling van ruim 14 procent ten opzichte van 2024, toen 52.900 zaken op deze wijze werden afgehandeld.

De daling op het totaal moet met een asterisk worden gelezen. In 2024 lag de instroom van eenvoudige misdrijven uitzonderlijk hoog door het wegwerken van administratieve voorraden bij parket CVOM, en eenvoudige misdrijven lenen zich uitstekend voor afdoening met een strafbeschikking. In 2025 was die voorraad er niet meer en sloeg de teller bij CVOM dus terug. Binnen de arrondissementsparketten zelf zien wij een ander beeld: daar groeit het aandeel strafbeschikking gestaag door, van 13 procent in 2023 via 15 procent in 2024 naar 17 procent in 2025. Hierin is, anders dan in de hoofdcijfers, geen kentering te zien.

Tijdelijke instructie en uitgangspunten

Sinds 1 februari 2025 geldt de tijdelijke instructie 2025I003 'Intensivering strafbeschikking bij veelvoorkomende vermogensdelicten'. Het uitgangspunt: bij veelvoorkomende vermogensdelicten (zoals eenvoudige diefstal, heling en oplichting) gepleegd door meerderjarigen wordt een strafbeschikking opgelegd. Dat is een belangrijke beleidsmatige verschuiving. Met het oog op de schaarse zittingscapaciteit bij de rechtbanken en hoven richt het OM de strafbeschikking expliciet in als reguliere afdoeningsroute. Voor de adviespraktijk is dit een ontwikkeling die wij kritisch zullen volgen: meer afdoening zonder rechter raakt direct aan de rechtsbescherming van verdachten, de toegang tot rechtsbijstand en de informatieplicht jegens slachtoffers.

De dividendstripping-route

Wat het jaarbericht 2025 in deze paragraaf bijzonder interessant maakt, is dat het OM tegelijkertijd ook ver buiten het terrein van de veelvoorkomende vermogensdelicten met de strafbeschikking de zwaarste fraudezaken afdoet. De Morgan Stanley-zaak werd afgehandeld met twee OM-strafbeschikkingen van in totaal 101 miljoen euro. Het OM motiveert dit door erop te wijzen dat de strafrechter aan rechtspersonen (bij schuldigverklaring) toch alleen een geldboete kan opleggen. Het strafrechtelijk eindoordeel is daardoor in essentie dezelfde sanctie. Voor wie de afdoening van zware fraudezaken volgt is dit echter een opvallende positionering, omdat de strafbeschikking buiten de waarborgen valt die voor de hoge transactie zijn ingericht (zie hieronder). Wij komen op deze ontwikkeling in onze vakbijdragen terug.

PGHR-rapport en lopende onderzoeken

In 2025 verscheen het rapport "Afgezien van vervolging. Over de naleving van de wet door het Openbaar Ministerie bij het nemen van sepotbeslissingen" van de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Het rapport bevat kritiek op de kwalitatieve kant van sepotbeslissingen, met name op de keuze van sepotgronden en de motivering. Het OM heeft toegezegd het aantal sepotgronden terug te brengen. De twee andere lopende onderzoeken over de inzet van de strafbeschikking (door WODC en de PGHR) zullen, aldus het jaarbericht, in 2026 hun beslag krijgen. Pas daarna komt het OM met nieuw beleid over de strafbeschikking.

Transactie

In het jaarbericht 2025 zet de afkalving van de transactie als zelfstandige afdoeningsmodaliteit verder door.

Het aantal opgelegde transacties is gedaald van 900 in 2024 naar 700 in 2025. Daarmee bevindt de transactie zich op een historisch dieptepunt, en is het aandeel ervan in de totale uitstroom van misdrijfzaken met 0,35 procent vrijwel verwaarloosbaar.

In 2025 zijn in totaal 200.600 misdrijfzaken afgedaan. Daarvan werden:

  • 62.200 zaken via onvoorwaardelijk sepot,

  • 45.500 zaken via een strafbeschikking,

  • 9.500 zaken via voorwaardelijk sepot,

  • 700 zaken via een transactie.

Hoge transacties: nul in 2025

Een opmerkelijk getal staat in het hoofdstuk Organisatie. In 2025 is door het OM over nul hoge transacties gepubliceerd. Ter vergelijking: in 2021 werd over drie zaken gepubliceerd, in 2022 over geen enkele, in 2023 over een zaak en in 2024 over twee. De Aanwijzing hoge transacties schrijft voor dat een hoge transactie alleen mag worden aangeboden na een positief advies van de onafhankelijke Toetsingscommissie Hoge Transacties. Voor 2025 is deze route in geen enkele zaak doorlopen.

Het opvallende contrast is uiteraard de Morgan Stanley-zaak. Daar werd dezelfde uitkomst (101 miljoen euro geldboete tegen een rechtspersoon voor zware fiscale fraude) bereikt via twee OM-strafbeschikkingen, zonder voorafgaand advies van de Toetsingscommissie Hoge Transacties. Voor wie de Aanwijzing hoge transacties kent (drempel: boetecomponent van 200.000 euro of meer, of totale transactiewaarde van een miljoen euro of meer), is dit een wezenlijke verschuiving van het afdoeningsregime voor zware fraudezaken tegen rechtspersonen. Wij vinden deze verschuiving voor de bijzonder-strafrechtpraktijk noemenswaardig, omdat de Toetsingscommissie Hoge Transacties juist is ingericht als externe waarborg voor de afdoening van grote zaken buiten de rechter om. Of het OM zich op termijn opnieuw zal verlaten op de hoge transactie als instrument, of dat de strafbeschikking ook bij zwaardere fraudezaken het nieuwe normaal wordt, is een vraag die wij in de komende vakbijdragen zullen volgen.

Ontnemen

In 2025 heeft het OM 780 ontnemingsvorderingen ingesteld. Dat is een verdere daling ten opzichte van 2024 (990) en een voortzetting van een neerwaartse trend die al sinds 2019 zichtbaar is, toen er nog 1.800 vorderingen werden ingesteld.

Tegelijk laat het jaarbericht 2025 een opvallende kentering zien in de financiele uitkomsten van het afpakken:

  • De gerealiseerde incasso van afpakgelden steeg fors van 99 miljoen euro in 2024 naar 170 miljoen euro in 2025.

  • De gerealiseerde waarde van het beslag steeg verder van 410 miljoen euro naar 443 miljoen euro: het hoogste niveau in zeven jaar.

Hieruit valt te lezen dat het OM, ondanks een dalend aantal vorderingen, in 2025 substantieel meer crimineel vermogen daadwerkelijk wist te incasseren of via beslag wist veilig te stellen. Dat is een ontwikkeling die wij interessant vinden, vooral omdat het aantal toewijzingen en gedeeltelijke toewijzingen in absolute zin niet sterk afwijkt van voorgaande jaren (300 plus 330 in 2025, tegenover 400 plus 390 in 2024). De waarde per geslaagde vordering lijkt dus aanzienlijk te zijn toegenomen. Daarbij speelt mogelijk de doorwerking van enkele grote zaken een rol. De Morgan Stanley-zaak laat zien dat een aanzienlijk deel van het 'crimineel verkregen voordeel' al via de Belastingdienst was terugbetaald (200 miljoen euro met rente eind 2024), voordat de strafbeschikking volgde. Voor de wijze waarop ontneming en strafbeschikking in zware finec-zaken steeds vaker in samenhang worden ingezet, biedt deze zaak een blauwdruk. Wij komen daar in onze vakbijdragen op terug.

Wel komt het algemene beeld overeen met wat het OM zelf signaleert. Het OM lijkt selectiever te zijn geworden in het instellen van vorderingen, met meer focus op zaken die juridisch goed onderbouwd zijn en kansrijker tot daadwerkelijke incasso leiden. Het verslag onderstreept dat ontneming een belangrijk instrument is binnen de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Door criminele verdienmodellen te frustreren, probeert het OM, in de eigen woorden, "de economie van de georganiseerde misdaad te verstoren". Voor wie als verdediger met ontnemingsvorderingen werkt, signaleren wij dat het beeld voor 2025 dus tweesnijdend is: kleiner volume aan vorderingen, hogere financiele uitkomsten per zaak.

Tot slot

Wat ons betreft zijn er voor de bijzonder-strafrechtpraktijk in dit jaarbericht een paar rode draden die in de gereedschapskist van de adviespraktijk niet mogen ontbreken.

In de eerste plaats: de fraudeonderzoekspijplijn bij het FP is in vijf jaar tijd ruim gehalveerd, terwijl milieu structureel groeit. In de tweede plaats: de nieuwe categorie 'criminele geldstromen' verschijnt voor het eerst in de FP-uitspraken in ondermijningszaken, met een nog onbekende afbakening. In de derde plaats: de tijdelijke instructie van februari 2025 zet de strafbeschikking nadrukkelijk in als reguliere afdoeningsroute voor veelvoorkomende vermogensdelicten, en tegelijkertijd verschijnt diezelfde strafbeschikking, voor het eerst in deze omvang, als instrument om de zwaarste fraudezaken (Morgan Stanley, 101 miljoen euro) tegen rechtspersonen mee af te doen. In de vierde plaats: het aantal hoge transacties via de Toetsingscommissie Hoge Transacties stond in 2025 op nul, terwijl het beslag- en incassobedrag fors stijgt en het aantal ontnemingsvorderingen verder afkalft. Tot slot blijft de witwasaanpak voor het eerst sinds jaren weer in beweging, voornamelijk via de arrondissementsparketten.

Het kantelpunt waar wij in deze ontwikkelingen op letten, is de zich aftekenende verschuiving van transactie naar strafbeschikking als modaliteit voor de zware finec-zaak. Dat is geen nieuwe modaliteit, maar wel een nieuwe positionering van een bestaand instrument, met andere waarborgen, andere transparantie en een andere rol voor de Toetsingscommissie. Wij zullen deze ontwikkelingen het komende jaar via onze vakbijdragen blijven volgen.

Print Friendly and PDF ^