Frankrijk behoudt de CJIP: amendement tot afschaffing sneuvelt in commission mixte paritaire
/De Franse versie van de deferred prosecution agreement, de convention judiciaire d'intérêt public (CJIP), heeft een bewogen voorjaar achter de rug. Begin april 2026 nam de Assemblée nationale onverwacht een amendement aan dat het mechanisme volledig zou afschaffen. Directe aanleiding was de schikking die HSBC France in januari 2026 trof voor 267 miljoen euro in een onderzoek naar de zogeheten CumCum-constructie, een bedrag dat de indieners van het amendement als veel te laag beoordeelden in verhouding tot de geschatte fiscale schade van één tot drie miljard euro. De CJIP, in 2016 ingevoerd door de Loi Sapin II, stelt het openbaar ministerie in staat om strafzaken tegen rechtspersonen af te doen zonder proces, in ruil voor een boete tot 30% van de gemiddelde jaaromzet, een nalevingsprogramma onder toezicht van de Agence française anticorruption en, waar relevant, schadevergoeding aan slachtoffers. In bijna tien jaar tijd zijn ongeveer 70 conventions getekend en is bijna vier miljard euro aan boetes geïnd, met als grootste zaak die van Airbus uit 2020 (2,1 miljard euro voor het Franse deel).
Op 28 april 2026 heeft de commission mixte paritaire (CMP) van de twee Franse parlementaire kamers het afschaffingsamendement uit de definitieve wettekst geschrapt, en daarmee de CJIP behouden.
Het mechanisme: CJIP in vogelvlucht
De CJIP is geïntroduceerd door de Loi n° 2016-1691 van 9 december 2016 relative à la transparence, à la lutte contre la corruption et à la modernisation de la vie économique, beter bekend als de Loi Sapin II. Het instrument staat alleen open voor rechtspersonen en wordt aangeboden door het openbaar ministerie, in de praktijk veelal het Parquet national financier (PNF). De convention behelst doorgaans drie onderdelen: een boete tot maximaal 30% van de gemiddelde jaaromzet, een nalevingsprogramma onder toezicht van de Agence française anticorruption (AFA) en, indien van toepassing, schadevergoeding aan slachtoffers. De convention wordt vervolgens in een openbare zitting gehomologeerd door de bevoegde rechtbank. Karakteristiek is dat geen schuldbekentenis vereist is, waardoor de onderneming niet automatisch wordt uitgesloten van openbare aanbestedingen. Het oorspronkelijke toepassingsbereik (corruptie en aanverwante feiten) is in 2018 uitgebreid naar fraude fiscale en in 2020 naar bepaalde milieudelicten.
Het amendement Taillé-Polian: aanleiding HSBC en de CumCum-praktijk
De directe aanleiding voor het amendement was de CJIP die op 8 januari 2026 werd gesloten door HSBC France, voor een bedrag van 267 miljoen euro, in het kader van het CumCum-onderzoek. Dat onderzoek heeft betrekking op een fiscale constructie waarmee buitenlandse aandeelhouders van Franse vennootschappen de Franse dividendbelasting omzeilen. Volgens de toelichting op het amendement wordt de fiscale schade van deze constructies voor de Franse staat geschat op één tot drie miljard euro, waardoor de schikkingssom als ontoereikend werd gekwalificeerd. Eind 2025 had Crédit Agricole in dezelfde zaak al een CJIP afgesloten van 88 miljoen euro. In bredere zin betoogde Taillé-Polian dat de CJIP "het afschrikwekkend effect van de strafwet ondermijnt en het gelijkheidsbeginsel voor de wet aantast". Het amendement werd op 1 april 2026 ingediend en op 7 april 2026 in eerste lezing door de Assemblée nationale aangenomen, met 44 stemmen voor en 39 tegen op 115 uitgebrachte stemmen.
Het bilan van bijna tien jaar CJIP
In de parlementaire en publieke discussie spelen de cijfers een centrale rol. Volgens een recente synthèse judiciaire van het PNF zijn sinds 2016 ongeveer 70 conventions getekend, waaronder circa 40 op Sapin II-grondslag en circa 40 milieugerelateerde conventions vertes. De totale opbrengst voor de Franse schatkist bedraagt bijna vier miljard euro aan boetes, aangevuld met ongeveer 650 miljoen euro aan schadevergoedingen. De omvangrijkste convention blijft die van Airbus uit januari 2020, voor 2,1 miljard euro aan het Franse deel, onderdeel van een trilateraal akkoord met het Amerikaanse Department of Justice en het Britse Serious Fraud Office. Andere veelgenoemde voorbeelden zijn de conventions van LVMH (10 miljoen euro, 2021), het Bolloré-concern (12 miljoen euro, 2021) en PAPREC GROUP (13 miljoen euro, 2025). De OESO sprak in haar Phase 4-evaluatie van 2021 over remarkable progress sinds de invoering van het mechanisme.
De kritiek: slachtoffers, transparantie en gelijkheid
Aan de andere kant van het debat staan organisaties als Transparency International France en Sherpa, die al langer wijzen op een aantal structurele bezwaren. Volgens hun cijfers wordt naar schatting 40% van de slachtoffers in CJIP-zaken niet daadwerkelijk schadeloos gesteld, mede omdat zij niet aan tafel zitten tijdens de onderhandelingen tussen het PNF en de onderneming. Daarnaast wordt gewezen op de beperkte transparantie van de pre-onderhandelingen, het ontbreken van een bestraffende veroordeling tegen de bestuurders en de mogelijkheid voor de onderneming om publieke aanbestedingen te blijven verwerven. In de literatuur en bij de Conseil d'État is bij de invoering al gewezen op het risico dat justitie haar voorbeeldwaarde en haar gerichtheid op waarheidsvinding zou verliezen.
De CMP en de uitkomst
Tijdens de commission mixte paritaire van 28 april 2026 hebben zeven afgevaardigden en zeven senatoren na ongeveer drie uur achter gesloten deuren een compromistekst opgesteld. De tekst werd door tien van de veertien CMP-leden gedragen, terwijl de vier vertegenwoordigers van links tegen stemden. Volgens openbare verslagen is de afschaffing van de CJIP niet in de uiteindelijke tekst opgenomen. CMP-rapporteur Daniel Labaronne en minister-gedelegeerde voor Begrotingszaken David Amiel hadden zich publiekelijk uitgesproken voor het behoud van het mechanisme. Ook de Sénat had in commissie op 15 april 2026 stevige weerstand getoond tegen het amendement. De Union syndicale des magistrats had eerder gepleit voor herstel van de CJIP, met als argument dat afschaffing zou leiden tot een aanzienlijke extra werklast voor de strafgerechten zonder verbetering van de strafrechtelijke respons.
Het Europese kader: de eerste EU-anticorruptierichtlijn
Het Franse debat staat niet op zichzelf. Het Europees Parlement heeft op 26 maart 2026 de eerste EU-anticorruptierichtlijn formeel aangenomen. Deze richtlijn harmoniseert de regels tussen de 27 lidstaten, hoewel de definitieve tekst in een verzwakte vorm tot stand is gekomen waarin lidstaten significante speelruimte behouden. De systematiek van negotiated compliance, met onderhandelde afdoening en programma's onder toezicht, is ook in de richtlijn herkenbaar. Daarmee komt de afschaffing van de CJIP in een tijd waarin het juist op Europees niveau in opmars lijkt te zijn, wat door verschillende waarnemers als een tegenstelling werd benoemd.
Afsluiting
Met het akkoord in de commission mixte paritaire en de daaropvolgende stemming in de Assemblée nationale op 5 mei 2026 koerst Frankrijk vooralsnog op behoud van de convention judiciaire d'intérêt public. De parlementaire episode laat tegelijkertijd zien dat het maatschappelijke en politieke draagvlak voor onderhandelde afdoening van ondernemingsstrafzaken niet vanzelfsprekend is, zelfs niet na bijna tien jaar werking en bijna vier miljard euro aan opbrengsten voor de schatkist. De stemming in de Sénat van 11 mei 2026 zal het wetgevingsproces afronden, terwijl de implementatie van de Europese anticorruptierichtlijn de bredere context bepaalt waarin de discussie over corporate settlements de komende jaren zal worden voortgezet, ook buiten Frankrijk.
