Valsheid in geschrift bij TVL-aanvragen en feitelijke leidinggeven aan belastingfraude: rechtbank veroordeelt directeur autohandel

Rechtbank Amsterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2552

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift bij TVL-aanvragen en het feitelijke leidinggeven aan fiscale fraude door een autohandelsbedrijf. De verdachte diende valse aanvragen in voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten, waardoor ten onrechte 40.000 euro werd uitgekeerd. Daarnaast gaf hij feitelijke leiding aan het niet-meewerken aan een boekenonderzoek van de Belastingdienst en het indienen van onjuiste nihilaangiften omzetbelasting. Het totale belastingnadeel bedraagt ongeveer 250.000 euro. De rechtbank verwerpt het verweer dat de verdachte slechts een katvanger was en oordeelt dat hij samen met de medeverdachte een rol van vergelijkbare grootte vervulde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete van 13.500 euro voor afvalverwerker na onjuiste Eural-code op 27 begeleidingsbrieven: voorwaardelijk opzet door gebrekkig bedrijfsproces

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1814

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een afvalverwerkend bedrijf tot een geldboete van 13.500 euro wegens het vermelden van een onjuiste Eural-code op 27 begeleidingsbrieven voor gevaarlijk afval. Het afval is afkomstig van een schip waarop brand is uitgebroken waarbij talloze auto's zijn verbrand. De vermelde code 19.12.12 ziet op niet-gevaarlijk afval, terwijl het in werkelijkheid om gevaarlijk afval gaat. De rechtbank acht voorwaardelijk opzet bewezen vanwege het ontbreken van controlemechanismen in het bedrijfsproces, maar spreekt de verdachte vrij van het onderdeel dat uitsluitend Eural-code 16.01.21* van toepassing is. De opgelegde geldboete is aanzienlijk lager dan de eis van het Openbaar Ministerie van 125.000 euro, omdat de rechtbank niet vaststelt dat sprake is van calculerend gedrag. De zaak illustreert het belang van adequate controlesystemen bij het classificeren van afvalstromen in de Eural-systematiek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Status of the Victim in European Union Criminal Law

EU criminal law has been a fast-developing area of law over the last decade. Its developments have spurred controversy as well as enthusiasm. It has been observed that its primary focus has been on procedural mechanisms to facilitate cooperation, such as the principle of mutual recognition or the principle of availability (respectively, within judicial and police cooperation in criminal matters) rather than on guarantees for individual rights. In order to support and strengthen the interaction between judicial and police authorities across the EU, Art. 82 (2) of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) confers upon the European Parliament and the Council the power to approximate Member States’ procedural rules by establishing minimum rules. The matter is rather delicate as criminal law is one of the core attributes of state sovereignty. It is not surprising that the same provision includes guarantees that take into account the differences between the European traditions. In this context, one of the aspects that deserve particular attention is the role and legal position of victims of crime. Their rights are explicitly mentioned by Art. 82 (2) TFEU as one of the areas where minimum approximation shall be pursued. Although it may at first sight look like a marginal procedural issue, the way of dealing with victims of crime reflects a variety of theoretical approaches on how crime, punishment, and the relationship between the individual and the state are being conceived.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Associations for European Criminal Law and the Protection of the EU Financial Interests – Guiding Principles

The first Association was formally constituted in Rome in October 1990. Today, there are 32 associations altogether, representing all the Member States (except Cyprus), plus Croatia, San Marino, Switzerland, and Turkey. AGON, the bulletin of the Associations, was first published in April 1993. It was replaced by eucrim in 2006. The Associations meanwhile function as a network and serve as a forum in the field of European criminal law and the protection of the financial interests of the European Union. They are made up of representatives from the legal and judicial professions (academics and practitioners) as well as other law enforcement agencies (police, inspection departments, etc.). Their mission is based on a series of guiding principles established in the early nineties and highlighting their structure, functions, role, objectives, and activities. Twenty years later, in the light of experience gained and the new environment provided by the Lisbon Treaty, it is appropriate to reflect upon the future role of the Associations in the EU legal space. To this effect, new guidelines were agreed upon among the Associations’ delegates in May 2011 concerning the structure, role, and priorities of the Associations.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Europees Openbaar Ministerie vervolgt crimineel netwerk voor manipulatie van overheidsopdrachten tijdens pandemie

Het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO) heeft deze week acht verdachten gedagvaard voor de rechtbank in Boekarest wegens fraude met EU-middelen ter waarde van ruim €9 miljoen. De zaak draait om de manipulatie van overheidsopdrachten voor medische beschermingsmiddelen tijdens de Covid-19 pandemie. Zes natuurlijke personen en twee rechtspersonen worden vervolgd voor hun vermeende betrokkenheid bij een crimineel netwerk dat tussen 2020 en 2021 systematisch aanbestedingen zou hebben gemanipuleerd. De zaak is illustratief voor de toenemende handhavingsactiviteit van het EPPO op het terrein van subsidie- en aanbestedingsfraude met EU-gelden, en raakt direct aan de bestrijding van financieel-economische criminaliteit binnen de Europese Unie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FCPA-zaak Smartmatic: DOJ pareert beschuldiging van 'vindictive prosecution' met verwijzing naar mislukte schikkingsonderhandelingen

Het Amerikaanse Department of Justice heeft gereageerd op de motie van Smartmatic om de FCPA-strafzaak wegens omkoping en witwassen te laten seponeren. Smartmatic, het Britse verkiezingstechnologiebedrijf dat in oktober 2025 als eerste bedrijf in vijftien jaar via een indictment onder de FCPA werd vervolgd, stelt dat sprake is van politiek gemotiveerde vervolging door de Trump-regering. Het DOJ verwerpt dat verweer en voert aan dat het bedrijf vóór de tenlastelegging een schikkingsvoorstel is aangeboden, maar dit heeft afgewezen. De zaak draait om vermeende steekpenningen van ten minste 1 miljoen dollar aan de voormalige voorzitter van de Filipijnse kiescommissie in verband met de verkiezingen van 2016. De federale rechter in Miami moet nu beslissen of Smartmatic voldoende grond heeft voor nader onderzoek naar de motieven achter de vervolgingsbeslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM stelt vragen aan Nederland over schadevergoeding na vrijspraak: is het oordeel 'laakbaar handelen' verenigbaar met de onschuldpresumptie?

Het EHRM heeft op 30 maart 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (no. 32183/24) gepubliceerd, nadat deze op 12 maart was gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een man die in 2023 integraal werd vrijgesproken van wapendelicten, maar wiens verzoeken om schadevergoeding voor voorarrest en advocaatkosten door het gerechtshof Den Haag werden afgewezen. Het hof motiveerde die afwijzing met de overweging dat het handelen van de verzoeker "laakbaar" was en dat alleen de wijze van tenlasteleggen een veroordeling had verhinderd. Bij het EHRM is geklaagd dat deze motivering in strijd is met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM, omdat zij impliceert dat de vrijgesprokene eigenlijk toch schuldig was. Het EHRM toetst de zaak aan zijn recente Grote Kamer-rechtspraak uit Nealon en Hallam (2024) en heeft de regering gevraagd of de motivering blijk geeft van een schuldoordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AFM volledig in gelijk gesteld in tuchtzaak accountant van een schroot- en goudhandel

De klacht die de AFM indiende tegen de accountant van een schroot- en goudhandel is op alle onderdelen gegrond verklaard. Hij heeft ten aanzien van de handel in goud de risico’s onvoldoende geïdentificeerd en ingeschat en is onvoldoende professioneel-kritisch geweest.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bitcoinwitwasser krijgt herkansing: Hoge Raad vindt verwerping herkomstverweer onbegrijpelijk

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:441

Hoge Raad vernietigt witwasbewezenverklaring bitcoins omdat het hof Den Haag het herkomstverweer van de verdachte ontoereikend heeft beoordeeld. De verdachte voert aan dat hij in 2012 circa 2.000 bitcoins heeft gekocht voor EUR 12.000 en dat de waardestijging de latere tegenwaarde van EUR 613.260 verklaart. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet zonder meer voorbij kon gaan aan die verklaring, ondersteund door getuigenverklaringen en een borgstellingsverklaring. Daarnaast vernietigt de Hoge Raad de onttrekking aan het verkeer van horloges en kleding, omdat die voorwerpen naar hun aard niet vatbaar zijn voor die maatregel op grond van artikel 36c Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^