Geldboete van 13.500 euro voor afvalverwerker na onjuiste Eural-code op 27 begeleidingsbrieven: voorwaardelijk opzet door gebrekkig bedrijfsproces
/Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1814
De rechtbank Amsterdam veroordeelt een afvalverwerkend bedrijf tot een geldboete van 13.500 euro wegens het vermelden van een onjuiste Eural-code op 27 begeleidingsbrieven voor gevaarlijk afval. Het afval is afkomstig van een schip waarop brand is uitgebroken waarbij talloze auto's zijn verbrand. De vermelde code 19.12.12 ziet op niet-gevaarlijk afval, terwijl het in werkelijkheid om gevaarlijk afval gaat. De rechtbank acht voorwaardelijk opzet bewezen vanwege het ontbreken van controlemechanismen in het bedrijfsproces, maar spreekt de verdachte vrij van het onderdeel dat uitsluitend Eural-code 16.01.21* van toepassing is. De opgelegde geldboete is aanzienlijk lager dan de eis van het Openbaar Ministerie van 125.000 euro, omdat de rechtbank niet vaststelt dat sprake is van calculerend gedrag. De zaak illustreert het belang van adequate controlesystemen bij het classificeren van afvalstromen in de Eural-systematiek.
Inleiding en context
De verdachte is een besloten vennootschap die als afvalstoffeninzamelaar staat vermeld op de NIWO-lijst. De zaak betreft de verwerking van afval afkomstig van een schip waarop brand is uitgebroken, waarbij een groot aantal elektrische en niet-elektrische auto's is verbrand. Het restmateriaal van deze brand wordt na verwijdering van de autowrakken verzameld en door een medeverdachte ter verwerking aangeboden aan de verdachte. In de periode van 15 januari 2024 tot en met 2 februari 2024 worden 27 begeleidingsbrieven opgesteld voor het transport van deze afvalstroom, waarop telkens dezelfde Eural-code wordt vermeld. Het betreft een zaak in eerste aanleg, behandeld door de meervoudige economische kamer van de rechtbank Amsterdam. De tenlastelegging is op de zitting van 5 februari 2026 gewijzigd.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De verdachte wordt verweten dat zij tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een onjuiste code van de Europese afvalstoffenlijst (Eural) heeft vermeld op in totaal 27 begeleidingsbrieven. Op deze begeleidingsbrieven is steeds Eural-code 19.12.12 vermeld, terwijl het volgens de tenlastelegging de code 16.01.21* had moeten zijn. De tenlastelegging is gebaseerd op artikel 10.41 van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 10, tweede lid, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen. De vervolging vindt plaats op grond van de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.
Het onderscheid tussen de verschillende Eural-codes is juridisch en feitelijk relevant. Code 19.12.12 ziet op niet-gevaarlijk afval uit mechanische afvalverwerking, terwijl het in werkelijkheid om gevaarlijk afval gaat. De verdachte stelt dat zij de code 19.12.11* had willen vermelden, die ziet op gevaarlijk afval uit mechanische afvalverwerking. Het Openbaar Ministerie stelt dat uitsluitend code 16.01.21* van toepassing is, een code voor gevaarlijke onderdelen van afgedankte voertuigen.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie vordert een bewezenverklaring van het medeplegen van het opzettelijk vermelden van een onjuiste Eural-code. De officier van justitie stelt dat in plaats van de vermelde code 19.12.12 de code 16.01.21* had moeten worden gebruikt. Het Openbaar Ministerie kwalificeert het handelen van de verdachte als calculerend gedrag en niet als een administratieve fout. De verdachte is als afvalverzamelaar wel bevoegd afvalstoffen met Eural-code 19.12.12 of 19.12.11* in te nemen, maar niet bevoegd afvalstoffen met Eural-code 16.01.21* in te zamelen. De officier van justitie vordert een geldboete van 125.000 euro, waarvan 50.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Bij het formuleren van deze eis gaat de officier van justitie ervan uit dat de verdachte bij juiste beoordeling van het afval dit op grond van haar vergunning niet had mogen innemen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert allereerst een ontvankelijkheidsverweer. Zij stelt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, omdat het niet opportuun is om administratieve vergissingen en interpretatiediscussies over de te gebruiken Eural-codes strafrechtelijk te handhaven.
Ten aanzien van het bewijs voert de verdediging aan dat het vermelden van Eural-code 19.12.12 een administratieve fout is. Het is altijd de bedoeling geweest om code 19.12.11* te vermelden en het afval is feitelijk ook als gevaarlijk afval verwerkt, conform die code. De verdediging stelt dat de keuze voor code 19.12.11* binnen de Eural-systematiek niet onbegrijpelijk is, omdat sprake is van residuen van handmatige en mechanische verwerking van het afval aan boord van het schip. Hoofdstuk 19 van de Eural, dat ziet op afval van installaties voor afvalbeheer, is volgens de verdediging daarom van toepassing. De verdediging betwist dat sprake is van opzettelijk handelen.
Ten aanzien van de strafmaat verzoekt de verdediging primair om een schuldigverklaring zonder oplegging van straf en subsidiair om een geheel voorwaardelijke geldboete.
Oordeel gerecht
De rechtbank verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer. Niet-ontvankelijkheid zou slechts aan de orde zijn als het Openbaar Ministerie niet in redelijkheid tot vervolging had kunnen overgaan, en daarvan is geen sprake. De ernst van het tenlastegelegde verwijt brengt mee dat het Openbaar Ministerie op grond van de aan haar toekomende beoordelingsvrijheid tot strafrechtelijke handhaving heeft kunnen overgaan.
Ten aanzien van het bewijs stelt de rechtbank vast dat de verdachte in overleg met de medeverdachte op alle 27 begeleidingsbrieven de onjuiste Eural-code 19.12.12 heeft vermeld. Namens de verdachte is erkend dat deze code niet juist is, omdat deze ziet op niet-gevaarlijk afval terwijl sprake is van gevaarlijk afval. De rechtbank stelt vast dat de onjuiste code in het systeem is gekoppeld aan het afvalstroomnummer en vervolgens automatisch op alle begeleidingsbrieven is ingevuld door een medewerker van de planning die geen kennis had van de Eural-systematiek.
De rechtbank kan echter niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat Eural-code 16.01.21* als enige juiste code op de afvalstroom van toepassing is. De verbalisant heeft weliswaar geconcludeerd dat van code 16.01.21* moet worden uitgegaan, maar die conclusie lijkt te zijn gebaseerd op deels andersoortig afval dan waarvan de verdachte uitgaat. Bovendien is niet gerelateerd hoe de verbalisant tot die vaststelling is gekomen en is de stelling van de verdediging dat sprake is van 19.12.11*-afval niet onderzocht. Omdat in de Eural-systematiek pas bij een hoofdstuk 16-code kan worden uitgekomen als de codes uit andere hoofdstukken niet van toepassing zijn, laat het dossier ruimte voor de juistheid van het standpunt van de verdediging. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onderdeel dat 16.01.21* de juiste code is.
De rechtbank acht geen zuiver opzet bewezen, nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte calculerend heeft gehandeld. Wel acht de rechtbank voorwaardelijk opzet bewezen. Het bedrijfsproces is zo ingericht dat wanneer eenmaal een verkeerde Eural-code aan de planning wordt doorgegeven of door de planning verkeerd wordt overgenomen en aan een afvalstroomnummer wordt gekoppeld, alle begeleidingsbrieven zonder nadere controle die verkeerde code bevatten. Door het ontbreken van minimale controlemechanismen is sprake van een zodanig kwetsbaar systeem dat voorwaardelijk opzet op het onjuist vermelden van de Eural-code bewezen is.
Het medeplegen wordt bewezen op grond van de verklaringen van de vertegenwoordigers van de verdachte en de medeverdachte, waaruit volgt dat bij het bepalen en vermelden van de Eural-code nauw en bewust is samengewerkt.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in de periode van 15 januari 2024 tot en met 2 februari 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, als afvalstoffeninzamelaar opzettelijk meermalen in strijd met artikel 10, tweede lid, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen een onjuiste Eural-code heeft vermeld op 27 begeleidingsbrieven, door daarop de code 19.12.12 aan te geven.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onderdeel dat Eural-code 16.01.21* de juiste code is.
Strafoplegging en maatregelen
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke geldboete van 13.500 euro. De rechtbank wijkt hiermee substantieel af van de eis van het Openbaar Ministerie van 125.000 euro, waarvan 50.000 euro voorwaardelijk. De reden voor deze afwijking is dat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet kan vaststellen dat de verdachte calculerend heeft gehandeld en moedwillig een verkeerde Eural-code heeft vermeld om te verhullen dat zij de afvalstroom niet had mogen innemen.
Bij de strafmotivering overweegt de rechtbank dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk onjuist vermelden van de toepasselijke Eural-code, waarbij de vermelde code impliceert dat geen sprake is van gevaarlijk afval terwijl daarvan in de praktijk wel sprake is. Daarmee heeft de verdachte een situatie gecreeerd waarin een medewerker of een derde, zoals een controlerend ambtenaar, nietsvermoedend in aanraking kan komen met gevaarlijk afval. Bij de hoogte van de geldboete houdt de rechtbank er rekening mee dat de partijen het afval feitelijk als gevaarlijk afval hebben behandeld, conform de beoogde code 19.12.11*. De rechtbank zoekt bij de hoogte van de geldboete aansluiting bij de aan de medeverdachte onherroepelijk opgelegde strafbeschikking van eveneens 13.500 euro.
Lees hier de volledige uitspraak.
