Europees Openbaar Ministerie vervolgt crimineel netwerk voor manipulatie van overheidsopdrachten tijdens pandemie

Het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO) heeft deze week acht verdachten gedagvaard voor de rechtbank in Boekarest wegens fraude met EU-middelen ter waarde van ruim €9 miljoen. De zaak draait om de manipulatie van overheidsopdrachten voor medische beschermingsmiddelen tijdens de Covid-19 pandemie. Zes natuurlijke personen en twee rechtspersonen worden vervolgd voor hun vermeende betrokkenheid bij een crimineel netwerk dat tussen 2020 en 2021 systematisch aanbestedingen zou hebben gemanipuleerd. De zaak is illustratief voor de toenemende handhavingsactiviteit van het EPPO op het terrein van subsidie- en aanbestedingsfraude met EU-gelden, en raakt direct aan de bestrijding van financieel-economische criminaliteit binnen de Europese Unie. Het onderzoek kende een lange aanloop: al in mei 2024 werden doorzoekingen verricht, en inmiddels zijn vermogensbestanddelen ter waarde van circa €3,6 miljoen in beslag genomen.

Het vermeende fraudeschema

Volgens het EPPO werd in de periode 2020-2021 een crimineel samenwerkingsverband gevormd dat gericht was op het manipuleren van aanbestedingsprocedures voor de aanschaf van beschermende mondkapjes, desinfectiemiddelen en ander medisch materiaal, bestemd voor ziekenhuizen, scholen en andere gemeentelijke overheidsinstellingen in Roemenië. In totaal zouden 29 projecten zijn toegekend aan vertegenwoordigers van de bedrijven die deel uitmaakten van het netwerk. Twee adviesbureaus, die eveneens worden vervolgd, speelden volgens het EPPO een sleutelrol. Deze bedrijven stelden de financieringsaanvragen op en structureerden de aanbestedingsdocumenten zodanig dat de maximaal toegestane bedragen werden bereikt, waardoor echte mededinging werd beperkt en het misbruik van publieke middelen werd gefaciliteerd. Daarnaast zouden de adviesbureaus gebruik hebben gemaakt van valse of onjuiste documenten.

De financiering: REACT-EU

De levering van de medische beschermingsmiddelen werd gefinancierd vanuit het programma Recovery Assistance for Cohesion and the Territories of Europe (REACT-EU). Dit instrument werd in december 2020 ingesteld als onderdeel van het EU-herstelpakket NextGenerationEU en voorzag in extra financiering van circa €47,5 miljard bovenop de bestaande cohesiebeleidsprogramma's voor de periode 2014-2020. Het programma was specifiek gericht op crisisreparatie in de context van de Covid-19 pandemie, met onder meer de financiering van gezondheidszorgvoorzieningen en medisch materiaal. Het hoge tempo van de uitkeringen en de verruimde voorwaarden (waaronder 100% EU-cofinanciering zonder verplichte nationale bijdrage) maakten REACT-EU weliswaar effectief als crisisinstrument, maar brachten tegelijkertijd verhoogde frauderisico's met zich mee. De geschatte schade aan de EU-begroting in deze zaak bedraagt ruim €9 miljoen.

Het onderzoek

Het onderzoek betrof complexe opsporingsmaatregelen, waaronder meerdere doorzoekingen van woningen en computers, verhoren van meer dan 250 getuigen en opsporingshandelingen in verschillende landen. Het EPPO voerde al op 15 mei 2024 doorzoekingen uit in Boekarest in het kader van dit onderzoek, destijds nog geraamd op een schade van €8 miljoen. Bij die eerdere actie werden drie personen als verdachten aangemerkt. Het onderzoek werd ondersteund door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de EPPO Support Structure in Roemenië, de Roemeense politie (Direcția de Operațiuni Speciale) en de Speciale Interventiebrigade van de Roemeense Gendarmerie (Brigada Specială de Intervenție a Jandarmeriei Române). In een eerder stadium van het onderzoek zijn vermogensbestanddelen ter waarde van circa €3,6 miljoen in beslag genomen ten behoeve van eventueel schadeherstel.

Mogelijke straffen

Bij een veroordeling riskeren de natuurlijke personen gevangenisstraffen van drie tot meer dan tien jaar. De vervolgde rechtspersonen kunnen geldboetes en confiscatie van bezittingen opgelegd krijgen. Daarnaast kan de rechter aanvullende maatregelen opleggen, waaronder een verbod op deelname aan aanbestedingsprocedures voor een periode van drie maanden tot drie jaar. Alle betrokkenen worden tot het tegendeel bewezen onschuldig geacht.

EPPO en de groeiende fraudeproblematiek bij EU-herstelgelden

Deze zaak past in een bredere trend. Uit het jaarverslag 2025 van het EPPO blijkt dat het EOM eind 2025 over 3.602 actieve onderzoeken beschikte met een geschatte totale schade van €67,27 miljard, bijna een verdrievoudiging ten opzichte van het jaar ervoor. Van de actieve zaken waren er 512 gerelateerd aan het EU-herstelfonds (Recovery and Resilience Facility, RRF), een toename van bijna 67% vergeleken met 2024. Het EPPO diende in 2025 in totaal 275 tenlasteleggingen in, 34% meer dan in 2024, met een veroordelingspercentage van bijna 95%.

De fraudeproblematiek rond Covid-19 gerelateerde EU-gelden is niet beperkt tot Roemenië. Eerder dit jaar voerde het EPPO vergelijkbare onderzoeken uit in onder meer Portugal en Slovenië, waar eveneens verdenkingen bestaan van fraude met EU-middelen voor medische beschermingsmiddelen. De Europese Rekenkamer waarschuwde eerder in 2026 dat de EU-begroting onvoldoende beschermd is tegen fraude met RRF-gelden en dat verloren gegane middelen mogelijk niet meer te recupereren zijn.

Het EPPO als Europees vervolgingsorgaan

Het EPPO is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/1939 en is sinds 1 juni 2021 operationeel. Het is het eerste supranationale openbaar ministerie ter wereld, bevoegd tot het opsporen, vervolgen en voor de rechter brengen van strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden. Momenteel nemen 24 EU-lidstaten deel aan het EPPO. Ierland en Hongarije participeren niet. Het EPPO werkt met gedelegeerde Europese aanklagers die in de deelnemende lidstaten zijn gestationeerd en hun zaken aanbrengen bij de nationale rechter. Roemenië was een van de oprichtende deelnemers en beschikt over een actief kantoor in Boekarest.

Afsluiting

De dagvaarding in deze Roemeense zaak onderstreept zowel de operationele slagkracht van het EPPO als de kwetsbaarheid van EU-financieringsprogramma's voor fraude, in het bijzonder wanneer grote bedragen onder tijdsdruk worden uitgekeerd. De rechtbank in Boekarest zal zich nu moeten buigen over de vraag of de tenlastegelegde manipulatie van aanbestedingsprocedures en het vermeende gebruik van valse documenten bewezen kunnen worden. Het verdere verloop van deze zaak zal relevant zijn voor de bredere discussie over de effectiviteit van de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de EU.

Print Friendly and PDF ^