Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in een nieuwe ontnemingsvordering na onherroepelijke niet-ontvankelijkverklaring
/Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1827
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch buigt zich in hoger beroep over de vraag of het Openbaar Ministerie een nieuwe ontnemingsvordering mag aanbrengen nadat de officier van justitie eerder onherroepelijk niet-ontvankelijk is verklaard in een ontnemingsvordering. Het hof oordeelt dat artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht daaraan niet in de weg staat zolang de onderliggende strafzaak nog niet onherroepelijk is afgedaan. De enige voorwaarde is dat de nieuwe vordering binnen de tweejaarstermijn van artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering wordt ingediend, en daaraan is voldaan. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat de veroordeelde aan de uitlatingen van de toenmalige advocaat-generaal geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Het hof vernietigt het vonnis en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 65.948,67, na aftrek van een bedrag waarvoor in de strafzaak vrijspraak volgt en van een reeds terugbetaald bedrag. Aan de veroordeelde wordt de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzeling van ten hoogste 659 dagen.
Read More