Vrijspraak van beroepsmatige fraude met online handel bij gebrek aan bewijs van eigen uitvoeringshandelingen; veroordeling voor medeplegen van witwassen via ter beschikking gestelde bankrekeningen

Rechtbank Gelderland 13 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6701

De rechtbank Gelderland spreekt een in 1998 geboren man vrij van het beroepsmatig plegen van fraude met online handel via twee webwinkels waar voornamelijk barbecues zijn besteld, betaald en niet geleverd. Het geld van 37 aangevers, in totaal € 8.812,31, komt via betaaldiensten terecht op bankrekeningen op naam van de verdachte, maar het dossier bevat geen uitvoeringshandelingen van de verdachte zelf en er is geen deelnemingsvorm ten laste gelegd. De rechtbank veroordeelt de verdachte wel voor het medeplegen van witwassen van dit bedrag, omdat hij zijn identiteitsgegevens, DigiD en bankinloggegevens aan een medeverdachte heeft gegeven, met hem bedrijven op zijn naam heeft opgericht en daarvoor geld heeft ontvangen. Het door het Openbaar Ministerie gestelde witwassen van € 360.957 acht de rechtbank niet bewezen, omdat een criminele herkomst van dat geld niet is onderbouwd. De rechtbank legt een taakstraf van 90 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van drie jaar, na verdiscontering van een overschrijding van de redelijke termijn. De 29 benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat hun schade voortvloeit uit het feit waarvan de verdachte wordt vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opzettelijk onjuiste aangiften vennootschaps- en omzetbelasting door boekhoudkantoor en zijn bestuurder na verwerking van een factuur als lening

Rechtbank Oost-Brabant 14 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6599 en ECLI:NL:RBOBR:2026:6597

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt in het onderzoek Gotham een boekhoudkantoor en zijn bestuurder, destijds accountant, voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting over 2016 en een onjuiste aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2016. Een factuur van € 181.500 aan een opdrachtgever is in de administratie als lening verwerkt en in beide aangiften buiten beschouwing gelaten. De rechtbank verwerpt het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens schending van het AAFD-protocol en een onevenredig zware doorzoeking door de FIOD. Het verweer dat de fout aan stress is te wijten en niet opzettelijk is begaan, slaagt evenmin: de bestuurder wist dat over het factuurbedrag belasting verschuldigd was. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met bijna drie jaar en de ouderdom van de feiten legt de rechtbank de bestuurder een taakstraf van 30 uur op, de helft van de eis. De vennootschap wordt schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, conform de eis van de officier van justitie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Teruggave van € 66.900 aan contant geld na beklag: legale herkomst uit schadevergoeding onderbouwd, wantrouwen jegens banken maakt geld niet verdacht

Rechtbank Gelderland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6662

De rechtbank Gelderland verklaart een beklag op grond van artikel 552a Sv gegrond en gelast de teruggave van € 66.900 aan contant geld dat op 23 oktober 2025 onder de zwager van klager in beslag is genomen wegens verdenking van witwassen. Klager toont met een vonnis van de rechtbank Limburg, een betaling van het CJIB, bankafschriften en stukken over de verkoop van zijn auto aan dat hij over een aanzienlijk bedrag uit legale bron kan beschikken. Dat hij zijn geld stelselmatig pint en contant verstopt omdat hij geen vertrouwen heeft in banken, acht de rechtbank ongebruikelijk maar niet op voorhand verdacht. Het Openbaar Ministerie stelt daar in het kader van de genuanceerde bewijslastverdeling bij witwassen niets tegenover, behalve dat de verklaring niet aannemelijk is. De rechtbank overweegt dat de bewijslast uiteindelijk bij het Openbaar Ministerie ligt en dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later verbeurd verklaart of onttrekt aan het verkeer. De beschikking staat open voor beroep in cassatie door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk de vrijspraak van het opzettelijk overtreden van de Sanctiewet 1977 bij geldovermakingen aan een naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1477

De Hoge Raad oordeelt in een OM-cassatie over de vrijspraak van een man die tussen 2014 en 2017 via tussenpersonen in Turkije en Libanon geld overmaakt aan zijn naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot. Het gerechtshof Den Haag spreekt hem vrij van het financieren van terrorisme, artikel 421 Sr, en van de opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 2 Sanctiewet 1977, en veroordeelt hem alleen voor de overtredingsvariant van de Sanctiewet. De klacht over de vrijspraak van het financieren van terrorisme faalt, omdat het hof het juiste toetsingskader hanteert en zijn oordeel over het ontbreken van voorwaardelijk opzet niet onbegrijpelijk is. De klachten over de Sanctiewet slagen. Voor het opzettelijk overtreden van artikel 2 Sanctiewet 1977 is vereist dat de verdachte opzet heeft op het ter beschikking stellen van tegoeden of economische middelen aan de in de tenlastelegging geconcretiseerde personen of organisaties, zonder dat hij hoeft te weten dat het om terroristische organisaties gaat of dat zij op een sanctielijst staan. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft de feiten 2 en 3 en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf voor het in voorraad hebben van valse merkkleding na verwerping van betrouwbaarheidsverweer en afwijzing getuigenverzoek

Gerechtshof Amsterdam 2 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2507

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het opzettelijk in voorraad hebben van een partij valse merkkleding, tassen, schoenen en een zonnebril van merken als Gucci, Dior, Prada en Louis Vuitton. De verdediging voert aan dat de bevindingen onbetrouwbaar zijn omdat de aantallen in het proces-verbaal en de kennisgevingen van inbeslagname niet overeenkomen en de aangifte een verkeerd proces-verbaalnummer draagt. Het hof oordeelt dat de verschillen kennelijke telfouten zijn die de betrouwbaarheid van het onderzoek niet raken en dat de aan de merkhouder getoonde monsters uit de onder de verdachte inbeslaggenomen partij afkomstig zijn. Het voorwaardelijke verzoek om beide verbalisanten als getuigen te horen wijst het hof af als onmiskenbaar irrelevant, mede omdat op verzoek van de verdediging drie aanvullende processen-verbaal zijn opgemaakt. Vanwege een eerdere veroordeling voor een soortgelijk feit, het taakstrafverbod en het plegen tijdens een proeftijd acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden. Het hof gelast de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 117 dagen en beveelt de onttrekking aan het verkeer van de valse merkgoederen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van zes slachtoffers, proceshouding in strafverzwarende zin meegewogen

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2320

De verdachte licht in de periode 2019 tot en met 2022 zes personen op tot afgifte van geldbedragen. Bij het eerste slachtoffer speelt de verdachte in op medeleven met verzonnen verhalen over blokkade van zijn rekening, ziekte, overlijden en dreigende zelfdoding en verkrijgt zo ongeveer 230.000 euro. Bij de vijf overige slachtoffers doet hij zich voor als bonafide investeerder in een niet-bestaande handel in elektrische apparatuur. Het gerechtshof acht alle zes feiten wettig en overtuigend bewezen en verwerpt het beroep op mislukte investeringen als ongeloofwaardig. In strafverzwarende zin weegt het gerechtshof mee dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep in zijn leugens volhardt en eerder onherroepelijk voor oplichting is veroordeeld. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 595 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 105 uren, met toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van een rechtspersoon voor medeplegen van gewoontewitwassen via valse facturen voor fictieve montagewerkzaamheden

Rechtbank Gelderland 8 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7018

De rechtbank Gelderland veroordeelt een besloten vennootschap voor medeplegen van gewoontewitwassen van € 109.440. De bestuurder van het bedrijf ontvangt contant geld van een medeverdachte die is veroordeeld voor de productie van en handel in harddrugs. Het bedrijf boekt dat geld giraal terug naar de vennootschap van de medeverdachte onder verwijzing naar facturen voor 160 montage-uren per week. De rechtbank oordeelt dat aan die facturen geen werkzaamheden ten grondslag liggen en dat sprake is van een schijnconstructie. De gedragingen van de bestuurder worden aan de rechtspersoon toegerekend omdat zij in de sfeer van de rechtspersoon hebben plaatsgevonden. De rechtbank legt, ondanks overschrijding van de redelijke termijn, de gevorderde geldboete van € 33.000 op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot taakstraf voor witwassen van € 20.000 in een meegevoerd tasje; geen vormverzuim bij het overhandigen van het tasje aan de politie

Gerechtshof Den Haag 4 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2799

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een man voor het witwassen van € 20.000 aan contant geld. De verdachte draagt het geld in een boxershort in een doosje in een papieren tasje bij zich, kort nadat hij uit een portiek is gekomen bij een woning die de politie observeert na een drugsaanhouding. De verdediging betoogt dat de verdachte het tasje niet vrijwillig heeft afgegeven en dat sprake is van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting moet leiden. Het hof verwerpt dit verweer: de verdachte geeft vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming voor het afgeven van het tasje en na constatering van het afwijkende gewicht ontstaat een redelijk vermoeden van schuld dat inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv rechtvaardigt. Het hof acht bewezen dat de verdachte van het geld en van de criminele herkomst daarvan heeft geweten, nu hij over de herkomst niet wil verklaren. Het hof legt een taakstraf van 90 uur op en verklaart het geldbedrag verbeurd; een bedrag van € 2.700 gaat terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eerlijk proces en juiste maatstaf beoordeling getuigenverzoek

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1473

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een verdachte wegens het medeplegen van opzetheling van een Toyota RAV4 en kentekenplaten is veroordeeld. De verdediging verzoekt pas bij pleidooi in hoger beroep om twee verbalisanten als getuige te horen, nadat zij eerdere gelegenheden onbenut laat en niet reageert op een brief van de verkeerstoren van het hof met de vraag naar onderzoekswensen. Het hof wijst het verzoek af wegens misbruik van procesrecht en gebruikt het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten voor het bewijs. De Hoge Raad herhaalt de overwegingen uit zijn arrest van 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519, over getuigenverzoeken die pas bij de inhoudelijke behandeling worden gedaan. Omdat het arrest van het hof dateert van vóór dat arrest en de brief van het hof niets inhoudt over consequenties van het uitblijven van een reactie, is de afwijzing niet begrijpelijk. Ook het gebruik van het betwiste proces-verbaal voor het bewijs zonder toetsing aan artikel 6 EVRM houdt geen stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toewijzing van vordering tot verstrekking van accountgegevens en transactieoverzichten door cryptobeurs na gestelde boilerroomfraude

Rechtbank Den Haag 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26134

Een vrouw stelt via nepbeleggingsplatforms voor circa € 2,4 miljoen te zijn opgelicht met boilerroomfraude. Een blockchainonderzoek wijst uit dat een deel van haar cryptovaluta is doorgestuurd naar accounts bij de cryptobeurs Bybit. In kort geding vordert zij de identificerende gegevens van de accounthouders en transactieoverzichten. Bybit voert geen verweer en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat aan de voorwaarden van artikel 194 lid 1 Rv is voldaan en wijst de vorderingen toe. Het privacygevoelige karakter van de gegevens staat daaraan niet in de weg, omdat het om fraude gaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^