Toewijzing van vordering tot verstrekking van accountgegevens en transactieoverzichten door cryptobeurs na gestelde boilerroomfraude
/Rechtbank Den Haag 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26134
Een vrouw stelt via nepbeleggingsplatforms voor circa € 2,4 miljoen te zijn opgelicht met boilerroomfraude. Een blockchainonderzoek wijst uit dat een deel van haar cryptovaluta is doorgestuurd naar accounts bij de cryptobeurs Bybit. In kort geding vordert zij de identificerende gegevens van de accounthouders en transactieoverzichten. Bybit voert geen verweer en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat aan de voorwaarden van artikel 194 lid 1 Rv is voldaan en wijst de vorderingen toe. Het privacygevoelige karakter van de gegevens staat daaraan niet in de weg, omdat het om fraude gaat.
Inleiding en context
Eiseres is een natuurlijk persoon. Zij stelt dat zij in mei 2025 naar aanleiding van een online advertentie is begonnen met beleggen in cryptovaluta via onder meer Oil3 STO en WithTrader, begeleid door personen die zich voordoen als cryptoadviseurs. Begin 2026 legt zij op advies van een van hen een groot bedrag in bij Oil3 STO. De toegezegde uitbetaling van ruim € 900.000 blijft uit; haar wordt voorgehouden dat zij hoge bedragen moet bijstorten om haar opbrengst te ontvangen. In totaal is haar volgens haar stellingen € 2.400.000 afhandig gemaakt. Op 21 mei 2026 doet zij aangifte van fraude voor een bedrag van € 2.460.000. Onderzoeksbureau DataExpert concludeert in een rapport van 17 juni 2026 dat identificeerbare vermogensbestanddelen van eiseres zijn overgemaakt naar de beurzen Binance, Bybit, FixedFloat, HTX en KuCoin. Gedaagde is Bybit EU GmbH, een Oostenrijkse entiteit van de Bybit-groep, een KYC-cryptobeurs. Verzoeken van de advocaat van eiseres van 19 juni en 6 juli 2026 om de betrokken accounts te bevriezen en gegevens te verstrekken leiden tot de constatering dat de accounts geen saldo meer bevatten, omdat de ontvangen crypto direct is doorgezonden naar adressen buiten Bybit. Eiseres start daarop dit kort geding. Na overleg tussen partijen vermindert zij haar eis: de vordering tot dwangsommen vervalt en de periode van de gevorderde transactieoverzichten wordt beperkt, waartegenover Bybit toezegt binnen zeven dagen na toezending van het vertaalde vonnis te voldoen en ter zitting geen inhoudelijk verweer te voeren.
Vordering en juridisch kader
Eiseres vordert, uitvoerbaar bij voorraad, een bevel aan Bybit om binnen vier dagen aan haar advocaat de volledige voornamen, achternaam, adres, postcode, woonplaats, nationaliteit en e-mailadres mee te delen van de gebruikers van twee met name genoemde accounts, alsmede transactieoverzichten van die accounts over de periode 20 mei 2026 tot en met de datum van het vonnis. Het juridisch kader wordt gevormd door artikel 194 lid 1 Rv, dat voor inzage of afschrift van gegevens vereist dat de verzoeker partij is bij een rechtsbetrekking, dat de gegevens op die rechtsbetrekking zien, dat de verlangde informatie voldoende bepaald is en dat de verzoeker voldoende belang heeft.
Standpunt van eiseres
Eiseres voert aan dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gegevens van de accounthouders, omdat zij rechtsmaatregelen tegen hen wil nemen. Zij acht het zeer waarschijnlijk dat de onbekende gebruikers geen derden te goeder trouw zijn. Zonder de gevorderde gegevens kan zij hen niet achterhalen. Met de transactieoverzichten wil zij de volgende schakel in de fraudeketen in beeld brengen en verdere verhaalsmogelijkheden onderzoeken.
Standpunt van gedaagde
Bybit refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter en voert geen inhoudelijk verweer.
Oordeel gerecht
De voorzieningenrechter beoordeelt ambtshalve de rechtsmacht en het toepasselijke recht, nu Bybit in het buitenland is gevestigd. Op grond van artikel 7 lid 2 van de Brussel I-bis Verordening heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht. Op grond van artikel 4 lid 1 van de Rome II-Verordening is Nederlands recht van toepassing, omdat de vorderingen op een gestelde onrechtmatige daad berusten en de schade in Nederland is ingetreden. Het spoedeisend belang is niet betwist en voldoende aanwezig. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe, nu Bybit zich niet verzet en voldoende aannemelijk is dat aan alle voorwaarden van artikel 194 lid 1 Rv is voldaan. Gelet op het onderzoeksrapport en de aangifte is vooralsnog voldoende aannemelijk dat eiseres slachtoffer is van een onrechtmatige daad in de vorm van boilerroomfraude en dat zij haar inleg kwijt is. Haar rechtmatig belang bestaat erin dat zij met de gegevens haar verhaalskansen jegens derden kan onderzoeken en zo nodig een vordering kan instellen. De gegevens zijn voldoende bepaald en Bybit beschikt daarover of kan daarover beschikken. Gewichtige redenen die zich tegen toewijzing verzetten zijn niet gebleken; dat de gegevens privacygevoelig zijn, staat volgens de voorzieningenrechter niet aan toewijzing in de weg omdat het om fraude gaat. De termijn stelt de voorzieningenrechter, in afwijking van het gevorderde maar in overeenstemming met de afspraken tussen partijen, op zeven dagen na toezending per e-mail van het vonnis met Duitse vertaling.
Beslissing
De voorzieningenrechter beveelt Bybit om binnen zeven dagen na toezending van het vonnis inclusief Duitse vertaling de identificerende gegevens van de gebruikers van de twee accounts aan de advocaat van eiseres mee te delen en veroordeelt Bybit om binnen dezelfde termijn de transactieoverzichten over de periode 20 mei 2026 tot en met de datum van het vonnis te verstrekken. Het vonnis is in zoverre uitvoerbaar bij voorraad. Op verzoek van eiseres, die stelt dat Bybit geen blaam treft, bepaalt de voorzieningenrechter dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Lees hier de volledige uitspraak.
