Veroordelingen voor feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 36 Wmg en medeplegen van gewoontewitwassen, met vrijspraak van valsheid in geschrift, valse geschriften en oplichting

De rechtbank Rotterdam doet in het onderzoek Hoxie uitspraak in vier samenhangende strafzaken over fraude met zorggelden bij twee ongecontracteerde thuiszorgondernemingen in Utrecht en Amsterdam. Bewezen is dat elk van de verdachten feitelijk leiding heeft gegeven aan het overtreden van de administratieplicht van artikel 36 Wmg. Drie verdachten worden daarnaast veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van € 4.539.378 en voor deelname aan een criminele organisatie, waarvan één verdachte als leider. Alle verdachten worden vrijgesproken van valsheid in geschrift, het gebruik van valse geschriften en oplichting van zorgverzekeraars, en de bestuurster van de Amsterdamse onderneming wordt ook van de criminele organisatie vrijgesproken. De opgelegde straffen lopen uiteen van een gevangenisstraf van zestien dagen tot negen maanden, waarbij de rechtbank rekening houdt met een forse overschrijding van de redelijke termijn en met een strafbeschikking tegen een medeverdachte. De zorgverzekeraars worden als benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling voor onjuiste belastingaangiften omdat dezelfde gelden niet tegelijk bij de vennootschappen en bij de verdachte kunnen zijn genoten

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1185

De Hoge Raad vernietigt op 7 juli 2026 gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een fiscale strafzaak over onjuiste aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Een consultant laat zich via een commanditaire vennootschap en een besloten vennootschap inhuren door een recruitmentbureau, dat in totaal ruim één miljoen euro aan die vennootschappen betaalt. Het hof rekent die betalingen zowel volledig toe aan de vennootschappen als winst voor de vennootschapsbelasting, als volledig aan de verdachte als inkomsten voor de inkomstenbelasting. Volgens de Hoge Raad getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat dezelfde gelden niet tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag door beide kunnen zijn genoten. De Hoge Raad merkt ambtshalve op dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt of de commanditaire vennootschap een open commanditaire vennootschap is en dus onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. De cassatiemiddelen slagen ten aanzien van de feiten 1, 4 en 5 en de strafoplegging, en de zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onrechtmatige verstrekking van politiegegevens aan de ANWB in strijd met artikel 19 Wet politiegegevens

Rechtbank Den Haag 29 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 (civiel)

De rechtbank Den Haag oordeelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door in februari 2022 politiegegevens over een ondernemer te delen met de ANWB. De politie meldt de ANWB dat de man verdachte is in een onderzoek naar een criminele organisatie die zich bezighoudt met grootschalige hennepteelt en zet de conclusies uit een proces-verbaal restinformatie uiteen. Volgens de rechtbank is die verstrekking gedaan op grond van de Wet politiegegevens en niet op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, zodat de politie terecht is gedagvaard. Het door de politie gestelde zwaarwegende algemene belang bij de bestrijding van drugscriminaliteit weegt niet op tegen het belang van de betrokkene bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. De politie vraagt de ANWB daarnaast om de aan de ondernemer verstrekte licentie te heroverwegen en informeert welke gegevens de ANWB nodig heeft om de procedure tegen hem te bespoedigen. De rechtbank verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure en wijst de vorderingen van de vennootschap van de ondernemer af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over de toetsbaarheid van deskundigenbewijs

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1195

De Hoge Raad vernietigt een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over de voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing. Het hof wijst een verzoek van de verdediging af om een NFI-rapport aan te vullen met de onderzoeksopzet en de resultaten van een eerder NFI-experiment. Dat experiment vormt de basis waarop de NFI-deskundige zijn hypothesen toetst. Het hof legt aan de afwijzing uitsluitend ten grondslag dat uit de onderbouwing van het verzoek niet blijkt dat de onderzoeksmethode of de resultaten worden betwist. Volgens de Hoge Raad is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk, gelet op het recht van de verdachte op grond van artikel 6 EVRM om de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te laten onderzoeken. De zaak wordt teruggewezen naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging bij verwijdering van asbest zonder nieuwe sloopmelding

Rechtbank Noord-Nederland 13 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2765

De economische politierechter van de rechtbank Noord-Nederland beoordeelt twee gevoegde zaken tegen een rechtspersoon die asbest heeft verwijderd zonder een nieuwe sloopmelding te doen bij het bevoegd gezag. In de eerste zaak gaat het om twee losse asbesthoudende buizen die tijdens sloopwerkzaamheden in De Westereen worden aangetroffen. De rechter kan niet vaststellen dat deze buizen deel hebben uitgemaakt van een bouwwerk en spreekt de verdachte daarom vrij. In de tweede zaak, over een asbesthoudende buis in panden in Grou, staat wel vast dat de buis uit een bouwwerk is verwijderd. De verdachte doet daarover een aanvullende melding onder verwijzing naar een eerdere sloopmelding, wat de rechter aanmerkt als een melding in de zin van art. 7.11 lid 3 Bbl. Omdat die bepaling een exceptie op de hoofdregel van art. 7.10 Bbl vormt, volgt voor dat feit ontslag van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof van Justitie stelt voorwaarden aan inbeslagneming van e-mails en persoonlijke gegevensdragers door een mededingingsautoriteit

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 16 juli 2026 arrest gewezen in de gevoegde zaken C-258/23, C-259/23 en C-260/23 over inspecties door de Portugese mededingingsautoriteit. De zaken betreffen de inbeslagneming van zakelijke e-mails tussen werknemers en bestuurders van ondernemingen tijdens onderzoeken naar overtredingen van de artikelen 101 en 102 VWEU. Het Hof oordeelt dat zulke e-mails onder het begrip communicatie in de zin van artikel 7 van het Handvest van de grondrechten vallen. Het Unierecht verzet zich er niet tegen dat een nationale mededingingsautoriteit deze e-mails in bedrijfsruimten in beslag neemt zonder voorafgaande toestemming van een rechter, mits het nationale recht voorziet in een strikt wettelijk kader en in passende waarborgen tegen misbruik en willekeur, waaronder een effectieve rechterlijke toetsing achteraf. Voor de toegang tot mobiele telefoons, computers of andere gegevensdragers die aan natuurlijke personen toebehoren, verlangt het Hof wel een voorafgaande toetsing door een rechter of een onafhankelijke bestuurlijke instantie. De verwijzende Portugese rechter moet met inachtneming van deze uitleg beoordelen of de betrokken inbeslagnemingen rechtmatig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusies over verschoningsrecht niet-verdachte notarissen bij beslag onder voormalig notarieel medewerker

Advocaat-generaal Van Kampen heeft op 7 juli 2026 in twee samenhangende zaken geconcludeerd over beslag op digitale gegevensdragers waarop notariële geheimhouderinformatie staat. Het gaat om cassatieberoepen van het openbaar ministerie tegen twee beschikkingen van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2025, gewezen na terugwijzing door de Hoge Raad op 24 september 2024. De rechtbank oordeelde dat zich ten aanzien van twee niet-verdachte notarissen geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die doorbreking van hun verschoningsrecht rechtvaardigen, en verklaarde het beklag voor een groot deel gegrond. Volgens de advocaat-generaal falen de middelen die tegen dat oordeel zijn gericht, omdat de rechtbank onder meer mocht meewegen dat de klagers geen verdachte zijn en dat veel stukken dateren van buiten de periode waarop de verdenking ziet. In een van beide zaken slaagt een tweede middel wel: het oordeel dat ook op stukken die via openbare registers opvraagbaar zijn verschoningsrecht rust, getuigt volgens de advocaat-generaal van een onjuiste rechtsopvatting, maar hoeft niet tot cassatie te leiden. Beide conclusies strekken tot verwerping van het beroep van het openbaar ministerie; de Hoge Raad moet nog arrest wijzen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over de inzet van een lokportemonnee

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1220

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die is veroordeeld voor het medeplegen van diefstal van een lokportemonnee. De verdediging voert aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, subsidiair dat het bewijs moet worden uitgesloten, omdat de politie het lokmiddel onrechtmatig heeft ingezet en zo het Tallon-criterium heeft geschonden. Voor de rechtmatige inzet van een lokportemonnee is onder meer vereist dat de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet tevoren al was gericht. Dat een portemonnee met zichtbaar geld een verdachte op het idee kan brengen om deze weg te nemen, betekent niet dat zijn opzet niet al op diefstal was gericht. Het hof stelt vast dat de verbalisanten het lokmiddel pas inzetten nadat zij hadden waargenomen dat de verdachte en de medeverdachte mogelijk vermogensdelicten wilden plegen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is, en verwerpt het beroep.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank oordeelt in strafzaak tegen Eternit dat het recht tot strafvordering voor de verdenkingen van doodslag niet door verjaring is vervallen

Volgens de officier van justitie heeft Eternit Fabrieken B.V. (Eternit) zich ten aanzien van twee oud-werknemers en een partner van een oud-werknemer schuldig gemaakt aan doodslag. Het bedrijf uit Goor wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van deze personen, omdat zij door Eternit aan asbest(vezels) zijn blootgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak EHRM verwacht in McArdle tegen Nederland: veroordeling in hoger beroep na vrijspraak, zonder hernieuwd verhoor van de belastende getuige

Naar verwachting doet het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op 1 september 2026 uitspraak in de zaak McArdle tegen Nederland, klachtnummer 31220/20. De klacht is op 17 juli 2020 ingediend en op 16 december 2022 door de Third Section gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een strafzaak waarin de rechtbank Amsterdam tot vrijspraak kwam en het gerechtshof Amsterdam vervolgens tot een veroordeling, terwijl het bewijs in beide instanties in de kern uit dezelfde getuigenverklaring bestond. Het gerechtshof wees de verzoeken van de verdediging om die getuige in hoger beroep opnieuw te horen af. De klager stelt dat hij daardoor geen eerlijk proces heeft gehad in de zin van artikel 6, eerste lid, en derde lid onder d, EVRM. Het Hof heeft partijen één vraag voorgelegd en verwijst daarbij naar drie arresten: Schatschaschwili tegen Duitsland, Júlíus Þór Sigurþórsson tegen IJsland en Keskin tegen Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^