Rechter-commissaris wijst verzoek van de verdediging om digitale toegang op afstand tot een FIOD-dataroom af

Rechtbank Amsterdam (rechter-commissaris) 1 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6056

De rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam wijst de verzoeken van de verdediging om toegang op afstand tot een FIOD-dataroom af. In een strafzaak tegen een in het buitenland wonende verdachte vraagt de verdediging digitale toegang tot alle in het onderzoek vergaarde data die geen deel uitmaken van het procesdossier. De rechter-commissaris neemt op grond van de onderbouwde stelling van de officieren van justitie aan dat toegang op afstand tot de applicatie FTK/AdLab niet mogelijk is zonder serieuze risico's voor de veiligheid en vertrouwelijkheid van de gegevens. Daarnaast miskent het verzoek het systeem van artikel 34 Sv, dat een getrapte volgorde voorschrijft van eerst inzien en dan verstrekken. Digitale toegang op afstand komt neer op het in een klap verstrekken van alle data zonder onderbouwing, wat op gespannen voet staat met de wettelijke regeling. Ook de verzoeken over het fiscale dossier en de vaststellingsovereenkomst wijst de rechter-commissaris af of acht zij zonder belang.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie advocaat-generaal over al dan niet vereiste machtiging RC bij het maken van een kopie van een smartphone

Op 23 juni 2026 heeft advocaat-generaal Van Kempen een conclusie genomen over de vraag of voor het maken van een forensische kopie van een smartphone een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris nodig is (ECLI:NL:PHR:2026:604). De conclusie volgt op vier prejudiciële vragen die de rechter-commissaris in de rechtbank Oost-Brabant op 20 februari 2026 aan de Hoge Raad voorlegde. Achtergrond is de verhouding tussen de Nederlandse opsporingspraktijk en het Landeck-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het daaropvolgende arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025. De advocaat-generaal onderscheidt drie fasen, het maken van een kopie, het duiden of indexeren van de gegevens en het selecteren ervan, en beoordeelt per fase of rechterlijke toetsing is vereist. Voor het enkel maken van een kopie en het duiden of indexeren is volgens de conclusie geen rechterlijke machtiging nodig, mits voldoende waarborgen gelden. Voor het selecteren van de gegevens is in beginsel wel een voorafgaande rechterlijke toetsing vereist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: psychische mishandeling kan niet onder het wetsartikel mishandeling in het Wetboek van Strafrecht vallen

Psychische mishandeling zonder fysiek aspect is onder de huidige wetgeving niet strafbaar als ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld in een zaak waarin het Openbaar Ministerie cassatieberoep had ingesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over beklag tegen beslag op kleding en gereedschap bij verdenking van diefstal

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1006

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een klager tegen een beklagbeschikking van de rechtbank Midden-Nederland over beslag op kledingstukken en gereedschappen. Het beslag is gelegd op grond van artikel 94 Sv in het kader van een verdenking van diefstal. De rechtbank verklaart de klager voor zover het de kleding en het gereedschap betreft niet-ontvankelijk in zijn beklag, en in cassatie wordt geklaagd dat de klager als beslagene ten onrechte niet als belanghebbende is aangemerkt en dat een onjuiste maatstaf is aangelegd. De Hoge Raad oordeelt dat de cassatiemiddelen niet tot cassatie kunnen leiden om de redenen die de advocaat-generaal in zijn conclusie onder 2.5 noemt. Volgens die conclusie zijn beide middelen terecht voorgesteld, maar leidt het slagen ervan wegens gebrek aan belang niet tot cassatie. De advocaat-generaal leest de overwegingen van de rechtbank zo dat de aangetroffen goederen op basis van summier onderzoek van diefstal afkomstig zijn, waarin besloten ligt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zich tegen teruggave verzet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onschuldpresumptie en de herkomst van een Mercedes: Hoge Raad beoordeelt OM-cassatie tegen gedeeltelijke vrijspraak van witwassen

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:955

De Hoge Raad oordeelt in een OM-cassatie over de gedeeltelijke vrijspraak van het witwassen van een Mercedes. Het gerechtshof Amsterdam sprak de verdachte op dit punt vrij omdat het de criminele herkomst van de auto niet kon vaststellen zonder de inmiddels overleden voormalige eigenaar postuum schuldig te verklaren aan een strafbaar feit, hetgeen volgens het hof in strijd zou zijn met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM. De Hoge Raad oordeelt dat het hof daarmee het toepasselijke juridische kader heeft miskend. Bij de vraag of de Mercedes uit enig misdrijf afkomstig is, gaat het er niet om of de overleden eigenaar persoonlijk een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het door het Openbaar Ministerie voorgestelde middel slaagt. Naast deze OM-cassatie heeft de verdachte twee middelen voorgesteld over de bewezenverklaring en over het witwassen van twee horloges.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verklaart cassatieberoepen niet-ontvankelijk in beklagzaak over beslag op een samenwerkingsovereenkomst

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1007 en ECLI:NL:HR:2026:1008

De Hoge Raad verklaart in twee samenhangende beschikkingen de cassatieberoepen van een verdachte en zijn bedrijf niet-ontvankelijk in een beklagzaak over de inbeslagneming van een samenwerkingsovereenkomst. Het beslag vindt plaats in het strafrechtelijk onderzoek Charlton naar niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen rond de bemiddeling in tijdelijke opvanglocaties voor asielzoekers voor het COA. De rechter-commissaris geeft de overeenkomst vrij aan het onderzoeksteam, waarna de rechtbank Amsterdam de klagers niet-ontvankelijk verklaart omdat zij geen verschoningsgerechtigden zijn. Op grond van art. 98 lid 4 Sv staat het beklag tegen de beschikking van de rechter-commissaris uitsluitend open voor de verschoningsgerechtigde zelf. Het advocatenkantoor dat de overeenkomst opstelde heeft geen klaagschrift ingediend en heeft zich niet op zijn verschoningsrecht beroepen, zodat ook het beklag tegen de inbeslagneming niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat het aan de geheimhouder zelf is om zich op zijn verschoningsrecht te beroepen en dat de rechtbank de uitkomst van de tuchtprocedure tegen het kantoor niet hoefde af te wachten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vraagt in herzieningszaak ten nadele advies aan EHRM over de toepassing van de Wet herziening ten nadele op oude strafzaken van vóór 1 oktober 2013

De Hoge Raad gaat advies (een advisory opinion) vragen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de vraag of een strafzaak die definitief is afgesloten vóórdat de Wet herziening ten nadele in 2013 (hierna ook: herzieningsregeling) in werking trad, tóch herzien kan worden. De vraag die gesteld wordt is of zo’n herziening verenigbaar is met rechten die in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zijn opgenomen. De Hoge Raad wacht met de verdere behandeling van het verzoek totdat het EHRM zich over het verzoek tot het uitbrengen van een advies heeft gebogen. Een advies van het EHRM is niet bindend maar wel belangrijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over afstand van rechtsbijstand bij verhoor van niet-aangehouden verdachte

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:996

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het hof is veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en bedreiging van een medewerker van de jeugdzorginstelling waar zij verbleef. De verdachte voert aan dat zij voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad en dat zij op grond van onjuiste informatie afstand heeft gedaan van dat recht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de uitleg van de Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid een onjuiste maatstaf heeft gebruikt en de kwetsbaarheid van de verdachte ontoereikend heeft gemotiveerd. Toch leidt dit niet tot cassatie. Niet-aangehouden verdachten hebben geen recht op kosteloze rechtsbijstand, en de politie hoeft hen niet te wijzen op de mogelijkheid van een aanvraag voor kosteloze bijstand. Omdat de verklaring van de verdachte niet voor het bewijs is gebruikt en zij geen daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, kon het hof het tot strafvermindering strekkende verweer verwerpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor medeplegen van faillissementsfraude na procesafspraken: feitelijk leidinggever onttrekt goederen en geldbedragen aan de boedel van twee failliete vennootschappen

Rechtbank Oost-Brabant 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4443

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder voor het medeplegen van faillissementsfraude, waaraan hij als feitelijk leidinggever uitvoering heeft gegeven. De zaak wordt afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, die de rechtbank toetst aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022. De verdachte heeft als bestuurder van twee in 2017 failliet verklaarde vennootschappen goederen en geldbedragen aan de boedel onttrokken, waardoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Het gaat onder meer om de overdracht van personeel en klantenbestand zonder vergoeding en om overboekingen van honderdduizenden euro's tussen G-rekeningen. De rechtbank weegt mee dat sprake is van oude feiten en van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna vier jaren. In overeenstemming met het afdoeningsvoorstel legt de rechtbank een taakstraf van 300 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden met een proeftijd van drie jaren op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vernietiging van niet-ontvankelijkverklaring: hof oordeelt dat de verjaring is gestuit en wijst de zaak terug naar de rechtbank

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 juni 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1634

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigt op 16 juni 2026 een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard wegens verjaring van de ten laste gelegde feiten. Het gaat om verduistering in dienstbetrekking, (gewoonte)witwassen en faillissementsfraude, gepleegd in 2008 en 2009. Voor alle feiten geldt een verjaringstermijn van twaalf jaren, die in beginsel afliep op 21 respectievelijk 22 oktober 2021. Het hof oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit door drie daden van vervolging: het ad-hocbesluit van de Stuur- en Weegploeg van 15 mei 2017, het Europees Onderzoeksbevel aan de Spaanse autoriteiten van 14 augustus 2017 en het betrekken van de rechter-commissaris na de onderzoekswensenbrief van 7 augustus 2019. Het hof verklaart de officier van justitie alsnog ontvankelijk in de strafvervolging en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant.

Read More
Print Friendly and PDF ^