Hommeles rondom de hoge strafbeschikking: toetsingscommissie loopt leeg, OM kondigt beleid aan

De afgelopen week volgden de ontwikkelingen rond de buitengerechtelijke afdoening van grote fraudezaken elkaar snel op. Het begon met een artikel van Camil Driessen en Marcel Haenen in NRC, waarin de onvrede binnen de toetsingscommissie hoge transacties naar buiten kwam en bekend werd dat de voorzitter en een lid van de commissie hun vertrek aankondigden. Volgens die berichtgeving hangt dat vertrek samen met de keuze van het OM om grote strafzaken tegen bedrijven vaker met een hoge strafbeschikking dan met een hoge transactie af te doen, waardoor de commissie minder te toetsen krijgt. Diezelfde 16e juni reageerde het Openbaar Ministerie met een bericht op zijn website, waarin het het onderscheid tussen beide instrumenten uiteenzet en aankondigt beleid te ontwikkelen over de hoge strafbeschikking. De kwestie raakt aan de bij de Tweede Kamer aanhangige Eerste Aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering, waarin voor hoge transacties en hoge ontnemingsschikkingen een rechterlijke toets is voorgesteld die voor de hoge strafbeschikking ontbreekt. Een rapportage van een aantal universiteiten voor de Tweede Kamer en een publieke bijdrage van een van de rapporteurs stellen die leemte aan de orde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen van verduistering in dienstbetrekking bewezen verklaard hoewel de medepleger zelf niet de vereiste hoedanigheid bezit

Rechtbank Gelderland 3 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4452

De rechtbank Gelderland verklaart medeplegen van verduistering in dienstbetrekking bewezen, hoewel de medepleger zelf de vereiste hoedanigheid niet bezat. Voor dit kwaliteitsdelict is volgens de rechtbank niet vereist dat de medepleger het goed eveneens in dienstbetrekking onder zich had, maar slechts dat hij wist, of de aanmerkelijke kans aanvaardde, dat de pleger de goederen in die hoedanigheid onder zich had. De zaak draait om een chauffeur die als koerier een lading van 1539 smartphones vervoert en samen met anderen een overval in scène zet, waarna hij valse aangifte doet van een diefstal met geweld. De verdediging erkent de verduistering maar betwist het medeplegen, onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank verwerpt dat verweer en acht ook het doen van een valse aangifte bewezen. Zij legt een gevangenisstraf op van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk, lager dan de eis vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf en beroepsverbod voor gewoontewitwassen en valsheid in geschrift met valse facturen via stichtingen

Rechtbank Rotterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6428

De rechtbank Rotterdam veroordeelt een in 1949 geboren man tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, voor gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en het afleveren en voorhanden hebben van valse geschriften. De verdachte maakt gedurende ruim drie jaar op naam van zijn stichtingen valse facturen op die door bevriende ondernemers via hun bedrijven worden uitbetaald, waarna hij het geld contant opneemt en negentig procent ervan teruggeeft aan de medeverdachten. In totaal gaat zo een bedrag van € 1.527.255 door zijn handen, dat wordt witgewassen via een keten van rechtspersonen die hij volledig beheerst. De rechtbank acht bewezen dat de facturen prestaties in rekening brengen die nooit zijn geleverd en dat de verdachte hiermee verhult wie de rechthebbenden op de gelden zijn. Als bijkomende straf legt de rechtbank een beroepsverbod op voor de duur van vijf jaar, waarbij geen enkele rechtspersoon wordt uitgezonderd. De rechtbank ziet af van de geëiste geldboete en houdt rekening met een overschrijding van de redelijke termijn met vier jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onbevoegdverklaring van het hof bij een verzoek om schadevergoeding ex artikel 533 Sv na intrekking van het hoger beroep door het Openbaar Ministerie

Gerechtshof Den Haag 26 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:541

Het Gerechtshof Den Haag verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van een verzoek om schadevergoeding voor ondergaan voorarrest op grond van artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker is door de rechtbank Rotterdam ontslagen van alle rechtsvervolging, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep instelt en dit voor de eerste behandeling bij het hof weer intrekt. Omdat de intrekking plaatsvindt voordat de zaak wordt uitgeroepen, is volgens het hof het gerecht in feitelijke aanleg bevoegd waarvoor de zaak laatstelijk werd vervolgd. Het hof stelt de intrekking van het hoger beroep gelijk aan de situatie waarin geen hoger beroep is ingesteld, onder verwijzing naar artikel 529 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering en eerdere rechtspraak. Dat verzoeker reeds was gedagvaard, maakt dit niet anders. Het hof verwijst het verzoek naar de raadkamer van de rechtbank Rotterdam ter verdere afdoening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging

Rechtbank Amsterdam 21 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5480

De rechtbank Amsterdam veroordeelt op 21 mei 2026 een feitelijk bestuurder voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging. In het jaar voorafgaand aan het faillissement is voor ruim € 547.000 zonder geldige titel van de bankrekening van de vennootschap overgeboekt naar gelieerde ondernemingen en privérekeningen, en is een auto onttrokken aan de boedel. De verdachte doet daarnaast uitgaven met een privékarakter en laat na een volledige administratie te voeren en de curator de gevraagde inlichtingen te verschaffen. De rechtbank merkt de verdachte aan als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 348a van het Wetboek van Strafrecht en verwerpt het verweer dat zij die rol niet vervulde. Wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn wijkt de rechtbank af van de LOVS-oriëntatiepunten, die bij een benadelingsbedrag van € 300.000 uitgaan van twaalf tot achttien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Sanctions internal investigations

An internal investigation is a structured process by which an organisation establishes the facts relating to a specific allegation or concern and assesses potential breaches of applicable laws, regulations, or internal policies. Internal investigations related to breaches of international sanctions ("Sanctions Internal Investigations") conducted by organisations' own initiative are becoming a core element of compliance frameworks. As enforcement intensifies, regulators are likely to place greater reliance on companies to proactively detect, investigate, and remediate potential breaches in a structured manner, in line with internal investigation practices developed in other areas of regulatory compliance.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Noorwegen: richtsnoeren voor boetebepaling bij internationale corruptie door ondernemingen

ØKOKRIM, de Noorse autoriteit voor opsporing en vervolging van economische en milieucriminaliteit, heeft op 12 juni 2026 richtsnoeren gepubliceerd voor het bepalen van ondernemingsboetes in internationale corruptiezaken die onder het OESO-verdrag vallen. De richtsnoeren zijn opgesteld in opdracht van de Riksadvokaten, de Noorse procureur-generaal, en volgen aanbevelingen van de OESO-werkgroep tegen omkoping van buitenlandse ambtenaren. Ze geven de vervolgende autoriteit houvast bij de berekening van de boete en beschrijven drie rekenmodellen, gebaseerd op de verwachte winst, het bedrag aan steekpenningen of de omzet van de onderneming. Daarnaast benoemen de richtsnoeren strafkortingen voor ondernemingen die zichzelf melden, meewerken aan het onderzoek of preventieve maatregelen treffen. ØKOKRIM noemt een korting tot vijftig procent bij zelfrapportering en stelt dat in het uiterste geval geen ondernemingsboete wordt opgelegd. De richtsnoeren richten zich vooral op de grootste Noorse ondernemingen met internationale activiteiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijking van de hoofdregel dat het Openbaar Ministerie een vóór de kenbare ontbinding gedagvaarde rechtspersoon mag vervolgen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3530

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de verdere vervolging van een rechtspersoon die in eerste aanleg was veroordeeld voor gewoontewitwassen. De rechtspersoon is na faillissement ontbonden en opgehouden te bestaan. Tussen het vermoedelijk begane feit en de behandeling in hoger beroep is ruim tien jaar verstreken. De bedrijfsactiviteiten zijn niet voortgezet en er zijn geen liquide middelen. De advocaat-generaal vordert niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van belang. Het hof wijkt op grond van specifieke omstandigheden af van de hoofdregel, vernietigt het vonnis en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beleggingsfraude: hof houdt beslag op vastgoed in stand ondanks verkoop aan derde

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3465

Het OM legde in de zomer van 2023 strafvorderlijk beslag op een appartementencomplex in Tiel, omdat de eigenaar verdachte is in een onderzoek naar beleggingsfraude. Daarna verhuurde de eigenaar de appartementen en verkocht het complex aan een derde. Die koper vorderde in kort geding opheffing van de beslagen tegen vervangende zekerheid voor de koopsom. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijst dat af: het OM hoeft de beslagen niet op te heffen. Als de huur en verkoop later een schijnconstructie blijken, kan een onverhuurd complex namelijk veel meer opbrengen dan de aangeboden zekerheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor btw-fraude waarbij de rechtbank de getuigenverklaring bij de FIOD betrouwbaarder acht dan de latere, afwijkende verklaring bij de RC

Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3240

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een ondernemer tot een taakstraf van 150 uren voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en het gebruik van valse facturen. Centraal in de bewijsvraag staat de waardering van twee tegenstrijdige getuigenverklaringen: de rechtbank acht de verklaring die de getuige kort na het feit bij de FIOD aflegt betrouwbaarder dan zijn latere, afwijkende verklaring bij de rechter-commissaris. De getuige verklaart bij de FIOD stellig dat hij de facturen niet kent en niet opmaakt, terwijl hij bij de rechter-commissaris belangrijke details niet kan reproduceren. De rechtbank stelt vast dat de verdachte ten onrechte voorbelasting claimt voor zijn eenmanszaak en dat het ten onrechte geclaimde bedrag uitkomt op € 35.592. Daarnaast stuurt de verdachte vijfentwintig valse facturen naar de Belastingdienst die de indruk wekken dat een onderaannemer voorbelasting in rekening brengt. De rechtbank spreekt de verdachte gedeeltelijk vrij, omdat de omzet over een deel van de periode toerekenbaar is aan een besloten vennootschap en niet aan de eenmanszaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^