Veroordeling tot gevangenisstraf en beroepsverbod voor gewoontewitwassen en valsheid in geschrift met valse facturen via stichtingen

Rechtbank Rotterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6428

De rechtbank Rotterdam veroordeelt een in 1949 geboren man tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, voor gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en het afleveren en voorhanden hebben van valse geschriften. De verdachte maakt gedurende ruim drie jaar op naam van zijn stichtingen valse facturen op die door bevriende ondernemers via hun bedrijven worden uitbetaald, waarna hij het geld contant opneemt en negentig procent ervan teruggeeft aan de medeverdachten. In totaal gaat zo een bedrag van € 1.527.255 door zijn handen, dat wordt witgewassen via een keten van rechtspersonen die hij volledig beheerst. De rechtbank acht bewezen dat de facturen prestaties in rekening brengen die nooit zijn geleverd en dat de verdachte hiermee verhult wie de rechthebbenden op de gelden zijn. Als bijkomende straf legt de rechtbank een beroepsverbod op voor de duur van vijf jaar, waarbij geen enkele rechtspersoon wordt uitgezonderd. De rechtbank ziet af van de geëiste geldboete en houdt rekening met een overschrijding van de redelijke termijn met vier jaar.

Inleiding en context

De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1949, die door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam in eerste aanleg op tegenspraak wordt berecht. De feiten spelen zich af in de periode 2015 tot en met 2018 en hangen samen met vier stichtingen die de verdachte exploiteert: Stichting Maatwerk Opleidingen, Stichting Smart Business, Stichting MBO-Nederland en Stichting Vak & Werkschool. De verdachte maakt de facturen thuis in Rotterdam op in opdracht van de medeverdachten, die aangeven wat erop moet komen te staan. De administratie van de stichtingen wordt op een usb-stick naar de Seychellen verzonden. Naast de stichtingen maakt de verdachte gebruik van de door hem opgerichte GOR International Limited en van F.T.S. Ltd., entiteiten waartoe hij de enige dan wel mede-gemachtigde is. De voorlopige hechtenis van de verdachte is op 24 december 2020 geschorst tot aan de einduitspraak. De zitting vindt plaats op 31 maart 2026.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De verdachte wordt drie feiten verweten. Onder feit 1 wordt hem verweten dat hij geldbedragen van in totaal ruim 1,5 miljoen euro heeft witgewassen en daarvan een gewoonte heeft gemaakt, door de herkomst en de rechthebbenden te verbergen en te verhullen en de bedragen te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen en om te zetten, terwijl hij wist dat deze uit misdrijf afkomstig waren. Dit feit is toegesneden op artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht. Onder feit 2 wordt hem verweten dat hij de administraties van zijn stichtingen valselijk heeft opgemaakt door daarin valse facturen op te nemen waarop prestaties in rekening worden gebracht die niet zijn geleverd. Onder feit 3 wordt hem verweten dat hij diezelfde valse facturen opzettelijk heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad door deze naar de betrokken bedrijven te sturen. De feiten 2 en 3 zijn gebaseerd op artikel 225 Sr.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vordert een veroordeling voor alle drie de feiten. De eis bestaat uit een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek en een proeftijd van drie jaar, en een geldboete van € 10.000. Als bijkomende straf vordert de officier van justitie een beroepsverbod dat de verdachte verbiedt als bestuurder, gevolmachtigde of anderszins werkzaam te zijn voor stichtingen en andere rechtspersonen, met uitzondering van Stichting Fin-Inc.

Standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak voor alle feiten. Ten aanzien van de straf voert de verdediging aan dat, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, kan worden volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van de ondergane voorlopige hechtenis. Subsidiair voert de verdediging aan dat kan worden volstaan met een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straf of taakstraf.

Oordeel gerecht

De rechtbank acht de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met twee uitzonderingen. De factuur van Stichting A.I.V.B. aan STE Management B.V. van 21 juni 2016 is niet vals opgemaakt, omdat daarmee kosten worden doorbelast die de stichting daadwerkelijk heeft betaald. Daarnaast spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het medeplegen bij het opnemen van de valse facturen in de administraties, omdat aanwijzingen voor samenwerking met anderen op dat punt ontbreken. De verdachte heeft de overige valse facturen in de administraties van de stichtingen opgenomen en deze daarmee valselijk opgemaakt.

Ten aanzien van het witwassen oordeelt de rechtbank dat de verdachte geldbedragen met een criminele herkomst heeft verworven en voorhanden heeft gehad. De bedrijven die de facturen hebben betaald zijn opgelicht, omdat zij hebben betaald voor diensten die niet zijn geleverd. Door deze bedragen op grond van de valse facturen te ontvangen, heeft de verdachte verborgen en verhuld wie de rechthebbenden waren. Hij heeft de geldbedragen omgezet door ze contant te maken en goederen aan te schaffen die voor de medeverdachten bestemd waren, en heeft van het geld gebruikgemaakt door het uit te geven. Gelet op het zeer grote aantal valse facturen en de lange bewezen periode is sprake van gewoontewitwassen. Omdat het idee van de valse facturen in samenspraak met de medeverdachten tot stand komt, zij de gegevens voor de facturen verschaffen en ervoor zorgen dat de ondernemingen deze betalen, is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het verbergen en verhullen van de rechthebbenden op de geldbedragen.

Bewezenverklaring

Bewezen verklaard worden:

  • feit 1: het van het (mede)plegen van witwassen een gewoonte maken, ten aanzien van geldbedragen van in totaal € 1.527.255;

  • feit 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, door valse facturen op te nemen in de administraties van Stichting MBO-Nederland en Stichting Vak & Werkschool;

  • feit 3: het opzettelijk afleveren en voorhanden hebben van een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, Sr, meermalen gepleegd.

Vrijspraak volgt voor het medeplegen onder feit 2 en voor de factuur aan STE Management B.V. van 21 juni 2016.

Strafoplegging en maatregelen

De rechtbank legt een gevangenisstraf van achttien maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van de tijd die in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Daarmee volgt de rechtbank de eis van de officier van justitie. Bij de strafbepaling weegt de rechtbank mee dat de verdachte het vertrouwen heeft beschaamd dat in de juistheid van administraties moet kunnen worden gesteld, dat hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van criminaliteit en dat hij op de zitting geen inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn handelen. De rechtbank houdt rekening met een overschrijding van de redelijke termijn met vier jaar. De verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit, maar omdat die veroordeling ver in het verleden ligt, leidt dit niet tot een hogere straf. Van de geëiste geldboete van € 10.000 ziet de rechtbank af, omdat deze naast de gevangenisstraf geen meerwaarde meer heeft.

Als bijkomende straf legt de rechtbank een beroepsverbod op voor de duur van vijf jaar, inhoudende de ontzetting van het recht om het beroep van bestuurder of gevolmachtigde van rechtspersonen of andere entiteiten uit te oefenen. De rechtbank acht het risico groot dat de verdachte na zijn detentie opnieuw vergelijkbare constructies optuigt en ziet geen aanleiding om Stichting Fin-Inc van het verbod uit te zonderen. De rechtbank gelast de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte, waaronder enkele horloges en een document met originele bescheiden. Tot slot heft de rechtbank het eerder geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op, omdat de gronden daarvoor niet langer in voldoende mate aanwezig zijn.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^