Hoge Raad herhaalt overwegingen over hoofdelijke aansprakelijkheid van art. 36e lid 7 Sr bij gemeenschappelijk voordeel
/Hoge Raad 1 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1405
De Hoge Raad vernietigt een ontnemingsuitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin aan de betrokkene een hoofdelijke betalingsverplichting van € 19.258 is opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het voordeel is verkregen uit medeplegen van mensenhandel, doordat twee slachtoffers in de prostitutie moesten werken en hun verdiensten moesten afstaan. Het tweede cassatiemiddel klaagt over de oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting aan de betrokkene voor het gehele bedrag. De Hoge Raad herhaalt zijn overwegingen uit HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:878 over de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 36e lid 7 Sr bij gemeenschappelijk voordeel. Het oordeel van het hof is niet toereikend gemotiveerd, omdat uit de bewijsvoering volgt dat een deel van de opbrengst is overgeboekt naar rekeningen van de medebetrokkene zonder dat het hof heeft vastgesteld dat beiden gezamenlijk over de gehele opbrengst konden beschikken. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Read More