Veroordeling vrouw voor mensenhandel, vrijspraak overtreding Arbeidsomstandighedenwet en toewijzing van de vordering benadeelde partij wegens gemist nettoloon, vakantiegeld en immateriële schade

Rechtbank Oost-Brabant 13 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4876

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een vrouw tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor mensenhandel en dwang. Zij huisvest en neemt een kwetsbare vrouw op met het oogmerk van uitbuiting en laat haar ruim elf jaar dagelijks zwaar fysiek werk verrichten op haar paardenbedrijf zonder haar daarvoor te betalen. Het slachtoffer woont in die periode onder erbarmelijke omstandigheden in een chalet op het erf en ondergaat verbaal en fysiek geweld. Van het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet volgt vrijspraak, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat daardoor levensgevaar of ernstig gevaar voor de gezondheid ontstaat of te verwachten is. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot € 201.523,71 aan gemist nettoloon, vakantiegeld en immateriële schade. Over het gestelde overbeslag laat de rechtbank zich niet uit, omdat de actieve onderzoeksplicht uit het arrest van de Hoge Raad van 10 maart 2026 volgens haar alleen geldt voor de beklagrechter in procedures op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veertig maanden gevangenisstraf voor woonbemiddelaar die op naam van woningzoekenden kredieten en leaseauto's aanvraagt

Rechtbank Den Haag 6 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19093

De rechtbank Den Haag veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van veertig maanden voor oplichting van kredietverstrekkers, een creditcardmaatschappij en een leasemaatschappij. Hij benadert particulieren als woonbemiddelaar en gebruikt de persoonsgegevens en financiële stukken die zij hem verstrekken zonder hun toestemming voor kredieten, creditcards en leaseauto's. Bij die aanvragen maakt hij gebruik van vervalste loonspecificaties, bankafschriften, jaarrekeningen en identiteitsbewijzen. Twaalf particulieren blijven achter met schulden, aanmaningen en BKR-registraties, terwijl de rechtspersonen voor ruim € 125.000 zijn benadeeld. De rechtbank acht daarnaast het voorhanden hebben van een gaspistool met munitie bewezen en spreekt vrij van medeplegen. Bij de straftoemeting houdt zij rekening met artikel 63 Sr en met een eerdere onherroepelijke veroordeling tot 52 maanden gevangenisstraf voor soortgelijke feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in een nieuwe ontnemingsvordering na onherroepelijke niet-ontvankelijkverklaring

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1827

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch buigt zich in hoger beroep over de vraag of het Openbaar Ministerie een nieuwe ontnemingsvordering mag aanbrengen nadat de officier van justitie eerder onherroepelijk niet-ontvankelijk is verklaard in een ontnemingsvordering. Het hof oordeelt dat artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht daaraan niet in de weg staat zolang de onderliggende strafzaak nog niet onherroepelijk is afgedaan. De enige voorwaarde is dat de nieuwe vordering binnen de tweejaarstermijn van artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering wordt ingediend, en daaraan is voldaan. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat de veroordeelde aan de uitlatingen van de toenmalige advocaat-generaal geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Het hof vernietigt het vonnis en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 65.948,67, na aftrek van een bedrag waarvoor in de strafzaak vrijspraak volgt en van een reeds terugbetaald bedrag. Aan de veroordeelde wordt de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzeling van ten hoogste 659 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen terugwijzing onder de kernroljurisprudentie en veroordeling van een bewindvoerder voor diefstal en verduistering, met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1826

De verdachte is jarenlang bewindvoerder en budgetbeheerder van tientallen kwetsbare, veelal oudere mensen en maakt in die hoedanigheid geld van hen weg. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch wijst het verzoek tot terugwijzing naar de rechtbank af en doet de zaak onder de kernroljurisprudentie zelf af. Het verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en acht diefstal en verduistering in dienstbetrekking bewezen ten nadele van 34 slachtoffers. Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Reden is dat schadeloosstelling van de benadeelden bij vrijheidsbeneming illusoir zou worden. Het hof wijst de materiële vorderingen van de benadeelde partijen toe en legt de schadevergoedingsmaatregel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van verduistering en veroordeling voor feitelijke leiding aan gebruik van valse voorraadlijsten en voor faillissementsfraude door een bestuurder

Rechtbank Overijssel 9 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3946

De rechtbank Overijssel spreekt een bestuurder vrij van verduistering in dienstbetrekking van 769 bundels hout, omdat de fysieke goederenstroom en de beschikkingsmacht over het hout niet zijn komen vast te staan. Wel acht de rechtbank bewezen dat de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het gebruik van valse voorraadlijsten die het bedrijf aan ING heeft verstrekt om krediet te verkrijgen. De voorraadlijsten vermelden slechts één financierbare voorraadlocatie, terwijl de onderliggende bestanden meerdere locaties en een fictieve voorraadpost bevatten. Na het faillissement weigert de verdachte inlichtingen aan de curator te geven en voert en bewaart hij de administratie niet volgens de wettelijke verplichtingen, waardoor de afwikkeling van het faillissement wordt bemoeilijkt. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden en ontzet hem voor vijf jaren uit het recht om het beroep van bestuurder van een rechtspersoon uit te oefenen. De vordering van ING als benadeelde partij van € 675.004,54 verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk omdat de rechtstreekse schade niet is komen vast te staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen van motorschepen via een buitenlandse vennootschap in Mega Ridderkerk: veroordeling via procesafspraken, en veroordeling en gedeeltelijke vrijspraak van de medeverdachte en zijn vennootschap

Rechtbank Rotterdam 14 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10424, ECLI:NL:RBROT:2026:10426 en ECLI:NL:RBROT:2026:10423

De rechtbank Rotterdam deed in het onderzoek Mega Ridderkerk drie samenhangende uitspraken over het witwassen van geld en motorschepen. De verdachte in de eerste zaak wordt via procesafspraken veroordeeld voor het medeplegen van witwassen en het feitelijk leidinggeven aan witwassen door een commanditaire vennootschap. Een medeverdachte, tevens uiteindelijk belanghebbende van een in een belastingparadijs gevestigde vennootschap, en die vennootschap zelf worden voor één zaaksdossier veroordeeld en voor het andere vrijgesproken. Die vrijspraak volgt omdat het Openbaar Ministerie de concrete en verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld niet heeft onderzocht, zodat een legale herkomst niet is uit te sluiten. De rechtbank legt de eerste verdachte een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op en verklaart een motorschip verbeurd. De medeverdachte krijgt vijf maanden gevangenisstraf en de vennootschap een geldboete van € 50.000, beide lager dan geëist wegens de overschrijding van de redelijke termijn en de doorwerking van artikel 63 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 36 Wmg en medeplegen van gewoontewitwassen, met vrijspraak van valsheid in geschrift, valse geschriften en oplichting

De rechtbank Rotterdam doet in het onderzoek Hoxie uitspraak in vier samenhangende strafzaken over fraude met zorggelden bij twee ongecontracteerde thuiszorgondernemingen in Utrecht en Amsterdam. Bewezen is dat elk van de verdachten feitelijk leiding heeft gegeven aan het overtreden van de administratieplicht van artikel 36 Wmg. Drie verdachten worden daarnaast veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van € 4.539.378 en voor deelname aan een criminele organisatie, waarvan één verdachte als leider. Alle verdachten worden vrijgesproken van valsheid in geschrift, het gebruik van valse geschriften en oplichting van zorgverzekeraars, en de bestuurster van de Amsterdamse onderneming wordt ook van de criminele organisatie vrijgesproken. De opgelegde straffen lopen uiteen van een gevangenisstraf van zestien dagen tot negen maanden, waarbij de rechtbank rekening houdt met een forse overschrijding van de redelijke termijn en met een strafbeschikking tegen een medeverdachte. De zorgverzekeraars worden als benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen van oplichting bij de afgifte van twaalf pallets sneakers en schuldheling door de ingeschakelde chauffeur

Rechtbank Oost-Brabant 6 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4752 en ECLI:NL:RBOBR:2026:4753

De rechtbank Oost-Brabant deed uitspraak in twee samenhangende strafzaken over het weghalen van twaalf pallets sneakers bij een bedrijf in Veldhoven op 1 oktober 2021. De eerste verdachte regelt onder het voorwendsel van een verhuizing een vrachtwagen met chauffeur en laat de lading, met een waarde van ongeveer € 200.000, door medewerkers van het bedrijf inladen. De rechtbank acht medeplegen van oplichting bewezen en legt een taakstraf van 160 uren op naast een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. De tweede verdachte, de chauffeur van de vrachtwagen, wordt vrijgesproken van medeplegen van oplichting, van diefstal en van opzetheling. Schuldheling acht de rechtbank wel bewezen, omdat de chauffeur bij het voorhanden krijgen van de lading redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Gelet op zijn persoon, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de overschrijding van de redelijke termijn volstaat de rechtbank in zijn zaak met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling voor onjuiste belastingaangiften omdat dezelfde gelden niet tegelijk bij de vennootschappen en bij de verdachte kunnen zijn genoten

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1185

De Hoge Raad vernietigt op 7 juli 2026 gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een fiscale strafzaak over onjuiste aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Een consultant laat zich via een commanditaire vennootschap en een besloten vennootschap inhuren door een recruitmentbureau, dat in totaal ruim één miljoen euro aan die vennootschappen betaalt. Het hof rekent die betalingen zowel volledig toe aan de vennootschappen als winst voor de vennootschapsbelasting, als volledig aan de verdachte als inkomsten voor de inkomstenbelasting. Volgens de Hoge Raad getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat dezelfde gelden niet tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag door beide kunnen zijn genoten. De Hoge Raad merkt ambtshalve op dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt of de commanditaire vennootschap een open commanditaire vennootschap is en dus onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. De cassatiemiddelen slagen ten aanzien van de feiten 1, 4 en 5 en de strafoplegging, en de zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onrechtmatige verstrekking van politiegegevens aan de ANWB in strijd met artikel 19 Wet politiegegevens

Rechtbank Den Haag 29 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 (civiel)

De rechtbank Den Haag oordeelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door in februari 2022 politiegegevens over een ondernemer te delen met de ANWB. De politie meldt de ANWB dat de man verdachte is in een onderzoek naar een criminele organisatie die zich bezighoudt met grootschalige hennepteelt en zet de conclusies uit een proces-verbaal restinformatie uiteen. Volgens de rechtbank is die verstrekking gedaan op grond van de Wet politiegegevens en niet op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, zodat de politie terecht is gedagvaard. Het door de politie gestelde zwaarwegende algemene belang bij de bestrijding van drugscriminaliteit weegt niet op tegen het belang van de betrokkene bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. De politie vraagt de ANWB daarnaast om de aan de ondernemer verstrekte licentie te heroverwegen en informeert welke gegevens de ANWB nodig heeft om de procedure tegen hem te bespoedigen. De rechtbank verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure en wijst de vorderingen van de vennootschap van de ondernemer af.

Read More
Print Friendly and PDF ^