Hoge Raad vraagt in herzieningszaak ten nadele advies aan EHRM over de toepassing van de Wet herziening ten nadele op oude strafzaken van vóór 1 oktober 2013

De Hoge Raad gaat advies (een advisory opinion) vragen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de vraag of een strafzaak die definitief is afgesloten vóórdat de Wet herziening ten nadele in 2013 (hierna ook: herzieningsregeling) in werking trad, tóch herzien kan worden. De vraag die gesteld wordt is of zo’n herziening verenigbaar is met rechten die in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zijn opgenomen. De Hoge Raad wacht met de verdere behandeling van het verzoek totdat het EHRM zich over het verzoek tot het uitbrengen van een advies heeft gebogen. Een advies van het EHRM is niet bindend maar wel belangrijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over afstand van rechtsbijstand bij verhoor van niet-aangehouden verdachte

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:996

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het hof is veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en bedreiging van een medewerker van de jeugdzorginstelling waar zij verbleef. De verdachte voert aan dat zij voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad en dat zij op grond van onjuiste informatie afstand heeft gedaan van dat recht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de uitleg van de Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid een onjuiste maatstaf heeft gebruikt en de kwetsbaarheid van de verdachte ontoereikend heeft gemotiveerd. Toch leidt dit niet tot cassatie. Niet-aangehouden verdachten hebben geen recht op kosteloze rechtsbijstand, en de politie hoeft hen niet te wijzen op de mogelijkheid van een aanvraag voor kosteloze bijstand. Omdat de verklaring van de verdachte niet voor het bewijs is gebruikt en zij geen daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, kon het hof het tot strafvermindering strekkende verweer verwerpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor medeplegen van faillissementsfraude na procesafspraken: feitelijk leidinggever onttrekt goederen en geldbedragen aan de boedel van twee failliete vennootschappen

Rechtbank Oost-Brabant 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4443

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder voor het medeplegen van faillissementsfraude, waaraan hij als feitelijk leidinggever uitvoering heeft gegeven. De zaak wordt afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, die de rechtbank toetst aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022. De verdachte heeft als bestuurder van twee in 2017 failliet verklaarde vennootschappen goederen en geldbedragen aan de boedel onttrokken, waardoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Het gaat onder meer om de overdracht van personeel en klantenbestand zonder vergoeding en om overboekingen van honderdduizenden euro's tussen G-rekeningen. De rechtbank weegt mee dat sprake is van oude feiten en van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna vier jaren. In overeenstemming met het afdoeningsvoorstel legt de rechtbank een taakstraf van 300 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden met een proeftijd van drie jaren op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vernietiging van niet-ontvankelijkverklaring: hof oordeelt dat de verjaring is gestuit en wijst de zaak terug naar de rechtbank

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 juni 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1634

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigt op 16 juni 2026 een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard wegens verjaring van de ten laste gelegde feiten. Het gaat om verduistering in dienstbetrekking, (gewoonte)witwassen en faillissementsfraude, gepleegd in 2008 en 2009. Voor alle feiten geldt een verjaringstermijn van twaalf jaren, die in beginsel afliep op 21 respectievelijk 22 oktober 2021. Het hof oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit door drie daden van vervolging: het ad-hocbesluit van de Stuur- en Weegploeg van 15 mei 2017, het Europees Onderzoeksbevel aan de Spaanse autoriteiten van 14 augustus 2017 en het betrekken van de rechter-commissaris na de onderzoekswensenbrief van 7 augustus 2019. Het hof verklaart de officier van justitie alsnog ontvankelijk in de strafvervolging en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raadsheer-commissaris acht inbeslagneming van medische gegevens mogelijk maar wijst verstrekking en voeging aan het dossier af

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4208

De raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslist over in beslag genomen medische gegevens van een verdachte, verstrekt door de directeur Zorg en Behandeling van een penitentiaire inrichting na een vordering ex artikel 105 Sv. De gegevens zijn afkomstig van geheimhouders aan wie een verschoningsrecht toekomt, terwijl onduidelijk blijft of zij dat recht hebben ingeroepen en of de verstrekking met toestemming van de verdachte is gebeurd. De advocaat-generaal wil de informatie aan het dossier toegevoegd zien met het oog op de toerekeningsvatbaarheid en een mogelijke psychische stoornis ten tijde van het tenlastegelegde. De raadsheer-commissaris acht de inbeslagneming op zichzelf mogelijk en acht zich bevoegd te beslissen over verstrekking. Bij de belangenafweging weegt hij het belang van de verdachte bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en het medisch beroepsgeheim zwaar. Hij wijst het verzoek tot verstrekking en voeging van de medische stukken aan het dossier af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklag over verschoningsrecht in onderzoek Full Sutton (mondkapjeszaak) ongegrond wegens voortdurend strafvorderlijk belang bij het beslag

De rechtbank Rotterdam verklaart op 23 juni 2026 het beklag in de zogenoemde mondkapjeszaak over het verschoningsrecht van advocaten ongegrond. In het onderzoek Full Sutton zijn op 28 februari 2022 bij doorzoekingen gegevensdragers in beslag genomen waarop zich materiaal bevindt dat onder het verschoningsrecht van geheimhouders valt. De klagers, onder wie verdachten en hun advocaten, vorderen opheffing van het beslag en teruggave van het verschoningsgerechtigde materiaal. De rechtbank stelt vast dat de verdediging het station van een begin van aannemelijkheid dat mogelijk inbreuk is gemaakt op het verschoningsrecht is gepasseerd. Het beslag wordt toch niet opgeheven, omdat er nog een strafvorderlijk belang bestaat zolang het eindvonnis in de hoofdzaken niet is gewezen en de verdediging tot 1 oktober 2026 toegang houdt tot de dataroom. De aard en ernst van de mogelijke schending en het daardoor veroorzaakte nadeel zijn vooralsnog niet vast te stellen, zodat het debat hierover in de hoofdzaak kan worden voortgezet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof van Justitie EU: vermelding op OFAC-sanctielijst op zichzelf onvoldoende voor weigering basisbetaalrekening

Op niet-Europese sanctielijst staan is op zichzelf geen grond om een basisbetaalrekening te weigeren, oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie. In de zaak C-81/24 (Jenec) moet een bank eerst een individuele beoordeling maken van het risico op witwassen en terrorismefinanciering voordat zij een rekening kan weigeren. Een vermelding op de Amerikaanse OFAC-lijst kan daarbij een relevante factor zijn, maar werkt niet automatisch door in de Europese rechtsorde. De uitspraak betreft de uitleg van artikel 16, lid 4, van de betaalrekeningenrichtlijn in samenhang met de vierde anti-witwasrichtlijn. De zaak is afkomstig uit Slovenië en draait om een consument aan wie het openen van een basisbetaalrekening werd geweigerd. Het Hof beantwoordt alleen de eerste prejudiciële vraag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG n.a.v. prejudiciële vragen over rechtsmacht Nederland bij verdenking van valsheid in geschrift in buitenland

Advocaat-generaal (AG) Sinnige heeft de Hoge Raad geadviseerd over de beantwoording van prejudiciële vragen die het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gesteld. De prejudiciële vragen gaan over de rechtsmacht van Nederland over het in het buitenland valselijk opmaken van een IND-formulier bedoeld voor een nareisprocedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de uitleg van het bestanddeel kopen van goederen bij flessentrekkerij

Hoge Raad 16 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:875

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die onder valse namen bij KPN/XS4ALL en Vodafone/Ziggo abonnementen voor internet, televisie en vaste telefonie aanvroeg om modems, mediaboxen en wifiversterkers te krijgen zonder de rekeningen te betalen. In cassatie staat de vraag centraal of dit handelen valt onder het kopen van goederen in de zin van artikel 326a Sr, de strafbaarstelling van flessentrekkerij. De Hoge Raad zet uiteen dat de wetgever met deze regeling gedragingen strafbaar heeft gesteld waarbij iemand een ander beweegt tot afgifte van een goed met het oogmerk de overeengekomen betaling niet volledig te voldoen, en dat de regeling gevallen uitsluit waarin een ander enkel tot dienstverlening wordt bewogen. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte de aanbieders telkens niet alleen tot dienstverlening, maar ook tot afgifte van apparatuur heeft bewogen en dat de niet betaalde bedragen op beide zien. Het oordeel dat daarmee mede sprake is van kopen van goederen getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De advocaat-generaal had tot vernietiging en terugwijzing geconcludeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schorsing van woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wegens onvoldoende gemotiveerde evenwichtigheid

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5235

De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant schorst de sluiting van een woning in Breda waarin een professionele hennepkwekerij is aangetroffen. De burgemeester sluit de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet na de vondst van 224 hennepplanten, bijna zes kilo gedroogde henneptoppen en illegaal getapte stroom. De bewoners maken bezwaar en vragen een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter acht de sluiting noodzakelijk, maar oordeelt dat de evenwichtigheid onvoldoende is gemotiveerd. De burgemeester heeft te weinig rekening gehouden met de psychische klachten van een van de bewoners en het risico dat het gezin dakloos raakt. De verzoeken worden toegewezen en de besluiten worden geschorst.

Read More
Print Friendly and PDF ^