Raadsheer-commissaris acht inbeslagneming van medische gegevens mogelijk maar wijst verstrekking en voeging aan het dossier af

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4208

De raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslist over in beslag genomen medische gegevens van een verdachte, verstrekt door de directeur Zorg en Behandeling van een penitentiaire inrichting na een vordering ex artikel 105 Sv. De gegevens zijn afkomstig van geheimhouders aan wie een verschoningsrecht toekomt, terwijl onduidelijk blijft of zij dat recht hebben ingeroepen en of de verstrekking met toestemming van de verdachte is gebeurd. De advocaat-generaal wil de informatie aan het dossier toegevoegd zien met het oog op de toerekeningsvatbaarheid en een mogelijke psychische stoornis ten tijde van het tenlastegelegde. De raadsheer-commissaris acht de inbeslagneming op zichzelf mogelijk en acht zich bevoegd te beslissen over verstrekking. Bij de belangenafweging weegt hij het belang van de verdachte bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en het medisch beroepsgeheim zwaar. Hij wijst het verzoek tot verstrekking en voeging van de medische stukken aan het dossier af.

Inleiding en context

De zaak betreft een beslissing van de raadsheer-commissaris in een strafzaak in hoger beroep tegen een natuurlijk persoon, geboren in Marokko in 1988. Bij brief van 23 juni 2025 verstrekt de directeur Zorg en Behandeling van de betrokken penitentiaire inrichting medische informatie over de verdachte, naar aanleiding van een vordering van de rechter-commissaris tot inbeslagneming van diens medische gegevens. De informatie is inhoudelijk bekend bij de coördinerend raadsheer-commissaris, maar is niet verstrekt aan het hof, de advocaat-generaal, de verdediging of de verdachte. Wat de verdachte in de hoofdzaak wordt verweten, blijkt niet uit deze beslissing.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De vordering tot inbeslagneming is gebaseerd op artikel 105 Sv. De verstrekte informatie is afkomstig van geheimhouders aan wie een verschoningsrecht toekomt. Bij de beoordeling betrekt de raadsheer-commissaris de procedure van artikel 37a, zesde lid en verder, Sv, die ziet op de bescherming van de verdachte tegen het gebruik van persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal verzoekt om verstrekking en voeging van de medische stukken aan het dossier. Hij heeft daarbij het oog op informatie die kan bijdragen aan de beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid en het vaststellen van een eventuele psychische stoornis ten tijde van het tenlastegelegde. De advocaat-generaal acht de raadsheer-commissaris bevoegd over de kwestie te beslissen.

Standpunt van de verdediging

Het standpunt van de verdediging is in deze beslissing beperkt tot de bevoegdheidsvraag. De verdediging wenst een beslissing van de raadsheer-commissaris en acht hem bevoegd. Een inhoudelijk verweer over de verstrekking is in de beslissing niet weergegeven.

Oordeel gerecht

De raadsheer-commissaris acht zich bevoegd, nu zowel de advocaat-generaal als de verdediging een beslissing van hem wensen. Hij overweegt dat inbeslagneming van voorwerpen onder meer mogelijk is om de waarheid aan de dag te brengen, waaronder volgens de literatuur de vraag of een rechtvaardigings- of schulduitsluitingsgrond bestaat. Uit het begeleidend schrijven blijkt niet of de geheimhouders op de hoogte zijn van de verstrekking, of zij zich een oordeel hebben kunnen vormen over het inroepen van hun verschoningsrecht en of de verstrekking met toestemming van de verdachte is gebeurd. Navraag levert hierover geen duidelijkheid op. Die onduidelijkheid legt de raadsheer-commissaris niet ten nadele van de verdachte uit en hij gaat ervan uit dat de geheimhouders zich op hun verschoningsrecht wensen te beroepen, mede omdat het tijdsbestek tot de inhoudelijke behandeling te kort is voor nader onderzoek. De inbeslagneming zoals die heeft plaatsgevonden, acht hij mogelijk. Vervolgens maakt hij een belangenafweging over de vraag of de informatie aan het hof, en daarmee aan de advocaat-generaal en de verdediging, moet worden verstrekt. Hij betrekt daarbij het vertrouwen dat de verdachte mag hebben in de geheimhouding van de gegevens en de schade aan het vertrouwen in de medische stand die met doorbreking van het medisch beroepsgeheim gepaard gaat, alsmede de inhoud van de ontvangen stukken. Alles afwegende oordeelt hij dat het belang van de verdachte bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer zwaar weegt, terwijl een dwingende eis in het algemeen belang, daaronder begrepen de veiligheid van de ex-partner en kinderen van de verdachte, voor verdere verspreiding ontbreekt.

Bewezenverklaring

Een bewezenverklaring is in deze beslissing van de raadsheer-commissaris niet aan de orde.

Strafoplegging en maatregelen

Deze beslissing bevat geen strafoplegging. De raadsheer-commissaris wijst het verzoek van de advocaat-generaal om over te gaan tot verstrekking en voeging van de medische stukken aan het dossier af.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^