Nep-ambulanceverpleegkundige veroordeeld: vijftien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor onbevoegd verrichten van medische handelingen

Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1259

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een jonge man die zich gedurende lange tijd onbevoegd voordoet als ambulanceverpleegkundige en politieagent. Hij rijdt rond in een nauwelijks van echt te onderscheiden ambulancevoertuig, voorzien van blauw licht en sirene. De verdachte verricht daadwerkelijk medische handelingen bij een slachtoffer en veroorzaakt daarmee een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Daarnaast verduistert hij goederen van het Rode Kruis, vervalst hij meerdere documenten en maakt hij zich schuldig aan diefstal en heling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid. Daarnaast volgt een beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg voor drie jaren en een geldboete per overtreding van € 250.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Post-Jaddoe en artikel 81 RO: de AG spreekt, de Hoge Raad zwijgt

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:675

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een hoofdagent van de Politie Eenheid Rotterdam die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor computervredebreuk (artikel 138ab Sr), schending van ambtsgeheim (artikel 272 Sr) en het aanwezig hebben van cocaïne en fenacetine (artikel 2 onder C Opiumwet). De inhoudelijke meerwaarde zit in de conclusie van advocaat-generaal Van Kampen, die de afdoening op artikel 81, eerste lid, RO uitdrukkelijk positioneert ten opzichte van het post-Jaddoe-arrest (HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40) en HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1110: een vrijspraak in eerste aanleg staat volgens haar niet in de weg aan een afdoening op artikel 81 RO wanneer die vrijspraak louter berust op een aanvechtbare uitleg van de tenlastelegging en de feitelijke gedragingen wel zijn vastgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Helpdeskmedewerker veroordeeld voor computervredebreuk met valse sleutel en poging tot afdreiging na hack van medische patiëntgegevens

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1003

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een voormalig helpdeskmedewerker voor computervredebreuk en poging tot afdreiging na een hack van medische gegevens van ongeveer 30.000 patiënten. De verdachte gebruikte zijn werktoegang onbevoegd om gegevens van een server van zijn werkgever te downloaden en eiste vervolgens bitcoins onder dreiging van openbaarmaking. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van een valse sleutel en wijst op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep compenseert het hof in de strafmodaliteit en strafsoort. De verdachte krijgt 180 dagen gevangenisstraf waarvan 132 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van € 7.500. Het hof verklaart bovendien diverse digitale gegevensdragers verbeurd en gelast teruggave van een Dell computer aan de werkgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering door penningmeester: rechtbank wijkt af van eis en LOVS-oriëntatiepunten

De Rechtbank Gelderland heeft op 24 april 2026 een 76-jarige man veroordeeld voor de verduistering van € 293.477,27 als vrijwillig penningmeester van een stichting in Tiel. De feiten speelden zich af tussen 1 februari 2019 en 7 augustus 2024 en werden gekwalificeerd als verduistering in dienstbetrekking in de zin van artikel 322 Sr. De officier van justitie eiste veertien maanden gevangenisstraf waarvan zeven voorwaardelijk, in lijn met de LOVS-oriëntatiepunten voor fraudezaken bij benadelingsbedragen tussen € 250.000 en € 500.000. De rechtbank legde echter een voorwaardelijke gevangenisstraf op van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uur. Doorslaggevend waren de persoonlijke omstandigheden van verdachte: zijn gevorderde leeftijd, het ontbreken van justitiële documentatie, het lage recidiverisico en het lopende afbetalingstraject aan de stichting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Drijfmest-criteria toegepast op vof: handel in onjuist geringde Vogelrichtlijn-soorten toegerekend aan rechtspersoon

Rechtbank Overijssel 15 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2103

De rechtbank Overijssel veroordeelt een vennootschap onder firma actief als foeragehandel tot een geldboete van € 15.000 waarvan € 5.000 voorwaardelijk wegens overtredingen van de Wet natuurbescherming en de Wet dieren. De vof had 66 beschermde vogels zonder of met een onjuiste pootring voor verkoop onder zich en bood deze te koop aan, terwijl de legale herkomst niet kon worden vastgesteld. Daarnaast had zij 359 geleewiekte vogels voor de verkoop in voorraad, wat sinds 1 januari 2018 verboden is op grond van artikel 2.7 in samenhang met artikel 2.8 Wet dieren. De rechtbank past het kleurloos opzet toe en rekent de gedragingen toe aan de rechtspersoon op basis van het Drijfmest-arrest. Het beroep op het vrij verkeer van goederen en op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De redelijke termijn is met één jaar overschreden, wat compensatie oplevert in het onvoorwaardelijke strafdeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wwft, sancties en de exit-beslissing: Hof Amsterdam: bank mocht relatie met beheerder Libische staatsfondsen niet opzeggen

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt op 28 april 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:1271) dat ABN AMRO de bankrelatie met een beheerder van drie Libische staatsfondsen (de Upperbrookfondsen) niet had mogen opzeggen. De bank beriep zich op onvoldoende medewerking aan het klantonderzoek en op integriteits-, sanctie- en reputatierisico's, waaronder mogelijke witwasrisico's. Het hof acht deze gronden onvoldoende concreet en onderbouwd, en wijst er bovendien op dat de eenzijdig in 2022 opgelegde beperkende voorwaarden een contractuele of wettelijke grondslag misten en de cliënt dus niet bonden. Onder verwijzing naar het Yin Yang II-arrest (HR 5 november 2021) weegt het hof het belang van de cliënt zwaar, omdat een alternatieve bank na een dergelijke exit vrijwel onvindbaar is. ABN AMRO moet de dienstverlening voortzetten, de beperkende voorwaarden opheffen en mag de gegevens niet opnemen op de interne CAAML-lijst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor feitelijk leidinggever bij btw-fraude en gewoontewitwassen wegens zorgwekkende medische situatie

Gerechtshof Den Haag 3 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:601

Het Gerechtshof Den Haag legt op 3 maart 2026 een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op aan een feitelijk leidinggever voor het medeplegen van onjuiste belastingaangiften, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. De verdachte is bestuurder en enig aandeelhouder van een rechtspersoon die ruim een miljoen euro aan onterechte btw-teruggaven heeft ontvangen door valselijk opgemaakte facturen. Het netto schadebedrag voor de Belastingdienst bedraagt na beslaglegging ruim 650.000 euro, voornamelijk besteed aan auto's, winkelen en contante opnames. Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de rechtbank Rotterdam maar matigt de eerder opgelegde gevangenisstraf van twintig maanden aanzienlijk. Doorslaggevend zijn de bijzonder zorgelijke medische omstandigheden van de verdachte, die zonder dubbele orgaantransplantatie geen uitzicht meer heeft op herstel. Naast de voorwaardelijke straf wordt de verdachte ontzet uit het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Haag veroordeelt voor gebruik vals MBO-diploma in zorgsector: alternatief scenario van te goeder trouw handelen ongeloofwaardig

Gerechtshof Den Haag 30 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1287

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 30 april 2026 een verdachte wegens het opzettelijk gebruik maken van een vals MBO-diploma. De verdachte heeft het valse diploma tegen betaling verkregen en overgelegd aan een uitzendbureau in de zorgsector. In eerste aanleg is de verdachte door de politierechter in de rechtbank Rotterdam vrijgesproken, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep heeft ingesteld. Het hof acht het alternatieve scenario van de verdachte, inhoudende dat hij te goeder trouw zou hebben gehandeld, niet aannemelijk. De evidente onjuistheden op het diploma en de overeenstemming met intakeformulier en cv wegen daarbij zwaar mee. Het hof legt op grond van artikel 225 Sr een voorwaardelijke taakstraf van vijftig uren op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse rompnummers alleen zijn onvoldoende voor onttrekking aan het verkeer

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:624

De Hoge Raad vernietigt een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij twee sloepen met valse WIN-rompnummers op grond van artikel 36d Sr aan het verkeer waren onttrokken. Volgens de Hoge Raad moet de rechter bij een afzonderlijke beschikking ex artikel 36b lid 1 onder 4° Sr vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een door artikel 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit. De rechtbank had niet tot uitdrukking gebracht met welk begaan strafbaar feit de sloepen in verband stonden, terwijl de oncontroleerbaarheid van herkomst en eigendom op zichzelf onvoldoende is. Het oordeel van de rechtbank is daarom ontoereikend gemotiveerd en het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de vordering tot onttrekking aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^