Nep-ambulanceverpleegkundige veroordeeld: vijftien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor onbevoegd verrichten van medische handelingen
/Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1259
De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een jonge man die zich gedurende lange tijd onbevoegd voordoet als ambulanceverpleegkundige en politieagent. Hij rijdt rond in een nauwelijks van echt te onderscheiden ambulancevoertuig, voorzien van blauw licht en sirene. De verdachte verricht daadwerkelijk medische handelingen bij een slachtoffer en veroorzaakt daarmee een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Daarnaast verduistert hij goederen van het Rode Kruis, vervalst hij meerdere documenten en maakt hij zich schuldig aan diefstal en heling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid. Daarnaast volgt een beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg voor drie jaren en een geldboete per overtreding van € 250.
Inleiding en context
De zaak betreft een natuurlijk persoon, geboren in 2003, die zich gedurende een periode van ruim drie jaar (september 2022 tot en met november 2025) op grote schaal heeft voorgedaan als ambulanceverpleegkundige en in mindere mate als politieagent. Vier parketnummers (18/247150-24, 18/321732-24, 18/061122-26 en 18/314297-25) worden ter terechtzitting gevoegd behandeld. De verdachte, vrijwilliger bij het Rode Kruis, beschikt niet over enige afgeronde verpleegkundige of medische opleiding, maar treedt vanuit zijn eigen onderneming naar buiten als professionele zorgverlener. Hij rijdt achtereenvolgens in drie verschillende voertuigen die hij zelf heeft voorzien van optische en geluidssignalen en die nauwelijks van echte ambulances zijn te onderscheiden. Bij ongevallen en medische incidenten meldt hij zich ongevraagd om hulp te bieden. Het trajectconsult bevestigt een eerder gestelde diagnose autismespectrumstoornis en wijst op mogelijke persoonlijkheids- en ontwikkelingsproblematiek. De zaak wordt in eerste aanleg op tegenspraak behandeld door de meervoudige strafkamer, met mr. W. Koopmans als raadsvrouw en mr. D. Roggen als officier van justitie.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een veelheid van delicten. Centraal staat het buiten noodzaak verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg waarbij een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid is veroorzaakt (artikel 96 Wet BIG). Daarnaast spelen verduistering in dienstbetrekking (artikelen 321 en 322 Sr), opzetheling en witwassen (artikelen 416 en 420bis Sr), diefstal (artikel 310 Sr), valsheid in geschrift (artikel 225 Sr), het voorhanden hebben en valselijk opmaken van een identiteitsbewijs afgegeven door een dienst van vitaal of nationaal belang (artikel 231 Sr), het opzettelijk dragen van een onderscheidingsteken behorende bij een ambt dat hij niet bekleedt (artikel 196 Sr) en het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijke vordering (artikel 184 Sr). Verder worden diverse overtredingen van de Regeling voertuigen ten laste gelegd, in het bijzonder de artikelen 5.3.65 (verbod blauwe zwaai- en flitslichten op een voertuig dat niet bij een hulpverleningsdienst in gebruik is) en 5.3.71 (geluidssignaalinrichtingen).
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie vordert niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van feit 5 onder parketnummer 18/314297-25, omdat dit hetzelfde feitencomplex zou betreffen als feit 8 onder parketnummer 18/321732-24. Voorts vordert het Openbaar Ministerie vrijspraak voor enkele primair ten laste gelegde diefstal- en verduisteringsfeiten, en bewezenverklaring van de overige feiten. Het Openbaar Ministerie vordert oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, een geldboete van € 400 per overtreding, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier maanden en een beroepsverbod ex artikel 28, eerste lid, onder 5, Sr voor de duur van vijf jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw bepleit op meerdere onderdelen vrijspraak. Ten aanzien van het ambulance-uniform voert zij aan dat de verdachte een concrete en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat hij het kledingstuk heeft gekregen van iemand van het Witte Kruis op de Jaarbeurs in Utrecht. Bij de verduisterde goederen van het Rode Kruis ontbreekt volgens de verdediging het opzet op wederrechtelijke toe-eigening, aangezien de verdachte van plan was de goederen terug te geven. Met betrekking tot de medische handelingen jegens het slachtoffer wordt betoogd dat onvoldoende vaststaat dat een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid is veroorzaakt en dat de daartoe vereiste wetenschap ontbreekt. Voorts wordt partiële nietigheid van de dagvaarding bepleit ten aanzien van overtredingen van artikel 5.3.71 Regeling voertuigen, omdat de verwijzing naar zoals voorgeschreven in genoemde regeling onvoldoende feitelijk zou zijn omschreven en de tenlastelegging onbegrijpelijk. Ten aanzien van het rijden met blauw licht wordt een beroep gedaan op verontschuldigbare rechtsdwaling, nu de verdachte stelt op grond van bestudering van de Memorie van Toelichting in de veronderstelling te hebben verkeerd dat hij als particulier verlener van repatriëringsvervoer onder artikel 29 RVV 1990 valt. Ten aanzien van de heling ontbreekt volgens de verdediging wetenschap van de criminele herkomst van de in het voertuig aangetroffen goederen.
Oordeel rechtbank
De rechtbank verwerpt de meeste verweren. Het beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen: de verwijzing naar artikel 5.3.71 lid 1 tot en met 3 Regeling voertuigen volgt voldoende kenbaar uit het dossier en de bepaling is handelingsneutraal geformuleerd, zodat het onderscheid tussen nalaten en overtreden voor de beoordeling niet relevant is. Het beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling faalt: het vervoeren van patiënten in het kader van buitenlandvervoer is, blijkens de Memorie van Toelichting bij de Wet ambulancezorgvoorzieningen, geen ambulancezorg in de zin van die wet tenzij sprake is van medische noodzaak en vervoer door een ambulance met ambulancezorgprofessional. De verdachte beschikt niet over de relevante professionele kwalificaties en valt niet onder de in artikel 1 Regeling Optische en geluidssignalen 2009 limitatief opgesomde hulpverleningsdiensten. Ten aanzien van het ambulance-uniform oordeelt de rechtbank dat de verklaring van de verdachte aantoonbaar onjuist is gebleken, nu hij niet als medewerker bij het Witte Kruis geregistreerd staat, zodat witwassen wordt bewezen verklaard. Met betrekking tot het onbevoegd verrichten van medische handelingen overweegt de rechtbank dat de verdachte, door de in artikel 96 lid 1 jo. artikel 36 Wet BIG genoemde handelingen buiten noodzaak te verrichten terwijl hij daartoe onbekwaam en onbevoegd was, wist dat hij een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid van het slachtoffer veroorzaakte. De rechtbank spreekt vrij van de primair ten laste gelegde diefstal van het ambulance-uniform, van de ten laste gelegde dwang jegens het slachtoffer (geen sprake van zodanige psychische druk dat geen weerstand kon worden geboden) en van de huisvredebreuk in de ambulancegarage van het Frisius Medisch Centrum (onvoldoende blijkt hoe de verdachte daar is binnengekomen). Anders dan het Openbaar Ministerie acht de rechtbank het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk ten aanzien van het valselijk opmaken van het politielegitimatiebewijs, nu dit een andere feitelijke gedraging betreft dan het op een ander moment voorhanden hebben daarvan.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht onder meer bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:
witwassen van een ambulance-uniform afkomstig van Stichting Ambulancezorg Groningen;
verduistering in dienstbetrekking van portofoons, mobilofoons en medische tassen van het Rode Kruis;
verduistering in dienstbetrekking van een AED van het Rode Kruis;
het opzettelijk dragen van een politiehesje als onderscheidingsteken behorende bij een ambt dat hij niet bekleedt;
het buiten noodzaak verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg waarbij een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid van het slachtoffer is veroorzaakt;
meervoudige valsheid in geschrift, waaronder een ingevuld formulier van Ambulancezorg Limburg-Noord, een verklaring Landelijke RVV Ontheffing en een verklaring inzake feitelijke gang van zaken die hij in naam van een derde heeft opgesteld en ondertekend met diens onjuiste BIG-nummer;
het voorhanden hebben en valselijk opmaken van een vals politielegitimatiebewijs;
diefstal van persoonlijke goederen uit kleedkamers van een sportcomplex;
opzetheling van goederen die uit een gymzaal waren gestolen;
meerdere overtredingen van de artikelen 5.3.65 en 5.3.71 Regeling voertuigen;
het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijke vordering tot afgifte van de autosleutel ten behoeve van technisch onderzoek.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de primair ten laste gelegde diefstal van het ambulance-uniform, van de ten laste gelegde dwang jegens het slachtoffer en van de huisvredebreuk in de ambulancegarage.
Strafoplegging en maatregelen
De rechtbank oordeelt dat de aard, hoeveelheid en ernst van de feiten in beginsel een aanzienlijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Zij rekent het de verdachte zwaar aan dat hij ondanks meermaals waarschuwen door de politie zijn gedrag heeft voortgezet, telkens een nieuw voertuig heeft aangeschaft en zelf voorzien van optische en geluidssignalen, en zijn eigen vaardigheden overschat. Gelet op de geconstateerde ontwikkelings- en mogelijke persoonlijkheidsproblematiek worden de feiten in verminderde mate aan de verdachte toegerekend. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel worden bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht, een ambulante behandeling bij AFPB of een soortgelijke zorgverlener, toestemming voor het raadplegen van referenten en het overleggen van bewijsstukken. De dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht wordt bevolen. Daarnaast wordt de verdachte ontzet uit het recht tot uitoefening van een beroep in de individuele gezondheidszorg dan wel medische hulpverlening voor de duur van drie jaren. Gelet op de jonge leeftijd van de verdachte beperkt de rechtbank dit beroepsverbod tot drie jaren, waar het Openbaar Ministerie vijf jaren had gevorderd. Per bewezen verklaarde overtreding wordt een geldboete van € 250 opgelegd, bij gebreke van betaling te vervangen door twee dagen hechtenis. De ingezette Volkswagen Kombi, Mercedes Sprinter en Mercedes Vito worden verbeurdverklaard. Het politielegitimatiebewijs, een UMCG-naamplaat, een ambulancepas en een blauwe ledflitslamp worden onttrokken aan het verkeer. De vorderingen van twee benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van causaal verband respectievelijk omdat de gestolen goederen reeds zijn teruggegeven.
Lees hier de volledige uitspraak.
