Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Inleiding en context

In een strafrechtelijk onderzoek naar de moord op een man uit Assen vordert de officier van justitie op 23 september 2025 op grond van artikel 126nf van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland de bandopname van een 112-melding. Deze melding wordt op 20 januari 2025 om 13.35.01 uur gedaan door de moeder van de verdachte, in het bijzijn van de verdachte zelf en de vader van de verdachte, nadat het levenloze lichaam van het slachtoffer is aangetroffen. De rechter-commissaris verleent op diezelfde dag de daartoe vereiste machtiging. De verdachte wordt verweten dat zij opzettelijk en met voorbedachte raad het slachtoffer van het leven heeft beroofd.

De meldkamer kan zich met de vordering niet verenigen en dient op 8 januari 2026 een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv, in samenhang met de artikelen 126nf Sv, 96a, derde lid, Sv en 98 Sv. De rechtbank merkt de verdachte aan als derde-belanghebbende. De raadsman van de verdachte laat per e-mail weten dat de verdediging geen bezwaar heeft tegen vrijgave van de gevorderde gegevens en dat zij niet ter zitting verschijnt. Het klaagschrift wordt op 1 april 2026 in openbare raadkamer behandeld, waarbij de officier van justitie, de advocaat-gemachtigde en gemachtigde van de klaagster en de medisch manager ambulancezorg worden gehoord.

Juridisch kader

Centraal staat de vraag of de medewerkers van de meldkamer ambulancezorg een (afgeleid) verschoningsrecht toekomt en of de gevorderde gegevens daaronder vallen. Ingevolge artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is eenieder die is ingeschreven in een op grond van die wet gehouden register verplicht geheimhouding in acht te nemen ten opzichte van al datgene wat hem bij het uitoefenen van zijn beroep op het gebied van de individuele gezondheidszorg als geheim is toevertrouwd, of waarvan hij het vertrouwelijke karakter moet begrijpen. De centralist op de meldkamer ambulancezorg is een op grond van de Wet BIG geregistreerde verpleegkundige. Op die centralist rust dan ook een geheimhoudingsplicht met een daaraan gekoppeld verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 Sv. De geheimhoudingsplicht vloeit aanvullend voort uit artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel artikel 7:464 juncto artikel 7:457 BW.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het beklag. Niet betwist wordt dat de gevorderde gegevens onder de geheimhoudingsplicht en het afgeleide verschoningsrecht van de klaagster vallen. Volgens het Openbaar Ministerie kan dat verschoningsrecht in dit geval echter worden doorbroken, omdat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Het gaat om een verdenking van een zeer ernstig strafbaar feit en er is sprake van een ernstig geschokte rechtsorde. Het 112-gesprek vormt het eerste contact dat met autoriteiten en hulpverleners wordt gelegd over het aantreffen van het overleden slachtoffer. De inhoud van dit gesprek is volgens de officier van justitie van belang om vast te kunnen stellen wat de verdachte en de moeder tijdens dat gesprek precies hebben verteld en welke emoties daarbij zijn getoond. Ook kan het gesprek meer duidelijkheid verschaffen over de wijze waarop de telefoon van het slachtoffer met daarop een afscheidsbericht is aangetroffen en over de totstandkoming van het besluit om in eerste instantie alleen een huisarts ter plaatse te laten komen. Deze details zijn volgens de officier van justitie cruciaal omdat aan de verklaringen die de verdachte bij de politie heeft afgelegd wordt getwijfeld, terwijl de gegevens niet op een andere manier kunnen worden verkregen.

De officier van justitie wijst voorts op de relatief beperkte inbreuk op het verschoningsrecht. Het betreft een geluidsopname van 441 seconden en geen uitvoerig medisch rapport, terwijl veel medische gegevens van het slachtoffer reeds bekend zijn uit de aanwezige forensische rapportages. Daarbij komt dat de verdediging en de nabestaanden geen bezwaar maken tegen verstrekking. Mede gelet op de context van de zaak, een verdenking van moord, mag volgens het Openbaar Ministerie verondersteld worden dat het slachtoffer, indien hij nog zou leven, eveneens toestemming zou hebben verleend.

Standpunt van de klaagster

De meldkamer verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en te bepalen dat zij niet hoeft te voldoen aan de vordering. De gevorderde gegevens vallen volgens de klaagster onder het (afgeleid) medisch beroepsgeheim van de medewerkers van de ambulancedienst, en verschoningsgerechtigden zijn niet verplicht aan een vordering ex artikel 126nf Sv te voldoen voor zover het verschoningsrecht aan verstrekking in de weg staat. De klaagster stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die ertoe leiden dat het belang van de waarheidsvinding moet prevaleren boven het verschoningsrecht.

Dat de verdachte, haar moeder en de nabestaanden van het slachtoffer geen bezwaar hebben tegen verstrekking, brengt volgens de klaagster niet mee dat verondersteld kan worden dat ook het slachtoffer bij leven daarvoor toestemming zou hebben gegeven. Deze omstandigheid is wel betrokken in de belangenafweging, maar leidt niet tot doorbreking van het verschoningsrecht. Het algemene belang dat mensen vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde contact moeten kunnen opnemen met de 112-meldkamer dient alsnog te prevaleren.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat zowel de verdachte als de nabestaanden van het slachtoffer geen bezwaar hebben tegen verstrekking, maar oordeelt dat toestemming van direct betrokkenen niet vanzelf meebrengt dat een verschoningsgerechtigde verplicht is medewerking te verlenen aan een vordering. Het recht om zich te verschonen ligt bij de verschoningsgerechtigde en niet bij een ander. Niet is voorzien in de mogelijkheid dat nabestaanden van een overleden slachtoffer in diens plaats toestemming geven voor doorbreking van het medisch beroepsgeheim. De inschatting of sprake is van veronderstelde toestemming en of het verschoningsrecht moet worden gehandhaafd, is primair voorbehouden aan de verschoningsgerechtigde en kan slechts marginaal door de rechtbank worden getoetst. Het oordeel van de klaagster dat in deze situatie niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat sprake zou zijn geweest van toestemming van het slachtoffer, komt de rechtbank niet kennelijk onredelijk voor. Daarmee kan het verschoningsrecht niet reeds worden doorbroken op grond van de instemming van verdachte en nabestaanden.

Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden. Het verschoningsrecht is echter niet absoluut. De rechtbank past het door de Hoge Raad ontwikkelde toetsingskader toe en betrekt daarbij de aard en zwaarte van het delict, de aard en omvang van de gegevens, de vraag in hoeverre de gegevens op andere wijze kunnen worden verkregen en de mate waarin de betrokken belangen worden geschaad bij doorbreking. Voor doorbreking gelden zware motiveringseisen en de inbreuk mag niet verder gaan dan strikt nodig.

De rechtbank stelt voorop dat het in de onderliggende strafzaak ontegenzeggelijk gaat om een verdenking van een zeer ernstig strafbaar feit, waarover geen discussie bestaat. De rechtbank dient zich vervolgens te buigen over de vraag of de gevorderde gegevens naar aard en omvang strikt noodzakelijk zijn voor de waarheidsvinding. De rechtbank constateert dat de moeder en de vader van de verdachte bij het 112-gesprek aanwezig zijn geweest en dat zij bij de politie hebben verklaard over de inhoud van het gesprek, de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden, de emoties van de verdachte op dat moment en de plek waar de telefoon van het slachtoffer met afscheidsbericht is gevonden. Indien nodig kunnen deze personen op die punten nader worden ondervraagd. Voorts is in de onderliggende strafzaak een uitvoerig einddossier opgesteld waarin verschillende potentiële bewijsmiddelen zijn opgenomen.

Volgens de rechtbank zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de gevorderde gegevens andere, nieuwe of aanvullende informatie bevatten die zodanig cruciaal is dat van een zeer uitzonderlijke omstandigheid kan worden gesproken. Dat de bandopname het wellicht mogelijk maakt de verklaringen van de verdachte bij de politie nader te toetsen, acht de rechtbank onvoldoende zwaarwegend. Andere zeer uitzonderlijke, zwaarwegende omstandigheden die zouden nopen tot doorbreking van het verschoningsrecht zijn gesteld noch gebleken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag gegrond en bepaalt dat de klaagster niet hoeft te voldoen aan de vordering van de officier van justitie om de bandopname van de betreffende 112-melding te verstrekken. Tegen deze beslissing staat voor het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening cassatie open bij de Hoge Raad.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^